Maakbaarheidsgedachte, besnijdenis en piercings

Discussies over integratie en multiculturalisme hebben vaak nogal wat kenmerken van social engineering cq de maakbaarheidsgedachte. Zo ook over meisjesbesnijdenis. Alarmerende berichten dat dat nog steeds voorkomt. Hadden we dan serieus gedacht dat een simpel verbod zou werken? In Nederland is besnijdenis verboden op basis van het Wetboek van Strafrecht: opzettelijke mishandelingdelicten of het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst. Een specifiek artikel over meisjesbesnijdenis is er niet; het is ook de vraag of dat verstandig is. Een specifiek artikel maakt de bewijslast vaak zwaarder. En dat wetgeving ook niet alles zegt blijkt wel uit het geval van Sudan waar naar het lijkt nieuwe vormen van besnijdenis zijn ingevoerd, terwijl het daar toch al in 1946 verboden is (sterker nog, een paar jaar geleden was er een voorstel om het weer toe te staan; ik weet niet wat daarvan geworden is). Een belangrijke stap is wel dat belangrijke islamitische geleerden de ingreep afkeuren, maar ook dat is niet voldoende. Het gaat immers om een traditioneel cultureel gebruik onder verschillende (niet alleen moslims) groepen.
In het onderzoek dat ten grondslag lag aan het verbod uit 1992 werd gepleit voor een symbolische vorm van besnijdenis: een prik of sneetje in de clitoris (de sunna-besnijdenis). Wanneer we die meerekenen zou zo’n 80% van de meisjes besneden worden.

Er zijn genoeg redenen te bedenken waarom meisjesbesnijdenis zo moeilijk te bestrijden is. Het is een eeuwenoude overgeleverde lichamelijke uiting van culturele normen, structuren en tradities; manifestaties waardoor mensen zich met elkaar verbonden voelen en elkaar herkennen als zijnde een groep mensen die bij elkaar horen. Dat verdwijnt niet met een verbod. Het gaat er onder andere om dat mannen niet langer persé een besneden vrouw willen en dat vrouwen niet langer denken dat zij en hun dochters nooit aan een man kunnen komen, zonder besneden te zijn. Maar dan nog blijft dat idee van verbondenheid en verwantschap bestaan; waarschijnlijk één van de redenen om toch voor een symbolische vorm te kiezen.

Nu is besnijdenis maar één van de fysieke uitingen van culturele normen en tradities. Ook het westen kent dergelijke vormen: borstvergrotingen, piercingen, het knippen van schaamlippen, tatoeages en allerlei andere minder ingrijpende vormen. Ook deze dragen ertoe bij dat we ons verbonden voelen met een gemeenschap of ons kunnen identificeren met anderen. (En dan laten we de praktijken van de Love Surgeon en Freud nog maar even zitten) Ook deze vormen hangen samen met structruren, tradities en normen die vrij dwingend kunnen zijn zoals allerlei ideeen omtrent vrouwelijke schoonheid.

Het heikele punt is natuurlijk dat het bij meisjesbesnijdenis gaat om minderjarige meisjes. Dat kan echter ook het geval zijn bij cosmetische operaties en tatoeages; deze zijn in Nederland ook toegestaan voor minderjarigen. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor jongensbesnijdenis bij joden en moslims.

Het is goed dat meisjesbesnijdenis verboden is, maar een verbod alleen is dus onvoldoende. Het is misdadig naïef om te denken dat dat alleen de meisjes helpt. Voorlichting en discussiebijeenkomsten blijven nodig. Met één kanttekening: is het niet wat hypocriet om tegen meisjesbesnijdenis te zijn (zelfs tegen de lichtste vorm) als we Nederlandse praktijken met betrekking tot cosmetische operaties voor minderjarigen ongemoeid laten? Of gaat dan het recht van ouders om hun kinderen op te voeden (zij geven immers toestemming) dan wel op? En jongensbesnijdenis dan?

2 thoughts on “Maakbaarheidsgedachte, besnijdenis en piercings

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website