NRC Handelsblad – Antoinette Reerink: Kritische Marokkanen waarschuwen Arib voor belangverstrengeling

De discussie over de nevenfunctie in Marokko van het PvdAKamerlid Arib is niet gesloten. Nu zijn het kritische Marokkanen die zeggen dat Arib geen twee landen kan dienen.

Hieronder het gehele stuk, inclusief Arib’s visie.

Abdelmahid Beyuki, oprichter van de Vereniging van Marokkaanse Migranten in Spanje, is gaan verzitten.

Tijdens de vergadering in het schitterende gebouw van de adviesraad voor de mensenrechten in de Marokkaanse hoofdstad Rabat zat hij even recht tegenover een portret van wijlen koning Hassan II, symbool bij uitstek van het systeem dat Beyuki ooit ontvluchtte.

Moet hij, nu hij terug is in zijn vaderland als lid van een migrantenwerkgroep, zijn voormalige kwelgeest recht in de ogen kijken? Hij verdraait zijn stoel zodat hij de andere kant op kijkt. Daar hangt het portret van Hassans zoon, de huidige koning Mohammed VI. „Van de twee koningen is hij de minst erge.”

Beyuki is één van de zeventien migranten – ondernemers, wetenschappers, politici en journalisten – die door de Adviesraad voor de Mensenrechten in Marokko gevraagd zijn zitting te nemen in een werkgroep, die de raad adviseert.

Deze werd nog opgericht door Hassan II die zich in het buitenland wilde presenteren als verlicht vorst. Maar dat de raad nu de hulp kan inroepen van voornamelijk linkse migranten, die voorheen Hassans totalitaire bewind bestreden, is te danken aan het liberalere beleid van Mohammed VI. De werkgroep brengt advies uit over de oprichting van een Hoge Raad die de belangen van Marokkanen in het buitenland moet gaan behartigen.

Het is deze werkgroep van Beyuki en consorten die begin deze maand inzet was van een bitter debat in de Nederlandse Tweede Kamer. Geert Wilders, leider van de Partij voor de Vrijheid, eiste dat Khadija Arib, lid van de fractie van de Partij van de Arbeid én van de Marokkaanse werkgroep, één van deze twee lidmaatschappen eraan zou geven.

Zijn eis werd niet gehonoreerd. Een Kamermeerderheid zag geen belangenconflict tussen Aribs werk in Nederland en in Marokko en vond de op 15-jarige leeftijd naar Nederland gekomen Marokkaanse juist een belangrijk voorbeeld voor migranten. Als Kamerlid is zij een toonbeeld van integratie en vormt zij het levende bewijs dat ook allochtonen hoge posities kunnen bereiken.

Een Kamermeerderheid ervoer de actie van Wilders als een frontale aanval op moslims –Wilders ontwaarde eerder immers een ‘tsunami van islamisering’ in Nederland. Zij wilde de discussie over Aribs nevenfunctie om die reden eigenlijk niet voeren. Maar prominente leden van de Marokkaanse gemeenschap vroegen zich wel af of Arib er verstandig aan doet de Marokkaanse koning – direct of indirect – te adviseren.

Tot dusver hebben critici vanMarokkaanse herkomst zich stil gehouden om „de populist”Wilders niet in de kaart te spelen. Het neemt niet weg dat zij hem „helaas” gelijk moeten geven. „Ik wil Wilders niet de munitie aanreiken om iemand in de Kamer af te slachten, laat staan Khadija Arib, maar rationeel heeft hij gelijk”, zegt Mohamed Majdoubi, raadslid van GroenLinks in het Amsterdamse stadsdeel Osdorp. „Arib moet kiezen, vind ik.” Mustapha Mejjati, voorzitter van de Nederlandse afdeling van de wereldwijde organisatie Amome van Marokkanen in het buitenland, denkt er nauwelijks anders over. „Ik ben het nooit met Wilders eens, maar wat dit betreft heeft hij een punt. Een Nederlands parlementariër moet zich niet met dit soort werk inlaten.” Mejjati, SP-stemmer, vindt dat Arib Marokkanen in Nederland schade toebrengt. „Nu is het vertrouwen van Nederlanders in Marokkanen helemaal weg.”

Dat de kwestie niet voor iedereen even eenduidig is als voor de meerderheid van de Tweede Kamer, blijkt ook uit de beslissing van Fatiha Saidi, de Belgische evenknie van Arib. Zij bedankte voor de uitnodiging om deel te nemen aan de Marokkaanse werkgroep, omdat zij dit onverenigbaar acht met haar parlementaire werk. „Ik heb nee gezegd omdat deelname me strijdig lijkt met mijn positie als volksvertegenwoordiger.

Ik ben gekozen door de Belgische bevolking. Dan kan ik in institutioneel opzicht geen geografische grens overschrijden. Die twee sporen botsen.

Mevrouw Arib maakt deel uit van een Marokkaanse instelling, die werkt voor de koning. Dat kan niet.”

Saidi weet „hoe moeilijk het kan zijn als volksvertegenwoordiger van buitenlandse afkomst” en twijfelt niet aan de goede bedoelingen van Arib. Maar zelf wil ze de schijn van belangenverstren- Vervolg op pagina 34 geling voorkomen. „Arib maakt een fout.” Hetzelfde zegt zij over haar collega Mohammed Boukourna, net als Saidi lid van de Belgische Parti Socialiste en volksvertegenwoordiger. Hij had wel zitting genomen in de werkgroep maar schortte zijn lidmaatschap op na het debat over Arib in Nederland. Naar eigen zeggen niet omdat er een belangenconflict zou zijn, maar omdat hij al zijn tijd wil besteden aan zijn campagne voor de komende verkiezingen.

Het Osdorpse raadslid Mohamed Majdoubi van GroenLinks zegt dat Arib zichzelf niet in een situatie had mogen brengen waarin ze eventueel belangen moet afwegen. „Neem de kwestie van de Westelijke Sahara. Onafhankelijkheid is voor veel Marokkanen onbespreekbaar.

Stel dat de Nederlandse regering besluit de onafhankelijkheidsstrijd van Polisario te steunen, dan kan dat een conflict opleveren.”

Zelfs in de boezem van de PvdA klinkt kritiek uit Marokkaanse monden.

Zoals die van Mohamed Dahmani, PvdA-lid en consulent bij FNV Bondgenoten. „Arib moet zich bij haar leest houden. Deze twee werkzaamheden zijn niet te combineren.’’

‘Ik wil Wilders niet de munitie aanreiken om iemand in de Kamer af te slachten’

Ook Saïd Harfaoui, van de vereniging AEMS, die 4.000 migranten in Nederland vertegenwoordigt uit de Marokkaanse Sahara, denkt er zo over. „De Nederlandse belangen lopen niet gelijk aan de Marokkaanse.” H ij voegt eraan toe: „We moeten hierover een serene discussie kunnen voeren.’’

Mustapha Mejjati, van Amome, ziet niet alleen de dreiging van botsende belangen. Hij is ook bang dat Marokko met de oprichting van de Hoge Raad, die de belangen van Marokkanen in het buitenland moet gaan behartigen, de integratie van migranten in Nederland zal belemmeren. „De bedoeling van de koning is dat er nauwere contacten tussen Marokko en jonge migranten in het buitenland komen. Maar de jeugd moet een plek zien te vinden in Nederland.

Ze moeten integreren.”

Voorstanders van de door de koning gewenste Hoge Raad zeggen dat die kan helpen om de problemen op te lossen van de drie miljoen Marokkanen in het buitenland als zij met de Marokkaanse overheid en wetgeving te maken krijgen. Tegenstanders vrezen dat de Raad vooral bedoeld is om greep te blijven houden op de migranten.

Het belang daarvan is niet gering. Met hun deviezen zorgen de expats voor maar liefst negentien procent van het bruto binnenlands product van Marokko.

Afgelopen november belichtte koning Mohammed VI zelf de twee „dimensies” van de Hoge Raad in een toespraak. En voedde hij de controverse.

Enerzijds wees hij op de voortrekkersrol die Marokkaanse expats kunnen vervullen in het democratiseringsproces van Marokko. Anderzijds zei hij dat de Raad zou bijdragen aan het behoud van hun culturele en religieuze identiteit, en sprak hij de hoop uit dat de migranten ‘authentiek Marokkaans’ zouden blijven.

Kamerlid Naima Azough (Groen- Links), eveneens van Marokkaanse afkomst, nam afgelopen weekeinde in Rabat deel aan een door de werkgroep georganiseerde conferentie.

Zij maakt geen deel uit van de werkgroep maar zegt de combinatie van twee functies van Arib „prima” te vinden, zolang er geen belangenconflict blijkt. Maar zij weet „helemaal niet” of er een Hoge Raad moet komen. „Ik vind het best als een organisatie praktische problemen aanpakt, maar als het de bedoeling is nationalisme en loyaliteit te promoten, dan zeker niet.”

Onduidelijk is nog wat de bevoegdheden van de Hoge Raad precies zullen worden en wie er in gaan zitten. Daarover moet de werkgroep van Arib adviseren. Arib en haar collega’s brengen ook de problemen van migranten met de Marokkaanse autoriteiten in kaart.

Zo buigt de werkgroep zich over de wens van veel migranten om actief en passief stemrecht te krijgen in hun land van herkomst. Ook wil de werkgroep de koning adviseren over het heikele thema van de dubbele nationaliteit.

Een meerderheid is voorstander van keuzevrijheid om de Marokkaanse nationaliteit op te geven.

Dat is nu vrijwel onmogelijk: eens een Marokkaan, altijd een Marokkaan is het devies.

Veel leden hebben zelf ook grote twijfels over hun bijdrage aan de werkgroep. Niet wegens mogelijke belangenverstrengeling, maar omdat zij zich afvragen zij er wel goed aan doen mee te werken met een koning, wiens vader hen jarenlang heeft vervolgd. De Marokkaanse migrant Brahim Ouchelh uit Parijs bijvoorbeeld: „Ik vraag mij elke dag af of mijn bevriende medestrijders die onder de dictatuur van de vorig koning Hassan II werden gemarteld en gedood, deze medewerking aan de monarchie niet regelrecht zouden afkeuren.”
‘Bouwen aan het Marokko waarvan ik droom’

KHADIJA ARIB OVER HAAR NEVENFUNCTIE

Hoe kijkt u terug op het debat waarin Wilders en de VVD u belangenverstrengeling verweten?

Ik krijg veel steunbetuigingen. Het debat heeft iets losgemaakt. Mensen vinden dat je best taboes mag doorbreken, maar dat dit te ver ging. Er moet over belangrijke onderwerpen, zoals de dubbele nationaliteit, zeker gesproken kunnen worden. Maar zonder mensen te vernederen. Belangrijk is hoe de traditionele partijen zich in de toekomst opstellen. Gaan zij uit opportunisme en angst voor de kiezers mee met Wilders, zoals de VVD? Of gaan ze het debat aan om de opmars van Wilders te stoppen?

Voelde u zich voldoende gesteund door uw partij, de PvdA?

Enkelen hebben me gesteund. Ik had liever gehad dat de PvdA vanaf het begin volledig achter me had gestaan. De PvdA kent mij en weet wat ik doe. Mijn integriteit werd in twijfel getrokken. De PvdA voelde zich gedwongen om een onderzoek naar mijn activiteiten aan te kondigen.

Wat behelsde dat onderzoek?

Ik heb zelf officieel gemeld waar ik mee bezig was. Dan is het gebruikelijk dat de partij kijkt naar mogelijke belangenverstrengeling. Als de werkgroep waarin ik zit zich bijvoorbeeld tegenstander zou betuigen van integratie, dan heb je als Kamerlid een probleem. Ik heb de PvdA gezegd dat de werkgroep juist heel erg voor integratie is.

PvdA-Kamerlid Dijsselbloem heeft de website bekeken waarop onze activiteiten staan en er zouden Arabische teksten in het Nederlands worden vertaald. De partij vroeg mij dat te doen, maar dat wilde ik niet omdat ik zelf onderwerp van het onderzoek was.

Wat is uw reactie op kritische geluiden uit de Marokkaanse migrantengemeenschap in Nederland over uw advieswerk?

Het is heel belangrijk te weten wie kritiek heeft. Er is veel nijd en jaloezie.

Er zijn mensen die helemaal geen belang hebben bij het werk dat wij doen. De handlangers van de vorige koning in het buitenland –de amicales – zijn zwaar gefrustreerd.

De critici die nu van zich laten horen vinden dat zij zelf voor de werkgroep hadden moeten worden gevraagd. Er zijn ook mensen die bang zijn dat ons advies in de prullenbak belandt. Mijn indruk is dat de grote meerderheid van de Marokkaanse migranten mijn werk juist toejuicht.

De Marokkaanse koning zegt dat hij met de Hoge Raad voor migranten ook wil bereiken dat deze ‘authentiek Marokkaans’ blijven. Dat voedt de vrees dat hij macht over hen wil uitoefenen.

Ik ben daar niet zo bang voor. De nog op te richten Hoge Raad waarover wij adviseren, moet de problemen van Marokkanen in het buitenland aanpakken. Deze zaak is in handen gelegd van de Adviesraad voor de Mensenrechten. Dat geeft aan dat migratie wordt verbonden met mensenrechten. Het is niet in handen van het Marokkaanse ministerie van Binnenlandse of Buitenlandse zaken, laat staan van het ministerie van Veiligheid. Anders had ik er geen vertrouwen in gehad.

De Adviesraad bouwt nu aan het nieuwe Marokko waarvan ik droom. De koning heeft een belangrijke rol, maar je kan niet zeggen dat wij een verlengstuk van hem zijn. Dat doet geen recht aan de strijd die Marokkanen hebben gevoerd. Critici willen die strijd niet zien. Een aantal mensen houdt vast aan het beeld dat Marokko niet aan het veranderen is. Maar vroeger, als ik in Marokko in een café zat, durfde ik niet eens te praten met vrienden, bang als ik was dat de ober van de geheime dienst zou zijn. Zo was het nog aan het eind van de jaren tachtig. Nu praat zelfs de taxichauffeur over corruptie en maakt grapjes over de koning. Dat is niet niks. Maar natuurlijk is het nog lang niet zoals het moet zijn.

Dit is een land met actieve fundamentalisten, iedereen moet proberen te voorkomen dat zij aan de macht komen. Dat is voor mij de drijfveer om het moderniseringsproces te steunen. Ik droom van een land waar mensen- en vrouwenrechten worden gerespecteerd, waar kinderen niet worden geïndoctrineerd.

Dat zou Wilders toch ook moeten zien.

Een Belgische parlementariër weigerde deel te nemen aan de werkgroep.

Een ander heeft zijn werk opg eschort.

Ze hadden gezien welke ellende ik in Nederland meemaakte. Ik denk dat angst voor extreemrechts een rol speelt. Ik zie het als een knieval.

Fatiha Saidi, die deelname geweigerd heeft, is bang dat haar positie wordt geschaad. Het zou mijn keuze niet zijn. Die Belgische parlementariërs hebben ook een andere geschiedenis dan ik. Als je de periode van onderdrukking, van intimidatie en gevangenissen niet persoonlijk hebt meegemaakt, is het heel moeilijk om je staande te houden.

Ze kennen Marokko van vakantie en hebben geen verleden als activist.

Veroorzaakt het hebben van een dubbele nationaliteit problemen?

Ik zie niet zo gauw een spanning ontstaan door het bezit van de Nederlandse en de Marokkaanse nationaliteit.

Voor Turkse migranten in Nederland is dat veel moeilijker. De nationalistische identiteit is in Marokko niet zo door de staat opgelegd als in Turkije. De Armeense kwestie was voor Nebahat Albayrak (nu staatssecretaris van Justitie (PvdA) – red.) een probleem. Een Turks staatsburger riskeert gevangenisstraf als hij de genocide erkent.

Marokko legt zijn expats ook niet de dienstplicht op. Laten we onderzoeken waar precies de spanningen liggen, los van personen.

Nederland moet daar vervolgens met het betreffende land over praten.

Identiteit en loyaliteit zijn niet aan een papiertje gebonden. Je kunt alleen de Nederlandse nationaliteit hebben en niet loyaal zijn.

Je moet mensen niet vragen zichzelf weg te cijferen. Je kunt niet verlangen dat mensen geen enkele band hebben met hun land van herkomst.

‘De Nederlandse belangen lopen niet gelijk aan de Marokkaanse. We moeten hierover een serene discussie kunnen voeren’

De werkgroep die de Adviesraad voor de Mensenrechten moet gaan adviseren vergadert onder het portret van wijlen koning Hassan II

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website