Rutte en ‘gejengel’ – Over de gebedsoproep en God achter de voordeur

Afgelopen week zat premier Rutte bij Tijs van den Brink in diens radioprogramma. Van den Brink, die zijn huiswerk weer eens gedaan had, verwees naar een interview met Rutte in Trouw waarin Rutte stelde dat de gebedsoproep van moslims anders behandeld moest worden dan de kerkklokken en waarin hij de gebedsoproep ‘gejengel’ genoemd zou hebben. Rutte bevestigde in het programma zijn uitspraak over de esthetische kant van die gebedsoproep: ‘verschrikkelijk’, maar stelde ook dat dat binnen de vrijheid van godsdienst valt mits voldaan aan regelgeving voor geluidsoverlast:

Achter de voordeur
Maar hoe zit het met dat artikel waar Van den Brink naar verwees? Hij had de uitlatingen immers al eerder gedaan. Nou, in 2008 publiceerde Trouw een interview van Hans Goslinga en Cees van der Laan met toenmalig ‘VVD-leider en kerkganger Mark Rutte’ onder de kop ‘God en Allah horen achter de voordeur‘. Mark Rutte laat zich hier zien als een acrobaat die op paradoxale manieren een racialiserend vertoog over islam verbindt met secularisme, liberalisme en het christendom en zich daarmee afzet tegen PVV en toenadering zoekt tot de CDA-stemmer.

Het paradoxale zien we meteen in het begin. In dit interview presenteert Rutte zich als iemand die vindt dat geloof achter de voordeur hoort, maar tegelijkertijd presenteert hij zich voor het publiek als een gelovig mens.

Het geloof is onderdeel van mijn identiteit, zit in mijn opvoeding, in de traditie die ik waardeer. Ik voel het ook zo. Ik heb geen afgeronde verklaring voor hoe de wereld in elkaar zit. Met de ratio alleen kom je er niet. Het is bij mij een mengeling van ruimte laten voor twijfel en traditie. Ik heb nooit gemerkt dat dit een probleem is binnen de VVD.
[…]
De PVV is een rechtse partij, die zich afzet tegen de islam, tegen Koran. Daar zal je ons niet over horen. Wij willen het probleem van immigratie en integratie oplossen vanuit een liberale overtuiging. Wat voor geloof je hebt, is iets van jou achter de voordeur. Zolang je aan de regels van de rechtsstaat houdt, ga ik daar niet over. Mijn ambitie blijft de hele rechterflank af te dekken, van rechts van het midden tot fatsoenlijk rechts.”

Het laatste gebruikt hij om zich te profileren ten opzichte van de PVV, die zich afzet tegen de Koran en de islam. Tegelijkertijd laat Rutte zich zien als iemand die immigratie en integratie wel degelijk problematiseert.

De westerse superioriteit
Het racialiserende aspect zien we onder meer bij zijn ideeën over de superioriteit van het Westen: zo brengt hij een hiërarchie aan tussen verschillende culturele systemen. Reagerend op een vraag van de journalisten over Bolkestein die stelde dat ‘de westerse cultuur ook superieur [is] aan de islamitische cultuur’ stelt Rutte:

Dat ben ik ook met hem eens. Daarmee heb ik niks tegen iemand die islamitisch is. Maar ik vind wel dat je met een religie relativerend moeten kunnen omgaan, humor en spot horen erbij. Dat betekent helemaal niet dat je niet respectvol kan omgaan met iemand als Bas van der Vlies van de SGP.

Het idee van de westerse superioriteit is dus niet een nieuw speeltje van minister Schippers, maar een vrij consistente lijn van de VVD. Rutte gebruikt hier de islam en de SGP om zich als een liberaal seculier politicus te presenteren: iemand die van huis uit christelijk is, respectvol met een fundamentalistische christen (hij noemt opvallend genoeg geen moslim) kan omgaan, iemand die niks heeft tegen een islamitisch persoon en iemand die de superioriteit van de eigen cultuur belijdt:

Het is hoe dan ook duidelijk dat de VVD zich baseert op christelijke, maar ook op humanistische noties, die diep in onze samenleving geworteld zijn. Het liberalisme verhoudt zich heel goed met het christelijk geloof, met ieder geloof als je je maar houdt aan de regels.

Rutte als mufti
Rutte gaat heel ver voor een christelijk-seculier-liberaal in dit interview. Zo zegt hij:

Mijn overtuiging is dat de islamitische wereld door golven heen gaat, door emancipatie en vernieuwing. Neem de Koran. Nergens staat dat iemand die de profeet beledigt, moet worden gedood. Er staat – ik pak de bewuste soera er even bij – dat je met zo iemand geen contact meer mag hebben.

Hij leest de journalisten voor uit de Koran, zo blijkt uit de weergave in Trouw, en laat duidelijk zijn voorkeur zien voor het christendom en het liberalisme: de Koran vindt hij te absolutistisch en doet te vergaande uitspraken over ‘de positie van vrouwen en niet-gelovigen’. Het mag opvallend genoemd worden dat Rutte als christelijk-seculier politicus de Koran gaat interpreteren. Dat hij overigens weinig kaas heeft gegeten van de islamitische traditie blijkt uit de volgende zin:

Het mooie van het protestantse geloof is dat de dominee misschien wel helpt met het begrijpen van de Bijbel, maar geen afscherming is tussen jou en God, zoals de imam in de islam.

Wat denkt Rutte eigenlijk wat de rol van een imam is?

Identiteitsliberalisme
Maar hij gaat verder en verabsoluteert vervolgens zelf het christendom, humanisme en de verlichting:

De wortels waar de westerse samenleving uit voortkomt zijn er, die kun je niet veranderen. Dat is nu eenmaal het christendom en wat er daarna is bijgekomen aan humanisme en verlichting. Dat kun je als moslim vervelend vinden, maar dat is de geschiedenis. Dat kan ik niet veranderen, daar voel ik me comfortabel bij. Nu is er een grote groep mensen bijgekomen, tegen wie ik zeg: in die christelijke traditie past dat jij je islamitische geloof kunt uitoefenen zonder belemmeringen, mits binnen de wet en wat we als normaal accepteren in het openbare domein.

En daar doet hij iets opvallends, want eerder stelt hij dat het christendom de normaliteit is en islam dus per definitie niet stel ik dan. Zo vindt hij handenschudden belangrijk en wil hij geen boerka (op nadrukkelijke vragen van de journalisten die zo mede vormgeven aan zijn betoog). Ruttes lijn in dit interview is er één die het christendom en liberalisme omhelst en islam tot een vreemde nieuwkomer reduceert. In reactie op de uitspraak van Vogelaar dat er in Nederland ooit een joods-christelijk-islamitische traditie zal ontstaan’ stelt hij:

Die klopte dus ook niet. Absurd. Dat zie ik nooit gebeuren. Ik heb het ook een onhandige uitspraak gevonden

Rutte verdedigt hier wat hij ziet als de wortels van het Westen en stelt enerzijds dat moslims hun geloof kunnen uitoefenen, maar dat islam nooit onderdeel van de Nederlandse traditie zal worden.

Gejengel
Racialisering gaat altijd gepaard met waardeoordelen. Wanneer het gaat over de Ramadan en over de gebedsoproep stelt hij:

[…] ik wens moslims van harte toe dat ze genieten van die periode. Laat ze dat vooral doen, als ze gewoon werken. Als het ziekteverzuim toeneemt, heb ik er wel een probleem mee. Dat ligt wat anders bij het vijf keer per dag zeven dagen per week vanaf een minaret jammermuziek uitzenden. Je kunt niet een hele buurt lastigvallen met die jengelmuziek. Dat is echt wat anders dan een kerkklok die eens in de week slaat.”

‘Jammermuziek’ en ‘jengelmuziek’ het zijn denigrerende termen die geen enkele wettelijke betekenis hebben (moslims hebben gewoon het recht om een gebedsoproep te doen). Maar spreekt Rutte hier als belijdend christen (die een kerkklok mooier vindt), als iemand die is gesocialiseerd in een christelijke omgeving (en daarom meer gewend is aan de kerkklokken) of is dit een officieel VVD-standpunt? Dat Rutte ziekteverzuim naar voren brengt in relatie tot Ramadan is belangrijk. Er is geen aanwijzing dat het ziekteverzuim inderdaad toeneemt, en ik heb hem dit nog nooit horen stellen in relatie tot Carnaval. Het is een typische uitspraak voor een reguliere islamofobe politicus: het lijkt heel redelijk maar bij nader inzien is het twijfelachtig en eenzijdig gericht tegen moslims.

In relatie daartoe stelt Rutte dat de grens van een iemands religiositeit is:

waar jouw geloofsbeleving anderen in de weg gaat zitten. Dan raak je niet meteen de wet, maar wel de vrijheid van anderen.

Daarmee suggereert hij dat een gebedsoproep te ver gaat, maar dat is niet wat hij in de uitzending met Tijs van den Brink zei. Daar stelde hij dat moslims het recht hebben de gebedsoproep te doen binnen de beperkingen van de wet (zoals geluidshinder). Interessant genoeg, bepaalt Rutte de grenzen van het geloof aan de hand van voorbeelden die hij aan de islam verbindt. Daarmee krijgt het seculiere karakter van het publieke domein dat lang alleen gebaseerd is op ervaringen met het christendom, dus vanzelf ook een invulling op basis van islam.

Maar je vraagt je wel af wiens premier Rutte eigenlijk wil zijn als hij denkt dat hij zonder gevolgen de religieuze tradities van kiezers kan denigreren en ridiculiseren. Hij had immers ook kunnen zeggen dat hij als politicus geen waardeoordeel over een religieuze uiting heeft, maar alleen kijkt of deze past binnen de vrijheid van godsdienst en de grenzen die daaraan gesteld zijn. En dat is zo.

PS
Oplettende lezers merken op dat kerkklokken helemaal niet eens per week luiden zoals Rutte stelt. Dat is ieder uur of zelfs vaker en zeker voorafgaand aan de mis

One thought on “Rutte en ‘gejengel’ – Over de gebedsoproep en God achter de voordeur

  1. God en, of Allah! Hier zit de zelfde valse God achter, die de God van deze wereld wordt genoemd, is namelijk Satan de Duivel met zijn engelen. Die het Adam en Eva in het Paradijs al moeilijk maakten. En later Job en Jezus in de Woestijn, die hem alle koninkrijken van de wereld aanbood.
    De ware God van de Bijbel of Heilige schrift, is JHWH, Jehovah of korter Jah genoemd. Staat te lezen in de kanttekening van de Statenvertaling van 1637. Sindsdien staat in alle Bijbels en zeker die van het NBG het Nederlands Bijbel Genootschap, Heere God. Wat niet klopt met de werkelijkheid of waarheid van de Bijbelse Heilige schrift. De Jehovah Getuigen bezitten de juiste Bijbelvertalingen!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website