Praktische theologie anno 2008
Aan de Fontys hogescholen is een lectoraat praktische theologie gestart, dat een bijzondere insteek heeft. Tenminste, dat maak ik op uit de de oratie die de lector Leo van der Tuin 29 februari uitsprak. Het idee van dit lectoraat is, dat als je de recente veranderingen in het Nederlandse religieuze landschap serieus neemt, je daaruit consequenties moet trekken voor een wetenschap als de praktische theologie. Dat het religieuze landschap veranderd is, is bekend. Waar je vroeger God vooral in de kerk zocht, zoek je nu naar ‘Iets’ buiten de kerken. En dat zie je met name onder jongeren - de belangrijkste doelgroep van het lectoraat.
Religie - of beter: religiositeit - van jongeren vind je vooral in de wijze waarop zij in de bredere popular culture participeren. Dance festivals, pop festivals, rock muziek, films, computergames, internet: het zijn de ‘bemiddelende en evocerende instantie[s] bij uitstek met betrekking tot ervaringen van mysterie, verwondering, angst en ontzag’. In die zin is popular culture de ‘unieke vindplaats’ van religie: de ‘locus religiosus’. Dat gegeven brengt volgens Van der Tuin belangrijke consequenties met zich mee voor de praktische theologie, de wetenschap die onderzoek doet naar de praxis van geloven, naar ‘het religieuze handelen van mensen en naar de wijze waarop deze praxis professioneel bevorderd en begeleid wordt’. Traditioneel was professionele begeleiding en bevordering van de religieuze praxis ondergebracht in de kerkopbouw (de wijze waarop de religieuze gemeenschap wordt vormgegeven), de liturgie (de wijze waarop de religeuze viering wordt vormgegeven), de catechese (het geloofsonderricht) en het pastoraat (de persoonlijke begeleiding van zingevingsvragen van gelovigen). Het spreekt vanzelf dat deze aspecten, die in alles een typisch christelijk-institutionele sfeer ademen, toch wel enigszins problematisch zijn met betrekking tot de nieuwe religieuze praxis die Van der Tuin bespreekt.
Niettemin wil Van der Tuin een vertaalslag te maken. Het lectoraat richt zich daarom op het onderzoek naar de nieuwe religieuze praxis van jongeren en de consequenties daarvan voor het levensbeschouwelijke onderwijs, de professionele begeleiding bij de rituele vormgeving van het bestaan, de pastorale zorg voor de ongebonden religieuze jongeren, en de professionele begeleiding van opvoeders die vorm willen geven aan de religieuze educatie van kinderen en jongeren. Want, zo stelt Van der Tuin, ook jongeren die buiten het traditionele instituut met zingevingsvragen geconfronteerd worden, hebben zo af en toe begeleiding nodig. Hoe je dat doet is een spannende en uitdagende vraag - wat dit lectoraat tot een spannend en uitdagend lectoraat maakt.
Leo van der Tuin, 2008. ‘God droeg zondagavond een blauwe trui’. Tilburg: Fontys Hogeschool Theologie en Levensbeschouwing.