Moderne inboorlingententoonstellingen: lering, vermaak ende racisme

Het tentoonstellen (ja echt tentoonstellen) van zogenaamde inboorlingen was rond 1900 enorm populair in Europa. Dit gebeurde onder meer op de zogenaamde Wereldtentoonstellingen waar ieder land zijn kunst en bezittingen en kunde kon etaleren. Ook in Nederland kwam het tentoonstellen van ‘inboorlingen’  voor. En nee, daar werden niet de autochtone inwoners van het hedendaagse Nederland mee bedoeld, maar de autochtone inwoners van de koloniën. Kijk bijvoorbeeld de volgende reportage van Geschiedenis24: Amadou Seck: Het negerjongetje van de Nenijto

Vaak was er niet alleen sprake van een vertoon van inferioriteit van zwarte mensen, maar werden ook zogenaamde positieve gevolgen van bijvoorbeeld Afro-Amerikanen op de Amerikaanse maatschappij belicht; beide vanuit racistisch perspectief. Eén van de laatste grootste tentoonstellingen in Nederland werd in 1928 in Rotterdam georganiseerd tegelijkertijd met de Olympische Spelen in Amsterdam.

Eén van de beroemdste figuren in deze is Saartje Baarman ook wel bekend als de ‘hottentot-venus’. Lees HIER haar verhaal (en let ook op de rol van de wetenschap, waar ik toch behoorlijk plaatsvervangende schaamte van krijg).

Termen

De term ‘neger’ die daarbij werd gehanteerd, werd voor het eerst in de 17e eeuw gebruikt als benaming voor de ‘lading’ van een slavenschip en had tot 1863 de betekenis van ‘zwarte slaaf’. De term wordt, schat ik in, tegenwoordig door de meeste blanke Nederlanders niet meer verbonden met racisme en slavernij hetgeen vooral wijst op een racistische amnesie. Het zijn immers niet de zwarte burgers die de collectieve herinneringen en definities bepalen. Het stereotype kunnen we hedentendage makkelijk terugvinden als ‘zwarte piet’: donker kroeshaar, rode dikke lippen en brede mond. Daarnaast hebben stereotype afbeeldingen vaak platte en brede neuzen en donkere kleine ogen. Overigens lijkt het me onwaarschijnlijk dat mensen geen enkele connotatie bij de term hebben.

Afrikadorpen
Het laatste ‘negerdorp’ was te zien tijdens de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel waar mensen uit de Belgische kolonie Congo tentoon werden gesteld. Dat moet een, op z’n zachtst gezegd, vreemde gewaarwording zijn geweest voor de Congolese inwonders van België… Een variant op deze tentoonstellingen zijn zogenaamde ‘afrika-dorpen’ zoals die in het verleden in het Afrikamuseum in Berg en Dal. Maar ook recenter kunnen we deze terugvinden bijvoorbeeld in 2005 in het Duitse Halle, en in 2010 in Houston. Ook dichterbij komt dit voor. Ouwehands Dierenpark in Rhenen heeft Umkhosi (‘Afrikaans dorp met Afrikaanse dieren‘) en het Limburgse Brunssum kende een eigen Afrikadorp in 2008: Meet Afrika and Embrace it in Brunssum.

Mediatentoonstelling
De laatste variant zijn zogenaamde realityshows. Denk aan programma’s zoals Holy Shit, Groeten uit en Tribe. Natuurlijk is hier niets ‘reality’ aan; het is ‘staged reality‘ waarbij terug gegrepen wordt op aloude stereotypen die verder worden uitgespeeld en uitvergroot voor de camera. Het toppunt, en zonder claim naar de realiteit, zijn programma’s als Ushi en Dushi waarin allerlei stereotypes over Japanners worden uitgespeeld. In alle gevallen gaat het om het versterken, presenteren en produceren van Westerse mythes over de Ander (waar dan ook vandaan). We zien dit ook terug in tentoonstellingen over Midden-Oosten die tegenwoordig, heel modern, interactief zijn. Bekijk bijvoorbeeld de volgende afbeeldingen gemaakt in het Haagse Museon over de Arabische wereld:

Foto: Zihni Özdil

Hier de stereotypen ‘woestijn’, ‘moskee’ met wat Arabisch en geometrische figuren. De volgende foto van het interactieve ‘Arab Cloud’:

Foto: Zihni Özdil

Opnieuw ‘woestijn’ ‘islam’ ‘moskee’ ‘olie’ ‘burqa’ ‘waterpijp’ ‘djellaba’ enzovoorts. En let ook even op de achtergrondafbeelding. In dit geval gaat het vooral om orientalisme waarbij mensen uit het Midden-Oosten vaak worden weergegeven als gepassioneerder, gewelddadiger en barbaars en als mensen die door hun cultuur bepaald worden. Het ‘barbaarse’ karakter van de ander (uit Afrika of het Midden-Oosten) is vaak gebruikt als legitimering voor kolonisering en slavernij die dan ook vooral beschavingsprojecten zouden zijn (iets wat we nu nog wel zien wanneer gewezen wordt op de ‘positieve’ effecten van kolonialisme). De ‘andere landen’ zouden dan ook minder ontwikkeld zijn, passief en daarom van nature aangewezen op een ondergeschike rol.

Lering ende vermaak
Of het nu de Wereldtentoonstellingen zijn of de Afrikadorpen of de hedendaagse tentoonstelling in het Museon, altijd was er de combinatie van educatie en vermaak. Die wereldtentoonstellingen zijn voor ons nu vanzelfsprekend racistisch (hoop ik althans), dat laatste is het wellicht niet. Maar het is wel racisme (of in het geval van Museon, orientalisme). Racisme is een structureel fenomeen dat ingebed is in de samenleving en waarop sommige samenlevingen zijn ontstaan. Het interactieve model van Museon of ‘Groeten uit’ is (of lijkt) wellicht ontdaan van de directe repressie die vroeger gepaard ging met racisme, maar inmiddels zijn we zaken als ‘zwarte piet’, ‘Groeten uit…’ als ‘gewoon’gaan beschouwen. Niet als racistisch, maar als onderdeel van de eigen cultuur en/of ‘onschuldig’ vermaak. De scherpe randjes zijn als het ware onzichtbaar gemaakt, maar berusten uiteindelijk op dezelfde beelden van de Ander die voorheen vaak leiden tot discriminatie, barrieres voor sociale stijging, vervolging en onderdrukking.

Ze leiden ook tot legitimering van al die zaken. En zijn soms nauw verbonden met collectieve herinneringen van groepen die ermee te maken hadden; slachtoffers niet de daders. Waar de Belgen trots hun ‘Congolezen’ lieten zien in Brussel hadden ze er 15 miljoen (!) gedood in Congo. Om maar eens wat te noemen. Degenen die tentoongesteld werden, waren overlevenden van de slachtpartijen (ik vraag me af of in dit geval de term genocide op zijn plaats is). De eerder genoemde Saartje Baartman werd tentoongesteld in een kooi door een dierentrainer en zelfs nu zijn de Fransen niet bereid haar lichaam naar Zuid-Afrika over te brengen; haar hersenen en geslachtsdelen worden bewaard in het Musée de l’Homme in Parijs.

Alleen mensen die niet als blank werden beschouwd (bijvoorbeeld ook Filipino’s) werden tentoongesteld en vaak op systematische wijze. Alleen degene die als de Ander werd beschouwd werd geherdefinieerd als object, handelswaar of dier. Westerse kunst werd tentoongesteld in kunstmusea; die van Afrikanen in Musea voor Volkenkunde. Daarbij ging het bijna altijd om mensen een ‘kijkje te gunnen’ bij andere ‘culturen’ of ‘volkeren’. En dan vaak op stereotype wijze. Alsof er een tentoonstelling werd ingericht met Nederlanders op klompen, met tulpen, wiet en ergens en kamertje voor euthanasie; met de claim dit is het Nederlandse volk. Want, bijvoorbeeld in het geval van het Museon, waar is de literatuur uit het Midden-Oosten? Waar zijn de christenen en de joden? Waar zijn de metropolen, waar is de Egyptische film? In het geval van Afrika waar zijn eveneens de steden, de zakencentra, de winkels, kunst en cultuur, de wetenschappen? In plaats daarvan is het enige wat we te zien krijgen de rokjes, ontblote lichamen, woestijn, islam, geweld en de grappige domme zwarte man en vrouw die ons westerlingen toch nooit begrijpt (en wij hen niet). Met andere woorden het enige wat we te zien krijgen is datgene wat past in onze stereotypes van culturele artefacten, primitiveit en barbarisme. Waar in het verleden bij de Afrikanen vooral ‘Pygmeeen’ (alsof dat één groep is) tentoon werden gesteld, gaat het nu in verbeeldingen van het Midden-Oosten vooral over de wilde moslimman.

Of het dan ook tegenwoordig een Amerikaanse Republikeinse activist is die zei dat een uit de dierentuin ontsnapte gorilla een voorvader was van Michelle Obama of een Bert Brussen van DeJaap die Marokkaans-Nederlandse jongeren rifapen noemt; het is racisme. Het is racisme omdat het beelden, termen en ideeën zijn die voortkomen uit een racistische traditie die is ingebed in de samenleving die daarmee een onzichtbare (voor veel blanken althans) racistische structuur kent. Dergelijke ideeën, beelden en termen staan niet op zichzelf en komen niet uit de lucht vallen en zijn nauw verbonden met machtsverhoudingen in een samenleving. Het is niet de zwarte vrouw of moslimvrouw die uiteindelijk en doorslagevend bepaalt wat racistisch of orientalistisch is; dat zijn over het algemeen blanke mannen omdat dat de groep is die het hier voor het zeggen heeft. Waar racistisch radicaal-rechts vaak onbehouwen en weinig bereflecteerd is en daarom afgewezen wordt (zo gaan we hier niet met elkaar om) is dat van de midden- en hogere klasse vaak meer verleidend. Men probeert het in zo in te kleden dat het logisch lijkt (nee ik bedoel niet alle moslims en Marokkaanse-Nederlanders, Surinaamse en Antilliaanse en Afrikaanse Nederlanders, maar alleen die criminelen, die intoleranten, enzovoorts). En misschien bedoelt men dat wel echt, maar feit blijft dat de ideeën en termen thuishoren in dezelfde racistische structuur al zijn ze wat verleiderlijker gemaakt net als de hedendaagse televisie en interactieve tentoonstellingen.

Ook het idee van een beschavingsoffensief kunnen we tegenwoordig nog steeds vinden. Die wilde vreemdeling in ons midden moet onschadelijk gemaakt worden. En we moeten Marokko gaan vertellen dat abortus echt een recht is (ongeacht wat de vrouwenorganisaties in dat land die al jaren met dat onderwerp bezig zijn willen). Of we moeten Irak binnenvallen want we moeten de Irakezen bevrijden van onderdrukking en hen democratie schenken ook al kost dat weet ik hoeveel doden. En net als in Nederlands-Indië ging het ook daar om vrede en veligheid.Het leidt ook, minder dramatisch maar op z’n minst vervelend, tot de politie die aan ethnic profiling doet, zoals keer op keer op keer op keer vastgesteld wordt. En ook de rechtspraak gaat niet vrijuit (zie ook toelichting HIER).

Blank privilege

Het onvermogen van met name blanke Nederlanders om bovenstaande uitsluitingsvormen te herkennen als racisme of voortkomend uit racistische structuren of de pogingen om het racisme te ontkennen zijn uitingen van blanke privileges.  Racistische incidenten die wel erkend worden (zoals recent in het voetbal) worden gezien als incidenten en niet als gevolg van een maatschappij die een racistische structuur heeft. Als daar al opgewezen wordt, dan wordt gesteld ja maar dat is (bijvoorbeeld) het voetbal of dat zijn nu eenmaal de voetbalsupporters.

Natuurlijk hebben ‘wij’ blanken geen last van zwarte piet als racisme; ‘wij’ zijn niet degenen wiens voorouders slaaf gemaakt zijn en gekoloniseerd zijn en degenen die nu in de Nederlandse samenleving een minderheidspositie in nemen. Stelt u zich voor dat we ieder jaar een feestdag invoeren waarbij iemand verkleed als Duitse soldaat zijn intrede doet op een paard met daarbij een groepje mensen verkleed als archetypische jood met tatoeage en al. Ik denk dat velen dan wél snappen waarom men dat als anti-semitisch, kwetsend, enzovoorts zien. Dat we het nu niet zien in het geval van bovengenoemde fenomenen is een gevolg van onze luxe positie als blanke meerderheid. Vandaar waarschijnlijk ook dat de woordvoerder van Alexander Pechtold (D66) kan beweren dat het onderwerp werkeloosheid onder allochtone jongeren niet interessant genoeg om naar de studio van De Halve Maan te komen. Eerder kon Pechtold wel meewerken aan een plan om de overlast van Marokkaans-Nederlandse jongeren terug te dringen. Want ja met overlast wordt de blanke voorkeurspositie wel onder druk gezet natuurlijk. Het is ook een gevolg van ons onderwijs waarin amper wordt ingegaan op de kwestie slavernij vanuit het oogpunt van de slaven en hun nakomelingen en waarin belangrijke episodes worden weggelaten. Immers, wat zegt de naam Tula? Of Trinta di Mei? (hint voor de laatste, één van de zeldzame keren dat het Nederlandse leger is ingezet tegen haar eigen bevolking).

Het blanke privilege draagt waarschijnlijk ook bij aan de dubbele moraal die we zo vaak zien. We kunnen wel massaal wijzen op het seksisme onder allochtone inwoners, maar hebben geen enkele moeite met ‘bikinibabes‘ in kranten of het afbeelden van naakte minderjarige meisjes op sites als Geenstijl. En als er gewezen wordt op racisme wordt het belachelijk gemaakt of er wordt gesteld dat het politiek correctgedrag is dat verhindert dat we problemen aan de kaak stellen of omdat het fenomeen ‘veel gelaagder‘ is dan racisme. Maar serieus mensen, als u geen problemen kunt benoemen zonder te vervallen in racistisch taalgebruik dan moet u toch echt uw eigen taalvaardigheden eens opschroeven.

De hier genoemde fenomenen zijn geen losstaande incidenten, maar komen voort uit en zijn onderdeel van een specifieke structuur en dat al tijden. Of we een en ander nu zien als lering ende vermaak of de beschuldiging van racisme als politieke correctheid, er is geen ontkomen aan. Racisme is een structureel fenomeen.

Met dank aan Zihni Özdil voor de foto’s. Bezoek zijn site: HIER.

One thought on “Moderne inboorlingententoonstellingen: lering, vermaak ende racisme

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website