Ayaan Hirsi Ali: Haat, Ongelijkheid en Vrijheidfetisjisme

Ayaan Hirsi Ali is weer even in de Nederlandse pers.

Vrijheidsretoriek

Een tijdje terug schreef ze een stuk in Newsweek (The War on Christians) dat wat aandacht kreeg in Nederlandse media en nu is ze in Duitsland om de Axel Springer prijs te ontvangen ‘for her courage and commitment to freedom.‘ Het is opmerkelijk hoe makkelijk Hirsi Ali’s vrijheidsretoriek kritiekloos wordt aangenomen en in verband wordt gebracht met het verdedigen van Westerse vrijheden tegenover de islam. Zo stelde journalist Kustaw Bessems onlangs in zijn lezing voor 5 mei:
‘Voor een vrijheid die te ver gaat’ – China – VK

Wij zijn het land dat Ayaan Hirsi Ali uitkotste, omdat zij – zoals Laurens Jan Brinkhorst dat noemde – de vrouw was die een sigaret opstak in een munitiedepot.
Ik noem haar naam expres, omdat je die nooit meer hoort. Omdat ie irriteert. Geen credits voor het feit dat zij het taboe op geloofsdwang heeft doorbroken. Evenmin voor het feit dat zij ruimte maakte in het debat over de islam, waardoor andere moslims en ex-moslims, ook of juist zij die zich van haar distantiëren, daar in grotere vrijheid over kunnen spreken.
Ze is een van de vele lastige vlekjes die we hebben weggepoetst.

Hirsi Ali was één van degenen die pleiten voor een einde aan de pacificatie politiek ten opzichte van etnische minderheden, in het bijzonder islam en moslims. Zij pleitte voor een confrontatiepolitiek. En confrontatie doe je op twee manieren in haar optiek. Allereerst door te benoemen. Maar benoemen is natuurlijk geen neutraal proces. We noemen Marokkaans-Nederlandse jongeren bijvoorbeeld ‘Marokkanen’, maar zij zijn hier geboren en opgegroeid. We benoemen ze als Marokkaan en stellen vervolgens dat ze er niet bijhoren, dat ze moeten integreren. Maar we hebben ze net buiten de morele gemeenschap gezet door ze aan te duiden als Marokkaan. De kracht van dergelijke etiketten komt voort uit de macht om over de ander een waardeoordeel te creëren en daardoor een identiteit op te leggen. Vervolgens wordt er beleid op gemaakt. Met andere woorden vervolgens wordt er macht uitgeoefend over de persoon achter dat label. Hirsi Ali doet hetzelfde met moslims en deinsde er niet voor terug om haar boodschap zodanig te verpakken dat het moslims beledigde. Hoe zich dat verhoudt tot haar visie op benoemen, integratie en assimilatie werd misschien wel het duidelijkst toen haar om een reactie werd gevraagd naar aanleiding van de rustige reactie van moslims op het verschijnen van Fitna, de film van Geert Wilders:
Fitna is een blamage voor kabinet – Archief – VK

Het kabinet mag de 6 procent van de moslims, die als gevaarlijk wordt aangemerkt, niet bij voorbaat verwarren met die andere 94 procent. Het moet moslims de woorden voorleggen, die staatssecretaris Ahmed Aboutaleb, een moslim, sprak bij Pauw & Witteman: ‘Moslims moeten nadenken over de angst die heerst voor hun geloof. De meerderheid zwijgt en dat is niet goed. Wij hebben voor Nederland gekozen, juist vanwege de vrijheid hier. Dit moet uitgesprokenworden. Ik mis de stem die afstand neemt van het extremisme.’ Dit is de passende reactie op de kernvraag van Fitna.

De officiële verklaring van het kabinet, dat de film geen enkele bijdrage levert aan het debat, is dus ronduit onjuist. Fitna heeft zijn waarde al bewezen. En het blijft niet bij de wijze woorden van Aboutaleb alleen; andere islamitische groepen in Nederland zijn al bezig een tegenfilmte maken. Een tegenfilm, geen bloedvergieten! Woorden met woorden, beelden met beelden. Provocatie werkt dus. Zes jaar geleden vond Aboutaleb kritische vragen over de islam ‘pis – sen in het eigen nest’. En nu spreekt hij de enige juiste woorden. Zonder provocerende vragen te stellen, hadden we dit nooit bereikt.

Met andere woorden moslims moet door middel van verbaal geweld geleerd worden hoe zij zich moeten gedragen. Het is een poging tot onderwerping door middel van vernedering, netjes verpakt in vrijheidsretoriek en met een strikje verlichting eromheen. Gewoonlijk heeft ze in haar stukken niet heel veel behoefte om een en ander te onderbouwen en strooit ze vrij willekeurig met verschrikkelijke anecdotes uit haar eigen leven of incidenten van elders. Het is een beetje het niveau van Bart Schut die op basis van persoonlijke anecdotes weet te melden dat racisme in Marokko een groot probleem is en dat dat dus ook geldt voor Marokkaanse Nederlanders hier (of in een mildere vorm de kritiek van Said el Hajji op Schut).

Islamofobie

De retoriek van Hirsi Ali kent drie islamofobische elementen die de laatste jaren gemeengoed zijn geworden (ten dele ook bij ‘links’):
1) Culturalisme: Problemen met migranten worden benoemd op basis van cultuur. Migranten hebben een andere cultuur die anders is dan die van ‘ons’ en daarom per definitie conflicten veroorzaakt. Als er dan problemen zijn, dan hebben die te maken met cultuur. Een cirkelredenering waar je u tegen zegt en waarbij ervan uit gegaan wordt mensen dragers zijn van bepaalde culturele elementen en dat datgene wat men doet per definitie veroorzaakt wordt door die cultuur. Je zou dit een geculturaliseerde versie van racisme kunnen noemen. Cultuur heeft daarbij altijd betrekking op die Ander en is vrijwel altijd negatief en/of exotiserend en leidt tot conflicten. Dit zien we ook terug in het interview van vandaag van Eva Jinek met Ayaan Hirsi Ali en waarin ze zegt dat alle dialogen met islam onmogelijk zijn als de leiders de islam niet veranderen. In het geval van moslims en Arabieren spelen specifiek beelden over het Midden-Oosten een rol (‘orientalisme’ ja daar is het weer, en ja ‘occidentalisme‘ bestaat ook). In orientalisme is de ‘oosterse vrouw’ vaak onderdrukt, onmondig enzovoorts. De man heeft ook maar één optie: namelijk het onderdrukken van de vrouw.
2) Een populaire mythe in de Nederlandse samenleving is dat ‘we’ ons in de jaren 60 los hebben gemaakt van de kerk en dat we een tolerante en seculiere morele gemeenschap zijn gebaseerd op seculiere en seksuele vrijheden. Dat is niet alleen een mythe in de zin dat het niet (helemaal) klopt, maar ook in de zin dat het een belangrijke norm is die door linkse elite tot nationaal zelfbeeld is verheven en door mensen als Hirsi Ali en Wilders verder is verheven tot manier om mensen proberen uit te sluiten of tot assimilatie te dwingen. Dat er wel degelijk mensen zijn die dat secularistische project niet onderschrijven wordt vergeten. Zo stelt Hirsi Ali recentelijk het volgende:
Hirsi Ali: Breivik is product van politieke correctheid – Joop.nl

Ik denk dat landen die het wel hebben aangekaart, zoals Denemarken, dat de integratie daar beter gaat dan elders. Ik denk dat ook Nederland door Geert Wilders, door Pim Fortuyn en daarvoor mijn bijdrage, de bijdrage van mensen zoals Frits Bolkestein, het steeds maar het onderwerp uit de doofpot halen, dat heeft er toe geleid dat er geen geweld is tegen de islamitische minderheid.

V: Geen geweld tegen de islamitische minderheid?
A: Ja, dat is niet het geval.

Dat is natuurlijk onzin. Er is aantoonbaar wel geweld tegen moslims in Nederland en Denemarken zoals aangetoond in rapporten van het EUMC en anderen. Het verheffen van dit ideaalbeeld tot norm leidt ertoe dat onder meer orthodoxe religieuzen buiten spel worden gezet en de eigen samenleving schoon gewassen. In het geval van SGP-ers wordt geprobeerd hen aan te pakken door middel van het recht of men wordt geridiculiseerd of gedemoniseerd door hen te vergelijken met de taliban. In het geval van moslims komt daar een extra sausje bij door het culturalisme. Daardoor zijn moslims namelijk per definitie outsiders, mensen van buiten. Moslims hebben weliswaar gelijke rechten, dus formeel burgerschap, maar men behoort niet bij de morele gemeenschap want islam kent geen scheiding kerk-staat, geen gelijkheid mannen en vrouwen en (omdat moslims nu eenmaal volgens de culturalistische logica) gedreven worden door hun cultuur is er per definitie een probleem met die moslims.
3) Bovenstaande twee elementen kunnen we al in de jaren negentig terugvinden, maar hebben een scherper randje gekregen door 9/11, London bombings, moord op Theo van Gogh, enzovoorts. Islam is namelijk een veiligheidsvraagstuk geworden. Dat richt zich niet alleen niet op een dreiging van geweld, maar ook op het beschermen van waarden, normen, sociale cohesie en dergelijke. Het is deze securitisering die doorslag geeft in debatten over moslims en de maatregelen die tegen hen moeten worden genomen ten einde onze ‘way of life’ te beschermen.

Alles in Hirsi Ali’s verhaal staat ten dienste van die drie elementen. In haar recente artikel in Newsweek over Christofobie onder moslims is het doden van Kopten door Egyptische veiligheidsdiensten en het leger een aanval van moslims op christenen, mensen die Irak ontvluchten na de invasie door de VS worden christenen die vluchten voor moslims(zie Alessandrini op Jadaliyya). Iedere individuele moslim wordt in haar verhaal betrokken bij de ‘slechte’ daden van een andere moslim. Inderdaad heeft zij hiermee ruimte gemaakt in het debat zoals Bessems stelt, maar waarschijnlijk niet de ruimte die noodzakelijk was. Zij heeft ruimte gemaakt voor de radicalen, zowel onder moslims als onder anti-islam politici en opinieleiders. Waar bijvoorbeeld in de jaren’80 en ’90 al debatten werden gevoerd in sommige moskeeen over huiselijk geweld (één van de thema’s destijds van Hirsi Ali) werd dit juist na 2001 moeilijker omdat huiselijk geweld debat in politiek en media niet meer ging over huiselijk geweld maar over wij die ‘zij’ confronteerden met hun huiselijk geweld probleem. De film Submission I met haar directe link tussen de Koran en geweld en vol met orientalistische beelden (jaja) was daarvan het hoogtepunt. Dat was niet waar het probleem van huiselijk geweld behoefte aan had, maar dat maakte Hirsi Ali ook niet zoveel uit anders had zij destijds immers niet ingestemd met bezuinigingen op blijf-van-mijn-lijf-huizen.

De oorlog tegen islam

De tweede manier waarop de confrontatie met islam en moslims moet worden aangegaan is met geweld:
‘The Trouble Is the West’ – Reason.com

Do you think Islam could bring about similar social and political changes?

Hirsi Ali: Only if Islam is defeated. Because right now, the political side of Islam, the power-hungry expansionist side of Islam, has become superior to the Sufis and the Ismailis and the peace-seeking Muslims.

Reason: Don’t you mean defeating radical Islam?

Hirsi Ali: No. Islam, period. Once it’s defeated, it can mutate into something peaceful. It’s very difficult to even talk about peace now. They’re not interested in peace.

Reason: We have to crush the world’s 1.5 billion Muslims under our boot? In concrete terms, what does that mean, “defeat Islam”?

Hirsi Ali: I think that we are at war with Islam. And there’s no middle ground in wars. Islam can be defeated in many ways. For starters, you stop the spread of the ideology itself; at present, there are native Westerners converting to Islam, and they’re the most fanatical sometimes. There is infiltration of Islam in the schools and universities of the West. You stop that. You stop the symbol burning and the effigy burning, and you look them in the eye and flex your muscles and you say, “This is a warning. We won’t accept this anymore.” There comes a moment when you crush your enemy.

Reason: Militarily?

Hirsi Ali: In all forms, and if you don’t do that, then you have to live with the consequence of being crushed.

Dat is niets meer of minder dan een pleidooi voor het gebruik van geweld. Als Hirsi Ali een islamcriticus is, dan is Haitham al Haddad een criticus van de Nederlandse cultuur.

Vrijheidfetisjisme

In tegenstelling tot Al Haddad echter voert Hirsi Ali haar strijd onder de noemer vrijheid, redelijkheid en bespreekbaar maken. Dit is echter niet meer dan vrijheidsfetisjisme. Daarmee bedoel ik haar uitgangspunt dat absolute vrijheid van meningsuiting noodzakelijk is voor een open debat en dat met een absolute vrijheid van meningsuiting dat debat vanzelf komt. Overgoten met een moralistisch (we moeten voor de goeden zijn en dat zijn per definitie de mensen die dromen van vrijheid volgens hun eigen zeggen) en anti-intellectualistisch (want wetenschappers en zo zijn altijd voor nuance, stabiliteit en grijstinten en dat is verkeerd) wordt de vrijheid van meningsuiten een heilig goed met magische krachten die leidt tot meer vrijheid en democratie. Daarmee worden machtsverschillen genegeerd. Vrijheid van meningsuiting is alleen zinnig in een bepaalde politieke context. Daarom is ook de positie van chinese activisten (die Bessems noemt) niet helemaal vergelijkbaar met die van Hirsi Ali. Niet helemaal.

Want, in tegenstelling tot wat Bessems stelt, natuurlijk is Hirsi Ali niet  weggepoetst omdat ze irritant was (ook al zal dat zeker meegespeeld hebben). Nee wat er gebeurd is, is dat haar Nederlandse identiteit is afgenomen. En dat kon gebeuren omdat ze 10 jaar nadat ze in Nederland was, nog steeds gold als buitenstaander (want allochtoon). Het zou mij of Bessems nooit overkomen zijn, simpelweg omdat onze Nederlandse nationaliteit niet afgenomen kan worden. Deze vorm van structurele ongelijkheid ziet Bessems over het hoofd en Hirsi Ali overigens ook. Vrijheid van meningsuiting moet ingebed worden en gerelateerd worden aan andere rechten. Door die andere rechten (vrijheid van godsdienst, non-discriminatie, enz.) wordt de vrijheid van meningsuiting ook begrensd.

Hirsi Ali, en  ook Bessems en anderen, gebruiken vrijheid echter als een fetisj. Als er maar vrijheid van meningsuiting is dat komt het paradijs vanzelf: een open debat waar iedereen op gelijke voet meedoet en waar iedereen gehoord kan worden. Hirsi Ali gaat nog een stap verder. Doordat vrijheid in haar verhaal een ideologisch instrument is in haar islamofobische politiek, staat het niet alleen los van de context maar ook (of daardoor) wordt het gebruikt om politiek te bedrijven over de rug van groepen mensen heen. En dat is risicovol. De beperkingen op de vrijheid van meningsuiting zijn ingevoerd na de Tweede Wereldoorlog omdat men zich realiseerde propaganda die haatzaait en mensen geweld aan doet kan leiden tot daadwerkelijk geweld; vooral gericht tegen minderheden. Dat is een godwin zult u zeggen, maar daarmee niet onjuist. Uit tal van studies naar onder meer Rwanda, India, voormalig Joegoslavië, Sri Lanka blijkt dat propaganda die mensen onteert, ontmenselijkt, vernedert inderdaad vooraf gaat aan daadwerkelijk geweld. Een absolute vrijheid van meningsuiting betekent dat vooral die groepen in de samenleving die op tal van terreinen een zwakke positie innemen vogelvrij zijn voor verbaal geweld. Milde restricties van de vrijheid van meningsuiting zijn dan ook nog niet slecht. Immers, als je een dergelijke (indirecte) relatie tussen taal en actie ontkent, waarom zou je dan bedreigingen en oproepen tot geweld verbieden?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website