Recent opperde Ahmed Marcouch één van zijn vele plannetjes. En wel om salafisten bij het overheidsbeleid te betrekken én het te subsidiëren. Ewoud Butter heeft al een aardig overzicht gegeven van deze discussie dus dat ga ik niet nog eens overdoen. Hans Jansen waarschuwt voor dergelijke praktijken en in het bijzonder voor de rol van de moskee:

Bij de opmars van de islam speelt die moskee een centrale rol. De moskee is niet alleen het gebedshuis, het is ook het commandocentrum van de jihad. Dagorders worden vanaf de kansel in de moskee uitgevaardigd. Steniging van overspeligen en onthoofding van afvalligen vindt plaats op het plein voor de moskee. Het leger dat op jihad gaat, vertrekt vanaf de moskee. Jihad, strijd tegen het ongeloof en de ongelovigen, wordt sinds Wenens ontzet van 1683 niet meer door staten beoefend, maar door ongrijpbare particuliere organisaties als Al-Qaida, want een staat die jihad gaat voeren zou door de Westerse militaire overmacht vernietigd worden. Gemaskerde individuen daarentegen die vanuit een hinderlaag schieten, zijn lastiger te bestrijden.

De schaamte over de eigen lafheid is verdwenen, strijden met open vizier wordt alleen maar als dom gekenschetst. Schuilen tussen weerloze burgers is voor de helden van de jihad een routinemanoeuvre. Heftig klagen als de vijand ook die burgers treft, behoort tot het dagelijkse spel met de onnozele Westerse persbureaus. Kamikaze-kunstenaars die behalve zichzelf handenvol anderen meenemen de dood in, krijgen uit handen van Islamitische predikanten als Al-Qaradawi de kroon van het martelaarschap opgezet. Deze Al-Qaradawi predikt ook dat Gods laatste bestraffing van de joden ‘door Hitler aan de joden werd voltrokken, maar dat de volgende straf uit de handen van de moslims moet komen’ (30 januari 2009). Deze Al-Qaradawi wordt door invloedrijke PvdA-politici naar Amsterdam gehaald en als hun leidsman gezien. Dieper kan Nederland toch niet vallen, denkt u misschien. Maar dan vergist u zich.

De opmars van de islam kan nog veel verder gaan dan thans het geval is in West-Europa, en is alleen maar te stuiten wanneer we er op letten dat de toekomstige slachtoffers van de jihad (dat wil zeggen: de bevolking van Nederland en de rest van Europa) hun vrijheid van meningsuiting behouden. Mohammed, de stichter van de islam, heeft er altijd goed voor gezorgd eerst eventuele critici het zwijgen op te leggen, meestal door sluipmoord, zoals zijn naamgenoot Mohammed Bouyeri sluipmoord gepleegd heeft op Theo van Gogh. De islamitische traditie zelf levert over dat pas nadat Mohammed zijn tegenstanders met geweld het zwijgen had opgelegd, het proces van islamisering begon. Het is daarom van het allergrootste belang dat we in Nederland niet verder gaan dan al het geval is met het verbieden van kritiek op de islam want de islamitische ideologie is niet bestand tegen het vrije woord.

Nou kunnen we stellen dat Jansen hier voor een deel kletst (de islam doet niks, jihadisten opereren over het algemeen niet vanuit de moskee, Qaradawi komt helemaal niet naar Nederland enzovoorts) maar het gaat erom dat hij de moskee naar voren haalt en bezorgd is over haar rol. Joost Niemöller grijpt bijvoorbeeld weer terug op eerdere discussies over de scheiding kerk-staat in Amsterdam en een recent onderzoek naar moskeeen:

Wie naar de demografische voorspellingen van het CBS kijkt, ziet dat de moslimbevolking een steeds groter deel van dit land gaat uitmaken. Het staatsapparaat is er op ingesteld deze ontwikkelingen zo soepel mogelijk te begeleiden. Met geld pamperen dus.

Gedoe wil de staat het liefst voorkomen. Beleidsplannen en rapporten worden dus zo saai, zo wollig opgesteld dat geen journalist de moeite zal nemen er eens in te duiken. En het werkt. Alle consternatie in de media richt zich op incidenten, niet op deze structurele veranderingen ten gunste van de islam.

[…]Financiële banden tussen kerk en staat zijn oké in Amsterdam.

Dat plan is er al doorheen gejast in de gemeenteraad. Nu wordt het ook aan de stadsdelen opgelegd. Het leidde onlangs tot enig verzet in Stadsdeel Slotervaart, toen stadsdeelvoorzitter Marcouch het opdrong aan de stadsdeelraad, maar de meerderheid van PvdA plus Groenlinks overrulde een motie van wantrouwen. Ook zonder dat daar enige media aandacht voor was.

Nu is het dus al officieel zo ver dat de islam in Amsterdam ruimere ondersteuning geniet dan landelijk. En geen haan die ernaar kraait.

Dan kwam er deze week dat rapport in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken door een Stichting Oikos. Dit kan zo in de top tien van de meest idiote overheidsrapporten. Het heet: Moskeeën gewaardeerd. Een onderzoek naar het maatschappelijk rendement van moskeeën in Nederland. Het is samengesteld door een ingenieur, een Dr. En een Drs.

Net als Hans Jansen ziet ook hij dus een oprukkende islam / oprukkende moslims. Nu valt er op zich best een en ander aan te merken op het Oikos rapport en überhaupt kun je je afvragen waarom moskeeën eigenlijk financieel voordelig zouden moeten zijn, maar één van de, volgens Niemöller, vergaande uitspraken klopt zonder meer:

De moskee vormt voor een deel van de moskeegemeenschap een middel om in en vanuit de religieuze zelforganisatie deel te nemen aan de bredere samenleving.

Dat mag tegen het gezond verstand in gaan of zelfs te gek zijn voor woorden, het klopt wel. Religieuze zelforganisaties vormen enerzijds een bindmiddel voor de groep zelf en anderzijds een brug naar de wijdere samenleving. Daarbij was zeker in het verleden de positie van vrouwen en jongeren een zorgenkindje, maar daar komt (zij het langzaam) wel verbetering in bijvoorbeeld door middel van de Poldermoskee. De reikwijdte van veel moskeeën is daarbij overigens wel beperkt; de meeste organisaties lijken toch vooral een wijk- en buurtfunctie te hebben. Tegelijkertijd wil de overheid ook dat de moskee een rol gaat spelen in het anti-radicaliseringsbeleid en bij het terugdringen van de overlast van jongeren. Nou zijn moskeeën grotendeels vrijwilligersorganisaties en een professionele aanpak vergt toch geld. Maar afgezien van geld zijn er nog genoeg andere problemen die daar een rol bij spelen zoals ik al eerder geschreven heb.

Aan de andere kant, ook christelijke organisaties zoals het Leger des Heils krijgen subsidie voor hun maatschappelijke activiteiten, dus waarom zou dat niet voor islamitische organisaties kunnen gelden. Of je accepteert dat religieuze organisaties een maatschappelijke rol op zich nemen en dat kost geld of je accepteert dat ze dat niet doen en dan wordt er ook niet meer gezeurd over de gebrekkige rol van de religiezue organisatie bij anti-radicaliseringsbeleid en het terugdringen van overlast van jongeren. Een tussenweg zie ik nog niet 1-2-3. Een punt dat we verder voor ogen dienen te houden is dat secularisme in Nederland niet betekent dat uitingen van religie in het publieke domein verboden zijn of dat er een strikte scheiding is tussen het (publieke) staatsdomein en het (privé) domein van religie. De Nederlandse seculiere staat is het resultaat van compromissen tussen de seculiere politieke elite aan ene kant en religieuze partijen en organisaties aan de andere kant. De verhouding kenmerkte zich in het verleden door relatief veel autonomie voor de kerken, maar tegelijkertijd bepaalde de staat het kader van die autonomie en reguleerde en volgde de opbouw van de organisaties en de wijze waarop zij zich in het openbaar uitten. Dit vormt tevens het kader waarbinnen de huidige discussies zich afspelen en die dan ook zeer interessant zijn om te blijven volgen.