Al surfend kwam ik enkele weken geleden twee posts tegen over een godloze vroomheid, ook wel politieke correctheid genaamd. Die gingen in op de deugden van politieke correctheid en tegen het idee dat politieke INcorrectheid iets goeds is ook al is dat laatste soms een stuk minder frustrerend.

Vrijheid van meningsuiting fetisjisme en politieke incorrectheid
In deze tijd die geregeerd wordt door het fetisjisme van de vrijheid van meningsuiting zijn er weinig zonden die groter zijn dan politiek correct zijn. Iedereen voelt wel aan wat daar ongeveer mee bedoeld wordt, namelijk het voorzichtig, terughoudend en niet-kwetsend benoemen van de sociale en politieke realiteiten. In het spraakgebruik wordt het echter vooral als beschuldiging gebruikt voor ‘links’ dat feiten zou willen verdoezelen (in plaats van benoemen) behalve als het in hun multiculti straatje, anti-wilders straatje past. Of voor ‘rechts’ dat graag zijn xenofobe en racistische agenda wil kunnen doorvoeren zonder lastig gevallen te worden met allerlei pijnlijke wetenswaardigheden over de splinter en de balk.

Politieke correctheid wordt gezien als een soort gedachtenpolitie waarbij mensen die recht voor hun raap de dingen ‘benoemen’ worden gedwongen om op hun tenen te lopen over een mijnenveld van gevoeligheden en die een vrije uitwisselingen van meningen verhinderd. Politiek incorrect zijn, is een deugd geworden; in die zin heeft Ramsey Nasr in zijn klaagzang over Nederland ongelijk als hij zegt dat normloosheid hoogtij viert (voor de rest heeft hij groot gelijk).

Taal is historisch, cultureel en politiek geladen
Maar die nadruk op politiek incorrectheid gaat voorbij aan de noodzakelijkheid en deugden van politiek correct gedrag en spraak. Woorden bestaan namelijk niet in een sociaal en historisch vacuüm, maar hebben een historische achtergrond en een politieke en culturele context. Zo maakte Bert Brussen van GS eens een punt over het feit dat ik ‘Marokkaans tuig’ aanduidde met ‘Marokkaans-Nederlandse jongens’. Ik doe dat omdat het veel preciezer (maar nog steeds gebrekkig) de achtergrond van deze jongeren aangeeft: men is geboren en getogen in Nederland en volgt onderwijs in Nederland. Tegelijkertijd spelen gevoelens van verbondenheid met Marokko, Marokkaanse migranten in Europa en hun nazaten ook een rol in hun leven. Het gaat in het gedoe over die jongeren niet over jongens én meisjes maar meestal over jongens. Dat is dus niet alleen nauwkeuriger het geeft ook een ontwikkeling aan in hoe we deze jongeren dienen te begrijpen. Hun achtergrond als nazaten van Marokkaanse migranten is belangrijk maar niet voldoende daarvoor. Taalgebruik dient een dergelijke ontwikkeling te verdisconteren als je mensen wil begrijpen.

Nog gevoeliger wordt het als we mensen met een zwarte huidskleur gaan aanduiden. De termen ‘neger’ ‘nikker’ ‘moor’ zijn min of meer afgedaan; zwart kan wel maar deelt de wereld nogal simpel in in een zwart-wit indeling. Kleurlingen heeft een nogal…Zuid-Afrikaanse apartheid connotatie. Hoe dan wel? Eigenlijk is er geen correcte manier van aanduiden simpelweg omdat de indelingen die wij maken niet natuurlijk zijn. Waarom zou je Marokkanen op één hoop gooien? Je kunt ook een onderscheid maken tussen Berbers en Arabieren. Waarom zou je ze allemaal moslims noemen? Een onderscheid naar ras is ook willekeurig aangezien een dergelijke indeling geen enkele objectieve basis heeft. In deze wildernis van betekenissen, labels en constructies heeft politiek correct taalgebruik een belangrijke functie. Het laat namelijk zien op welke terreinen ons begrip en onze wijze van categorisering kunstmatig is en tekortschiet, waar we graag willen dat de sociale werkelijkheid past in de simpele schema’s die we zelf hebben verzonnen in plaats van andersom. Door een reflectie op dat taalgebruik zorgen we ervoor dat we onze eigen vooronderstellingen kunnen onderzoeken en kunnen bekijken hoe onze eigen vooronderstellingen onze kijk op de sociale realiteit bepalen.

Mensen die anderen beschuldigen van politiek correct gedrag, zijn over het algemeen blanke, autochtone mannen (een enkele keer ook vrouwen). Vooral in die situaties waarin men zichzelf slachtoffer voelt. Net zoals de claim op tolerantie in dit land momenteel vaak voorkomt onder de blanke autochtone meerderheid (lees dus de eis dat de ander aan de norm van de blanke autochtone meerderheid moet voldoen) die zich daarmee als slachtoffer en minderheid positioneert (voor een veel betere uitleg zie James Kennedy) is ook de beschuldiging van politieke correctheid er meestal één door de meest bevoorrechte groep in dit land: goed opgeleide, blanke autochtone mannen. Die makkelijk de ‘malloten’ van de PVV kunnen afzeiken omdat zij nu eenmaal meer financiële en economische mogelijkheden hebben dan het deel van de beroepsbevolking van wie het bestaan gekenmerkt wordt door onzekerheid in tijden van globalisering, individualisering en economische crises (het precariaat).

Stellen dat mensen zich niet zo moeten aanstellen als het over discriminatie en racisme gaat, is makkelijk als je een blanke, autochtone man bent, maar wordt toch echt anders als je vrouw, migrant, joods, zwart of moslim bent. Degenen die hameren op politiek incorrect gedrag hebben makkelijk praten. Als je stelt dat vrijheid van meningsuiting absoluut is en politiek correct gedrag ongewenst is en politiek incorrect gedrag tot norm verklaart, dan leidt tot het zegevieren van het recht van de hardste en sterkste schreeuwerts en die bevinden zich toch echt in de klasse van de hoger opgeleide, blanke, autochtone man. Alle kritiek namelijk die de positie van die groep aantast, wordt namelijk snel weggedaan als politiek correct en dus worden de kritikasters monddood gemaakt; in bijzonder minderheden.

Politieke volgzaamheid
Het is verleidelijk om te denken als je simpel en taboedoorbrekend de dingen benoemt volgens simpele schema’s dat je dan grensoverschrijdend bezig bent. Het gevolg is namelijk dat mensen gekwetst kunnen zijn en willen dat je je woorden intrekt waardoor de indruk staat dat de waarheid niet gezegd mag worden. Politiek incorrect taalgebruik echter is slechts het slaafs volgen van sociale conventies en blind zijn voor de privileges en vooroordelen die onze eigen comfortable positie met zich meebrengen. Een pleidooi tegen politieke correctheid is vooral een pleidooi tegen het begrijpen van motivaties en handelingen van iemand die we als anders zien. Als blanke, als man en als autochtoon heb ik bepaalde voordelen die samenhangen met politieke en culturele ontwikkelingen door de tijd heen. Voordelen die een zwarte vrouw uit Somalië die net een jaar hier is niet heeft. Mijn habitus, taalgebruik en politieke posities hangen samen met die voordelen die er nog steeds zijn omdat ik nu eenmaal deel uitmaak van een categorie mensen die in dit land het voor het zeggen heeft: blanke, autochtone mannen. Tegen politiek correct zijn is niet anti-elitair, anti-links of anti-rechts, nee het is vooral een pleidooi om met de stroom mee te zwemmen en de conventies die we in borrelpraat terugvinden blind te volgen. Het is het simpelweg kopiëren van het heersende tij in de publieke opinie van de dominante groep, zonder die fundamenteel ter discussie te durven stellen. Wanneer we, bijvoorbeeld, de stelling dat het sinterklaas feest een erfenis is van racisme uit het verleden, wegzetten met het argument ‘politiek correct’ dan verliezen we het vermogen na te gaan hoe onze acties in het verleden gevolgen hebben voor onze plannen voor de toekomst.

Wellevendheid en terughoudendheid
Politieke correctheid is ook een vorm van wellevendheid in die zin dat je moeite doet om anderen niet te kwetsen. Nou is dat bijzonder lastig, want je weet niet precies van te voren of je anderen kwetst niet of niet. Maar dat gezegd hebbende is er niets mis mee als je op z’n minst probeert om daar rekening mee te houden. In de huidige situatie lijkt het erop alsof mensen juist willen kwetsen om te laten zien dat ze niet politiek correct zijn. Wat dat betreft lijken debatten in Nederland soms op een rap-battle; je probeert je kunsten te laten zien door anderen zoveel mogelijk te dissen, door de ander te onderwerpen via vernedering. Als joden gekwetst worden door anti-semitische cartoons dan plaatsen we ze. Als moslims zich gekwetst voelen door Mohammed cartoons dan plaatsen we ze en als één kanaal dat niet doet, dan doen wij dat juist wel. En als anderen ons kwetsen met dat soort dingen, hey dan doen wij er nog een schepje bovenop.

In feite doe je dat alleen als je de ander minderwaardig ziet. Immers, als je dat niet doet, ga je niet het debat in met termen als ‘rifapen’, ‘geitenneukers’, ‘teringwijven’, ‘kutmarokkanen’, enzovoorts. In feite is dergelijk spraakgebruik heel goed te zien als een vorm van geweld: namelijk het ontwaardigen van die menselijke relaties en verbeeldingen waar mensen grote (emotionele) waarde aan ontlenen en aan toekennen. Maar juist dat maakt het ook weer heel lastig om een wel een correcte term te vinden al zijn de hiergenoemde termen waarschijnlijk voor de meesten wel ongepast.

Politiek correct taalgebruik is een kwestie van historische, morele en conceptuele helderheid, consistentie en stiptheid als instrument tegen de onzorgvuldigheden en vanzelfsprekendheden die ons taalgebruik in het dagelijks leven kenmerken. Een pleidooi voor politieke incorrectheid is niets minder dan een pleidooi voor het niet nadenken. Politiek correct handelen vraagt om het stellen van hoge en pijnlijke eisen aan het eigen taalgebruik om te ontdekken of het consistent, ethisch verantwoord en een plausibele verbeelding van de sociale realiteit weergeeft en waar en wanneer het dat niet doet. Dat betekent wel dat je het nooit helemaal goed doet. Dat is waar politieke correctheid een frustrerende last wordt; zowel voor de degene die politiek correct wil zijn als voor het publiek dat aangesproken wordt op haar vooroordelen en blindheid voor geschiedenis. Politiek incorrectheid is dan ook voor luie mensen.