God in Nederland: afscheid of terugkeer?

Gaat het nu goed of slecht met religie in Nederland? Waar de WRR repte over een terugkeer van religie, spreekt het onderzoek God in Nederland over voortgaande secularisatie. Marten en ik stellen deze week in CV Koers dat het tijd is voor nieuwe onderzoeksmethoden. Pas dan kunnen we een goed beeld krijgen van religie in Nederland.

Het recente WRR-rapport Religie in het publieke domein en het onderzoek God in Nederland presenteren schijnbaar tegenstrijdige conclusies. Is er sprake van een terugkeer van religie, zoals het WRR-rapport stelt? Of blijft Nederland seculariseren, zoals blijkt uit het onderzoek God in Nederland? De verwarring blijft niet beperkt tot gewone mensen. Ook wetenschappers weten niet precies hoe ze de cijfers moeten interpreteren. Op basis van hetzelfde onderzoek (God in Nederland) betoogt godsdienstsocioloog Gerard Dekker in Trouw dat de belangrijkste religieuze tendens in Nederland secularisatie is, terwijl collega Joep de Hart vindt dat de grote meerderheid van de Nederlandse bevolking niet geseculariseerd genoemd kan worden.
Wie heeft er gelijk? Het antwoord op deze vraag hangt af van wat je met ‘religie’ en ‘secularisatie’ bedoelt en van wat je uitgangspunt is: de verzuilde samenleving van vóór de jaren ’60, of de jaren ’80 en ’90, waarin haast iedereen leek te geloven in het failliet van religie.

Als we religie begrijpen in de ‘verzuilde’ zin van het woord, dan is het slecht gesteld met religie in Nederland. Uit God in Nederland blijkt dat de traditionele kerken onverminderd leeglopen, dat de kerk in maatschappelijk en publiek opzicht steeds minder invloed heeft, en dat steeds minder mensen geloven dat de Bijbel het Woord van God is, om een aantal punten uit het rapport te noemen. Het geïnstitutionaliseerde christendom verdwijnt nog steeds in een ongekend tempo.
Tegelijkertijd zien we echter dat nieuwe vormen van spiritualiteit juist ‘hot’ zijn. Voor mensen als Gerard Dekker doet dat echter niets af aan het feit van secularisatie, omdat deze nieuwe spiritualiteit volstrekt anders zou zijn dan de christelijke godsdienst zoals die tot in de jaren ’60 dominant is geweest in Nederland. Het christendom was institutioneel georganiseerd. Het hechtte aan een religieuze traditie. Het liet zich aflezen aan een aantal gedeelde geloofsvoorstellingen en een aantal religieuze gedragingen, waarvan kerkgang een belangrijke was. Het motiveerde tot sociale betrokkenheid. En het had een belangrijke publieke presentie.Nieuwe spiritualiteit daarentegen zou geïndividualiseerd zijn, amper georganiseerd in een instituut, niet gesystematiseerd in een traditie, en vooral: gericht op het persoonlijke leven en de persoonlijke beleving, en niet op de publieke presentie ervan. Het heeft met andere woorden weinig betekenis voor de samenleving. Dat is voor Dekker de reden om over voortgaande secularisatie te spreken. Maar anderen, die een andere dan de traditioneel christelijke definitie van religie voorstaan, zien in nieuwe spiritualiteit wel een reden om te spreken over een opleving of een terugkeer van religie.

De ontkerkelijking en het verval van het traditionele geïnstitutionaliseerde christendom is zeker een feit. Maar feit is ook de groei van alternatieve vormen van spiritualiteit vanaf de jaren ’60, de opkomst van de islam, de toenemende aanwezigheid van vele varianten van het wereldchristendom, belichaamd door migranten, en de hernieuwde aandacht voor religie in de media sinds de aanslagen in New York in 2001.
De verwarring over het afscheid dan wel de terugkeer van religie heeft niet alleen te maken met dit ‘religiebegrip’, maar ook met de beoordeling van deze religieuze tendensen. Ook daarin verschillen onderzoekers van mening. Omwille van de continuïteit en de vergelijkbaarheid met oudere onderzoeken heeft God in Nederland ervoor gekozen om het nieuwe christendom onder migranten en de islam buiten beschouwing te laten. De vraag is of deze keuze voor een onderzoek met zo’n titel een gerechtvaardigde keuze is. Dekt de titel van het onderzoek de lading dan nog?
Ook bij het WRR-rapport zijn vragen te stellen. De onderzoekers staven hun conclusie over de terugkeer van religie in Nederland onder meer met de hernieuwde aandacht in de media voor religie. Deze media-aandacht is niet onbelangrijk, omdat deze bijdraagt aan de beeldvorming van de opleving van religie. De vraag is echter of deze keuze gerechtvaardigd is. Media geven immers niet zozeer de werkelijkheid weer, maar creëren deze. De opleving van religie zoals deze geponeerd wordt door de media, werkt in die zin als een selffulfilling prophecy: als de media zeggen dat religie weer terug is, dan is deze ook terug.

Verschil in religiebegrip én verschil in het beoordelen van hedendaagse religieuze tendensen maakt dat onderzoekers het hedendaagse religieuze landschap verschillend interpreteren. Maar wat in ieder geval duidelijk lijkt te worden is dat in dit landschap een fundamentele verandering plaatsvindt. Een eenduidig religieus landschap, met daarin vaste geloofsopvattingen en religieuze gedragingen, is definitief verdwenen. Daarvoor in de plaats is een meerstromenland gekomen. Het water stroomt met verschillende snelheden, in verschillende beddingen en in verschillende richtingen. Het gaat te ver om in deze situatie te spreken van een terugkeer van religie. ‘Terugkeer’ wekt de suggestie dat er continuïteit is met het oude religieuze landschap, terwijl er grote verschillen zijn tussen de verzuilde religie die verdwijnt en de hedendaagse vormen van religie en spiritualiteit die daarvoor in de plaats komen.
Religieonderzoekers zijn zich terdege bewust van dit nieuwe religieuze landschap. Dit vertaalt zich echter nog niet in nieuwe methoden van onderzoek. Ondanks de aandacht voor nieuwe spiritualiteit werkt God in Nederland nog altijd aan de hand van een verouderde methode. Die werkte goed toen kerkgang en het beamen van een aantal geloofsovertuigingen belangrijke graadmeters waren voor religieuze betrokkenheid. Maar vandaag de dag is het hedendaagse landschap werkelijk anders. Geloof maakt meer en meer plaats voor beleving. Religie is niet langer institutioneel, maar vrij zwevend. Geloofsovertuigingen worden niet altijd meer in Nederlandse begrippen uitgedrukt. We moeten dan ook concluderen dat een type onderzoek dat de sfeer van verzuiling ademt, tegen zijn grenzen loopt. Wat we nodig hebben, zijn nieuwe vormen van onderzoek die rekening houden met het nieuwe landschap. Alleen dan zullen we de God - of goden - van Nederland beter leren kennen.


Leave a Comment

(required)

(required)

Formatting Your Comment

The following XHTML tags are available for use:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <code> <em> <i> <strike> <strong>

URLs are automatically converted to hyperlinks.