Transparantie, kan dat eigenlijk wel in een land waar over alles onderhandeld moet worden? Hoe transparant kan de incorporatie van een religieuze traditie eigenlijk zijn? Met een blackbox bescherm je partijen. Het is erg wanneer notities op straat komen.

Zomaar wat quotes (toegegeven, een klein beetje aangepast) uit een artikel over de kabinetsformatie en hoeveel openheid deze kan verdragen tegen de achtergrond van de discussie over het afschaffen van de dividendbelasting.

Dergelijke opvattingen over transparantie waren nagenoeg afwezig in de reportages van Nieuwsuur en NRC over buitenlandse financiering van moskeeën in Nederland. Volgens de journalisten waren er zo’n 39 moskeeën (van de ongeveer 450) die bij elkaar zo’n 6 miljoen euro aan gelden hebben gekregen uit Koeweit en Saoedi-Arabië.

“De publicaties van NRC en Nieuwsuur maken nog eens duidelijk hoe hard het nodig is om deze geldkranen dicht te draaien. Er is geen plaats voor een ideologie van onvrijheid die uit andere landen wordt geïmporteerd”, aldus ChristenUnie-leider Segers bij de NOS. D66-Kamerlid Sjoerdsma is het daarmee eens: “Deze ongewenste beïnvloeding kan je alleen tegengaan als er transparantie is over financieringsstromen. Dat vraagt om nieuw onderzoek.”

Hoe betaal je een moskee?
Vooraleer in te gaan op de reportages een paar opmerkingen over buitenlandse financiering. Moskeeën die buitenlandse gelden aanvragen of krijgen doen juridisch niets fout: buitenlandse financiering is toegestaan voor religieuze en politieke organisaties. Voor iedereen eigenlijk. Moskeeën worden meestal gefinancierd door inzamelingsacties onder de eigen achterban en in de regio waar men gevestigd is of zich wil vestigen. Inmiddels zijn er ook islamitische fondsenwervers actief die nationaal of zelfs internationaal werken. Deze nationale en internationale fondsenwervers hebben de laatste jaren een grote vlucht genomen en halen, afhankelijk van het doel, behoorlijk grote bedragen binnen. Daarnaast is het voor sommige moskeeën gebruikelijk om fondsen te werven buiten Nederland en buiten Europa: soms in het land van herkomst van bestuursleden of hun ouders, soms in de rijkere staten in het Midden-Oosten (met name Koeweit, Qatar, Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië).

Uit de reisverslagen van zogeheten kwartiermakers uit het Midden-Oosten uit de jaren ’70 en ’80 blijkt hoezeer men Europa ziet als spirituele woestenij waar het verspreiden van de islamitische boodschap noodzakelijk is. Daarmee is Europa een geliefd doelwit voor activiteiten die vaak onder de noemer liefdadigheid worden geschaard. In sommige gevallen, zoals de Essalam moskee waar Yassin Elforkani geen preek mocht houden, leidt dat tot beïnvloeding, in andere gevallen niet of nauwelijks. Als men al geld krijgt natuurlijk, er zijn al jaren verhalen dat die organisaties in de Golfstaten wel goed zijn in toezeggingen, maar niet in betalen. Volgens Nieuwsuur en NRC krijgt 10% van de Nederlandse islamitische organisaties geld uit het buitenland (maar zij lijken wel islamitische organisaties te beperken tot moskeeën, dat is nogal slordig ook omdat slechts terloops wordt gemeld dat het bij het gros van de namen op de lijsten gaat om aanvragen). In sommige Europese landen betalen ook de staten mee aan (enkele) moskeeën, maar in Nederland is dat niet het geval hoewel de Nederlandse overheid zich soms wel welwillend opstelde door bijvoorbeeld de grond extra goedkoop te verkopen.

Wie betaalt, bepaalt?

De rode lijn die NRC en Nieuwsuur voor ogen stond was: er is financiële steun uit het Midden-Oosten (en dat is sowieso een slecht idee) voor moskeeën in Nederland, daardoor vindt er ideologische beïnvloeding plaats en dat leidt tot een versterking van salafisme en salafisme leidt tot radicalisering (of is radicalisering) en dat leidt tot geweld dan wel terrorisme. Al die verschillende stappen in deze redenering moeten bewezen worden, en daar gaat het mis.

De deskundigen in de uitzending van Nieuwsuur plaatsen vanuit veiligheidsperspectief en perspectief van internationale betrekkingen de nodige kanttekeningen, nuances en terughoudendheden, maar die gaan verloren in de rest van de uitzendingen en krantenartikelen: salafisme groeit en dat komt door de invloed uit het Midden-Oosten (en dat is een slechte zaak). Nieuwsuur en NRC stellen eigenlijk voortdurend als feit voor wat ze nog moeten bewijzen. Natuurlijk is het niet raar om te denken dat financiering leidt tot beïnvloeding. Onze ontwikkelingssamenwerking is daarop zo ongeveer gebaseerd. Maar dat is nog iets anders dan daadwerkelijk bewijzen en inzichtelijk maken wat die beïnvloeding is, hoe het werkt en wat de consequenties daarvan zijn.

Wel laat men drie interessante casussen zien: Den Haag, Geleen en Dordrecht. Het gaat in deze gevallen om moskeeën die steun krijgen uit het Midden-Oosten, maar de vraag is of dit nu aantoont dat deze moskeeën daardoor beïnvloed worden. Hoogstens wordt de koers die men al ingeslagen had bestendigd; een koers die (zo blijkt ook uit de reportages) op de nodige interne weerstand kan rekenen. Uit de geschiedenis van salafisme in Nederland, zoals opgetekend door Joas Wagemakers, Carmen Becker en mij, weten we ook dat die invloed vanuit het Midden-Oosten niet eenduidig is: een moskee kan van koers veranderen tegen de ideeën van de oorspronkelijke geldschieters in, salafisme is geen eenduidige trend en ook vanuit die kringen kunnen er meerdere (soms tegenstrijdige) invloeden zijn. En, weliswaar hebben veel Syriëgangers (met name uit 2012 t/m 2014) een soort van salafistische achtergrond, velen zijn juist ook weggegaan van de reguliere salafistische netwerken omdat deze hun boodschappen matigden.

Men stelt wat men nog moet bewijzen?

De reportage bij Nieuwsuur zat daarbij bol van verwijzingen naar jihad en terrorisme (alsof dat hetzelfde is) en negeert bijvoorbeeld de informatie van onderzoeker Zoltan Pall (die geïnterviewd werd) dat de Koeweitse stichting RIHS fel tegen IS en Al Qaeda is op ideologisch niveau. Dat men jihadistische rebellengroepen tegen het Syrische regime steunt, maakt van hen nog geen terroristen of sympathisanten daarvan. Ook de link tussen RIHS en As Soennah is slechts mager aangetoond. Zoltan Pall heeft alleen informatie van mensen van RIHS die hij niet kan verifiëren. En overheidsbronnen die ervan uitgaan ‘dat het de As Soennah-moskee betreft’ wanneer het gaat om een naam die op verschillende manieren geschreven wordt, zou ik ook geen onomstotelijk bewijs durven noemen.

De filmpjes die men laat zien zijn natuurlijk wel opmerkelijk (zeker die over vrouwenbesnijdenis want dat staat echt haaks op signalen die ik ken) en bijvoorbeeld de lezing van Nafi over Alawieten is ronduit problematisch en zorgwekkend (ook wanneer je die binnen de context van de strijd tegen het Syrische regime bekijkt). Maar in hoeverre zijn die verbonden aan buitenlandse financiering (want ja daar ging de serie toch over?).

PTT Salafisme
Opvallend in de reportages is dat er weliswaar beelden werden getoond die op internet staan (bijna alles staat op internet), maar dat de makers net doen alsof salafisme naar Nederland komt via de financiële steun. Alsof dat gedachtegoed tegenwoordig nog met post verstuurd moet worden via de PTT en niet iedereen die wil met een paar klikken een of andere lezing kan beluisteren. Wellicht laat het zien dat de claims van Nieuwsuur en NRC veel te groot zijn hier of dat men geen kaas gegeten heeft van moderne bewegingen. Of een combinatie ervan. Bij de commentaren in de kranten zien we iets dergelijks ook, onder andere bij de Volkskrant.

Het is niet dat de Nieuwsuur / NRC reportages geheel zonder waarde zijn, het is meer dat deze een gemiste kans zijn zoals ook Thijl Sunier betoogt. Wat is nu precies de omvang van de financiële steun, tot welke beïnvloeding leidt dit en in hoeverre zijn de getoonde uitspraken problematisch dan wel representatief? Zaken waar de reportages wel uitspraken over proberen te doen, maar die toch mager onderbouwd zijn. Als er sprake is van lezingen en preken met strafbare elementen dan is het natuurlijk een andere zaak, maar dat sommige lezingen van salafisten voor een deel van de natie misschien onwelgevallig zijn, wil nog niet zeggen dat er speciaal voor salafisten een wet ontworpen moet worden die financiering uit zogeheten ‘onvrije landen’ gaat verbieden (voor religieuze instellingen, natuurlijk niet voor het zakenleven of voor het voetbal).

Transparant tot je een ons weegt?
In de discussie naar aanleiding van de reportages gaat het veelal over transparantie. Nederlandse moskeeën moeten echt opener worden, een geluid dat ook binnen de moslimgemeenschappen klinkt. Maar hoeveel transparantie verwachten we eigenlijk van zogeheten salafisten? Transparantie is, in tegenstelling tot bij de kabinetsformatie, een disciplinerend mechanisme: het gaat om controle van buitenaf, regulering en het verwijderen van die aspecten die ongewenst gevonden worden. Moet het salafisme zo transparant worden, dat je er dwars doorheen kijkt en helemaal niks salafistisch meer kunt ontwaren? Het is belangrijk te beseffen dat de term salafisme in het Nederlands opkwam eind jaren ’90, maar voor het grotere publiek meer specifiek in 2003 in de context van een proces over terrorisme. Met andere woorden de categorie salafisme is vanaf het begin ingekaderd als veiligheidsonderwerp door vooral OM, AIVD (en de voorganger BVD al, tot zover al degenen die stellen dat de overheid niks doet). De roep om transparantie zit dus ook vooral daar: het maakt deel uit van een poging salafisme onschadelijk te maken.

Transparantie staat tegenover geheimhouding. Moskeeorganisaties mogen, net als politieke partijen, de buitenlandse financiering geheim houden. Zij hoeven dus ook niet mee te werken aan onderzoeken hiernaar (tenzij, zo vermoed ik, het gaat om een strafrechtelijk onderzoek). Maar in de reportages lijkt het alsof er iets sinisters aan de gang is (geheime lijsten ontdekt die echter al lang bekend waren, met dubbele tong spreken terwijl alles gewoon in het openbaar te vinden is). Het is eigenlijk opmerkelijk hoe transparant (jaja) die financiering is en hoe transparant die moskeeën zijn. Aan de reportages te zien hebben de journalisten geen rare capriolen uitgehaald om de informatie te achterhalen (behalve dan bij As Soennah undercover gaan in de online lessen; dat is dan weer niet zo transparant van die journalisten). De filmpjes stonden online (bij As Soennah op de Al Yaqeen site en andere op youtube e.d.) en de betrokken landen hebben gewoon lijsten van moskeeën die financiering kregen of zelfs maar aanvroegen overhandigd aan de Nederlandse staat. En de lijsten zijn besproken in de betrokken commissies van de Tweede Kamer. En afgaande op de informatie die ik heb, zat daar niet zoveel nieuws bij. Het gebrek aan transparantie, zo blijkt uit de reportages, zit vooral bij de overheid naar het bredere publiek en de gemeenten. Maar waarom zou de overheid informatie over personen en instellingen delen als die informatie gaat over zaken die legaal zijn? Wat moeten ze dan delen?

In de discussies over islam en salafisme wordt transparantie een maatstaf voor veiligheid met als ideaal een bijna maagdelijk helder blazoen vrij van enige smetten. Daarbij gelden dan niet alleen juridische criteria maar ook morele criteria. Wat een verschil met de vragen over de grenzen van transparantie wanneer het gaat om de kabinetsformatie. Het laatste gaat natuurlijk ook om transparantie van de machthebbers en het eerste om transparantie van de (islamitische) civil society ten opzichte van de machthebbers. Als een moskee goed in de leer is (volgens de staat dan) zou deze met rust worden gelaten (we weten natuurlijk allemaal dat dat niet het geval is).

Transparante burgers

Waar beide vormen van transparantie met elkaar overeenkomen is dat sommigen critici lijken te geloven in een welhaast mythische kracht van transparantie: wanneer alles open en bloot gebeurt zullen de resultaten van het onderhavige proces verbeteren. Dat is nog maar de vraag, weten we wel ooit voldoende? Maakt de transparantie de zaak niet zo kwetsbaar dat het proces, zoals de kabinetsformatie of het transformatieproces in het Nederlandse salafistische landschap, gevaar loopt? En waarom zou meer transparantie tot betere uitkomsten leiden? En sommige gegevens kunnen gevaarlijk zijn wanneer ze in de verkeerde handen komen. Dat is wel belangrijk, immers dit type reportages dient ook het heersende anti-islamklimaat en het heersende anti-salafisme klimaat. En hoe verhoudt de eis tot transparantie zich tot de vrijheid van godsdienst, zo vraagt James Kennedy zich terecht af.

Maurits Berger wijst er terecht op dat het debat over salafisme, buitenlandse financiering en orthodoxie nuance behoeft en dat het nogal lastig is om personen of instanties als salafistisch te betitelen. Volgens hem hebben orthodoxe joden en orthodoxe christenen het nodige gemeen met de salafisten. Dat is ook wel zo, maar het is niet zo dat zij dezelfde plichten en rechten hebben als andere burgers omdat ze meer op andere Nederlanders lijken dan we denken. Salafisten in Nederland hebben dezelfde rechten en plichten als andere burgers in Nederland, simpelweg omdat ze burgers zijn in Nederland.