Er doet zich een fenomeen voor, waar ik moeilijk de vinger op kan leggen en dat betreft kleine etnische of religieuze organisaties en/of organisaties die zich op specifieke problemen binnen specifieke niet-autochtone etnische groepen richten. Daarmee bedoel ik niet de officieel erkende gesprekspartners van de overheid zoals CMO, of raden van etnische groep die en die. Nee, organisaties die lokaal zijn en/of juist buiten de gebruikelijke coöptatie structuren vallen en die actief zijn met projecten voor jongeren en voor vrouwen, maar die ook niet behoren tot de reguliere organisaties op die terreinen. Ik gebruik hier even de term ‘grassroots organisaties’.

  1. Het is ongeveer 2000/2001. Ik ben op dat moment werkzaam bij een project voor Marokkaans-Nederlandse jongeren: huiswerkbegeleiding, ouderondersteuning en samenwerking met scholen van een moskee en een kleine jeugd- en jongerenwerkinstelling. Het is een laagdrempelig project dat voor het grootste deel in een moskee plaats heeft. Het is ook een project dat dan al jaren worstelt om het hoofd boven water te houden gezien de magere subsidie die men krijgt terwijl er wel steeds meer eisen komen over professionaliteit en verslaglegging. Dan komt het ministerie met een nieuw project over dagbesteding. We springen daar bovenop, we nemen contact op het ministerie. Daar zijn ze dolenthousiast. Later vragen ze of wij landelijk voorlichting willen geven. Het is een nieuw project van het ministerie en zij willen voorbeeldprojecten presenteren zodat andere instanties weten wat voor soort projecten in aanmerking komen voor subsidie. Goed idee toch? Dus wij twee keer als enige project waar een moskee en een jeugdzorginstelling samenwerken opdraven als voorbeeldproject. Maanden later moeten wij natuurlijk nog wel zelf de subsidie aanvragen. Logisch en ook niks om wakker van te liggen; we hebben ons op hun verzoek gepresenteerd als voorbeeldproject. Weer een paar maanden later krijgen we het antwoord op het subsidieverzoek. Afgewezen. We passen niet in de subsidieregeling. Kom ik een collega tegen van de reguliere jeugdzorg uit Rotterdam die helemaal blij is met zijn subsidie en die van zijn stoel valt als ie hoort dat wij niks hebben. ‘Wij hebben gewoon jullie aanpak gekopieerd’. Wat is hier gebeurd?
  2. Enkele jaren later. Een Nederlands-Marokkaanse organisatie die werkzaam is voor remigranten in Marokko is één van de organisaties die het fenomeen ‘achtergelaten vrouwen en kinderen’ op de politieke agenda zet. Ook deze organisatie draait moeizaam vanwege een structureel tekort aan subsidie. Men probeert dit fenomeen aan te kaarten, maar men krijgt niet of nauwelijks subsidie. In een overleg op het ministerie met Openbaar Ministerie, welzijnszorg, kinderbescherming, politie zijn zij, net als de andere grassroots organisaties, niet uitgenodigd. ‘Het is toch ingewikkeld om met hen te praten. Ze hebben een achterban en zo hun eigen mores’. Zij worden niet betrokken in de uitvoering, hoogstens geïnformeerd. Ze worden ook buiten een tweede overleg gehouden. Het geld gaat ook niet naar hen, maar onder andere naar de welzijnsorganisaties. Wat is hier gebeurd?
  3. Ergens tussenin. Een kleine Marokkaans-Nederlandse grassroots organisatie zet het probleem op de agenda van Marokkaans-Nederlandse en andere meisjes die slachtoffer zijn van loverboys. Veel commotie en er moet iets gebeuren. Maanden later. Een project dat zich richt op de jongens (daders). Voor de meisjes helemaal niets. De bewuste organisatie hoort alleen van de plannen, maar is er niet bij betrokken. Wat is hier gebeurd?
  4. Zeer recent. Een grassroots organisatie zet een issue op de agenda dat betrekking heeft op problemen rondom huwelijk en scheiding. Dat lukt amper aanvankelijk (hoewel er zeer ernstige casussen worden ingebracht), maar op een bepaald moment springen de overheid en reguliere welzijns- en zorgorganisaties erop. En alle tekenen wijzen erop dat de grassroots organisatie ook hier naast het nest vist. Wat gebeurt hier?

Ik houd de casussen opzettelijk vaag. Deels omdat ik niet bij alle casussen de ins and outs ken, maar ook omdat het niet de bedoeling is om mensen in verlegenheid te brengen of iemands werk te frustreren. Misschien zijn het vier voorbeelden van heel verschillende zaken maar de rode draad die ik zie is dat op het moment dat kleine grassrootsorganisaties erin slagen om een probleem op de maatschappelijke en politieke agenda te krijgen, zij niet langer (mede-)zeggenschap hebben over de analyse en aanpak van de problematiek. Wat het mechanisme hierachter is, is mij nog steeds onduidelijk. Ondanks dat ik bij één van de voorbeelden zelf betrokken ben en er twee van dichtbij gevolgd heb, sta ik iedere keer met de vraag wat is er gebeurd, wat is er misgegaan en waar? Welke rol spelen bureaucratisering, standaardisering van zorg en welzijn en de race om subsidies hier? Welke rol spelen vertogen omtrent integratie, vrouwen en grassrootsorganisaties? Welke rol spelen de grassroots organisaties zelf? Welke rol spelen reguliere welzijns- en zorgorganisaties hier die soms (zoals in voorbeeld één) zeer gretig zijn om de kleine grassrootsorganisaties over te nemen? Zijn er nog meer voorbeelden van deze fenomenen? In hoeverre is het relevant dat het hier voortdurend gaat om projecten voor vrouwen en kinderen? En wat zijn de consequenties van de hier aangegeven ontwikkelingen?

Waarom staan deze organisaties bijna altijd met lege handen ondanks dat zij degenen zijn die zaken op de agenda zetten en/of het pad effenen voor anderen?