Het is 1999 wanneer ik een school in Gouda binnenloop. Op dat moment werk ik als onderzoeker in de An Nour moskee in Gouda, maar ben daar tevens jongerenwerker verbonden aan moskee An Nour en Stichting Woonhuis, een instelling voor jeugdhulpverlening. Ik houd me in het bijzonder bezig met de inloophuiswerkbegeleiding waarbij ook met diverse scholen in Gouda samen gewerkt wordt. Dat willen we ook met deze school en deze school wil dat ook dus dat komt mooi uit.

Het was een school met een zeer slechte naam onder Marokkaanse Nederlanders om twee redenen. Vanwege de problemen die Marokkaans-Nederlandse jongeren zelf veroorzaakten op die school en vanwege de volgens velen racistische en discriminerende houding van een klein groepje docenten.

Ik kom binnen en aangezien mijn gesprekspartner nog niet beschikbaar is, wordt ik zo lang in de docentenkamer neergezet. Daar zijn docenten bezig met het bespreken van de inschrijvingen voor dat jaar. Dit gepaard met veel gezucht en hilariteit dat vooral betrekking heeft op het stapeltje ‘probleemleerlingen’. Alle potentiële Marokkaans-Nederlandse leerlingen gaan op dat stapeltje. Soms omdat men de broertjes of zusjes kent die al voor problemen zorgen en dus zal hun jongere broer of zus dat ook wel doen. In andere gevallen belanden de Marokkaans-Nederlandse leerlingen er omdat ‘al die Marokkanen toch altijd voor problemen zorgen’ of men ze nu kent of niet. Al voor het schooljaar begon had men dus alle potentiële Marokkaans-Nederlandse leerlingen al een label opgeplakt.

Toen men in de gaten kreeg dat ik van een jeugdhulpverleningsinstelling kwam, was de opmerking dat ze nog wel een stapeltje voor mij hadden aanleiding voor gegniffel. Toen mijn gesprekspartner mij kwam halen met de vraag ‘waar is de man van moskee An Nour?’ waren de betreffende grapjassen zeer verbaasd aan hun grote ogen te zien en men deed er meteen het zwijgen toe.

Later vroeg een docente aan mij die nog nooit van het project had gehoord:
En zitten jullie daar in de moskee dan ook gescheiden van de meisjes? Ja? Zo wordt dat natuurlijk niks met de integratie hier.

Ook deze docent had dus al een oordeel klaar zonder het project te kennen en zonder de inspanning die de moskeeorganisatie deed om de onderwijsprestaties van onder meer meisjes te verbeteren, op waarde te kunnen en willen schatten.

De school ging op dat moment gebukt onder een dreigende sluiting en later overname (gepresenteerd als fusie) door een andere school. Mijn inschatting is en was dat dat alle goede bedoelingen van de kant van de welwillende docenten en directieleden zo goed als teniet deed en de enkele racistische en gefrustreerde docent vrij spel gaf. Een groep die het al lang had opgegeven met die Marokkaans-Nederlandse leerlingen en dat ook overbracht.

De school was een brandpunt van mislukte onderwijsvernieuwing, druk tot schaalvergroting, een gefrusteerd (en soms discriminerend) lerarencorps, problematiek van Marokkaans-Nederlandse jongeren en daarmee gepaard gaande onmacht, waar geen goede wil (die er zeker was bij een groep docenten en directieleden) meer tegen opgewassen was.

Ook dat was het Delta College in Gouda.