In NRC Handelsblad van dit weekend een interessant artikel over keuzevrijheid.
De psychologie en de economie gaan beide uit van de veronderstelling dat de relatie tussen keuze en welzijn � of welvaart � eenvoudig is: hoe meer keuze er is, hoe beter mensen af zijn. In de psychologie worden de voordelen van keuzevrijheid gekoppeld aan de voordelen van vrijheid, zelfbeschikking en zeggenschap: het is wezenlijk voor ons welzijn om zeggenschap te hebben over belangrijke gebeurtenissen in ons leven. Zeggenschap is alleen mogelijk als we een keuze hebben.
Dus hoe meer keuze, hoe meer zeggenschap en hoe meer welzijn.
Aldus het aloude adagium van de keuzevrijheid; hoe meer mogelijkheden hoe beter. De zogenaamde Jam-studie (mijn favoriete boterhambeleg overigens) van hoogleraar psychologie aan Swarthmore College (VS) en schrijver van �The Paradox of Choice: Why More Is Less� (De paradox van keuzes: Hoe teveel een probleem kan zijn), Barry Schwartz.
Maar wat de �jam-studie� ons leert, is dat deze uitgangspunten (en dus de maatregelen die eruit voortvloeien) uiterst verdacht zijn. En dan gaat het niet alleen om jam: � als het aantal mogelijkheden tot pensioenopbouw voor werknemers toeneemt, daalt de kans dat ze er ook maar ��n van zullen kiezen. � als het aantal mogelijke banen voor afgestudeerden toeneemt, daalt de voldoening die ze uit hun banenjacht putten. � als het aantal facultatieve scriptieonderwerpen voor studenten toeneemt, daalt de kans dat ze over een van die onderwerpen zullen schrijven en daalt tevens de kwaliteit van het werk van degenen die er w�l over schrijven. � als het assortiment snacks, frisdranken en bier dat bij een winkel te koop is toeneemt, nemen de verkoop en de tevredenheid van de klant af. � als het aantal mogelijke partners met wie mensen kennismaken op een avond speed-dating toeneemt, daalt het aantal geslaagde kennismakingen. � als de keuze bij medische en farmaceutische behandeling groeit, neemt de tevredenheid van de pati�nt af.
Psychologen en economen hebben gelijk dat keuzevrijheid goed voor ons is. Maar er geldt een �afnemende meeropbrengst� voor de voordelen van de keuzevrijheid; elke nieuwe mogelijkheid voegt iets minder aan het welzijn toe dan de vorige, totdat de grensopbrengst van de extra keuzemogelijkheden afvlakt.
Bovendien brengt de keuzevrijheid een tweede proces teweeg, waaraan geheel voorbij is gegaan. De extra mogelijkheden hebben behalve voordelen ook psychologische kosten: tijd, moeite, spanning, onrust, spijt, buitensporig hoge verwachtingen, zelfverwijt als keuzen niet zo goed uitpakken als we hadden gehoopt. Als het aantal keuzemogelijkheden klein is, zijn deze kosten te verwaarlozen. Maar naarmate de mogelijkheden groeien, nemen ook de kosten toe. En anders dan de voordelen van de keuzevrijheid escaleren de kosten � en wel steeds sneller � naarmate het aantal mogelijkheden toeneemt. Ons welzijn als uitkomst van onze keuzevrijheid is eigenlijk de som van deze twee tegengestelde processen.
Wanneer we nu culturen en religies zien als repertoires van keuzemogelijkheden en bovenstaande toepassen op onze multiculti-samenleving dan heeft dat nogal wat gevolgen. E�n van de uitgangspunten van multi-culti als ideaal is dat het samenleven van mensen met verschillende culturele achtergronden de keuzemogelijkheden van mensen vergroot en d�s verrijkend is. De jam-studie laat zien dat dit niet per definitie het geval is.
Nu zijn mensen natuurlijk nooit 100% vrij om te kiezen; al willen we dat misschien wel graag geloven.
Als we de verantwoordelijkheid en zorg voor andere mensen hebben, kunnen we niet zomaar doen wat we willen. Tot nu toe werd gedacht dat deze beperking misschien gewoon een aanvaardbare prijs was voor rijke sociale banden.
Maar de jam-studie doet vermoeden dat in de hedendaagse maatschappij, metde overweldigende keuzevrijheid op elk levensterrein, de beperkingen van nauwe relaties met anderen eerder misschien wel tot de voordelen van die relaties behoren dan dat ze een prijs zijn die wordt betaald.
Hoe meer keuzes, hoe meer kosten er aan verbonden zijn en de sociale relaties die je hebt, beperken de keuzemogelijkheden. Je kunt natuurlijk ook bewust of onbewust je eigen keuzemogelijkheden beperken. Stereotyperingen, vooroordelen over de Ander zorgen hiervoor. Ook de wijze waarop jonge Marokkaans-Nederlandse moslims met Islam omgaan lijkt hier enigszins op. Zij willen Islam strippen van, wat zij zien als, Marokkaanse tradities. Ze willen een ‘zuivere islam’, maar dat is een groot repertoire van praktijken en voorstellingen. Tegelijkertijd hebben ze te maken met het cultureel repertoire van de Nederlandse samenleving in het algemeen en dat van de Nederlandse jongerencultuur in het bijzonder. De sociale relaties die zij hebben, betekenen dat zij niet zomaar het gehele Nederlandse repertoire of islamitische repertoire in de ban kunnen doen; ze moeten en willen de band met hun ouders in stand houden en ze moeten en willen meedoen in de Nederlandse maatschappij. Sommige zaken botsen met elkaar, sommige een beetje, andere een beetje veel en weer andere helemaal niet. Sommige zaken zijn vanuit islam toegestaan, andere verboden, sommige afkeurenswaardig en sommige aanbevolen en nog meer tussencategorieen zijn mogelijk. Een manier om het repertoire te beperken is om niet al die tussencategorieen in ogenschouw te nemen, maar alles in te delen in twee categorieen: toegestaan (halal) of verboden (haram).
De definitie van halal en haram, en dus voor een belangrijk deel de definitie van islam, wordt mede bepaald weer door die sociale relaties. Vandaar de vele discussies over wat toegestaan en verboden is (en niet over de tussencategorieen). Op deze manier heeft islam erg veel weg van een gedragscode met do’s and don’ts. Dit is allemaal vrij onproblematisch, maar dat veranderd wanneer deze do’s and don’ts een hele sterke lading krijgen in het wij-zij verhaal. Het gaat er dan niet alleen meer om dat wat ‘wij’ (moslims) doen halal is en wat ‘zij’ doen haram is, maar ook andersom; wat zij doen als ongelovige is dus voor ons als moslim haram. Een beeld dat vooral ontstaat wanneer de indruk bestaat dat de Ander tegen ons is. Hetzelfde zien we ook onder radicaal-rechtse jongeren. “Als je een baard draagt, krijg je dan niet het misverstand dat ze je voor moslim aan zien” is mij gisteren gevraagd. Dat is inderdaad het geval zei ik “nou dan ging bij mij die baard meteen af”. De vooroordelen en stereotyperingen beperken hier het repertoire aan keuzemogelijkheden voor radicaal-rechtse jongeren op een versterkte manier. Wat een moslim doet, in hun ogen, bijvoorbeeld een baard laten staan, heeft dan niet alleen betrekking op het trekken van grenzen tussen groepen. Het is nog sterker, wat een moslim doet, wil je d�s zelf niet doen. Want je wil toch geen misverstanden omdat niet duidelijk is tot welke groep je behoort?
Maar goed we zijn nu wat ver van het begin onderwerp over de keuzemogelijkheden en de kosten ervan. Het gaat er om dat mensen proberen hun keuzemogelijkheden te beperken en dat ze door anderen ook beperkt worden in hun keuze mogelijkheden en dat dat wel eens heel verstandig kan zijn. Meer keuzevrijheid, maakt niet automatisch meer gelukkig. Een open deur wellicht, maar soms kunnen die niet vaak genoeg ingetrapt worden.
Ik zal overigens niet minder van mijn broodje met jam genieten, ook al is mijn repertoire daar al jaren beperkt in aardbeienjam, abrikozenjam of kersenjam.
Continue Reading »