De termen islamisering en de-islamisering zijn al tijden gemeengoed in de Nederlandse politiek sinds ze een prominente plek innamen in het racistische gedachtegoed van Fortuyn. Wilders gebruikt de term voortdurend, maar we komen het ook tegen bij journalisten als Wierd Duk en Syp Wynia en bij anderen die minder sterk uitgaan van een expliciet racistische benadering. De term heeft bij deze mensen voortdurend een negatieve connotatie. Maar wat bedoelt men eigenlijk met islamisering en hoe ziet de-islamisering er dan uit? Laten we het lijstje van Wynia uit 2015 eens als uitgangspunt nemen want dat lijkt me redelijk exemplarisch voor wat hier bedoeld wordt (Syp Wynia. “Meebuigen met de islam”. Elsevier Weekblad. 17 oktober 2015).

Zijn lijstje begint in 1951: “Zeventig gezinnen van islamitische Molukse militairen komen naar Nederland – de eerste moslims die groepsgewijs naar Nederland komen.” Dit is natuurlijk historisch gezien volstrekt onjuist. Na de val van Al Andalus kwamen er al Morisco’s naar Nederland, moslims speelden een belangrijke rol in de Nederlandse diplomatie ten tijde van de strijd tegen Spanje en gedurende de kolonisatie (Suriname, Indonesië en Nieuw-Amsterdam). En dat is belangrijk want Wynia doet met dit korte zinnetje dus drie dingen: a) hij reduceert op volstrekt ahistorische wijze de aanwezigheid van moslims en islam tot een na-oorlogs fenomeen; b) hij reduceert islam en moslims tot iets dat vreemd is aan Nederland en c) dit islamiseringslijstje begint met moslims, met andere woorden hoewel vaak de claim is dat men iets tegen islam heeft en niet tegen moslims, kunnen de twee niet zonder elkaar in de retoriek van islamisering. In zijn stuk maakte Wynia onderscheid tussen vier vormen van islamisering:

  • Demografisch: “Een gestaag toenemend deel van de ­bevolking vindt zichzelf moslim. Dat aandeel groeit door immigratie en tegenwoordig vooral door de toestroom van immigranten die als asielzoeker binnenkomen.” Waarbij hij dus migranten reduceert tot moslims en de motieven en handelingen van deze migranten reduceert tot islam.
  • Cultureel: Deze migranten met hun “geïmporteerde opvattingen en reflexen” die niet veel verschillen van wat volgens hem vijftig jaar geleden ‘gangbaar’ was, maar wel met wat nu ‘gangbaar’ is. In het gedachtegoed van de islamiseringsthese verandert de samenleving hierdoor ten nadele terwijl de ideeën van moslims niet zouden veranderen, want islam (ook pertinent onjuist overigens).
  • Politiek: (Deze benoemt hij niet apart): “De nog steeds jonge islamitische bevolkingsgroep is bovendien assertief. Moslims eisen hun plaats op, klagen – zeker in de beeldvorming – nogal gauw over discriminatie, eisen het toestaan van islamitisch geïnspireerde kleren, bouwen dominante moskeeën en stellen eisen op het gebied van eten en bidden, ook in publieke gebouwen.” De overheden uit de landen van herkomst ondersteunen dit waardoor “de islamisering op begrijpelijke gronden niet al te vaak als een verrijking gezien, maar eerder als een Paard van Troje.” Die verwijzing naar het Paard van Troje is overigens een klassieker in alle racistische retoriek, of dat nu tegen joden, moslims, zwarte mensen, Roma en Sinti is gericht.
  • Zelfislamisering: Temeer omdat Nederland meebuigt: “Dan is er nog de zelfislamisering, wei­nig opgemerkt maar hoogst aanwezig. Volgens de socioloog Ruud Koopmans, die ook veel in Duitsland werkt en op Europese schaal onderzoek doet, is er geen land in Europa waar moslims zo veel rechten hebben als Nederland. Waarbij die rechten zowel door moslims kunnen zijn verworven als hun in de schoot geworpen.” Overigens impliceert de term zelfislamisering natuurlijk al dat moslims niet tot wij behoren: ‘wij’ islamiseren om ‘hen’ tegemoet te komen.

De islamiseringsthese is op deze manier een mengeling van populistisch (anti-elite) gedachtegoed met de klassiek racistische omvolkingsthese en een meer recente cultureel-racistische variant als de clash of civilizations. Net als Fortuyn en Wilders (deze op een iets andere manier omdat hij het doen en laten van moslims en het problematiseren van hun bestaansrecht baseert op zijn lezing van de Koran) verandert Wynia de openlijke participatie van moslims als moslims en hun islamitische instituties in iets ongewensts, ook al gebeurt dat binnen het Nederlandse systeem van de regulering van religie en op basis van de rechten die men heeft. Of misschien wel juist wanneer dit gebeurt binnen de regels: hun aanwezigheid en gelijkwaardige positie komt het in het kader te staan van een existentieel cultureel conflict.

Zoals ik in mijn essay over Fortuyn hierover stelde:

“In het extreme doorgetrokken betekent deze retoriek dat aan moslims gevraagd wordt om bij inburgering af te zien van een deel van hun rechten, in het bijzonder die op godsdienstvrijheid. Het is een opvallend punt: hoe meer moslims zich voegen in het bestaande systeem en daar net als ieder ander gebruik van maken, hoe groter het probleem wordt in de ogen van Fortuyn. Het is wel een direct uitvloeisel van een paradox in zijn gedachtegoed. Enerzijds schildert hij het beeld van een islamitische cultuur die onverenigbaar zou zijn met de westerse cultuur en anderzijds pleit hij voor integratie. Dat kan in zijn cultuurleer alleen als mensen zich zouden ontdoen van die islamitische cultuur, omdat deze anders de Nederlandse cultuur en identiteit zou aantasten. In zijn ideologische strijd is de Nederlandse cultuur superieur aan de islamitische cultuur, maar tegelijkertijd ook kwetsbaar ten opzichte van die cultuur.”

De-islamisering

De verdedigers van de islamiseringsthese blijven altijd opmerkelijk vaag over hoe een de-islamisering eruit zou moeten zien. Behalve dat men protesteert tegen sommige concrete voorbeelden van islamisering komt men niet tot een duidelijk vergezicht dat aangeeft hoe minder islam eruit zou moeten zien. Zonder nu te stellen dat het verleden garanties biedt voor heden en toekomst is het daarom misschien toch wel aardig om eens te kijken hoe momenten van de-islamisering er in het verleden uitzagen in Europa.

Nu kent Europa geheel volgens haar eigen traditie van etnische zuiveringen, massamoord en genocide negen grote momenten van massale de-islamisering en de-moslimisering:
1) De reconquista: Na de val van Al Andalus werd de christelijke overheersing voorgesteld en gelegitimeerd door te stellen dat de christelijke overheersing een voortzetting was van de overheersing door eerdere christenen.
2) Slavenhandel: naar schatting tot eenderde van de slaven waren moslims die van hun woongebied werden verdreven en tot slaaf gemaakt.
3) Het verdrijven van moslims van Sicilië en Lucera (ongeveer 60.000 mensen) in Italië tussen 1160 en 1300 dat na jaren van bescherming uiteindelijk uitliep op het doden van een groot deel van de bevolking en het tot slaaf maken van een klein deel.
4) Het verdrijven van bevolkingsgroepen uit de Balkan tussen 1821 en 1922.
5) De gedwongen deportatie van en het bloedbad onder de Circassiërs door de Russen tussen 1859 en 1864.
6) De talrijke bloedbaden en militaire campagnes en para-militaire campagnes in de koloniën en bij de onafhankelijkheidsoorlogen (zie bijvoorbeeld Algerije).
7) De campagnes tegen religie,oa islam, in communistische Europa tussen 1945 en 1989.
8) De gedwongen deportatie van ongeveer 200.000 – 300.000 Turken uit Bulgarije in 1989.
9) De etnische zuiveringen en genocide in Bosnië in 1995.

Dit zijn allemaal zeer verschillende vormen in zeer verschillende tijden en plaatsen. Wat ze gemeen hebben is dat historisch gezien massale de-islamisatie en de-moslimisering alleen voorkomt in de context van regimes die zeer autoritair en gewelddadig waren en bijna altijd met veel doden als gevolg. Daarmee is natuurlijk niet gesteld dat iedereen die het over islamisering heeft ook dergelijke vormen van de-islamisering voor ogen heeft. Maar toch, in het bijzonder de genocide in Bosnië lijkt de meest extreme elementen van wit nationalisme te inspireren: het blijkt inderdaad mogelijk een meerderheidsstaat te scheppen door middel van geweld is hun nogal grove, oppervlakkige en opportunistische lezing van de oorlog aldaar.

Hoe verhouden de islamiseringsthese en massaal collectief geweld zich tot elkaar?

Tegelijkertijd moeten we ook voorzichtig zijn met deze focus op de verschrikkingen van etnische zuiveringen en genocide: hoe belangrijk en verschrikkelijk ook, maar deze komen niet uit de lucht vallen en zijn ook niet uniek Europees (zie hedentendage China en Myanmar). Ze zijn het resultaat van mondiale geopolitieke verwikkelingen, materiële conflicten, nationalistische retoriek en het problematiseren van minderheden over zeer lange termijn. De genoemde extreme vormen zijn weliswaar niet uniek, maar kunnen alleen maar door het eerder aantasten van de burgerrechten van moslims in beleid en politieke retoriek: dat is de traditie waarin mensen staan die spreken over islamisering en de-islamisering. De vraag die open ligt nu is hoe die hedendaagse islamiseringsthese (die inmiddels al leidt tot pleidooien voor aantasting van de burgerrechten van moslims of zelfs al wetgeving in Europa met hetzelfde resultaat), zich verhoudt tot die meer extreme (recente) historische vormen?