Geloof niet sociologisch te meten?

Geloof is niet sociologisch te meten, schreef Ir. van der Graaf, voorheen hét gezicht van de Gereformeerde Bond, in het Reformatorisch Dagblad afgelopen dinsdag. En als sociologen dat toch proberen, dan degraderen ze geloof tot een meetbaar maatschappelijk verschijnsel, en dat is het duidelijk niet, aldus Van der Graaf. ‘Geloof is hoogstpersoonlijk en dan ook persoonlijk zeer gedifferentieerd. De Heilige Geest valt niet en nooit na te rekenen of in kaart te brengen.’

Van der Graaf reageerde met dit statement op de recente discussie naar aanleiding van het onderzoek God in Nederland, het WRR rapport Geloven in het publieke domein, en het onderzoek naar de achterban van de EO. En in zekere zin kan ik mij in zijn argumentatie vinden, met name wanneer hij stelt dat de methoden die veelal gebruikt worden in sociologisch onderzoek, wellicht tekort schieten in het in kaart brengen van het hedendaagse geloof, dat inderdaad persoonlijk is, en meer nog, dat wellicht steeds minder duidelijk gearticuleerd kan worden - terwijl God in Nederland inderdaad een lijst met een aantal duidelijk gearticuleerde geloofsovertuigingen en geloofspraktijken aan de Nederlandse bevolking heeft voorgelegd. Als religie-onderzoeker zie ik inderdaad ook graag een uitbreiding van de bestaande methoden; methoden die toegespitst zijn op het ongearticuleerde, het gevoelsmatige, het dynamische, het niet-geïnstitutionaliseerde en het vrijzwevende karakter van hedendaagse religiositeit.
Maar het is duidelijk dat dit niet het punt is dat Van der Graaf wil maken. Van der Graaf wil aantonen dat zijn geloof, dat naar ik vermoed op een heel aantal punten nog heel aardig voldoet aan het beeld dat godsdienstsociologen schetsen van ‘traditioneel’ christelijk geloof, niet gevangen en uitputtend verklaard kan worden aan de hand van sociologische methoden. Geloof is altijd meer dan wat godsdienstsociologen er van maken, lijkt zijn punt te zijn, en dat is inderdaad het geval. Wetenschap is beperkt, en kan nooit uitputtend iemands geloof bepalen.
En toch wringt er wat in het betoog van Van der Graaf. Want voor hem lijkt wetenschap niet alleen beperkt te zijn in het bestuderen van geloof; het is voor Van der Graaf onmogelijk om als godsdienstwetenschapper iets zinnigs over geloof te vertellen. De sociologie is nuttig in het onderzoeken van het bedrijfsleven, van de media, en van tal van andere maatschappelijke verschijnselen, maar niet van godsdienst. Immers, ‘wat verticaal is, wordt horizontaal gemeten’.
Deze opvatting is zo oud als de godsdienstsociologie zelf, en heeft altijd geklonken daar waar wetenschappers zich met geloof bemoeid hebben. Het is een oude ‘techniek’ waarmee het andere van geloof, het transcendente dat de empirische werkelijkheid overstijgt, wordt verdedigd door gelovigen zelf, een techniek die in allerlei religieuze bewegingen wordt gebruikt. En er zit natuurlijk een kern van waarheid in deze gedachte: het transcendente, dat het empirische overstijgt, is simpelweg niet te onderzoeken door wetenschappers die zich noodzakelijkerwijs met het empirische dienen bezig te houden. Maar Van der Graaf gaat verder als hij zegt, dat godsdienst, waarin het transcendente ter sprake wordt gebracht, überhaupt niet te onderzoeken is. En daarin gaat hij te ver. Want godsdienst is niet alleen het transcendente. Godsdienst is ook de bemiddeling van het transcendente. In woord, in beeld, in organisatie, in theologie, in geloofsovertuigingen, in geloofspraktijken, kortom: in tal van sociale en culturele verschijnselen, die menselijk, al te menselijk zijn. En natuurlijk kan een bonder niet zeggen: al het spreken van boven komt van beneden, maar ook de bonder moet erkennen dat veel van het spreken over en geloven in het transcendente verweven is met beneden. Geloof is ten dele ook een maatschappelijk verschijnsel, niet anders dan het bedrijfsleven, de media en de andere voorbeelden die Van der Graaf noemt, en maatschappelijke verschijnselen zijn te onderzoeken door wetenschappers.
‘De Geest waait waarheen Hij wil, laat zich niet en nooit binden door sociologische criteria’, zegt Van der Graaf. Daar ben ik het als religie-onderzoeker volledig mee eens. Alleen: deze Geest lijkt niet alleen te waaien, maar ook iets tot stand te brengen in de empirische werkelijkheid. Gelovigen organiseren zich rondom hun geloof in de Geest. Zij belijden deze Geest in woorden. Zij ontwikkelen religieuze praktijken als kerkgang, gebed en bijbellezen. Zij ontwikkelen vormen van disciplinering, om al te vreemde geloofsovertuigingen en praktijken tegen te gaan. En al deze aspecten zijn te onderzoeken. En natuurlijk: geloof dient niet gereduceerd te worden tot deze aspecten, maar hoe dan ook maken deze deel uit van de werkelijkheid van het geloof.
God overstijgt elk kader, maar geloof niet. En dat maakt geloof onderzoekbaar.


Comments

  1. Quote

    Daar ben je het dus mee eens, maar wat bedoel je daar precies mee? Van der Graaf is een angstige, gespleten ziel, die zich bedreigt voelt door de godsdienstsociologie. Als de Geest werkt - niet mijn woordkeuze - dan toch opvallend vaak binnen de grenzen van het sociaal-wetenschappelijk kenbare en verklaarbare.

  2. Quote

    ‘God overstijgt elk kader, maar geloof niet. En dat maakt geloof onderzoekbaar.’ mooie uitspraak! Maar als je consequent bent, moet je het einde van je post van gisteren ook aanpassen (Wat we nodig hebben, zijn nieuwe vormen van onderzoek die rekening houden met het nieuwe landschap. Alleen dan zullen we de God - of goden - van Nederland beter leren kennen.) Nu snap ik dat je daarmee speelt met de titel van het onderzoek (de God van nederland) maar in dit kader moet je dan dus spreken over ‘het geloof van Nederland(ers)’

    Wat ik in je posts van afgelopen dagen nog mis is de oplossing: hoe onderzoeken we geloof dan? zeker als je constateert dat de oude methodes blijkbaar niet goed genoeg meer zijn. is het niet genoeg als je je definities van religie enzo wat breder maakt? Of is participerende anthropologie de oplossing?

Leave a Comment

(required)

(required)

Formatting Your Comment

The following XHTML tags are available for use:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <code> <em> <i> <strike> <strong>

URLs are automatically converted to hyperlinks.