Guest Author: Amer Morgahi

De verkiezingsuitslag van afgelopen weekend gaf een dominante meerderheid aan de centrumrechtse partij van Sharif; de verkiezingen zijn een enorme nederlaag voor de regerende coalitie onder leiding van de Volkspartij van Zardari, weduwnaar van de vermoorde Bhutto. Economisch wanbeleid, gebrek aan veiligheid, werkloosheid en corruptie onder Zadari leidden tot impopulariteit van de partij. De hype rondom de politieke mars van Imran Khan bleef vooral een media aangelegenheid.

De verkiezingen betekenen een stap richting het versterken van de democratie in het land. Het is de eerste keer dat de macht overgaat van de ene democratisch gekozen regering naar de andere zonder een inmenging van het machtige instituut van het leger. De opkomst, meer dan 60%, heeft bevestigd dat een overweldigend aantal kiezers de dreigementen van de Taliban heeft genegeerd, ondanks het feit dat meer dan honderd mensen omkwamen in de week voor de verkiezingen.

Concurrerende utopieën
De hoge opkomst is vooral te danken aan een grote mobilisatie onder jongeren en vrouwen. Imran Khan, een bevlogen, extravagante en charismatische leider die eerder aanvoerder was van het nationale cricketteam, slaagde erin om jongeren van welgestelde families, studenten, en de opkomende middenklasse in met name de rijke delen van steden te mobiliseren. Wat ook wel de ‘burger generatie’ wordt genoemd, werd gemobiliseerd tegen de corruptie en het machtmisbruik door gevestigde politieke partijen en voor een ‘change’. Khan beloofde economische rechtvaardigheid en welvaart zoals in de Scandinavische landen. Het ‘Scandinavische model’ is volgens Khan immers afgeleid van ‘Umar ka qanoon’ ofwel het Systeem van Umar – een verwijzing naar de tijd van de tweede Kalief van de Islam die bekendstaat om rechtvaardigheid en welvaart.

Khan wilde ook een onafhankelijk buitenlandse politieke bedrijven en Pakistan weghalen uit het pro-Amerikaanse buitenlandbeleid van de huidige regering. Wat dat betreft zag hij de drone-aanvallen op de tribale gebieden als schendingen van de Pakistaanse soevereiniteit. Deze retoriek werd beloond en leverde hem een meerderheid van stemmen op in een provincie langs de grens met Afghanistan die vooral getroffen is door de oorlog. Zijn aanhang is religieus gezien conservatief en veelal actief op de sociale media. Echter, gezien hun afkomst kunnen wij het effect van hun ‘change’ niet vergelijken met de jongeren uit de Arabische lente. Gezien het uitslag van de verkiezingen bleef het vooral bij een mediahype.

Het charisma en de utopie van Khan konden de traditionele delen van stad en platteland niet naar zijn kant bewegen. Daar slaagde zijn rivaal, Sharif, wel in. Vooral bekend als een kalm, ervaren en soms zelfs saai persoon, wordt de staalmagnaat voor de derde keer premier van Pakistan. In zijn voorgaande perioden bouwde hij grote projecten zoals snelwegen, en nu belooft hij een sneltrein in grote steden waar mensen nog steeds leiden onder periodieke stroomuitval. Zijn aanhang bevindt zich vooral onder de traditionele middenklasse, zoals winkeliers en handelaars, en onder de kleine en middenstand in grote en kleine steden in de provincie Punjab. Hij streeft naar economische liberalisering en een pro-industrie beleid om zo van Pakistan alsnog een ‘Aziatische tijger’ te maken. Wat dat betreft wil hij de banden met India verbeteren om investering uit dat land te realiseren. Maar dat is niet makkelijk, zoals eerder bleek in 1999 toen zijn wens werd getorpedeerd door het machtige leger en zijn regering naar huis werd gestuurd.

Veiligheid een harde noot
Het economische beleid staat niet los van de veiligheidssituatie in Pakistan. Het land wordt geteisterd door geweld van de Taliban en andere aan Al-Qaeda gelieerde extremistische groeperingen. Anders dan de vorige regering wil Sharif ‘serieuze’ onderhandelen met de Pakistaanse Taliban ten behoeve van vrede in het land. Soms wordt hij door het liberale circuit in Pakistan beticht van warme banden met enkele extreme groeperingen in Pakistan. Maar gezien het politieke mandaat dat hij heeft gekregen, moet hij wel in staat zijn de extremisten onder de duim te houden als hij veiligheidssituatie in het land wil verbeteren. Anders dan de vorige regering wil hij een onafhankelijk buitenlandbeleid met beperkte Amerikaanse inmenging. Wat dat betreft wil hij het beleid van Pakistaanse deelname aan het Amerikaanse anti-terreurbeleid en de luchtaanvallen met onbemande vliegtuigen, zogenaamde drones, herzien.

In dit opzicht komt Sharif opnieuw tegenover het leger te staan. Traditioneel heeft het Pakistaanse leger een sleutelrol in het bepalen van binnenlands en buitenlands beleid. Kan hij het leger overtuigen een andere koers te varen jegens de Taliban? Volgend jaar gaan de Westerse troepen weg uit Afghanistan. Hoewel Sharif heeft beloofd dat hij zal meewerken aan deze terugtrekking, blijft het echter de vraag in hoeverre hij de Taliban kan overtuigen mee te werken aan het vredesproces in Afghanistan. Cruciaal wat dat betreft is de opstelling van het Pakistaanse leger: zal zij zich vinden in een vredesoplossing met de Taliban in zowel Pakistan als Afghanistan? Alleen een adequate oplossing van de Talibankwestie kan de veiligheidssituatie in Pakistan verbeteren. En dat is tevens een voorwaarde voor de economische ontwikkeling waarnaar Sharif streeft.

Amer Morgahi is antropoloog en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.