Religie en Spiritualiteit in Limburg

Onderstaande tekst vormde het lekenpraatje tijdens mijn promotie

‘Geloof in het vertrouwde: verandering en continuiteit in religieuze praktijken en morele orientaties in Zuid-Limburg’

  Waarom gaat een antropoloog onderzoek doen in haar eigen land, in de streek waar zij vandaan komt nota bene? In eerste instantie begon het als een test: alles wat ik tijdens mijn studie leerde, probeerde ik toe te passen op de wereld om mij heen. Dat bleek verassend moeilijk. Aan het eind van mijn studie schreef ik samen met Iti Westra een scriptie over de bezoekers van Jomanda. Dat voerde mij opnieuw terug naar de streek waar ik vandaan kom. De wereld om de hoek bleek uiterst boeiend te zijn, en moeilijk te doorgronden. Toen ik als promovendus aan de slag kon om op een kwalitatieve manier de veranderingen met betrekking tot religie in Nederland te bestuderen, was de keuze voor Limburg snel gemaakt. De focus van mijn onderzoek moest ‘moraal’ worden, en ook met betrekking tot dat thema vormde Zuid-Limburg een interessante case-study: hoewel de overgrote meerderheid in Zuid Limburg katholiek is, vindt vrijwel iedereen de moraal van de kerk achterhaald.  

Er is in de afgelopen vijftig jaar heel erg veel veranderd in de verhouding tussen religie en de samenleving. Ook wetenschappers waren daar al een tijdje achter. Iedereen kent het verhaal: sinds de jaren zestig lopen de kerken leeg. Lang werd verondersteld dat ontkerkelijking en modernisering hand in hand gingen. De laatste jaren begint men in wetenschappelijke kringen daar op terug te komen. Wereldwijd verdwijnt religie namelijk allesbehalve, en ook in West-Europa blijkt religie hardnekkiger dan men dacht. Bovendien komen er allerlei vormen van religie en spiritualiteit bij.  

Hoe is dat in Zuid-Limburg? Binnen de katholieke kerk is erg veel veranderd. Maar tijdens mijn onderzoek bleek dat de vooroorlogse generatie terugkijkt op deze veranderingen als iets dat hen van boven werd opgelegd, niet als een natuurlijke en onvermijdelijke reactie op de benauwde jaren vijftig, zoals veel progressieve geestelijken en hoogopgeleide katholieken dachten. Zij hadden gewoon zo goed mogelijk geleefd, en ineens zei men dat het allemaal niet had gehoeven.   

De verhouding van mensen in de lokale gemeenschappen tot de kerk is nu uiterst ambivalent. Men heeft de kerk nodig, maar houdt hem tegelijkertijd op een veilige afstand van de vertrouwde sfeer. De last van het verleden, toen de kerk een zwaar stempel op drukte op het leven in de dorpen en zelfs op het gezinsleven, speelt nog steeds een belangrijke rol, evenals de polarisering tussen progressieve katholieken en neoconservatieve geestelijken sinds de aanstelling van bisschop Gijsen in 1972.  Welke rol dit alles speelt, wordt vooral duidelijk uit informele gesprekken en roddel. Vaak was het ‘officiele deel’ van een interview nogal saai, maar werd het aan het eind ineens vreselijk interessant. Dat maakte mijn onderzoek lastig in de uitvoering: je weet heel veel, maar officieel weet je niets.

Je hebt de ‘officiele kerk’ en je hebt de ‘onofficiele praktijken’ daar omheen.  Dat verschil is nog altijd belangrijk. En dat is ook de reden waarom de kerk in de morele orientatie van mensen in Limburg in eerste instantie op een veilige afstand van de eigen leefwereld wordt gehouden. Sleutelwoord hier is veilig.  

Toch betekent dit niet dat religieuze praktijken alleen uit lege rituelen bestaan. Integendeel. Veel mensen geloven, bidden, en willen zich verdiepen in de christelijke traditie. Zij willen zich inzetten om de lokale parochiekerk te behouden. Dit kan met behulp van boeken en media, en ook katholieke instituten spelen hierop in. Priesters en pastors moeten echter voorzichtig opereren.

Sommigen zijn uiterst bedreven in het overbruggen van de veilige afstand die wordt gecreerd tussen ‘de kerk’ en de sfeer van het vertrouwde.  Vooral de dreiging van uitsluiting van de sacramenten kan de emoties hoog doen oplopen. Zeker wanneer dit zich afspeelt rondom het sterven en begraven van een dierbare.

Verschillende generaties en actoren moeten in een emotionele situatie zien te komen tot een bevredigende afsluiting van iemands leven. En dan heeft de kerk ineens weer veel macht: de sleutels tot de hemelpoort. Een pastoor kan veel fout doen op zo’n moment. Zeker wanneer hij een beroep doet op een moraal die ver af staat van de betrokken familie.  

De kerk is belangrijk voor de coninutiteit met het verleden op het niveau van de familie, en op het niveau van het dorpsleven. De rituelen van doop, communie, trouwen en begraven geven regelmaat en herkenbaarheid over de generaties heen. De jaarlijkse vieringen rond Kerst, Pasen en andere jaarfeesten geven continuiteit aan de lokale geschiedenis.  De sfeer van het vertrouwde, van familie en lokale gemeenschap, is voor veel mensen leidend in hun morele orientatie. Fatsoenlijkheid, medemenselijkheid, betrouwbaarheid en vertrouwdheid staan hier voorop. Om elkaar geven.

Uitsluiting op basis van wat velen een ‘ouderwetse’ kerkelijke moraal vinden, gaat hier dwars tegenin. Wanneer dit gebeurt, kan dit heftige emoties oproepen.  

In mijn proefschrift beschrijf ik twee vormen van hedendaagse zingeving die blijkbaar succesvol inspelen op de gerichtheid op het lokale en familie-leven: een pastoraal centrum waar mensen in kleine groepen cursussen volgen en discussieren, en spirituele verenigingen.  Het pastorale centrum is katholiek, maar, in de ogen van de mensen die mij er aan het begin van mijn onderzoek heen stuurden, ‘met de tijd meegegaan’. 

Hoewel zij sterk in de streek verankerd zijn, volgen zij niet de lijn van het bisdom. Maar ook deze discrepantie is ‘onofficieel’, en komt nauwelijks expliciet aan de orde tijdens de cursussen en gespreksgroepen. Wanneer de deelnemers hierop wijzen wordt hier omzichtig mee omgesprongen. De ideologie van dit centrum is inclusief, en sterk beinvloed door psychologie en sociale wetenschappen. Problemen worden in eerste instantie in een sociaal-psychologisch kader geplaats, in plaats van in een moreel kader.

Men is zelfs heel stellig in het afwijzen van moraliseren, en verwijst daarbij naar de erfenis van het verleden: juist door de grote nadruk op zonde en straf tot eind jaren vijftig ging de ‘blijde boodschap’ van het geloof verloren.  

Bezoekers van dit centrum zijn meestal erg enthousiast over de cursussen en gespreksgroepen. Vooral voor de mensen die voor het eerst komen is het een openbaring: in plaats van formules van de pastoor die het ene oor in en het andere oor uit gaan, leren zij zelf de bijbel lezen, zelf te reflecteren op de verhalen in de bijbel, en leren zij zich te verhouden tot God als een liefhebbende God.  

De spirituele verenigingen spelen in op de interesse voor alles wat bovennatuurlijk is, maar sluiten daarbij ook voornamelijk aan op de prioriteiten van mensen in de lokale gemeenschappen. Voor de harde kern van deze verenigingen draait alles om de ontwikkeling ‘naar het licht’ die mensen doormaken tijdens verschillende reincarnaties. In de praktijk blijk dat niet zozeer ‘individuele ontwikkeling’ maar de vraag of je overleden moeder goed is aangekomen, en hoe je met je lastige zoontje om moet gaan belangrijk is. Ook hier speelt de verhouding tot religieuze autoriteit een belangrijke rol. Expliciete en openlijke kritiek is in deze kringen echter veel gebruikelijker.  

Veel is veranderd in Zuid-Limburg. Ogenschijnlijk heeft de kerk veel macht verloren. Ogenschijnlijk, want op sommige momenten heeft zij toch nog erg veel macht.  Hedendaagse religie en alternatieve spiritualiteit kunnen dus deels tegen deze achtergrond, dit belang dat men hecht aan familie en lokale gemeenschap, begrepen worden.   

Leave a Reply