Derksen verwees naar Sylvana Simons met de woorden zo trots als een aap. Maar hij is geen racist, zegt hij. Giel Beelen deed dat nog eens dunnetjes over. Maar hij is geen racist, vindt hijzelf. Wilders wil ‘minder minder Marokkanen’, maar Wilders is geen racist, volgens Cliteur tijdens de rechtszaak tegen Wilders, want hij heeft het over nationaliteit. Sterker nog, volgens Cliteur laten de aangiften tegen Wilders zien dat de samenleving intolerant is geworden.

Deze scenes deden me denken aan het boek van David Theo Goldberg Are We All ‘Post-Racial’ Yet? (2015). In dit boek gaat het om de post-raciale conditie in de VS: het idee dat de VS over haar geschiedenis van racisme heen is. Dit zou bijvoorbeeld blijken uit de verkiezing van de eerste zwarte president van de VS: Obama. Het gaat Goldberg daarbij niet om de vraag of de VS nu echt post-raciaal is of niet, maar om wat het idee van post-raciaal betekent voor racisme: post-racialisme is voor Goldberg het nieuwe racisme.

Het idee dat de VS post-raciaal is komt tot stand doordat men vindt dat mensen niet langer in termen van ongelijke rassen denken waardoor de erfenis van raciale ongelijkheden en discriminatie met de tijd is vervaagd. Als het nog voorkomt (en dat wordt meestal niet ontkend) dan gaat het om individuele expressies en om incidenten met weinig impact in plaats van om structuren en sociaal gevoede en gedeelde ideeën en praktijken.

De post-raciale conditie
Als mensen, die denken dat we nu een post-raciale conditie hebben, worden aangesproken op racistische uitspraken dan wordt dat op verschillende manieren ontkend: het was een grapje, men heeft geen racistische intentie, het gaat niet om ras. Een tweede lijn van verdediging wordt vooral gebruikt tegen moslims en islam: de stelling dat een bepaalde uitlating over moslims racistisch zou zijn, zou dienen om het debat te verstillen en feiten te verdoezelen of/want islam is geen ras. Deze laatste opmerking is overigens alleen zinvol als men daadwerkelijk vindt dat de mensheid bestaat uit verschillende herkenbare rassen.

En er is nog een derde lijn van verdediging. Namelijk het verwijt dat degene die de ander op racisme aanspreekt de intolerante racistische figuur is: die let op huidskleur (zeker als ze dat in termen van wit of zwart doen). Het gemak waarmee mensen het racisme van hun eigen uitspraken wegwuiven, wordt geëvenaard door het gemak waarmee zij degenen die hen aanspreken op racisme, racisme verwijten en waarmee zij in reactie op dat aanspreken dehumaniserende taal gebruiken zoals apen, kakkerlakken, makakken, enzovoorts.

Individualisering en van racisme
Fenomenen als het integratiebeleid, etnisch profileren, racistische uitspraken op mainstream radio en televisie, het gemak waarmee mensen de link leggen tussen apen en zwarte mensen, de racistische bedreigingen tegen anti-zwarte piet activisten laten wel degelijk zien dat racisme (nog steeds) structureel is en ook gebonden is aan en verbonden met instituties in de samenleving. De stelling dat we post-raciaal zijn, zorgt er echter voor dat racisme geïndividualiseerd wordt. Deze individualisering van racisme is geen recent fenomeen. In het beleid aangaande migranten zien we vanaf eind jaren tachtig een toenemende nadruk op de individuele verantwoordelijkheid van die burger zelf. Als een burger niet goed geïntegreerd is dan is dat omdat hij/zij niet wil integreren en niet vanwege structurele achterstelling of discriminatie.

Daarbij, zo maakt ook Goldberg duidelijk, is er een link met het idee dat de multiculturele samenleving mislukt is. We moeten nu eindelijk eens af, zo is het idee, dat het vermengen van rassen ehh culturen werkt en we moeten af van die aandacht voor het culturele eigene (behalve het eigene witte eigene).

Het post-raciale argument ligt in het verlengde daarvan: onze samenleving is en moet voorbij de etnische en raciale verwijzingen. Het post-raciale argument is, zo laat Goldberg goed zien, een argument dat teruggaat op een verandering onder radicaal-rechts in Europa die zich gaandeweg de jaren tachtig meer is gaan richten op het aanvallen van de cultuur van minderheden in plaats van in termen van (biologisch) ras en volk. In Nederland is deze manier van denken mainstream geworden in de jaren negentig waarbij Bolkestein en Fortuyn een belangrijke rol hebben gespeeld.

Racisme wordt in het post-raciale argument een individuele opvatting en een morele schuld. Anti-racistisch werk wordt daarmee vooral opgevat als ‘beschuldigen’, moraalpolitie en een kwestie van gekwetste gevoelens die geen consequenties meer hebben. Immers, ‘het was maar een grapje’ en ‘dat is vrijheid van meningsuiting’. Maar daarmee zijn we er niet. De stellingen ‘het was maar een grapje’ en ‘dat is vrijheid van meningsuiting’ zijn meer dan een poging om anti-racisme activisten de mond te snoeren. Er zit ook een morele lading in: U begrijpt ‘onze’ cultuur niet, u bent niet zo verlicht als wij en, vooral in het geval van islam, ‘islam en vrijheid van meningsuiting gaan DUS niet samen’. En: we moeten nu eindelijk eens het taboe op dit en dat doorbreken en als u het daar niet mee eens bent dan betekent dat dat u nog steeds vast zit aan achterlijke ideeën. Met andere woorden de post-raciale verdediging zelf is een manier om de raciale hiërarchie te articuleren en te verdedigen.

Racisme ter discussie
Een ander punt in de post-raciale verdediging is dat iedere vaststelling dat een uitspraak racistisch is, direct (zeker op social media zoals Goldberg stelt) leidt tot een discussie over wat racisme precies is. Dat op zich is natuurlijk niet zo’n probleem, laten we die discussie vooral voeren. De kwestie is echter, zoals hierboven al gesteld, dat het gemak waarmee mensen hun racistische uitspraken verdedigen met de stelling dat men geen racist is, wordt geëvenaard door het gemak waarmee zij degenen die hen aanspreken op hun uitlatingen voor racist, intolerant en haatzaaier uitmaken. We hebben dat eerder gezien in de zaak Nawijn, maar ook in reactie op een artikel van Quinsy Gario over de racistische uitspraken van Marianne Zwagerman.

En we zagen het afgelopen in de week rechtbank:

Het gaat bij het ter discussie stellen van of iets racisme is, voortdurend om twee zaken: hebben we het over ‘ras’ en wat is de intentie. De term ‘ras’ is daarbij op een ahistorische wijze gereduceerd tot herkenbare lichaamskenmerken, in het bijzonder kleur. Als daar geen verwijzing naar is, zou er geen sprake zijn van racisme alsof racisme iets statisch is en of racisme historisch gezien niet altijd verbonden is geweest met opvattingen over cultuur, religie en gender. Maar zelfs in het geval van een overduidelijke verwijzing naar die biologische reductie van ras en het verbinden met klassiek racistische noties zoals het vergelijken van zwarte mensen met apen, komt er een discussie op gang of dit nu eigenlijk een racistische uitspraak is of niet. Degene die zich moet verdedigen, komt dan meestal met het argument dat het niet racistisch bedoeld is.

Dit in twijfel trekken van racisme heeft een interessante consequentie die Goldberg ook opmerkt: het zorgt voor een versterking van racisme. De uitspraken van Derksen en Giel Beelen over Sylvana gingen volkomen viral op social media. Zowel onder degenen die moesten lachen en/of een hekel hebben aan Sylvana Simons als onder de anti-racisme activisten. En op het moment dat de laatsten in het geweer komen, zien we op social media direct de racistische uitspraken van de eersten in de richting van anti-racisme activisten. Met andere woorden zoals Goldberg stelt, het post-raciale is een conditie waarin ras en racisme uit de tijd zouden zijn, maar waarin racistische uitingen viral gaan. En politici, zoals Wilders, weten hier heel goed mee om te gaan. Het maken van een racistische uitspraak waarvan het racisme in twijfel getrokken wordt, speelt in op de gevoelens van de eigen achterban én tegenstanders en zo kan men de politieke agenda beïnvloeden. Zo bedienen ze én de eigen achterban én hun criticasters.

Tegelijkertijd geeft het in twijfel trekken van racisme, racistische uitspraken ook iets vluchtigs. Ze kunnen worden afgedaan als vergissingen, niet zo bedoeld, het is in the eye of the beholder. Een kwestie van excuses voor de onhandige uitspraak en erbij zeggen dat we niemand wilden kwetsen en klaar. Weer verder. Dat dit vluchtige telkens terugkomt met de daarbij behorende excuses laat zien dat er hier vooral sprake is van een rituele post-raciale bevestiging van racisme.

De opmerkingen van Clarice Gargard bij DWDD waren dan ook spot on. Ze probeerde het gesprek los te koppelen van de persoon Giel Beelen en te verbreden waarbij één van de vragen is welke consequenties racistische uitspraken in de media zouden moeten hebben. Het gaat niet alleen om de uitspraken op zich, maar ook om de maatschappelijke omstandigheden waarin deze uitspraken mogelijk zijn, grappig worden gevonden, worden verdedigd en zonder gevolgen blijven voor degene die ze uit.

Wit narcisme
Waar het post-raciale argument dus enerzijds het racisme verbergt, schept ze dus anderzijds ruimte om de raciale hiërarchieën te uiten en te beschermen. Dat wordt nog eens versterkt door een ander aspect van het racistische werk van het post-raciale argument: het centreren van de opvattingen en ervaringen van witte mensen (die dus onschuldig zouden zijn aan racisme).

Het post-raciale is een vorm van wit narcisme. De verwijten naar zwarte anti-racisme activisten dat zij de racisten, beledigers en haatzaaiers zijn, centreren de de gevoelens van de witte persoon in de discussie die, volkomen ‘onschuldig’, ‘per ongeluk’ racistische uitlatingen doet.

Het meest duidelijke voorbeeld daarvan is het optreden van Giel Beelen bij DWDD die vooral probeerde te laten zien hoe zwaar hij het heeft gehad met de shitstorm die hij over zich heen gekregen zou hebben. Hij vond ook dat we er toch vooral over moeten praten. Hij zei, dat is dan wel weer eerlijk, dat hij niet in de gaten heeft gehad hoe zwaar racistische uitspraken wegen voor het doelwit van die uitspraken. Niet dat hij voor het eerst racistische uitspraken deed overigens.

Goldberg noemt ook nog andere voorbeelden. Bijvoorbeeld dat nagenoeg het enige serieuze mensenrechtenargument in de discussie over de vluchtelingendeal tussen Turkije en de EU ging over de vraag of Turkije wel voldeed aan ‘onze’ waarden. Het centreert niet alleen de witte mens, maar zorgt er ook voor dat de mythe van de witte onschuld (Gloria Wekker) onaangetast blijft. Het vraagstuk bij de Turkijedeal is niet of de EU, voor de zoveelste keer, de mensenrechten schendt door en groupe mensen te weigeren, maar of Turkije wel aan onze standaarden voldoet. Het vraagstuk bij de uitlatingen van Giel Beelen is, voor hem, op de eerste plaats wat het met hem doet. En moslims die Geert Wilders aanklagen (omdat ze vinden dat discriminatie en haat zaaien verboden zouden moeten zijn, zoals de wet ook zegt), laten zien dat ze ‘onze’ cultuur niet snappen en dat ze ‘onze’ vrijheid van meningsuiting bedreigen.

Zo worden de objecten van racistische uitspraken, beleidsmaatregelen, wetten, enzovoorts de ‘daders’ en degenen die door hun focus op kleur racisme in stand zouden houden.

Over eenden
Wijzen op racisme is niet constructief in de post-raciale conditie. En voor activisten tegen anti-zwart en anti-moslimracisme geldt dat eens temeer als men dat op een bozige manier doet: hetzelfde recht op vrijheid van meningsuiting kan natuurlijk niet bedoeld zijn om witte mensen ongemak te bezorgen. En als men excuses aanbiedt, dan gaat het niet om excuses voor de uitlating en ook niet om excuses voor de gekwetste gevoelens. Nee, het gaat om excuses voor de mogelijkheid dat zwarte mensen en anderen weleens gekwetst zouden kunnen zijn vanwege die uitlatingen, die natuurlijk ook niet kwetsend en racistisch bedoeld waren. Men biedt voorwaardelijk excuses aan voor iets wat men zelf eigenlijk niet racistisch vindt. Zo wordt racisme bedolven onder laag voorwaardelijkheden en zelfs de ontkenning van racisme vervaagt ergens in die brij.

De post-raciale conditie is er dan ook één waarin men racisme niet alleen ontkent en ontkent zelf racistisch te zijn, maar waarin men zelfs ontkent dat men nog in ontkenning is. Met andere woorden: het loopt als een eend, het kwaakt als een eend, het ontkent dat het een eend is, noemt de ander een eend en ontkent dat men het ontkend heeft een eend te zijn want men is geen eend en denkt dus ook niet in die termen.

En inderdaad, die laatste zin is een nogal moeilijk te doorgronden woordenbrij. Want dat is precies wat er gebeurt in de post-raciale conditie: het racisme vervaagt in een woordenbrij van excuses zonder consequenties, ahistorische opvattingen over ras, racistische scheldpartijen en het belijden van het evangelie van onschuldige intenties. En zo vervagen ook de termen waarmee racisme herkend, erkend en aangepakt kan worden: de post-raciale conditie depolitiseert racisme.