Vervaging en Versterking – Passiespelen, Jezus, Bidden en het ‘pure’ verschil

Afgelopen weken was er wat gedoe over Abbie Chalgoum die tijdens de Passiespelen in Tegelen de rol van Jezus vertolkt:


Een Marokkaans-Nederlandse moslim die de rol van Jezus vertolkt bleek voor verschillende geledingen in de samenleving moeilijk te vertolken (de gemoederen liepen hoog op en hij zou zelfs bedreigd zijn) terwijl het voor anderen juist een uitstekend voorbeeld was van integratie, bruggen slaan, enzovoorts. Volgens Chalgoum zou het te maken kunnen hebben met het gegeven dat hij, in een islamitische interpretatie, een profeet uitbeeldt; iets dat verboden zou zijn. Maar ik denk dat er nog wat meer meespeelt, wat duidelijk wordt als we andere, maar vergelijkbare, kwesties kijken. Bijvoorbeeld deze:


— Sabine Verschoor (@SabineVerschoor) 5 juni 2015

Er was wat #ophef op de twitter (niet zoveel, laten we ook weer niet overdrijven) naar aanleiding van een tweet van lokaal D66 lid Sabine Verschoor over kinderen die in het kader van school een moskee bezochten en daar het gebed voor gedaan werd. Op de foto zien we kinderen die meedoen. Dat leverde haar het nodige commentaar op van mensen dit niet op prijs stelden: het blootstellen van de kinderen aan islam, het doorbreken van de scheiding tussen religie en seculier en het participeren van kinderen in het gebed zij het bij wijze van oefening.

We kunnen ons afvragen waarom deze ophef? Immers als mensen niet in God geloven of een andere god aanbidden dan de islamitische, waarom zou je je dan druk maken over het oefenen van een gebed tijdens een bezoek aan een gebedshuis voor een God die volgens hen niet bestaat? Of waarom zou je je druk maken (als christen, moslim of anderszins) over een Marokkaanse Nederlander die speelt dat hij Jezus is, doet alsof?

De politiek van het pure verschil
Het hele gebeuren deed me denken aan een artikel van George Starrett in het Journal of the Royal Anthropological Institute uit 2009 dat ik ook wel eens gebruikt heb voor colleges: Islam and the politics of enchantment.

In dit artikel gaat hij in op diverse conflicten in de VS over bezoeken van kinderen aan islamitische instellingen, de representatie van islam in schoolboeken en in het bijzonder op een rechtszaak aangespannen door ouders van kinderen van een school in California naar aanleiding van een islam rollenspel in het klaslokaal waarin kinderen iedere zuil van de islam nabootsten zoals het gebed.

Hij bespreekt dit en andere conflicten in relatie tot onzekerheden en zorgen over culturele spanningen in de samenleving, moderniteit en de natie-staat. Zich baserend op onder meer Appadurai stelt Starrett dat de moderne natie-staat zich kenmerkt door een scherp onderscheid tussen ingezetenen en buitenlanders en tussen vriend en vijand. De aanwezigheid van de Vreemdeling schopt dat onderscheid in de war: de buitenstaander is binnen en wellicht is de vriend onder de vijanden. Historisch gezien zijn het zwarte mensen, Joden, zigeuners en moslims die vallen onder de categorie Vreemdeling. Hedentendage zijn dat vooral moslims en zwarte mensen. Het zijn die categorieën die voortdurend als een probleem bevraagd worden in relatie tot discussies en beleid over integratie. De moslim blijft daarmee een buitenstaander en de categorie van ingezetene blijft ‘onbesmet’. Zoals Starrett (p. 224) stelt:

Becoming or impersonating a Muslim, notorious or not, or engaging in what seems stereotypical Muslim-like behaviour even with ‘secular’ or consciously parodic purpose, is sometimes interpreted either as crossing a dangerous cultural border or as a psychological prelude to doing so.

In het geval van de kinderen die de moskee bezoeken en het gebed nadoen zou dus de grens vervagen tussen moslims en niet-moslims. Voor anderen zou de grens tussen het religieuze en het seculiere vervagen: kinderen zouden niet blootgesteld moeten worden aan religieuze rituelen. En voor weer anderen zien we een vermenging van deze argumenten.

Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen vervaging mag optreden. Integendeel, de vervaging van de grenzen die wel mag optreden is een aanpassing van het stereotype beeld van de cultuur en de religie van de moslim aan het ideealbeeld van de Nederlandse cultuur.

Maar in de discussie is meer aan de hand dan alleen dat zo volgt ook uit Starrett’s artikel. In de islamitische tradities is het idee van intentie belangrijk: een ritueel is eigenlijk alleen geldig als dit gebeurt met de juiste intentie. Het nadoen van het gebedsritueel zonder de intentie te hebben om God te aanbidden zorgt er dan in die beleving ook voor dat het gebed niet geldig is. Maar in theorieën over rituelen wordt ook aandacht besteed aan het idee dat deelname aan rituelen ervoor kan zorgen dat men juist dichter bij die intentie komt: een ritueel kan personen dus transformeren en met name wanneer dat publiekelijk en gezamenlijk gebeurt. In de zorgen omtrent de leerlingen die het gebed nadoen zien we iets soortgelijks: de vrees dat (beïnvloedbare) kinderen door het nadoen van de techniek maar ook door het simpelweg bezoeken van een moskee die zich van zijn beste kant laat zien zich openstellen voor de islam. In de woorden van Starrett (p. 230):

Many parents do not merely assume, with the courts, that beliefs generate ritual action, and that ritual action is meaningful only as an expression of belief. Instead, they perceive both speech and ritual as activities with transformative psychological or spiritual effects. Ritual is not merely the enactment of belief, but can be belief’s gateway.

Het is dan dus zaak om weg te blijven van een sfeer die zou kunnen leiden tot een spirituele corruptie, zo kunnen we veel van de bezwaren interpreteren. Het omgekeerde geldt overigens ook: onder sommige islamitische ouders zijn er ook twijfels omtrent de bezoeken van hun kinderen aan kerken en dergelijke omdat deze mogelijkerwijze zouden kunnen leiden tot een transformatie van de kinderen: weg van de ‘eigen cultuur’ of religie. Zoiets zou ook kunnen spelen in de kritiek uit islamitische hoek op Chalgoum: hij voegt zich in in een bestaand christelijk ritueel en volksvermaak. Het roept angsten op over cultuurvervaging enzovoorts.

Dialoog en overbruggen van verschil?


De negatieve opvattingen in de richting van Verschoor en Chalgoum kunnen ook op behoorlijk wat afkeuring rekenen zo zien we in de reactie op de uitlatingen van Wilders over Verschoor of in de steunbetuigingen aan Chalgoum. In het geval van Verschoor lijken veel mensen lijken genoeg te hebben van de islamofobie, vinden het kennismaken van kinderen met islam een goede zaak om verkeerde beeldvorming te corrigeren en zien het als een normaal onderdeel voor culturele en maatschappelijke vorming. Een opvatting die ook duidelijk aanwezig is in het onderwijs aangezien zowel christelijke, joodse als islamitische scholen bijna allemaal een religietour hebben waarbij ze verschillende religieuze instituties bezoeken.


Hoewel ik daar volledig achter sta, wil ik er toch een paar kanttekeningen bij plaatsen. Ten eerste zien we ook bij de voorstanders het idee dat een bezoek aan de moskee en het oefenen van het gebed transformende kwaliteiten heeft: het stelt mensen open voor de Ander en het kan beeldvorming veranderen (precies datgene wat de tegenstanders dus vrezen). Maar dat is geen neutraal gegeven. In bezoek aan een joodse instelling wordt vaak verwezen naar de joodse geschiedenis en in het bijzonder de Tweede Wereldoorlog. Het bezoek aan kerken wordt vaak ingekaderd als een bezoek aan een religieuze instelling van onze voorouders. Het bezoek aan de moskee staat in het teken van het corrigeren van vooroordelen en stereotypen die ontstaan als gevolg van gewelddadige acties van sommige moslims die afgekeurd worden. Daaruit volgt ook dat het idee dat empathie noodzakelijk is, niet neutraal is wanneer we de genoemde discussie over de natie-staat en gevestigden en buitenstaanders in ogenschouw nemen. Zoals gesteld zorgt de Vreemdeling of de Ander in de samenleving ervoor dat het scherpe onderscheid tussen ingezetenen en buitenstaandes overhoop wordt gehaald. Het is daarom noodzakelijk om te weten wat die Ander doet, zegt en denkt. Maar dan wel op een heel specifieke manier.

In alle gevallen is het de bedoeling dat leerlingen empathie krijgen voor de religieuze instelling en religie, maar dat gebeurt dus met diezelfde beelden in het achterhoofd die moslims tot buitenstaanders maken en het zijn ook die beelden die betekenis geven aan het bezoek zoals zowel bij voor- als tegenstanders te zien is. Dat Chalgoum door sommigen ‘juist in deze tijd’ gezien wordt als een uitstekend voorbeeld grijpt eigenlijk terug op diezelfde beelden.

Vervaging en versterking van verschil
Het gaat er niet om dat leerlingen daadwerkelijk God gaan aanbidden of dat Chalgroum daadwerkelijk Jezus pretendeert te zijn, maar het is een oefening in doen-alsof zoals ook in Starrett’s artikel terugkomt. Men is niet de Ander maar men verplaatst zich in de Ander en men bidt niet tot God maar doet alsof. Vandaar bijvoorbeeld ook de stelling van sommigen dat van iemand die de Jezusrol vertolkt, verwacht mag worden dat hij christen is. Het doen alsof vervaagt de grens tussen het seculiere en het religieuze niet, maar versterkt deze juist door het doen alsof de God van de Ander niet echt is. Een wezenlijk ander perspectief dan die van de gelovige natuurlijk; het is een seculier of wellicht zelfs seculariserend perspectief op het ritueel van de gelovige hetgeen wellicht ook verklaard waarom sommige gelovigen sceptisch zijn over dergelijke bezoeken die vooral de vorming van seculiere liberale burgers lijkt te bevorderen.


Dit is niet bedoeld als kritiek op dergelijke bezoeken en oefeningen laat staan om te stellen dat deze niet moeten plaatsvinden of dat moslims geen Jezus mogen spelen; dat is niet aan mij. Maar het laat wel zien dat het fenomeen complexer is dan op het eerste gezicht lijkt en al helemaal niet zo neutraal is. Het zijn zeer betekenisvolle fenomenen die voor tegenstanders een gevaarlijke ondermijning zijn van het idee dat één identiteit exclusief moet zijn en die voor sommige voorstanders belangrijke middelen zijn voor de vorming van seculiere liberale burgers en voor andere voorstanders op z’n minst mensen positiever zouden maken over islam. Maar ook het tegendeel kan dus gebeuren: een verscherping van de grenzen tussen religieus en seculier en wellicht ook tussen moslims en de rest.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website