Gastauteur: Thijl Sunier

Nu de storm over moskeefinancieringen weer wat is gaan liggen, is het goed om nog eens te kijken naar de achterliggende aannames die in de berichtgeving naar voren kwamen. Ik wil dat doen aan de hand van een aantal reflecties op de reportages. Het gaat om de validiteit van het onderzoek, de vraag dus of de conclusies gebaseerd zijn op een verantwoorde ‘fact-finding’, maar het gaat ook om de vraag wat voor aannames aan de berichtgeving ten grondslag liggen. Op beide zaken is nogal wat aan te merken.

Nog even de feiten. Enige weken geleden publiceerde dagblad NRC een serie artikelen over ‘geheime’ financiering van moskeeën in Nederland vanuit landen als Saoedi-Arabië en Koeweit. Nieuwsuur zond tegelijk een serie reportages uit over dat thema. De belangrijkste conclusie was dat met de subsidies ook politiek-ideologische en theologische invloed meekwam. Het zou volgens de journalisten tot gevolg hebben dat ‘het salafisme’ in Nederland groeit. Of misschien anders geformuleerd de journalisten bevestigen wat de AIVD al eerder had vastgesteld in een nota, en voegen daar een verhaal aan toe dat deze groei moet verklaren. Eigenlijk wordt er niets verklaard; er worden bij voorbaat al conclusies getrokken over het verband tussen financiering en salafisme vanuit de stelling dat wie betaalt ook bepaalt. Deze mantra konden we meermalen horen in de reportages. Op basis van een lijst van subsidieverzoeken van lokale moskeeën worden verregaande en niet onderbouwde conclusies getrokken over de invloed die met dat geld wordt verkregen en hoe dat het islamitische landschap in Europa vorm geeft.

De ontdekking

Eerst de donaties zelf. Het zou hier gaan om een ‘ontdekking’ van de NRC journalisten. Dat lijkt me tamelijk aanmatigend van die journalisten. Dat er geld vanuit de Golfregio naar Europese moskeeën vloeit is namelijk allang bekend, lang voordat de journalisten hier indoken en niet alleen bij de overheid. Donaties en subsidies, of die nu uit binnen- of buitenland komen, ze zijn grondwettelijk niet verboden. Ze vallen onder godsdienstvrijheid en zijn van alle tijden en alle religies. Ook onder moslims is dit al heel lang ‘common practice’ en het gaat niet uitsluitend om geld uit de Golfregio. Voor een deel gaat het om verzoeken die vanuit bestaande verenigingen in Europa worden gedaan bij fondsen in diverse (vooral rijke landen) in de Golfregio. Het gaat over het algemeen niet om een heel kapitaalkrachtige groep moslims die subsidieverzoeken indienen. Soms zijn aanvullende middelen nodig. De ironie wil dat in die landen het geld tegen de plinten klotst en ze niet weten waar ze het moeten onderbrengen. Vanuit een strikt theologisch perspectief vallen dit soort donaties bovendien onder zakaat-verplichtingen. Vanuit die optiek is het niet eens geld van de donateur, maar van de gemeenschap. Ongetwijfeld zijn veel van die financieringsverzoeken puur en alleen gedaan om een moskeeproject te betalen en maakt de donateur zich niet druk om andere zaken. Er is geen enkele reden om daaraan te twijfelen.

Maar zelfs als blijkt dat met die financiering de geldschieters ook invloed proberen te verwerven, dan lijkt me dat niet echt opzienbarend. Waar gebeurt dat niet zou je zeggen. Ook overheden hebben hier een handje van zoals we weten uit de WODC-onthullingen. Ik zelf heb voor het Ministerie van Sociale Zaken enige jaren geleden een rapport geschreven over Turkse islamitische organisaties. In de opdracht stonden een paar duidelijke vragen die we zo goed als dat ging hebben proberen te beantwoorden, maar de toenmalige minister Asscher was het niet eens met onze bevindingen en wilde een nieuw onderzoek. Bizar zou je kunnen zeggen dat onderzoekers alleen ‘goed’ onderzoek doen als de uitkomsten al bij voorbaat vaststaan en de politieke agenda van de minister wordt gevolgd, maar het gebeurt. In het geval van donaties aan moskeeën ligt nogal voor de hand dat die eventuele inmenging niet alleen gaat over de kleur van de bakstenen. Je kunt het hoogstens naïef noemen dat een moskeebestuur zich dat niet voldoende realiseert.

Een variant op dit model zijn de donaties en subsidies die bijvoorbeeld vanuit commerciële, en maatschappelijke instellingen aan religieuze organisaties worden geschonken. Dat is een wereld op zich die ook al heel oud is. Vaak gaat het daar om commerciële belangen, of om goede doelen geld. We horen nog wel eens klachten over het ‘onheus’ inzetten van geld om privé belangen te dienen, maar het gebeurt.
Een ander deel van de financiële transacties vindt plaats op initiatief van donorlanden zelf. Bekendst voorbeeld is het geld dat al sinds het begin van de jaren tachtig via het Turkse Presidium van Godsdienstzaken (Diyanet) naar Europa en elders wordt gesluisd. Dat gaat overigens niet om cash, maar om dienstverlening zoals het beschikbaar stellen van betaalde imams aan Europese moskeeën, of een financiële garantstelling bij een lening. In dit model spelen politieke en ideologische motieven vaak wel een rol zoals het propageren van een bepaald soort islam. In wezen wijkt deze praktijk niet echt af van de gang van zaken bij bijvoorbeeld de katholieke kerk, waar het Vaticaan door middel van het systeem van kerkleiders invloed heeft op beslissing van lokale kerkbesturen. Lang maakte niemand zich daar druk om. Maar die tijd is voorbij, vooral als het gaat om moslims.

Rondtrekkende predikers

Dan het rondtrekkende circus van predikers. Dat er predikers vanuit de hele wereld Europese moskeeën bezoeken is ook niets nieuws. Vanaf het moment dat hier moslims wonen zijn er predikers uitgenodigd. Zij vertegenwoordigen het hele spectrum van geloofsopvattingen. Een aantal van deze predikers verkondigt de wahabitische leer, een conservatieve stroming binnen de islam die in Saoedi-Arabië wijdverbreid is. Het zou een variant zijn van ‘het salafisme’, het containerbegrip voor alles wat ‘niet deugt’. In de reportage van Nieuwsuur worden beelden getoond van conservatieve predikers die hun gehoor in moskeeën toespreken. Zonder meer ferme intolerante, vrouwonvriendelijke en antidemocratische uitspraken; laat daar geen twijfel over bestaan. De journalisten presenteerden deze toespraken als een scoop, namelijk ‘in het geheim opgenomen beelden’ ten behoeve van de reportage, terwijl ze gewoon op YouTube te vinden zijn.

Als je de reportages en de artikelen goed leest dan wordt nergens keihard onderbouwd dat er een verband is tussen deze predikers en de subsidiestromen. Hier zien we een bekend mechanisme aan het werk. Wanneer het gaat om een verschijnsel dat als ongewenst wordt beschouwd dan gaat de aandacht vrijwel volledig uit naar dat verschijnsel. De oorspronkelijke vraag is dan kennelijk niet meer relevant en kritische vragen over oorzaak en gevolg worden niet meer gesteld. Zonder enige onderbouwing trekken de journalisten een rechte lijn tussen financiering, inmenging, botsing van waarden, radicalisering en integratieproblemen.

Los van het verband tussen geldstromen en groeiend salafisme, is er nog iets anders dat opmerkelijk is in de reportages. Als je al stelt dat er een verband is tussen financiering en religieuze beïnvloeding, hoe werkt dat dan? Op die vraag hebben de journalisten geen antwoord omdat ze het niet nodig vinden, of niet in staat zijn die werking te onderzoeken. Hoeveel gezag, invloed en legitimiteit zouden de predikers uit Saoedi-Arabië en Koeweit eigenlijk hebben die volgens de journalisten in het kielzog van de geldstroom naar Europa komen? Wie luistert naar hen en, nog belangrijker, wat wordt met die informatie gedaan? Welke rol speelt het in het dagelijks leven van moslims? Hoe stel je vast of de invloed van die predikers is toegenomen? Zelfs als hun aantal zou zijn toegenomen zegt dat nog niets over hun invloed onder gewone moslims. En wat is het verband met de subsidiestromen? Daarover vernemen we helemaal niets in de rammelende reportages van NRC en Nieuwsuur.

Niemand die in de reportages aan het woord komt geeft antwoord op die vragen. Die vragen worden hen niet eens voorgelegd. De vertegenwoordigers van moslimgemeenschappen spelen het braafste jongetje uit de klas en spreken schande van de uitspraken van de predikers die we in de reportages zien. Hun reacties zijn paniekerig en, nog wel ernstiger, zij stellen met zoveel woorden dat alleen van boven opgelegde controle deze praktijken kan stoppen. Zij stellen ook met zoveel woorden dat alleen zij in staat zijn om de achterban op het juiste pad te brengen en alleen zij de ‘juiste’ islam vertegenwoordigen.

Schoothondjes en machtige geldschieters

Het beeld dat lokale moskeebesturen een soort schoothondjes zijn van machtige geldschieters is grotesk, evenals het beeld dat zij niet in staat zijn de verleidingen van het geld te weerstaan. Al eerder is naar buiten gekomen dat er achteraf conflicten zijn uitgebroken omdat geldschieters meer invloed eisten op de agenda van het lokale bestuur, waar bestuursleden op hun beurt niet van gediend waren. Daar horen we in de reportages dan weer nauwelijks iets over, maar het is van groot belang omdat het laat zien dat er op lokaal niveau een heel andere dynamiek plaatsvindt dan de journalisten ons voorhouden. Nog steeds wordt de aanwezigheid van moslims in Europa gezien als een integratiekwestie. Moslims zijn migranten, islam komt van buiten en de enige manier om de integratie van migranten te bevorderen is de lijnen met de buitenwereld zoveel mogelijk af te snijden. Moskeebesturen zijn de belangrijkste hinderpalen bij die integratie. Dit is een even hardnekkig als achterhaald beeld over het organisatorische landschap onder moslims.

Het volledig achterwege blijven van de vraag hoe gewone moslims over dit alles denken is de belangrijkste tekortkoming van de reportages. Het getuigt van een volstrekt gebrek aan inzicht in de ontwikkelingen die onder moslims in Europa plaatsvinden. Zij zijn de sleutel tot het begrijpen hoe invloed werkt, wie er gezag heeft en naar wie wordt geluisterd. Niets over de ontwikkelingen onder moslims in Europa, niets over het feit dat steeds meer moskeeën sterk geworteld zijn in de lokale gemeenschap. En niets over het feit dat die ‘Nederlandse islam’, of hoe je die ook wilt noemen, al lang bestaat. De vraag is alleen wat je daaronder verstaat. Wat mij het meest schokt in de reportages is het volstrekte gebrek aan vertrouwen dat er uit spreekt in het onderscheidingsvermogen van moslims en hun vermogen hun geloofsovertuiging te verbinden met hun leven als burger in deze samenleving. Een vrouw met een hoofddoek wordt of onderdrukt, of ze is niet geïntegreerd. Als een jonge moslim kiest voor een salafistische variant van de islam dan komt dat vanwege buitenlandse invloed, of door gebrekkige integratie. Het komt kennelijk niet op dat hier misschien sprake is van vrije keuze van moslims die geboren en getogen zijn in Europa. Helaas vertolken de journalisten hier de opvattingen die we ook bij veel politici en politici aantreffen. Het zijn opvattingen die niet alleen geworteld zijn in oude structuren en oude processen; ze zijn ontstaan door van bovenaf en op afstand te kijken naar wat zich onder moslims voltrekt. Hoog tijd dat die kortzichtigheid doorbroken wordt.

Thijl Sunier is Hoogleraar islam in Europa aan de Vrije Universiteit Amsterdam