Islamofobie in onderzoek – Een overzicht (Introductie, deel 1)

Debat op 25 mei 2021:

Tijdens de Algemene Beschouwingen in 2020 en tijdens de verkiezingscampagne in 2021, hebben we kunnen aanhoren hoe verschillende politieke leiders de islam neerzetten als wezensvreemd aan Nederland, als een bedreiging en daaraan gekoppeld burgerrechten, zoals de vrijheid van godsdienst, en mensenrechten zoals het asielrecht, willen aantasten als het gaat om moslims. Denk bijvoorbeeld aan de volgende uitspraak van FvD en motie van PVV, die heel goed laten zien dat hun racistische retoriek betrekking heeft op mensen die moslim zijn in plaats van alleen islam als een systeem van ideeën zoals men regelmatig claimt.

U maakt goede analyses, maar ik ben effectiever, zou Rutte hier ongetwijfeld over gezegd hebben.

In deze introductie wil ik u een overzicht op hoofdlijnen bieden van ongeveer 45 studies in de afgelopen 15 jaar naar vormen van islamofobie in Nederland. Deze onderzoeken maken duidelijk hoe de term Moslim of Islam niet zomaar een religieuze groep aanduidt, maar betrekking heeft op percepties over, articulatie en management van stereotype menselijke verschillen waarbij allerlei individuele voorstellingen, praktijken en ervaringen van moslims verdwijnen achter een gordijn van generalisaties en hiërarchieën.

Individuele attitudes en interacties

In 2005 vond een internationale survey van PEW dat 51% van de Nederlandse deelnemers een ongunstig beeld hadden van moslims, een beeld dat bevestigd wordt door een SCP survey uitgevoerd door Gijsberts (2005)waarin de helft van de respondenten vond dat de ‘Westerse’ en moslim manier van leven tegengestelden zijn die niet met elkaar te verenigen zijn. Dit zijn percentages die bevestigd worden in andere studies die overigens wel redelijk gedateerd zijn (Noll, Poppe, & Verkuyten, 2010). Maar ook meer recenter onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat negatieve houdingen ten opzichte van migranten in het algemeen sterk bepaald worden door percepties over islam en moslims (Schlueter, Masso, & Davidov, 2020; Vink, Schmeets, & Mennes, 2019). Ook het werk van Ineke van der Valk laat dergelijke patronen zien (Valk, 2015, 2020).

Hoewel sommige studies met cijfers komen die laten zien dat tot 90% van hun respondenten in de adolescenten leeftijd ongunstige beelden hebben bij moslims (De Bruijn, Amoureus, Emmen, & Mesman, 2020; Gieling, Thijs, & Verkuyten, 2014) , is het plaatje ook weer ingewikkelder dan dat alleen. Individuen kunnen immers intolerant zijn ten opzichte van bepaalde religieuze praktijken, zonder ook per se intolerant en bevooroordeeld te zijn ten opzichte van een bepaalde groep en andersom (Dangubić, Verkuyten, & Stark, 2020; Erisen & Kentmen-Cin, 2017). Beide kunnen echter ook weer op complexe manieren met elkaar samenhangen (Adelman & Verkuyten, 2020; Sleijpen, Verkuyten, & Adelman, 2020). Daarbij lijken sterker geseculariseerde landen toleranter ten opzichte van moslims, maar wordt de sterkste intolerantie weer gevonden onder mensen die zich als niet-religieus zien (Ribberink, Achterberg, & Houtman, 2017). Bij jongeren spelen in het bijzonder ervaringen met negatieve percepties over islam bij ouders, vriendengroepen en leerkrachten een grote rol in het ontwikkelen van ideeën over islam en moslims en dreiging (van der Noll & Dekker, 2010; Vedder, Wenink, & van Geel, 2017). Omgekeerd zien we in onderzoek ook hoe dominante vertogen over migratie en islam doordringen in het dagelijks leven van ouders en kinderen, hoe kinderen zich daarover uiten en hoe ouders worstelen met hoe hierop te reageren (Van Beurden & De Haan, 2020). Ook het recente onderzoek van Meld Islamofobie gaat in op hoe bijvoorbeeld politieke retoriek doordringt in het dagelijks leven van mensen.

Institutionele islamofobie: arbeidsmarkt en media

De discriminatie ten opzichte van moslims op de arbeidsmarkt, in het bijzonder vrouwen die voldoen aan een generiek beeld over moslimvrouwen, is breed aangetoond (Abubaker & Bagley, 2017; Bagley & Abubaker, 2017), andere onderzoeken vinden eveneens hoge niveaus van discriminatie maar dan weer vooral in relatie tot mannen (Di Stasio, Lancee, Veit, & Yemane, 2019).Het proefschrift van Thijssen (2020) geeft, op basis van experimenteel onderzoek over sollicitaties in Spanje, Duitsland, de VS en Nederland, meer inzicht in welke raciale en etnische minderheidsgroepen het zwaarst getroffen worden door arbeidsmarktdiscriminatie en wat de mogelijke verklaringen daarvoor zouden kunnen zijn. Volgens hem treft het vooral groepen die gezien worden als het meest afwijkend ten opzichte van de dominante raciale en etnische meerderheidsgroep in een samenleving, in sociaaleconomisch, cultureel of fenotypisch opzicht. In de praktijk gaat het dan om sollicitanten van Chinese, Indiase, Surinaamse, Turkse, Afrikaanse, Arabische herkomst (hier genomen als aparte categorieën, maar deze kunnen elkaar overlappen natuurlijk). Opvallend in dit onderzoek is dat blijkt dat werkgevers blijven selecteren op basis van ideeën over afkomst en etniciteit, ook wanneer sollicitanten meer informatie geven over hun kennis en vaardigheden. Thijssen vindt ook variaties tussen landen: zo worden zwarte minderheidsgroepen vooral in Frankrijk zwaar getroffen en worden Marokkaanse en Turkse minderheden vooral in Nederland zwaarder gediscrimineerd dan in Spanje en Duitsland en is er nauwelijks significant verschil tussen discriminatie van moslims. Ideeën over, bijvoorbeeld de sociaal-economische toestand in de landen van herkomst spelen ook een rol in de kansen op de arbeidsmarkt. Ook beïnvloeding door de media speelt een rol. Consumptie van nieuws leidt bijvoorbeeld tot pessimisme over de economie wat vervolgens een anti-moslim attitude versterkt (Jacobs, Boukes, & Vliegenthart, 2019). Onderzoek van Tayfun Balcik laat zien hoe in verschillende kranten negatieve beeldvorming domineert en Annebregt Dijkman en Zoë Papaikonomou laten in het boek ‘Heb je een boze moslim voor mij’ zien hoe hun respondenten uit de media stuk voor stuk ervaringen hebben met stigmatisering.

Politieke islamofobie

Ook de rol van de politiek is hier ingewikkeld. Onderzoek laat zien dat opvattingen onder Europese bevolkingen over migranten die als etnisch min of meer hetzelfde gezien worden, nauwelijks worden beïnvloed door retoriek van politici. Maar dat is niet het geval bij immigranten die moslim (zouden) zijn: de houdingen ten opzichte van hen zijn vijandiger wanneer de dominante vertogen onder politici gericht zijn op uitsluiting en meer verwelkomend wanneer politici meer inclusief zijn (Czymara, 2019). In het bijzonder retoriek dat het idee van nostalgie verbindt met het idee van ’oorspronkelijke’ Nederlanders (autochtonen) en retoriek die uitgaat van een idee van Nederland als een christelijke natie, versterkt de oppositie tegen specifieke burgerrechten van moslims (zoals het recht om islamitische scholen te stichten) (Smeekes & Verkuyten, 2013; Smeekes, Verkuyten, & Martinovic, 2015; Smeekes, Verkuyten, & Poppe, 2011). Ook op het niveau van overheidsbeleid met betrekking tot islamitische organisaties zien we dat het gelijkheidsbeginsel op enkele punten in de knel komt (Kortmann, 2018)

Waar moslims in het algemeen in Nederland en elders onderwerp zijn van politiek debat en van beleid aangaande integratie, verhouding religie – staat, religie in de publieke ruimte en over veiligheid, is dat anders voor de categorie die wordt aangemerkt als autochtoon. De problematisering van moslims op basis van ideeën over hun religie, uiterlijk en herkomst vindt mede plaats door dat verschil in positie en draagt ook daaraan bij (De Koning, 2016; Frost, 2007; Kešić & Duyvendak, 2019; Mandaville, 2017; Mattes, 2018; Ramm, 2010). Deze problematisering bouwt voort op reeds eeuwenoude ideeën waarbij moslims en islam tegenover een Europese dan wel Nederlandse identiteit worden gesteld en waarbij hedendaagse gewelddadige en intolerante acties, migratie en vreedzaam islamitisch activisme als exemplarisch gezien worden voor het risico dat zou samenhangen met islam en islamisering. Deze ideeën zijn niet exclusief voor extreem- en radicaalrechts, maar we zien dat hun agendapunten ook weerklank krijgen binnen het bredere politieke spectrum (Houtum & Bueno Lacy, 2017; Vieten, 2016). Tegelijkertijd zien we een zekere mainstreaming ook door radicaal- en extreemrechts zelf die  aspecten van hun agenda binnen liberaal-democratische termen overnemen (Abou-Chadi & Krause, 2018; Han, 2014; Muis & Immerzeel, 2017).

Het promotieonderzoek van Anouk Van Drunen (2014) laat daarbij zien dat zowel media als publiek in de basis al voornamelijk negatief zijn in de representatie en houdingen ten opzichte moslims, maar dat het effect ervan niet eenduidig is. Negatieve beelden in politiek en media kunnen ook leiden tot een vermindering in negativiteit. Dat laatste is wellicht wat paradoxaal, maar heeft ermee te maken dat er meerdere kaders en emoties zijn die van invloed zijn op de perceptie van het publiek en die zijn ook weer met elkaar in interactie. Het suggereert in ieder geval ook, en Van Drunen stelt dat ook, dat verzet tegen negatieve framing zin heeft.

Hoe verzet je je tegen islamofobie als islamofobie bijna onvermijdelijk lijkt?

Met dat laatste komen we ook op onderzoek naar hoe moslims omgaan met de heersende islamofobie op individueel, institutioneel en politiek niveau en dat bijna onvermijdelijk is voor mensen zelf (Van Den Brandt, 2019). Het is dit type onderzoek waar ik me mee bezig houdt aan de Radboud Universiteit Nijmegen maar ook met collega’s Annelies Moors en Fouzia Outmany van de Universiteit van Amsterdam. Die reacties, zo laten allerlei onderzoeken zien, variëren van bijvoorbeeld het verbergen van een islamitische identiteit (bijvoorbeeld door op sommige plekken geen hoofddoek te dragen en geen islamitische uitdrukkingen te gebruiken), of juist de confrontatie opzoeken of juist zich opwerpen als vertolkers van de problemen onder moslims of als ambassadeurs (Bracke, 2011; Eijberts & Roggeband, 2016; Van Es, 2019a), een politieke stem te claimen zoals het werk van Sakina Loukili (2019) laat zien. Sommigen die zich expliciet uitlaten in protest tegen, bijvoorbeeld terroristische aanslagen en anderen die dat niet doen, zoals we kunnen zien in onderzoek van Margreet van Es (2019b). Daarbij zijn er grote verschillen tussen Europese landen als het gaat om de verschillende strategieën van islamitische organisaties richting de media zoals Aida Kassaye en Anja van Heelsum (2020) laten zien. Ook het werk van Meld Islamofobie en het Collectief tegen Islamofobie zijn hier belangrijk denk ik. Zij draaien de blik die vanuit beleid, debat, individuele bejegening en politiek gericht is op moslims, zij draaien die blik om en stellen de vraag wat de stereotyperingen en vooroordelen en wat het beleid eigenlijk zegt over degenen die daar mede-verantwoordelijk voor zijn.

Dit is geen uitputtend overzicht. In de loop van het jaar zullen hier vervolgposts opkomen. Mis je wetenschappelijke publicaties, laat het me dan weten!

Bronnen (reading list)

 

Abou-Chadi, T., & Krause, W. (2018). The Causal Effect of Radical Right Success on Mainstream Parties’ Policy Positions: A Regression Discontinuity Approach. British Journal of Political Science, 1-19. doi:10.1017/s0007123418000029

Abubaker, M., & Bagley, C. (2017). Methodology of Correspondence Testing for Employment Discrimination Involving Ethnic Minority Applications: Dutch and English Case Studies of Muslim Applicants for Employment. Social Sciences, 6(4), 112. doi:10.3390/socsci6040112

Adelman, L., & Verkuyten, M. (2020). Prejudice and the acceptance of Muslim minority practices: A person-centered approach. Social Psychology, 51(1), 1-16. doi:10.1027/1864-9335/a000380

Bagley, C., & Abubaker, M. (2017). Muslim Woman Seeking Work: An English Case Study with a Dutch Comparison, of Discrimination and Achievement. Social Sciences, 6(1), 17. doi:10.3390/socsci6010017

Bracke, S. (2011). subjects of debate: secular and sexual exceptionalism, and Muslim women in the Netherlands. Feminist Review, 98(1), 28-46. doi:10.1057/fr.2011.5

Czymara, C. S. (2019). Propagated Preferences? Political Elite Discourses and Europeans’ Openness toward Muslim Immigrants:. https://doi-org.ru.idm.oclc.org/10.1177/0197918319890270. doi:10.1177_0197918319890270

Dangubić, M., Verkuyten, M., & Stark, T. H. (2020). Rejecting Muslim or Christian religious practices in five West European countries: a case of discriminatory rejection? Ethnic and Racial Studies, 43(16), 306-326. doi:10.1080/01419870.2020.1792525

De Bruijn, Y., Amoureus, C., Emmen, R. A. G., & Mesman, J. (2020). Interethnic Prejudice Against Muslims Among White Dutch Children. Journal of Cross-Cultural Psychology, 51(3-4), 203-221. doi:10.1177/0022022120908346

De Koning, M. (2016). “You Need to Present a Counter-Message” The Racialisation of Dutch Muslims and Anti-Islamophobia Initiatives. Journal of Muslims in Europe, 5(2), 170–189. doi:https://doi.org/10.1163/22117954-12341325

Di Stasio, V., Lancee, B., Veit, S., & Yemane, R. (2019). Muslim by default or religious discrimination? Results from a cross-national field experiment on hiring discrimination. Journal of Ethnic and Migration Studies, 1-22. doi:10.1080/1369183x.2019.1622826

Eijberts, M., & Roggeband, C. (2016). Stuck with the stigma? How Muslim migrant women in the Netherlands deal – individually and collectively – with negative stereotypes. Ethnicities, 16(1), 130-153. doi:10.1177/1468796815578560

Erisen, C., & Kentmen-Cin, C. (2017). Tolerance and perceived threat toward Muslim immigrants in Germany and the Netherlands. European Union Politics, 18(1), 73-97. doi:10.1177/1465116516675979

Frost, D. (2007). Islamophobia: examining the links between the state and “race hate” from “below”. International Journal of Sociology and Social Policy, 28(11/12), 546-563. doi:10.1108/01443330810915242/full/html

Gieling, M., Thijs, J., & Verkuyten, M. (2014). Dutch adolescents’ tolerance of Muslim immigrants: the role of assimilation ideology, intergroup contact, and national identification. Journal of Applied Social Psychology, 44(3), 155-165. doi:10.1111/jasp.12220

Gijsberts, M. (2005). Opvattingen van autochtonen en allochtonen over de multi-etnische samenleving. Jaarrapport integratie 2005, 189-205.

Han, K. J. (2014). The Impact of Radical Right-Wing Parties on the Positions of Mainstream Parties Regarding Multiculturalism. West European Politics, 38(3), 557-576. doi:10.1080/01402382.2014.981448

Houtum, H. V., & Bueno Lacy, R. (2017). The political extreme as the new normal: the cases of Brexit, the French state of emergency and Dutch Islamophobia. Fennia – International Journal of Geography, 195(1), 85. doi:10.11143/fennia.64568

Jacobs, L., Boukes, M., & Vliegenthart, R. (2019). Combined Forces: Thinking and/or Feeling? How News Consumption Affects Anti-Muslim Attitudes through Perceptions and Emotions about the Economy. Political Studies, 67(2), 326-347. doi:10.1177/0032321718765696

Kassaye, A., & Van Heelsum, A. (2020). Muslim Organisations’ Response to Stigmatisation in the Media. Journal of Muslims in Europe, 9(1), 96-118. doi:10.1163/22117954-bja10001

Kešić, J., & Duyvendak, J. W. (2019). The nation under threat: secularist, racial and populist nativism in the Netherlands. Patterns of Prejudice, 53(5), 441-463. doi:10.1080/0031322X.2019.1656886

Kortmann, M. (2018). Debating the ‘integration of Islam’: the discourse between governmental actors and Islamic representatives in Germany and the Netherlands. Comp Migr Stud, 6(1), 24. doi:10.1186/s40878-018-0086-2

Loukili, S. (2019). Fighting Fire with Fire? “Muslim” Political Parties in the Netherlands Countering Right-Wing Populism in the City of Rotterdam. Journal of Muslims in Europe, 1-22. doi:10.1163/22117954-12341409

Mandaville, P. (2017). Designating Muslims: Islam in the Western Policy Imagination. The Review of Faith & International Affairs, 15(3), 54-65. doi:10.1080/15570274.2017.1354466

Mattes, A. (2018). How religion came into play: ‘Muslim’ as a category of practice in immigrant integration debates. Religion, State and Society, 46(3), 186-205. doi:10.1080/09637494.2018.1474031

Muis, J., & Immerzeel, T. (2017). Causes and consequences of the rise of populist radical right parties and movements in Europe. Current Sociology, 65(6), 909-930. doi:10.1177/0011392117717294

Noll, J. v. d., Poppe, E., & Verkuyten, M. (2010). Political Tolerance and Prejudice: Differential Reactions Toward Muslims in the Netherlands. Basic and Applied Social Psychology, 32(1), 46-56. doi:10.1080/01973530903540067

Ramm, C. (2010). The Muslim Makers – How Germany ‘Islamizes’ Turkish Immigrants. Interventions, 12(2), 183-197. doi:10.1080/1369801x.2010.489692

Ribberink, E., Achterberg, P., & Houtman, D. (2017). Secular Tolerance? Anti-Muslim Sentiment in Western Europe. Journal for the Scientific Study of Religion, 56(2), 259-276. doi:10.1111/jssr.12335

Schlueter, E., Masso, A., & Davidov, E. (2020). What factors explain anti-Muslim prejudice? An assessment of the effects of Muslim population size, institutional characteristics and immigration-related media claims. Journal of Ethnic and Migration Studies, 46(3), 649-664. doi:10.1080/1369183x.2018.1550160

Sleijpen, S., Verkuyten, M., & Adelman, L. (2020). Accepting Muslim minority practices: A case of discriminatory or normative intolerance? Journal of Community & Applied Social Psychology. doi:10.1002/casp.2450

Smeekes, A., & Verkuyten, M. (2013). When national culture is disrupted: Cultural continuity and resistance to Muslim immigrants. Group Processes & Intergroup Relations, 17(1), 45-66. doi:10.1177/1368430213486208

Smeekes, A., Verkuyten, M., & Martinovic, B. (2015). Longing for the country’s good old days: National nostalgia, autochthony beliefs, and opposition to Muslim expressive rights. British Journal of Social Psychology, 54(3), 561-580. doi:10.1111/bjso.12097

Smeekes, A., Verkuyten, M., & Poppe, E. (2011). Mobilizing opposition towards Muslim immigrants: National identification and the representation of national history. British Journal of Social Psychology, 50(2), 265-280. doi:10.1348/014466610×516235

Thijssen, L. D. J. (2020). Racial and Ethnic Discrimination in Western Labor Markets: Empirical Evidence from Field Experiments. Universiteit Utrecht,

Valk, I. v. d. (2015). Dutch Islamophobia. Zürich: Lit.

Valk, I. v. d. (2020). Discrimination and Anti-discrimination of Muslims in the Netherlands, an Institutional Approach. In M. Saral & Ş. O. Bahçecik (Eds.), State, Religion and Muslims

Between Discrimination and Protection at the Legislative, Executive and Judicial Levels (pp. 347–395 ). Leiden: Brill.

Van Beurden, S. L., & De Haan, M. (2020). ‘I Want Good Children, Also for this Country’: How Dutch Minority Muslim Parents’ Experience and Negotiate Parenting, Parenthood and Citizenship. Journal of Intercultural Studies, 41(5), 574-590. doi:10.1080/07256868.2020.1806805

Van Den Brandt, N. (2019). “The Muslim Question” and Muslim Women Talking Back. Journal of Muslims in Europe, 8(3), 286-312. doi:10.1163/22117954-12341404

van der Noll, J., & Dekker, H. (2010). Islamophobia: In search for an explanation of negative attitudes towards Islam and Muslims, testing political socialization theory. PCS–Politics, Culture and Socialization, 1(3).

Van Drunen, A. (2014). “They are not like us”: How media and audiences frame Muslims. Amsterdam: Ipskamp.

Van Es, M. A. (2019a). Muslim women as ‘ambassadors’ of Islam: breaking stereotypes in everyday life. Identities, 26(4), 375-392. doi:10.1080/1070289x.2017.1346985

van Es, M. A. (2019b). The promise of the social contract: Muslim perspectives on the culturalization of citizenship and the demand to denounce violent extremism. Ethnic and Racial Studies, 42(16), 141-158. doi:10.1080/01419870.2019.1600710

Vedder, P., Wenink, E., & van Geel, M. (2017). Intergroup contact and prejudice between Dutch majority and Muslim minority youth in the Netherlands. Cultural Diversity and Ethnic Minority Psychology, 23(4), 477.

Vieten, U. M. (2016). Far Right Populism and Women: The Normalisation of Gendered Anti-Muslim Racism and Gendered Culturalism in the Netherlands. Journal of Intercultural Studies, 37(6), 621-636. doi:10.1080/07256868.2016.1235024

Vink, M., Schmeets, H., & Mennes, H. (2019). Double standards? Attitudes towards immigrant and emigrant dual citizenship in the Netherlands. Ethnic and Racial Studies, 42(16), 83-101. doi:10.1080/01419870.2019.1567929

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website