Maerten Prins
‘… het is niet zo dat jongeren niets geloven, het is eerder zo dat ze álles geloven. Ze geloven in reïncarnatie en karma, in UFO’s en graancircels, in astrologie en horoscopen, in tarot en wicca. Ze gebruiken elementen hapsnap en construeren zo een persoonlijk raamwerk van zingeving. Jongeren kiezen niet voor een kant-en-klare religie, maar voor een doe-het-zelf religie.’
Maerten Prins - The Fragmentization of Youth (Nijmegen 2006), p. 107
jongeren kiezen helemaal niet voor religie. en geloven ze werkelijk alles? het woordje geloven is hier problematisch. is zappen geloven? geloof je in iets of aan iets als je browst?
Precies, Peter. Het citaat is behoorlijk problematisch. De vraag is inderdaad wat ‘geloven’ precies inhoudt. Zelf ben ik altijd geneigd om dergelijke vormen van ‘geloof’, die Prins beschrijft, te vergelijken met het geloof van de christelijke jongeren die ik onderzoek (jongeren die overigens bij Prins in de fundamentalistische hoek terecht zijn gekomen…), en dan met name op het punt van saillantie van geloof en op het punt van ontologie, in de zin dat het iets anders is om in een werkelijkheid te geloven in de zin dat het een ervaren realiteit is, dan dat je een bepaalde werkelijkheid construeert. Maar ik besef tegelijkertijd dat een dergelijke vergelijking ook weer heel problematisch is. Immers, het punt van saillantie komt wel weer erg voort uit een bepaalde (normatieve?) definitie van geloof. En wat betreft het punt van constructie: in hoeverre is die realiteit waar christelijke jongeren over spreken niet ook een constructie?
ja, maar er is een verschil tussen religie als commitment en religie als verleidelijke neonreclame (zie Graham Ward). Evangelicale jongeren construeren commitment en worden daardoor geconstrueerd. Dat kun je van die andere jongeren niet zeggen.