We kennen inmiddels allemaal wel de bezwaren tegen de rechtszaak tegen Wilders. Zelfs velen die zijn uitspraak afkeurden, vonden de rechtszaak maar niks. Zo zou het politieke debat gevoerd moeten worden in het parlement en niet bij de rechters. Wilders zou altijd winnen en meer steun krijgen in het land. En hij krijgt geen straf, wat is de zin van de zaak dan? Toch zijn er genoeg redenen waarom deze vervolging een zeer goed idee was. Ik noem er zes, maar ga eerst in op de belangrijkste verschillen tussen deze en vorige zaak en eindig met een korte beschouwing over de vraag ‘wat nu?’.

Omdat het om een bevolkingsgroep gaat, niet om religie
Dit tweede proces was om enkele aspecten wat anders van aard dan het vorige:
1) Het gaat hier niet om vervolging wegens uitspraken over een religie, maar over een bevolkingsgroep. Dat eerste wordt vaak (ook in dit proces) wat kunstmatig gescheiden van mensen, bij dat laatste is dat niet mogelijk. Nogmaals, het is een wat kunstmatig onderscheid, maar wel cruciaal. Zoals officier van justitie Bos gisteren stelde bij Pauw:


2) In het vorige proces wilde het OM eigenlijk niet vervolgen (na aanvankelijk wel de aangiften gefaciliteerd te hebben) en werd daartoe gedwongen om vervolgens op alle aanklachten vrijspraak te eisen. Ditmaal, waarschijnlijk vanwege punt 1, nam het OM de zaak wel serieuzer en kwam wel met een eis: 5000 euro boete. Die ge-eiste boete is dan wel weer niet echt heel hoog.
3) Niet alleen nam het OM ditmaal de zaak serieuzer, het proces verliep ook minder rommelig.
4) Vorige keer volgde vrijspraak en ditmaal een vrijspraak voor haatzaaien, en een veroordeling voor aanzetten tot discriminatie en groepsbelediging. Zonder strafoplegging dat wel. Dat laatste wordt niet altijd begrepen: hij is schuldig aan een strafbaar feit, maar krijgt geen straf? De rechtbank geeft daarvoor de volgende argumenten

Daar staat tegenover dat het hoofddoel van dit strafproces de beantwoording van de vraag is of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze strafbare feiten. Met dit vonnis is die vraag beantwoord en daarmee is de in ons rechtsstelsel voor iedereen geldende norm bevestigd: je kunt niet met een beroep op de vrijheid van meningsuiting groepen beledigen of aanzetten tot discriminatie. Dat geldt ook voor een politicus.

Het gaat verder om een bijzondere, eigenlijk uitzonderlijke zaak, gelet op de positie van verdachte: een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger, oprichter van de PVV en leider van de PVV-fractie in de Tweede Kamer.

Dit alles overziend, zal de rechtbank geen aansluiting zoeken bij straffen die in andere zaken zijn opgelegd, zoals de officieren van justitie hebben gedaan. De rechtbank ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding te volstaan met de vaststelling dat verdachte zich als politicus schuldig heeft gemaakt aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie. Daarmee acht de rechtbank hem voldoende gestraft.

Zes hoera’s voor de rechtstaat
Maar is het wel verstandig deze vervolging? Krijgt hij hierdoor niet veel meer steun? Eerlijk gezegd denk ik niet dat het idee dat een groot deel van de bevolking geen probleem zou hebben met discriminatie van een groep, wel zo’n goede reden is om het proces niet te voeren. Integendeel zelfs. Maar er zijn sowieso genoeg redenen waarom deze zaak een zegen is voor de democratische rechtstaat. Ik noem er zes.

  1. Het argument van veel politici, dit hoort in het parlement thuis en niet in de rechtbank, is niet zo fraai. De dames en heren maken dus wetten die niet voor hen gelden? De gang naar de rechter laat zien dat bestaande wetten en de bestaande inkadering van de vrijheid van meningsuiting ook voor hen geldt. De uitspraak bevestigt dat nog eens, hoewel het er ook afbreuk aan doet door geen straf op te leggen.
  2. Dat het debat over de uitspraken moet plaatsvinden in het parlement negeert het feit dat niet iedereen toegang heeft tot dat debat aldaar en velen zich niet gehoord voelen door de politieke partijen in deze. De aangifte is een mogelijkheid, machtsmiddel, voor de gewone burger om ook iets te doen. En met 6000 aangiften wordt dat een sterk middel blijkbaar. Het is de juridische variant van het referendum zeg maar. We moesten toch ook wat meer naar de boze burger luisteren? Nou bij deze.
  3. Mensen die aangifte hebben gedaan, constateerden dat er met de uitspraken een morele en misschien ook juridische grens werd overschreden. Moeten politici burgers aanmoedigen om geen aangifte te doen wanneer ze vermoeden dat er sprake is van een strafbaar feit? Deze mensen hebben burgerzin getoond en dat is beloond door het om te zetten in een rechtszaak.
  4. Na de ‘Minder-minder’ uitspraken van Wilders was er onder velen een gevoel van ‘nu is het genoeg’. Maar dat was niet de eerste keer, wat er nu bij kwam bij Marokkaanse en Turkse Nederlanders die ik hierover gesproken heb, was een idee van nu kunnen we eindelijk iets doen. En ook: we moeten iets doen! Immers, wil Wilders iedereen uitzetten? De uitspraken en daaropvolgende georganiseerde aangiftemogelijkheid zorgde voor een versterking van het idee dat eigen actie ertoe doet: altijd een belangrijke voorwaarde als men mensen wil mobiliseren. Sommigen, afgaande op de reacties die ik gezien heb, zijn met de uitspraak bevestigd in hun idee dat hun actie zin heeft gehad. Anderen vinden het, gezien de straffeloosheid, te mager en roepen op tot een sterkere beweging.
  5. Nee, mensen die zich beledigd voelen stellen zich niet aan: het gaat hier om strafbare feiten. De oproep tot ‘minder Marokkanen’ is welbewust, georganiseerd en goed voorbereid gedaan. Men wist van tevoren dat het wellicht in strijd was met de wet en heeft dat risico genomen. Het gaat ook niet alleen om belediging, maar ook om aanzetten tot discriminatie. En dat allemaal gericht op één etnische categorie vanwege hun etniciteit.
  6. Er is een politicus veroordeeld voor zijn uitspraken zonder de bestaande vrijheid van meningsuiting aan te tasten. Ga maar na, deze uitspraak is geen vrijbrief voor censuur vooraf, er zijn geen nieuwe richtlijnen bijgekomen en Wilders kan nog steeds zeggen wat hij wil (en heeft ook aangekondigd dat te doen). Aangezien de vrijheid van meningsuiting al beperkt werd door ‘ieders verantwoordelijkheid jegens de wet’ en aanzetten tot discriminatie en groepsbelediging dus ook al onder die verantwoordelijkheid viel, blijft de vrijheid van meningsuiting zoals die was: zeer ruim zonder (of met weinig) aanziens des persoons.

Effecten op het kiezerspubliek

Maar die averechtse effecten dan? Nou is dat voor de uitspraak natuurlijk van geen belang. De rechters kijken, als het goed is, niet naar wat de mogelijke effecten op verkiezingsdag zouden zijn. Dat is ook moeilijk in te schatten. Onderzoek uit het verleden laat wel iets zien.

De UvA-collega’s van politicologie, Joost van Spanje en Claes de Vreese, onderzochten eerder hoe de publieke opinie reageerde op het besluit om Wilders destijds strafrechtelijk te vervolgen wegens haatzaaien en discriminatie. Dit had betrekking op de eerste zaak. Via TNS Nipo werden respondenten op belangrijke tijdstippen ondervraagd en vervolgens werd bekeken of er verschillen waren in politieke houdingen tussen degenen die wel of geen kennis hadden. Het bleek dat driekwart van de Nederlanders wist dat Wilders vervolgd werd en dat 54% dat een zeer belangrijke gebeurtenis vond. Slechts een zeer kleine groep (3%) wilde altijd vervolging voor verwerpelijke uitspraken en een iets grotere kleine groep (12%) wilde nooit vervolging: driekwart zat daar tussenin. Na het eerste proces vond 41% het onterecht dat Wilders vervolgd werd en 37% vond het terecht. In hun eerste onderzoek bleek dat zogenaamde ‘cultureel gematigde’ kiezers beïnvloedbaar waren: de effecten op degenen met sterke mono-culturele en multiculturele houdingen waren zwak tot niet-significant. Deze groepen zouden sowieso respectievelijk wel en niet op Wilders stemmen. Het zou volgens Van Spanje en De Vreese gaan om zo’n 1-4 zetels winst (virtueel, dat wel natuurlijk) vooral bij een categorie kiezers zonder uitgesproken opinie over integratie. Onder deze groep daalde het percentage dat niet op Wilders wilde stemmen van 66% naar 56%. Het vertrouwen in het rechtssysteem nam niet significant af en zowel rechters als het OM werden vaker als positief dan als negatief beoordeeld.

Het tweede onderzoek van hen laat zien dat de vervolging effect had op de tevredenheid van de kiezers met het functioneren van de democratie: hier zijn juist de effecten voor de kiezers met monoculturele en multiculturele houdingen het grootst. De eerste groep is aanzienlijk minder tevreden terwijl kiezers met een multiculturele houding juist tevreden waren. Een beperking van dit onderzoek, zo stellen Van Spanje en De Vreese zelf terecht, is dat het hier gaat om de invloed van het besluit tot vervolging destijds: het ging niet om de invloed van het strafproces en de uitspraak. In alle gevallen (besluit, proces en uitspraak) is het daadwerkelijke effect moeilijk te bepalen omdat deze geen van allen los te zien zijn van de media-aandacht. Of de effecten dus komen door de media-aandacht of door het besluit of beiden is moeilijk te bepalen, maar in een media-democratie is dat misschien ook niet zo zinvol.

Ook onderzoek van Jogchum Vrielink (Katholieke Universiteit Leuven) wijst op averechtse effecten van het vervolgen van politici voor hun uitspraken. Ongeacht de uitkomst van de zaak zou het volgens hem leiden tot toegenomen publieke steun voor aangeklaagde politici.

Dit zou suggereren dat het wellicht niet zo effectief is: het vervolgen van politici wegens haatzaaien of iets dergelijks. Zijn kiezerspotentieel breidt uit, het levert hem veel publiciteit op waar hij slim gebruik van maakt, boetes kan hij makkelijk betalen en hij wordt ook nog een symbolische martelaar van het vrije woord al is dat geenszins aangetast.

Kansen voor collectieve actie?
Belangrijker dan die mogelijk averechtse effecten is mijns inziens dat het een strafzaak een politicus niet kan stoppen zijn meningen opnieuw te ventileren: de vrijheid van meningsuiting wordt immers gehandhaafd. Dit is mijns inziens nog steeds geen argument tegen een rechtszaak. Het wijst er alleen op dat de wet niet zaligmakend is en ook niet kan zijn. Voor effectievere oppositie is dus misschien wel wat anders nodig.

Mijn vraag zou ook nog zijn: leidt dit laatste proces ook tot een verdere mobilisering van zijn tegenstanders? Die signalen zie ik wel, althans oproepen daartoe, zie bijvoorbeeld de oproep van Cemil Yilmaz:

Met andere woorden voor velen is de uitkomst van deze zaak belangrijk, voor velen niet genoeg (gezien de straffeloosheid) en sommigen vinden dat er meer nodig is. Dat is logisch. Een rechtsgang over uitspraken kan alleen achteraf plaatsvinden en als het zo is dat Wilders inderdaad meer steun krijgt door een rechtszaak, dan is meer oppositie nodig.