Lezing sv Al-Furqan: De erfenis van de eerste generatie

Nadat ik al eerder te gast was bij moskee Essalam in Rotterdam en Imam Malik Centrum in Leiden was ik afgelopen vrijdag 13 februari, samen met voorman Okay Pala van Hizb ut-Tahrir, bij islamitische studentenvereniging Al Furqan in Amsterdam. Het was een volle zaal met een plezierige open sfeer en altijd leuk om mensen die je alleen van Facebook kent te zien en anderen na lange tijd weer eens terug te zien. De avond begon met een lezing van ondergetekende (hieronder is de tekst integraal weer gegeven) gevolgd door een lezing van Okay Pala en werd afgesloten met een vraag en antwoord sessie met het publiek. Uit dit laatste kwam vooral naar voren dat men vindt dat er met twee maten gemeten wordt en dat moslims achtergesteld zouden worden in debat en beleid. Daarnaast wees iemand, terecht, op een aspect dat in mijn lezing ontbrak: namelijk het gegeven dat militaire interventies in het Midden-Oosten ook bijdragen aan de onvrede onder moslims hier.

Hieronder vindt u mijn lezing zoals opgenomen door sv Al-Furqan:

En hier de volledig uitgeschreven tekst:

De erfenis van de eerste generatie

We hebben de afgelopen weken in Europa en ook in Nederland de nodige signalen gehad van toenemende agressie tegen moslims en tegen moskeeën. Er zijn meldpunten islamofobie ingesteld zoals Meld Islamofobie op Facebook en het meldpunt van vrouwenorganisatie Al Nisa en moslims vragen zich af hoe het zit met hun toekomst in Nederland. Ook één van de aanleidingen natuurlijk voor deze bijeenkomst. Het is niet de eerste keer dat ik deze vraag krijg. In 2009, na de grote verkiezingszege van de PVV zat ik met een Turks-Nederlandse moslim in Schiedam (waar ze overigens de beste linzensoep van Nederland hebben, maar dat geheel terzijde) en die vroeg aan mij: ‘Denk jij dat als er iets gebeurt in Nederland met moslims, dat de overheid ons zal beschermen?’ Ik zeg tegen hem: ‘Waarom niet, tuurlijk wel.’ Hij zegt vervolgens: ‘Maar de geschiedenis leert anders he. Kijk naar de joden in de Tweede Wereldoorlog, de moslims in Srebrenica, waar was Nederland toen?’ Met andere woorden hij was niet zozeer bevreesd dat de Nederlandse overheid moslims zou gaan vervolgen, maar wel dat de Nederlandse overheid moslims niet zou beschermen.

Inmiddels is daar een situatie bijgekomen, zeker sinds het fenomeen van de Syriëgangers is opgekomen, waarbij er een surveillanceregime is ontstaan. In het rapport ‘Eilanden in een zee van ongeloof’ – Het verzet van activistische daʿwa-netwerken in België, Nederland en Duitsland dat ik schreef met Ineke Roex, Carmen Becker en Pim Aarns hebben we uitgelegd wat we bedoelen met de term surveillanceregime.

Het gaat erom dat de belangstelling die er voor moslims in het algemeen en militante activisten in het bijzonder is en de categoriseringen (zoals radicaal, gematigd) die daarmee samenhangen vanuit politiek en media, kunnen worden gezien als een geheel van vertogen en praktijken waarbij een bepaalde categorie mensen geobjectiveerd wordt als dreiging en op die wijze een object wordt van praktijken in media, beleid en onderzoek. Anti-radicaliseringstrainingen, de Hulplijn radicalisering, de debatten over vrijheid, islam en integratie enzovoorts, passen daar allemaal op de één of andere manier in en legitimeren een steeds beperkender overheidsoptreden met betrekking tot moslims.

Dit allemaal bij elkaar beloofd niet veel goeds voor de toekomst: enerzijds een gebrek aan vertrouwen in de overheid dat je beschermd zult worden en anderzijds een steeds grotere nadruk op moslims als de groep waar juist de dreiging van uit zou gaan. Toch is dit niet het hele verhaal en om de discussie over de toekomst van moslims in Nederland goed te kunnen voeren is het ook nodig om een andere kant van het verhaal te belichten. Dit betekent dat we voor de toekomst van moslims in Nederland een kijkje nemen in de geschiedenis van moslims in Nederland.

De succesvolle institutionalisering van islam

Op dit moment leven er naar schatting zo’n 825.000 moslims in Nederland van verschillende herkomsten, maar voornamelijk Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Het beleid ten aangaande van moslims wordt sterk bepaald door integratiebeleid, de debatten over islam en in de afgelopen 15 jaar ook het anti-radicaliseringsbeleid. Maar dat is natuurlijk niet het enige. Net als andere inwoners zijn moslims hier ook gewoon Nederlandse burgers en hebben ze te maken met allerlei algemeen beleid en algemene omstandigheden die vaak veel meer invloed hebben. Maar laten we ook eens even kijken wat er zoal voor elkaar gekregen is in Nederland als het gaat om de islam en hoe deze langzaam maar zeker geworteld raakt in Nederland.

Zo zijn moskeeën niet zo heel nieuw in Nederland, ze waren er al in de 16e eeuw, maar dat waren bijna altijd gebouwen die in een later stadium zijn omgeturnd tot moskeegebouw. In 1955 werd de Mobarak moskee gebouwd in Den Haag: de eerste als zodanig ontworpen moskee. Nu, 60 jaar later zijn er in Nederland 453 moskeeën. Verder zijn er 41 islamitische basisscholen, er is de Islamitische Universiteit van Rotterdam. In 1991 werd de Wet op de Lijkbezorging aangepast zodat het mogelijk werd mensen binnen 24 uur te begraven zonder kist. In 1932 werd de allereerste islamitische begraafruimte geopend en nu zijn er meer dan 80. De eerste volledig islamitische begraafplaats is in 2007 geopend in Almere en in 2012 in Nuenen, vlakbij Eindhoven. Net als de gemeentelijke begraafplaatsen in Zwolle en Utrecht hanteren de islamitische begraafplaatsen een eeuwige grafrust.

Bijna alle grote ziekenhuizen en universiteiten hebben een islamitisch geestelijk verzorger en een gebedsruimte of stilteruimte waar mensen kunnen bidden. Hoewel er in de afgelopen jaren zeker is geprobeerd de religieuze vrijheid van moslims te beknibbelen, bijvoorbeeld door een verbod op de gezichtssluier en een verbod op de rituele slacht, is dat laatste niet doorgegaan en het eerste slechts beperkt. Er is inmiddels ook begonnen met zogenaamde halal-certificering hetgeen toch wijst op een verdere inburgering, maar dat staat nog wel echt in de kinderschoenen in Nederland. Verder zijn er, naar schatting, zo’n 350 islamitische slagers in Nederland.

Commerciële banken en verzekeraars hebben inmiddels ook interesse getoond om zogeheten islamitisch verantwoorde financiële producten aan te bieden, vaak met partners uit het Midden-Oosten. Sommige moskeeën doen openbare oproepen tot gebed, ook nooit zonder slag of stoot, maar meestal wel met succes. Met andere woorden, moslims (en dat mag ook wel eens gezegd worden, zeker ook eerste generatie migranten) hebben toch het nodige voor elkaar gekregen, soms op eigen houtje maar vaak met religieuze, politieke en de laatste jaren ook met commerciële partners in Nederland. Nemen we dan ook eens in ogenschouw dat, ondanks de nodige problemen en mede ook door de economische crisis waardoor de onderwijs- en arbeidsmarktpositie van veel jongeren slecht is, de mobiliteit van kinderen en kleinkinderen van gastarbeiders enorm is. Er is, ten opzichte van de eerste generatie, sprake van een enorme vooruitgang in arbeidsmarktpositie en opleidingsniveau hoewel daar zeker nog ruimte voor verbetering is.

Maar niet zonder slag of stoot
Met andere woorden het gaat eigenlijk helemaal niet zo slecht met moslims in Nederland en de vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting zijn toch ook wel zo sterk dat ook moslims daar gebruik van kunnen maken en dat ook hebben gedaan in de afgelopen decennia. Daarmee wil ik niet beweren dat er helemaal geen ontwrichtende factoren zijn, integendeel we hoeven maar te denken aan uitlatingen van politici, vernielingen en brandstichtingen bij moskeeën en mensen die te pas en te onpas worden aangesproken op verhalen van anderen en de zeer vergaande maatregelen tegen anti-radicalisering die vooral moslims treffen. In het debat geldt de vrijheid van meningsuiting tegenwoordig als criterium om te bepalen in hoeverre moslims geïntegreerd zijn en in plaats van dat deze gebruikt wordt om politiek en religieus gezag te bekritiseren wordt deze nu vooral ingezet om burgers die moslim zijn een lesje te leren.

Waar het me om gaat is dat het niet één (het doemplaatje) of het ander (het rooskleurige beeld) is, maar allebei. En om een goede discussie te voeren over de huidige positie van moslims in Nederland en de toekomst moet je ook allebei in ogenschouw nemen want ze staan namelijk ook met elkaar in verband. Neem nu de recente ophef over de nieuwe moskee in Gouda: in plaats van drie relatief kleine moskeeën zou Gouda in de toekomst één grotere moskee krijgen voor maximaal 1500 mensen. Er is een hoop gedoe, over de atoombunker die er onder zou zijn, de afscheidingsmuur tussen moskee en kinderdagverblijf (overigens op verzoek niet van de moskee maar van het kinderdagverblijf) over de financiering enzovoorts. En als ze in Gouda nu al gaan juichen omdat de gemeente toestemming geeft, zijn ze er nog lang niet.

Dit is geen uniek verhaal. Het gaat bijna altijd zo met moskeebouw. Bijna altijd ontstaat er ‘gedoe’ zoals dat dan heet en bijna altijd komt die moskee er. Uiteindelijk. Want het vraagt wel geduld. In Gouda zijn ze nu al 10 jaar bezig en ze zijn er nog niet. Niettemin de vrijheid van godsdienst, vrijheid van vereniging zijn zo sterk verankerd (met steun natuurlijk van vooral christelijke maar toch ook wel andere politieke partijen) dat het echt heel moeilijk is om een moskee te weigeren voor de overheid als eenmaal aan alle voorwaarden is voldaan.

Iets dergelijks zien we bijvoorbeeld bij islamofobie. Het heeft lang geduurd en het is allemaal nog erg mager, maar het staat inmiddels op de politieke agenda. Dat is, vergis u niet, enorme winst tegenover 3 jaar geleden toen een PvdA kamerlid mij zei, nadat ik vroeg of het niet tijd was dat de politiek dit zou oppikken, het thema islamofobie is niet opportuun en kost ons stemmen. Dat is eerlijk, dat moet je de man nageven. Maar inmiddels staat het wél op de agenda. Let wel dit is niet te danken aan de politiek en ook niet aan anti-racismebureaus.

Dit is te danken aan initiatieven vanuit gevestigde islamitische organisaties, nationaal en lokaal, en aan allerlei nieuwe, vaak online, initiatieven van jonge moslimvrouwen die met bewonderenswaardige volhardendheid zaken onder de aandacht blijven brengen, samenwerking zoeken met niet-islamitische partners (want dat is echt nodig wil je wat gedaan krijgen), enzovoorts.

Een robuuste erfenis
Het is tevens opvallend dat, hoewel de reactie na de gebeurtenissen in Parijs tegenover moslims scherp is net als 10 jaar geleden bij Van Gogh er nu, in tegenstelling met Van Gogh, er veel meer initiatieven zijn gericht op dialoog, elkaar ontmoeten enzovoorts. Althans dat is een voorlopige observatie. En mijns inziens een interessante, omdat het wijst op enerzijds een toegenomen weerbaarheid tegen vijandigheid door niet-moslims en anderzijds op een groeiend bewustzijn. En wel een bewustzijn dat de afgelopen week goed werd verwoord door de panelleden van het symposium Over de Grens dat aan de Universiteit van Amsterdam werd georganiseerd, Ibtissam Abaaziz, Nourdeen Wildeman, Sandra Doevendans en Abou Hafs, namelijk dat we we uiteindelijk allemaal in hetzelfde schuitje zitten.

Hoewel ik altijd een beetje een hekel heb aan het woord, wijst dit mijns inziens toch op een groeiende emancipatie van moslims en een groeiend bewust zijn onder niet-moslims dat islamofobie uiteindelijk voor iedereen nadelig is omdat je er simpelweg een hele nare, onveilige en onrustige samenleving van krijgt.

Wat dit allemaal precies betekent voor de toekomst is natuurlijk moeilijk voor te spellen, maar het is denk ik wel van belang te beseffen wat de basis is voor moslims in Nederland. Voor moslims is het ongetwijfeld geen makkelijke tijd en het is moeilijk om zonder problemen, zonder gedoe dingen voor elkaar te krijgen, maar tegelijkertijd is er heel veel mogelijk en heel veel ook gerealiseerd door, en dat is wel goed om nog eens te benadrukken, de eerste generatie moslims. Die laatste groep wordt namelijk nogal eens makkelijk afgeschreven: door beleid, opiniemakers maar ook onder moslims wanneer men stelt dat de tijd van de eerste generatie erop zit, dat die afgedaan heeft en eigenlijk niet meer telt. Het is toch hun erfenis waar u op voort borduurt en die heeft toch al heel wat stormen doorstaan. En als de geschiedenis een goede voorspeller is dan komen er nog wel wat meer stormen. Maar alles wijst erop dat er toch ook genoeg kansen zijn omdat ook onder autochtone niet-moslims een bezorgdheid heerst waar het anti-islam klimaat (dat er dus ook wel degelijk is) heengaat en omdat er langs institutionele weg toch het nodige mogelijk blijkt. Tot zover. Dank voor uw aandacht.

(Met dank aan mijn collega P. met wie ik gesproken heb over deze “andere kant” van de medaille.)

Dank aan de organisatie en alle aanwezigen.

Lezing Okay Pala:

Zie ook het verslag bij AT5: moslims maken zich zorgen over hun toekomst

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website