Na diverse bijeenkomsten, onder meer recent met Arun Kundani in Nijmegen, maar ook die van Meld Islamofobie, CTID en SPIOR over islamofobie, komt een bepaalde logica naar voren over islamofobie. Het is een logica die ik eigenlijk overal hoor, of het nu op de social media, in gesprekken met ambtenaren, anti-islam activisten of politici is.

‘Maar islam is toch ook een probleem’

‘Maar moslims blazen toch ook dingen op?’ ‘Maar vrouwen worden toch ook onderdrukt door mannen in de islam’ ‘Moslims zijn toch ook geneigd tot extremisme’? ‘Maar moslims dringen hun geloof toch ook op cq infiltreren’? ‘Moslims zijn toch ook seksueel gestoord’?

Dit zijn zo ongeveer de meest voorkomende reacties wanneer iemand islamofobie aan de kaak stelt. Ze komen eigenlijk allemaal neer op: ‘maar islam is toch ook een probleem’?  Het lijkt zo logisch. Natuurlijk zijn mensen bang voor moslims, want kijk dan naar ‘Keulen’ of naar de recente terreuraanslagen! En dat wordt dan voorgeschreven vanuit de islam!

Toch is deze logica minder logisch dan sommigen lijken te denken. Niet alleen negeert zij het simpele gegeven dat hier enorm gegeneraliseerd wordt over islam en moslims alsof alle ruim 1 miljard moslims gedreven worden door één ding: de islam, of meer bepaald een negatieve en eenzijdige invulling van islam die er alleen op uit zou zijn om met geweld of sluipenderwijze te veroveren.

Of het nu een actie van moslim in Afghanistan is of in Nederland, of het nu om intolerante uitspraken gaat of om geweld, of men nu allemaal een uitkering heeft of allemaal ‘onze’ banen afpakken: het valt allemaal onder één noemer: het probleem met de islam. De islam wordt daarbij statisch opgevat en hoe een dergelijk statisch idee een brede range aan veranderende en wisselende praktijken moet verklaren is een raadsel. Het is zo’n enorme en eenzijdige generalisering, dat er niet veel basis te vinden is in de realiteit, maar juist omdat het zo’n abstracte redenering is, kan iedere actie van een moslim waar dan ook kan zo worden uitgelegd dat het idee dat de islam een probleem is toch vanzelfsprekendheid lijkt.

Betekenisgeving door een cirkelredenering

Met het idee ‘ja maar islam is toch ook een probleem’ probeert men betekenis te geven aan negatieve gebeurtenissen. Een positieve gebeurtenis waarin moslims betrokken zijn, wordt er zelden mee verklaard: dat wordt gezien als een afwijking. Net zo goed als het statement: ‘Ja maar dat is geen islam’ van moslims wordt opgevat als leugen en dan volgen er meestal koranverzen die het eigen gelijk zouden moeten aantonen ongeacht hoe moslims die tekst lezen en meestal ook zonder aan moslims uitleg te vragen over die stelling.

De negatieve zaken van moslims worden gezien als de essentie van islam en de moslimidentiteit en die negatieve definitie van geloof en identiteit wordt vervolgens gebruikt om negatief gedrag van moslims te verklaren. En dan wordt dan weer gebruikt als argument voor: ‘Ja, maar er is toch ook een probleem met islam.’ Zo is de cirkelredenering rond.

Kijk de joden…

Maar er zit nog een ander scherp kantje aan deze logica.

In een poging om het argument ‘moslims zijn de nieuwe joden‘ onderuit te halen stelt Annabel Nanninga dat joden in tegenstelling tot moslims wel goed geïntegreerd waren, geen onheil uithaalden enzovoorts. Afgezien van de vraag of dat nou helemaal voor 100% klopt en afgezien van het feit dat veel mensen destijds daar toch echt anders over dachten, gaan we toch hoop ik niet beweren dat de shoah terecht zou zijn geweest (of helemaal niet bestaat) als de joden wel massaal de boel hadden lopen verzieken?! En als Joden destijds inderdaad zo goed geïntegreerd waren en ze toch massaal werden gedeporteerd, wat heeft integratie dan nog voor je zin: je redt je leven er in ieder geval niet mee.

In een reactie op mijn eerdere opiniestuk over islamofobie als racisme en de racialisering van moslims benadrukten diverse opiniemakers in hun antwoord op mijn stelling eveneens dat er een probleem zou zijn met islam. Ook hiervoor geldt: dat mag je vinden maar dat is een ander punt. Alsof het gedrag van moslim A, B en C legitimeert waarom moslims D t/m Z op een specifieke manier moeten worden behandeld. En dat is natuurlijk niet zo. Al vind je islam een probleem, dan legitimeert dat nog steeds niet dat moslims als groep als anders benaderd worden dan andere inwoners van Nederland. Maar het argument ‘islam is toch een probleem’ wordt echter wel zo gebruikt.

Een grondlogica van islamafobie

We zien deze logica bij een reeks aan manifestaties van islamofobie: variërend van geweld tot schelden tot vandalisme tot opiniestukken over islam en moslims, tot beleidstukken over integratie en radicalisering en ja ook in stukken waarin islamofobie ontkend wordt.

We zien het niet alleen bij de ridders van het woord, maar ook bij degenen die moskeeën aanvallen, we zien het niet alleen bij extremisten zoals de van terrorisme verdachte brandbomgooiers in Enschede, maar ook bij meer mainstream figuren zoals Annabel Nanninga. Of Martin Sommers die na de publicatie van een rapport over islamofobie (geoperationaliseerd als vooroordelen en afkeer die zich uit in scheldpartijen en fysieke aanvallen) als eerste reactie meldt dat islamkritiek toch echt moet kunnen. Alleen, wanneer islamkritiek erop neer komt dat er sprake is van grove generalisaties over islam en moslims die leiden tot een pleidooi voor het anders behandelen van moslims, dan zitten we op het gebied van anti-moslim racisme.

Het zit ‘m ook niet alleen in uitspraken van opiniemakers, maar ook in die van politici. Het is deze logica van het islamvraagstuk die het pleidooi van politici onderbouwt dat moslims een verlichting moeten doorgaan of afstand moeten nemen van bomaanslagen. Het is de logica die het integratiebeleid deels onderbouwt aangezien één van de vormende discussies destijds (jaren zeventig) ging over het gevaar van migrantenculturen, in het bijzonder de islam.

Het argument wordt door sommigen dan ook nog eens gebruikt om de moslims de mond te snoeren. Zoals door politici en beleidsmedewerkers die niet met moslims willen praten over islamofobie, opiniemakers die stellen dat ze niet over islamofobie moeten zeuren want ze maken er toch een puinhoop van of door een minister die een moskee bezoekt nadat deze met graffiti is beklad, mensen zijn aangevallen en een varkenskop is achtergelaten. Waarna de minister het vervolgens over de rol van de moskee in anti-radicalisering gaat hebben. Of wanneer na een aanslag (door IS e.a.) wordt gesteld dat moslims (en anderen) het niet meteen moeten hebben over islamofobie. Alsof de wijze waarop we betekenis geven aan een aanslag niets te maken heeft met terrorisme en alsof na een aanslag de vijandige bejegening van moslims niet toeneemt. Want: islam is toch een probleem?

Met andere woorden, het idee dat er toch een probleem is met islam zegt enerzijds niks (gezien de diversiteit aan geloofsbeleving en diversiteit in andere overwegingen die mensen hebben om dingen wel of niet te doen) en zegt anderzijds heel veel. Het leidt niet tot één specifieke vorm van islamofobie, maar is het startpunt van een zeer brede waaier aan islamofobe manifestaties van het afrukken van de hoofddoek bij vrouwen tot het brandstichten bij moskeeën, tot het bekritiseren van de term islamofobie op zich, tot beleid ten aanzien van migranten en/of moslims.

Islamofobie als zingeving

Net als bij anti-zwart racisme en anti-semitisme opereert islamofobie altijd met vormen van ‘bewijs’ en legitimering die racisme logisch en vanzelfsprekend moeten maken. Het gaat daarbij bijna altijd om vormen van intolerantie en geweld door de Ander, die ‘intolerantie’ tegen die Ander moet legitimeren en acceptabel moet maken.

Het is een belangrijk onderdeel van een ideologie die betekenis geeft aan specifieke gebeurtenissen (zoals 9/11) en die gebeurtenissen depolitiseert. De aanslagen van 9/11 zijn dan niet het resultaat van een mondiale ongelijkheid en onrechtvaardigheid, maar een uiting van de aard van moslims die wordt bepaald door islam. Lokale en mondiale politieke kwesties worden zo gedepolitiseerd door er een cultuur cq islamkwestie van de maken.

Met andere woorden, de racialisering van moslims en de islamofobie die daar een uitkomst van is vindt plaats in wetten, beleid, werkwijzen van de overheid en stijgt uit boven individuele houdingen en gedragingen. Het gaat bij anti-moslim racisme of islamofobie dan ook niet alleen om concrete acties van mensen, maar om een systeem van zingeving dat ingebed is in machtsverhoudingen, beleid, toegang tot media, wetten, enzovoorts en individuele interacties overstijgt.

Mede gebaseerd op mijn aantekeningen over, tijdens en na de lezing van Arun Kundnani in Nijmegen. Binnenkort meer.)