Guest Authors:
Peter-Paul Verbeek
Appy Sluijs
Beatrice de Graaf

Topteams

In de komende maanden worden cruciale politieke besluiten genomen over de toekomst van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Nederland lijdt aan een zogeheten innovatieparadox: er wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan, maar dat creëert onvoldoende economische kansen. Er zijn daarom negen ‘topteams’ gevormd die binnen negen ‘topsectoren’ plannen ontwikkelen om wetenschappelijk onderzoek en innovatie beter op elkaar te laten aansluiten. Komende week presenteren deze teams hun plannen aan de bewindspersonen.

Innovatieparadox

Volgens het Nederlands Observatorium van Wetenschap en Technologie (NOWT) is één van de oorzaken van de innovatieparadox de achterblijvende samenwerking van Nederlandse innovatieve bedrijven met universiteiten en onderzoeksinstellingen. Het valt dan ook te prijzen dat de regering deze situatie wil verbeteren. Maar daarbij mag niet vergeten worden dat fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in veel gevallen de motor achter innovatie is.

Antropologisch onderzoek naar kannibalisme in Papoea Nieuw Guinea leidde bijvoorbeeld tot de ontdekking van de prionziektes (Nobelprijs 1976 en 1997), waartoe ook de gekkekoeienziekte behoort. Onderzoek naar atoomkernspinresonantie wordt tegenwoordig gebruikt in MRI’s. Taalkundig onderzoek leidde tot automatische spraakherkenners. Onderzoek naar magnetische lagen leverde nu onmisbare hardware voor computers op. Zulk onderzoek verbetert de kwaliteit van leven en onze materiële mogelijkheden. Stuk voor stuk laten deze voorbeelden zien dat innovaties doorgaans op onvoorspelbare manieren ontstaan uit fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. In de huidige plannen zou een aanzienlijk deel van de budgetten van de twee belangrijkste spelers in het fundamentele onderzoek in Nederland – de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) – moeten worden besteed binnen de negen aangewezen gebieden. Gegeven het belang van het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek is het cruciaal dat deze operatie met grote zorg wordt uitgevoerd.

Excellente output door wetenschap

Volgens het NOWT presteren wetenschappers in Nederland excellent op output in publicaties (2e in de wereld) en op impact van die publicaties (4e in de wereld). Dat is overigens vooral het gevolg van investeringen in het verleden. Ruimte om het budget verder af te romen is er niet: nu al besteedt de Nederlandse staat slechts 0.8% van het BNP aan wetenschap, flink minder dan andere westerse landen, en aanzienlijk lager dan het in de EU afgesproken streefcijfer. De geplande verschuiving van budgetten van fundamenteel naar toepassingsgericht onderzoek betekent dat we een kwalitatief zeer goed systeem (wetenschap) aantasten in een poging een minder goed werkend systeem (innovatie) te verbeteren. Dat kan geen goede ontwikkeling zijn voor een land dat wil opklimmen in de ranglijst van kenniseconomieën.

Wat is dan wel nodig voor structureel succesvolle innovatie?

De basis is het creëren en in stand houden van een vruchtbare voedingsbodem. Dat begint bij creativiteit, durf en een onderzoekende geest: eigenschappen die bij uitstek worden getraind door de uitdaging van fundamenteel toponderzoek. Ten tweede dient het beleid zich op de juiste tijdschaal te richten. Er zitten doorgaans tientallen jaren tussen een doorbraak in onderzoek en de maatschappelijke en/of economische impact daarvan. En dus moeten er structureel langetermijninvesteringen gedaan worden in fundamenteel onderzoek. Ten derde is er breedte nodig. Het is onvoorspelbaar uit welke velden belangrijke innovaties zullen komen, zoals duidelijk werd uit bovengenoemde voorbeelden. Die breedte strekt zich nadrukkelijk uit tot sociaalwetenschappelijk en geesteswetenschappelijk onderzoek. Innovatie betaalt zich niet alleen uit in direct economisch nut, maar ook in indirect kapitaal, zoals sociaal-maatschappelijke, juridische of culturele vooruitgang.

Creëren van vruchtbare koppelingen tussen wetenschap en bedrijfsleven

De oplossing voor de innovatieparadox ligt daarom niet in het eenzijdig overhevelen van middelen van fundamenteel naar toepassingsgericht onderzoek, maar in het creëren van vruchtbare koppelingen tussen wetenschap en bedrijfsleven. Dat kan op twee manieren. Allereerst zou een deel van de gelden voor de topsectoren geoormerkt moeten worden voor fundamenteel onderzoek, gekoppeld aan de domeinen van de topsectoren en onder auspiciën van NWO en KNAW. Zo blijft er een dynamische en vruchtbare poule van wetenschappelijk onderzoek bestaan, die misschien niet onmiddellijk ‘nuttig’ is, maar wel een onuitputtelijke bron voor innovatie blijft. Bovendien kunnen we alleen op die manier (buitenlands) talent werven en vasthouden.

Ten tweede is het van belang dat het bedrijfsleven zélf investeert in innovatie. De cijfers van het NOWT laten zien dat het bedrijfsleven slechts 1.0% van het BNP investeert in Research and Development (R&D). Volgens de Europese norm zou deze investering twee keer zo hoog moeten zijn – sterke economieën blijken nog veel meer te investeren om concurrerend te zijn. Er zijn overigens uitzonderingen: het Nederlandse hightech bedrijf ASML investeert bijvoorbeeld jaarlijks zo’n 500 miljoen euro in R&D en verdient hier goed aan. ASML valt binnen een Topsector, zoals veel andere bedrijven waarvan de R&D investeringen prima op peil zijn. Dit roept de vraag op of extra overheidsgelden in deze gevallen nodig zijn en tot meer innovatie zullen leiden. Misschien belemmeren zulke gelden juist private investeringen in R&D.

Creatief en innovatief onderzoekstalent, bottom up faciliteren

Creatief en innovatief onderzoekstalent kan het beste bottom up gefaciliteerd worden, en niet top down georganiseerd. Dat is te realiseren door een substantieel deel van de innovatiegelden te oormerken voor fundamenteel onderzoek in de topsectoren. Via open competitie moet dit budget worden geïnvesteerd in de beste mensen met de beste ideeën. Daarnaast moet de overheid bedrijven stimuleren om te investeren in R&D, daarbij nauwe samenwerking zoekend met universiteiten en kennisinstituten. Innovatie drijft op goede ideeën van talentvolle individuen in vruchtbare samenwerkingsverbanden. Laat dat talent niet verloren gaan. De Jonge Akademie staat klaar om mee te denken over verdere beleidsontwikkeling.

Namens De Jonge Akademie

De auteurs zijn lid van De Jonge Akademie en hebben dit stuk geschreven namens De Jonge Akademie, een zelfstandig onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. De Jonge Akademie is een dynamisch en innovatief platform van jonge topwetenschappers, werkzaam bij Nederlandse universiteiten en onderzoeksinstituten, die samen een breed spectrum van wetenschappelijke disciplines vertegenwoordigen en een visie uitdragen op wetenschap en wetenschapsbeleid.

Over Papoea Nieuw Guinea, kannibalisme en prion-ziektes zie:

[youtube:http://www.youtube.com/watch?v=nyJucxa75rQ]

Lees hier de review ‘Understanding Kuru’ The contribution of anthropology and medicine door Shirley Lindenbaum