Mar 31 2005

Profile Image of

Niet voor Lonsdalers

Volgens het Brabants Dagblad overweegt Uden een verbod op Lonsdale-kleding naast een absoluut verbod op het gebruik van alcohol in de openbare ruimte.

Dat laatste is misschien een idee, maar bij het (zoveelste) Lonsdale-verbod zou ik toch wel wat vraagtekens willen zetten. Zet dat wel enige zoden aan de dijk. Is de radicalisering onder autochtone jongeren het gevolg van radicale gedachtengoed van de ouders? Wat??? Radicalisering??? Is er eigenlijk wel sprake van radicalisering onder autochtone jongeren? Of zijn het gewoon kwajongensstreken? En wat zegt dat dan over de ouders?

Maar los daarvan…wat schieten we op met een Lonsdaleverbod? Al weer enige jaren geleden schreef ik enkele stukken naar aanleiding van de komst van asielzoekers naar het dorpje Eerde (1200 inwoners; 600 asielzoekers) waar ik geboren ben. Sommige stukken zijn in dit verband misschien de moeite waard om te herhalen.

Het debat over de multiculturele samenleving is niet alleen een debat voor de grote steden in het westen. Ook daarbuiten, zowel in steden als dorpen, wordt het debat gevoerd. Het meest heftig wanneer er een asielzoekerscentrum (AZC) gevestigd wordt. Het lijkt wel alsof hele dorpen, aangevoerd door bijvoorbeeld een Dorpsraad of Comité AZC Nee, te hoop lopen tegen de vestiging hiervan. Dergelijke sentimenten worden nogal eens afgedaan met racisme en nationalisme. Dit is naar mijn onvolledig. Hoewel racisme en nationalisme zeker een rol spelen, doet een dergelijke benadering onvoldoende recht aan de stem van de inwoners van deze dorpen. Wat zij doen is het trekken van grenzen tussen de eigen groep en anderen maar dit is nog niet gelijk aan racisme of nationalisme. Het trekken van grenzen tussen mensen, bepalen wie “wij” is en wie “zij” of wie er wel ‘bij hoort’ en wie niet, is een verschijnsel dat we allemaal kennen zeker nu er in Nederland steeds meer mensen komen met een andere culturele of religieuze achtergrond. In analyses hiervan staan vooral deze groepen in de aandacht maar de laatste jaren is er meer aandacht voor de eigen identiteit van autochtonen. In deze bijdrage zal ik de wijze waarop inwoners van kleine kernen deze grenzen trekken, analyseren aan de hand van antropologisch onderzoek van Anthony Cohen. In zijn boek, The symbolic construction of community (1987) behandelt hij onder meer de identiteit van kleine gemeenschappen in Schotland.

In die zin is Uden niet alleen een geografische locatie maar het is ook een sociale constructie; een idee dat tot stand komt in interactie met anderen en waarmee mensen hun identiteit markeren. Het eigen bewustzijn van mensen, het bewustzijn van de eigen identiteit van de gemeenschap, valt samen met de grenzen van die gemeenschap. Wanneer we dit als uitgangspunt nemen van een analyse dan moeten we kijken naar de betekenis die mensen geven aan deze grenzen: het symbolische aspect van gemeenschapsgrenzen. Kon je met de asielzoekers in Eerde vaak horen: nu is Eerde Eerde niet meer. Onder de betrokken jongeren kom je uitspraken tegen als Uden is Uden niet meer (overigens was dat ook een van de reacties op de brand, in de zin van zoiets hoort niet bij Uden).

Een moslim lijkt in de ogen van sommige Udenaren de verpersoonlijking van alles wat beangstigend en negatief geladen is; van alles wat Uden niet is. Soms worden cultureel-racistische argumenten gebruikt om dit onder woorden te brengen. Een gemeenschap reageert op deze manier omdat de leden ervan het gevoel hebben bedreigd te worden door allerlei externe ontwikkelingen. Wanneer ze niet reageren, zouden ze wel eens nooit meer kunnen spreken. Dit gebeurt vooral wanneer de structurele grenzen van een gemeenschap vervaagd zijn en waardoor snel de mening kan postvatten dat de gemeenschap bedreigd wordt. Dergelijke gemeenschappen hebben vaak grote veranderingen in het vooruitzicht die beschouwd worden als dreigend en als per definitie leidend tot een verlies van het eigen karakter. Niet zelden wordt gevreesd dat de eigen manier van leven verloren gaat; de eigen identiteit. Het feit dat de noties gemeenschap en identiteit sterk met elkaar verbonden zijn, wijst erop dat de notie gemeenschap alles benadrukt wat (eens) karakteristiek zou zijn voor de saamhorigheid van de groep en dat in tegenstelling is tot die groep waarmee men zich vergelijkt. Waardoor wordt Uden bedreigt? Nou ten eerste is Uden na de oorlog uitgegroeid van een dorp van (ik dacht) zo’n 6000 inwoners naar een stadje van 40.000 inwoners. De komst van de Bedir-school is één van de tekenen dat er dingen veranderd zijn; het is één van de uiterlijke manifestaties van een religie die niet alleen in Uden wordt beschouwd als een religie die wezensvreemd is aan alles wat Nederland(s) is.

De discussies die in de kleine kernen gevoerd worden hebben verschillende kanten. Een benadering in termen van eigen identiteit kan veel duidelijk maken. We kunnen deze invalshoek niet zomaar negeren. Het maakt duidelijk waarom de reacties zo scherp zijn zowel aan de kant van de ‘kwajongens’ als van de kant van hun slachtoffers.. Vaak zijn protesten tegen een moslims of migranten niet los te zien van allerlei externe gebeurtenissen; de frustraties die naar buiten komen zijn waarschijnlijk al eerder ontstaan. In sommige gevallen zijn de protesten tegen te zien als protesten tegen alle veranderingen in het verleden én tegen de instanties die deze veranderingen bewerkstelligd hebben. Het verwijt van racisme of nationalisme versluiert het zicht op deze processen omdat de degene die dit etiket opgeplakt krijgt buiten de discussie geplaatst wordt. De gemeente hoeft dan ook niet meer naar haar eigen rol te kijken; de zwarte piet ligt immers bij de andere partij.

Toch blijft onduidelijk wat nu precies die eigen identiteit of dat eigen karakter is. Deze identiteit wordt vooral gedefinieerd in termen van wat het niet is. Het lijkt erop alsof de identiteit van deze kleine dorpen geen echte kern heeft en vooral bestaat uit het “calimero-gevoel”; wij zijn klein en we voelen ons bedreigd door de buitenwereld. Dit kan de oprukkende stad zijn maar ook de publieke uitingen van moslims. . Tegelijkertijd zijn er in de kleine kernen genoeg mensen die afwijken van de norm en gezien worden als buitenstaander maar er toch ook weer bijhoren. Een identiteit zonder duidelijke kern is een van de verschillen met de etnische identiteit van bijvoorbeeld moslims in Nederland. Een ander verschil is dat er weliswaar bij beide terug gegrepen wordt op een bepaalde vorm van verwantschap maar bij de autochtone groep wordt er verwezen naar het vaderland (en “wij waren hier eerst, dus zij…” vandaar dat er wel verwezen wordt in publicaties naar volksnationalisme; ik behandel hier vooral de etnische component van dit volksnationalisme) terwijl de allochtone etnische groepen vooral verwijzen naar een gezamenlijke afstamming of religie.

Maar er is nog een verschil dat eigenlijk ten grondslag ligt aan de twee andere verschillen. De identiteit van een dominante groep, of we die nou Nederlanders of Eerdenaren of Udenaren noemen, is niet zomaar een etnische identiteit. Het is de identiteit van de groep die de macht heeft en niet voor niets synoniem is met de naam van het land of het dorp. Het is de groep die bepaalt wie erbij hoort en wie niet. Daarom kan een beroep op de eigen identiteit makkelijk leiden tot vreemdelingenangst en uitsluiting zeker wanneer mensen cultureel racistische termen gebruiken in de discussies.

Verder kunnen we ons afvragen wie degenen zijn die zich beroepen op deze identiteit. Vertegenwoordigen de ‘kwajongens’ alle Udenaren? Hun ouders? Welke belangen hebben deze mensen?

Identiteitsbeleving van inwoners van dorpen dient dus serieus genomen te worden maar de gevaren ervan moeten niet uit het oog worden verloren. Hoe moet het dan wel? Duidelijk mag zijn dat een simpel antwoord niet te geven is. In ieder geval niet door Lonsdale-kleding te verbieden. De uitingen van de ‘kwajongens’ kunnen gezien worden als verzet. Verzet tegen moslims, maar ook verzet tegen andere -slappe- autochtonen. Een verbod op die kleding zal Lonsdale alleen maar een sterker symbool worden en zal deze jongeren alleen maar bevestigen in hun indruk dat zij van buitenaf bedreigd worden.

No responses yet

Trackback URI | Comments RSS

Leave a Reply