Apr 23 2005

Profile Image of

21minuten.nl: positief over de toekomst

In het NRC van vandaag: Jonge Marokkanen zijn positief over de toekomst

Een verslag van het 21minuten.nl onderzoek. Dat is een initiatief van McKinsey&Company, Algemeen Dagblad, NRC Handelsblad, Planet Internet, MSN en FHV BBDO.

NRC richt zich in haar verslag vooral op allochtonen (en daarom neem ik dat hierover) en vermeldt enkele opvallende conclusies:

Het contrast tussen de twee grootste groepen islamitische allochtonen is groot. Turken zijn namelijk van alle groepen allochtonen juist het minst gelukkig met Nederland. Zij zijn bovendien de enige groep waarbij de tweede generatie minder gelukkig is met Nederland dan de eerste. Ook is de tweede generatie pessimistischer over de toekomst dan de eerste generatie.

Van de tweede generatie Turken verwacht 11 procent dat de volgende generatie gelukkig zal zijn met Nederland. Van de tweede generatie Marokkanen 32 procent. Van de hele bevolking verwacht 29 procent dat de volgende generatie gelukkig zal zijn met Nederland.

Deze verschillen zijn opmerkelijk omdat jonge Marokkanen vaak in verband worden gebracht met criminaliteit en schooluitval, terwijl Turken ogenschijnlijk zonder veel problemen hun weg vinden in de Nederlandse samenleving. Turken integreren meer langs sociaal-economische weg, hebben vaker een eigen bedrijf, maar sluiten zich ook meer op in de eigen gemeenschap. Velen houden vast aan een krachtige Turkse identiteit.

Marokkanen integreren meer langs sociaal-culturele weg. Jonge Marokkanen spreken bijvoorbeeld veel vaker Nederlands met hun broers en zussen dan jonge Turken. Zij zien hun toekomst in Nederland optimistisch tegemoet […].

http://www.nrc.nl/binnenland/artikel/1114147250909.html

De frustraties zijn vrij breed verspreid en volgens het NRC ligt hier een link met het individualisme:

Er zit een gat tussen wat van burgers wordt verwacht en wat zij kunnen presteren. ‘Eigen verantwoordelijkheid’, het devies van het kabinet, kan de problemen van de kindercr�che, het verpleegtehuis en de school niet oplossen. Wie langer en harder moet werken, kan niet tegelijk meer voor zijn bejaarde ouders en zijn kinderen zorgen.
Uit allerlei onderzoek blijkt dat actieve leden van verenigingen, kerken en andere maatschappelijke instellingen de toekomst met meer vertrouwen tegemoet zien. Zij vormen de infrastructuur van de liberale samenleving. Helaas zetten veel mensen hun actieve lidmaatschap om in passief donateurschap. Anoniem, vrijblijvend contact door chatboxen en mailings kan gezamenlijke activiteit en onderlinge verplichtingen niet vervangen. Aan het individualisme, dat door de welvaart mogelijk is gemaakt en dat vervolgens ook weer welvaart heeft gecre�erd, zijn grenzen

Over het algemeen zijn mensen ontevreden over de politiek en hebben zo ook zo hun frustraties over hun prive-leven; vooral omdat ze het gevoel hebben geen controle te hebben.

Zo zijn de onvrede over de politiek en de hectiek van het dagelijks leven terug te voeren tot dezelfde oorzaken. De regels van het leven kunnen de complexiteit van de samenleving niet bijbenen. De politiek verliest hierdoor zijn greep op problemen, tot ongenoegen van de burger, die het zowel in zijn werk als priv� toch al zo moeilijk heeft om aan de eisen en wensen van iedereen te voldoen. Alles wat hij wil is een beetje greep op zijn leven en op de wereld.

Nog even terug naar de Marokkaanse en Turkse Nederlanders.

Nederlanders van buitenlandse afkomst zijn gemiddeld veel minder tevreden met hun land. Slechts 11 procent van de tweede generatie Turken verwacht dat hun kinderen hier gelukkig zullen zijn. Marokkanen zijn w�l gelukkig met Nederland. En hun verwachtingen voor de toekomst zijn hooggespannen.
Het verbaast Hamidi niet dat 33 procent van de eerste en 53 procent van de tweede generatie Marokkanen gelukkig is met Nederland. Van de eerste groep verwacht 32 procent dat hun kinderen net zo gelukkig worden met Nederland als zijzelf. ,,Nederland is het land van mijn toekomst. Ik heb drie jaar geleden ook bewust gekozen voor een vrouw van Marokkaanse afkomst die hier is opgegroeid. Ik zie mezelf als een Nederlandse moslim van Marokkaanse origine die goed in zijn vel zit.”

Deze uitslag roept vraagtekens op wanneer we het zo vaak genoemde radicalisme onder moslimjongeren erbij halen. Hoewel dus een kleine meerderheid van de Marokkanen positief is gestemd, vindt er dus toch radicalisering plaats. Is dat dan onder de overige 47% of toch ook onder die 53%? Wie hebben het onderzoek ingevuld? De zogenaamde radicale moslims niet? Gezien de verschillen tussen Turken en Marokkanen zou je de voedingsbodem van radicalisme vooral bij Turken moeten vinden. Er vanuit gaande dat een dergelijk negatieve houding een voedingsbodem is.

Het aantal jongeren dat zich daadwerkelijk aansluit bij radicale groepen of dat zelf een radicale cel begint, is gering. Veel groter is het aantal jonge moslims dat welwillend staat
tegenover de door de radicale islam in al zijn varianten verkondigde boodschap dat de
westerse wereld de vijand van de islam is. Veel groter is ook het aantal moslims dat begrip
kan opbrengen voor de destructieve acties van moslimradicalen, ook al zouden zij er zelf
nooit aan deelnemen.

De negatieve houding lijkt wel een duidelijk verband te hebben met het islamdebat in Nederland zou blijkt uit het ander artikel van het NRC:

Maar de laatste jaren is S�leyman D�nmez vooral boos. Nederland is veranderd. ,,Het is alsof ik me de afgelopen tijd tegen alles wat met allochtonen te maken heeft te weer moet stellen. Dat is begonnen na 11 september en toegenomen na de moord op Theo van Gogh. Er gaat geen dag voorbij of ik lees, hoor of zie in de media negatieve berichten over allochtonen.

,,Feitelijk gaat het niet eens over mij. Ik ben geen fraudeur, crimineel of een radicale moslim. Ik spreek goed Nederlands en ben ge�ntegreerd. Maar toch. Al die berichten gaan op de een of andere manier ook over mij. Waarom? Omdat ze niet worden genuanceerd. Omdat ook een groot deel van de media en politici niet zegt: het gaat om een klein deel van de allochtonen. En het ergste is dat ik soms denk dat dat niet eens onbewust, maar bewust wordt gedaan. Dat sommige Nederlanders eigenlijk een hekel hebben aan alle migranten, zeker aan moslims.”

,,Ik weet dat de uitspraken over buitenlanders ongenuanceerd zijn, dat ik me er niets van moet aantrekken omdat ze niet op mij slaan, dat houdt ook mijn vrouw me voor, maar toch kan ik me er niet aan onttrekken. Het kwetst me. Ik voel me erdoor vernederd. Ik praat er voortdurend over, zowel met Turkse als met Nederlandse vrienden. ”

De jongeren in dit artikel komen op mij over als zeer betrokken en gelovige burgers. Toch hebben zij ook die frustraties vanwege het islamdebat. Opvallend is overigens dat Limburgers het meest negatief zijn over Nederland. Misschien dat die frustraties daar mede ten grondslag liggen aan de opkomst van radicaal-rechtse jongeren? Nou ja het is een beetje ins blaue hinein denken, dus laten we er vooral maar niet al te scherpe conclusies aan verbinden.

,,Ik weet niet of het beter is in Turkije”, zegt hij. ,,Maar wat ik wel weet is dat ik in Nederland steeds zwartgalliger wordt. Soms stel ik mezelf de vraag of dat komt omdat ik Turk ben. Turken zijn nogal eergevoelig, hechten aan hun cultuur, behouden de band met hun land. Maar eigenlijk ben ik helemaal niet zo chauvinistisch. Ik heb alleen een Nederlands paspoort. En ik leef inmiddels bijna drie keer zo lang in Nederland als ik in Turkije heb gewoond. Meer dan een Turk ben ik een moslim. Ik ben toch ook vader van twee Nederlands-Turkse dochters, echtgenoot van een Nederlandse vrouw, collega en muziekliefhebber. Maar die nuance krijg ik niet langer voor het voetlicht. Ik wordt gereduceerd tot Turk, allochtoon, moslim. En dat is allemaal negatief. Dat maakt me radeloos. Zeker als je niets op je kerfstok hebt wil je in een land geaccepteerd worden.”

Complete NRC artikelen:
Jonge Marokkanen zijn positief over de toekomst

Door onze redacteur Dick van Eijk

Rotterdam, 23 april. Allochtonen zijn gemiddeld genomen aanzienlijk minder gelukkig met Nederland dan autochtonen. Ook zijn ze pessimistischer over de toekomst. Maar de tweede generatie Marokkanen is - in tegenstelling tot hun ouders - vrijwel net zo gelukkig met Nederland als autochtonen, en zelfs optimistischer over de toekomst dan autochtonen.

Dit blijkt uit analyses die op verzoek van deze krant zijn gemaakt van het bestand van 21minuten.nl, een opinieonderzoek waaraan 150.000 mensen hebben deelgenomen. De resultaten zijn representatief voor de bevolking van zestien tot zeventig jaar. Aan het onderzoek hebben ruim 12.000 allochtonen meegedaan.

Het contrast tussen de twee grootste groepen islamitische allochtonen is groot. Turken zijn namelijk van alle groepen allochtonen juist het minst gelukkig met Nederland. Zij zijn bovendien de enige groep waarbij de tweede generatie minder gelukkig is met Nederland dan de eerste. Ook is de tweede generatie pessimistischer over de toekomst dan de eerste generatie.

Van de tweede generatie Turken verwacht 11 procent dat de volgende generatie gelukkig zal zijn met Nederland. Van de tweede generatie Marokkanen 32 procent. Van de hele bevolking verwacht 29 procent dat de volgende generatie gelukkig zal zijn met Nederland.

Deze verschillen zijn opmerkelijk omdat jonge Marokkanen vaak in verband worden gebracht met criminaliteit en schooluitval, terwijl Turken ogenschijnlijk zonder veel problemen hun weg vinden in de Nederlandse samenleving. Turken integreren meer langs sociaal-economische weg, hebben vaker een eigen bedrijf, maar sluiten zich ook meer op in de eigen gemeenschap. Velen houden vast aan een krachtige Turkse identiteit.

Marokkanen integreren meer langs sociaal-culturele weg. Jonge Marokkanen spreken bijvoorbeeld veel vaker Nederlands met hun broers en zussen dan jonge Turken. Zij zien hun toekomst in Nederland optimistisch tegemoet, blijkt uit de vandaag in deze krant gepubliceerde onderzoeksresultaten.

Een baan, een huis, kinderen - maar geen controle

Sinds het najaar van 2001 is Nederland op drift. De resultaten van het onderzoek 21minuten.nl bieden nieuwe aanknopingspunten om te begrijpen wat er aan de hand is.

Dick van Eijk

Van alle leeftijdscategorieën zijn mensen van begin veertig het minst gelukkig met Nederland. Het zijn de mensen in de kracht van hun leven, de mensen die alles hebben: baan, huis, kinderen. Oud genoeg voor een onbezorgde jeugd in de jaren zestig en hypotheekrenteaftrek nu, jong genoeg om nog te beginnen met marathonlopen of de carrière een andere wending te geven. Maar alles heeft kennelijk ook een keerzijde. Er móét zo veel.

Tussen de stress die mensen in hun privéleven ervaren, de frustraties die ze in hun werk oplopen en het ongenoegen dat ze ventileren over de politiek bestaan verbanden. Niet statistisch dichtgetimmerd, maar wel aannemelijk. Interessant genoeg om verder over na te denken en verder onderzoek naar te doen.

Om te beginnen het ongenoegen over de politiek, manifest in Nederland sinds de opkomst van Pim Fortuyn. De burgers snappen heel goed dat Nederland kampt met flinke problemen, blijkt ook uit de antwoorden die 150.000 mensen hebben gegeven op de internetenquête 21minuten.nl. Ze maken zich nu vooral zorgen over veiligheid en criminaliteit, over de kosten van levensonderhoud, de integratie van allochtonen en de sociale zekerheid. Dat zijn ook stuk voor stuk problemen die de nodige politieke aandacht krijgen. Maar ook van minder direct zichtbare problemen zijn veel mensen zich wel bewust. Ze realiseren zich dat er banen verdwijnen naar lagelonenlanden en dat de vergrijzing de financiering van de AOW lastiger maakt. Burgers zijn niet gek.

Ze zien óók dat de politiek weinig greep krijgt op die problemen. Veiligheid en criminaliteit domineert al tien jaar de publieke agenda. Een internationale golf van terrorisme heeft de gevoelens van onveiligheid nog verder aangewakkerd. Aan het stelsel van sociale zekerheid wordt nu al decennia gesleuteld. Krijgen ze het dan nooit goed? De files worden ook al niet opgelost. En de werkloosheid loopt almaar verder op.

Het is ook maar de vraag óf het kabinet, de politiek, of de overheid dit soort problemen überhaupt kán oplossen. Maar dat is wel wat burgers verwachten, suggereerde premier Balkenende donderdag bij het in ontvangst nemen van het rapport over 21minuten.nl. In elk geval verwachten ze dat, zolang politici niet expliciet laten weten dat dit buiten hun vermogens ligt. Aan een eerlijk verhaal over wat politici kunnen en willen, en waarom, schort het in de ogen van velen. Slechts vijftien procent vindt dat de regering een duidelijke visie heeft voor de lange termijn, acht procent vindt dat de overheid snel genoeg op ontwikkelingen reageert, zes procent vindt dat de overheid effectief handelt. Zeventig procent vindt dat dat niet zo is. Tweederde van de bevolking vindt dat politici niet over de juiste kwaliteiten beschikken om Nederland te besturen.

Wie vindt dat Nederland te kampen heeft met serieuze problemen, en politici niet in staat acht die adequaat het hoofd te bieden, kan snel pessimistisch worden. Minder dan dertig procent verwacht dat de volgende generatie gelukkig zal zijn met Nederland, terwijl 55 procent zelf nog wel gelukkig is met Nederland.

De bevolking vindt niet alleen dat het land niet goed wordt bestuurd, ze vindt ook dat de richting verkeerd is. Ze wil een ander soort samenleving dan de bestuurlijke elite voor ogen staat. Een zachtere samenleving, meer een Scandinavische dan een Angelsaksische. De eensgezindheid over de richting waarin de samenleving zou moeten veranderen is verbluffend. Zestig procent wil een meer solidaire samenleving, drie procent een meer individualistische; 57 procent wil een samenleving met meer kwaliteit van bestaan, drie procent een met meer materieel succes. Gezien deze keuze is het niet verwonderlijk dat verdere vergroting van de welvaart niet de hoogste prioriteit heeft.

Toch is het niet zo dat ‘meer welvaart’ het tegen alle alternatieven aflegt. Op twee punten geeft Nederland expliciet de voorkeur aan meer welvaart. Het eerste is als dit ’slechts’ ten koste gaat van de Nederlandse identiteit. Ondanks de geschiedenishausse is die identiteit niet iets waar de bevolking zwaar aan tilt. In tegendeel: zeventig procent van de bevolking kiest voor een scenario met veel internationale handel en samenwerking en het bijkomend verlies van de Nederlandse identiteit, indien dit meer werk en meer welvaart oplevert. Onze identiteit is te koop, we blijven een handelsnatie.

Meer welvaart krijgt ook de voorkeur als dit leidt tot grotere inkomensverschillen. Dit lijkt in strijd met het verlangen naar een solidaire samenleving. Men vindt WAO-uitkeringen te laag, WW-uitkeringen niet te hoog. Wat men wil is werklozen harder achter de vodden zitten om aan de slag te gaan. Het is aanvaardbaar als de inkomensverschillen toenemen, mits dit leidt tot meer welvaart én niet ten koste gaat van mensen met de laagste inkomens. Het lijkt wel of heel Nederland A Theory of Justice van John Rawls heeft gelezen.

De keuze voor een solidaire samenleving houdt stand indien mensen zelf offers moeten brengen. Veertig procent van de bevolking is bereid vijf jaar lang af te zien van meer koopkracht indien dit op lange termijn meer welvaart oplevert. Meer dan tachtig procent van de werkenden is bereid meer uren per week te werken, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Over die voorwaarden straks meer. Ook verreweg de meeste huisvrouwen willen - onder voorwaarden - wel werken. De meeste mensen zijn bovendien voorstander van prestatieloon, en een ruime meerderheid is ook bereid om dat zelf te accepteren. Nederland is niet te beroerd om te werken, en er is nog een zeer ruim arbeidspotentieel voorhanden.

Al dat werk moet dan wel wat opleveren, meer dan alleen een materiële beloning. En daar zitten belangrijke knelpunten.

Het bijzondere van het onderzoek 21minuten.nl is dat het aantal deelnemers zo groot is. Dat heeft tot gevolg dat kan worden ingezoomd op betrekkelijk kleine groepen in de samenleving. Twee voorbeelden van professionals die de greep op hun werk zijn verloren.

Eén. De bevolking als geheel oordeelt in tal van opzichten vernietigend over de overheid: slechts 5 procent vindt de overheid efficiënt georganiseerd, 8 procent vindt de overheid flexibel, etcetera. Omdat aan de werkenden is gevraagd in welke sector ze werken, valt na te gaan wat ambtenaren hiervan vinden. Wat blijkt? Ze zijn het volkomen met de rest van de bevolking eens. Ambtenaren met een universitaire opleiding - van wie men toch mag aannnemen dat zij enige verantwoordelijkheid dragen voor het handelen van de overheid - oordelen op deze vragen wel iets, maar niet veel gunstiger over hun broodheer. Op één vraag na blijven hun positieve antwoorden over de overheid allemaal onder de vijftien procent steken.

Twee. De belangrijkste maatregel om het middelbaar beroepsonderwijs te verbeteren is in de ogen van de bevolking het vergroten van de praktijkgerichtheid: ruim zestig procent is deze mening toegedaan. En van de leraren, die hiervoor deels direct verantwoordelijk zijn, vindt bijna 80 procent dit.

Wat hieruit spreekt is dat ambtenaren en leraren kennelijk onvoldoende greep op hun eigen organisatie hebben om daarover zelf tevreden te zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bij overheid en onderwijs bovengemiddeld veel mensen onder geen enkele voorwaarde meer uren willen werken. Extra inspanning zou alleen maar tot meer frustratie leiden.

Zoals gezegd willen veel mensen wel meer uren werken, en willen huisvrouwen zelfs en masse aan het werk, mits aan voorwaarden is voldaan. De meest genoemde voorwaarden zijn - zowel voor werkenden als voor huisvrouwen - ‘als ik zelf mijn werktijden kan bepalen’ en ‘als ik thuis kan werken’. Zestig procent van de werkenden en zeventig procent van de huisvrouwen zouden hiermee uit de voeten kunnen.

Wat deze mensen willen is flexibiliteit om hun eigen drukke leven op orde te krijgen. Werken, kinderen van school halen, boodschappen doen, pakje ophalen op het postkantoor, kinderen naar zwemles brengen, naar de kapper, potje squashen en dan eventueel ’s avonds nog wat werken. Steeds meer mensen en organisaties komen met strakke tijdclaims, en de burger moet het maar zien op te lossen. Met de huismoeder verdwijnen de buffers die vroeger zaten ingebouwd. Steeds minder mensen kunnen zonder agenda. Mensen die in deeltijd werken zijn beduidend gelukkiger met Nederland dan mensen met een fulltime baan.

Hierin past dat mensen zich met hand en tand verzetten tegen aantasting van de tijd waarin ze nog relatief weinig met zulke externe claims van doen hebben - de vakantie en hun pensioen. De voornaamste zorgen van werkenden met betrekking tot hun werk is ‘dat ik later met pensioen kan’. Wanneer ze moeten kiezen op welke manier ze een bijdrage willen leveren aan het betaalbaar houden van de AOW, kiezen ze met een enorme voorsprong op andere maatregelen: meer uren werken per week. Liever dat dan later met pensioen of vakantiedagen inleveren. Die doordeweekse dagen zijn toch al een zootje, maar van mijn eigen tijd blijf je af, lijkt de redenering.

Kortom, de samenleving kampt op verschillende niveaus met sturingsproblemen:

op het niveau van het huishouden, waar men de tijdclaims op de afzonderlijke leden van het huishouden niet aan elkaar geknoopt krijgt;

op het niveau van de organisatie, waar de medewerkers er niet in slagen om voor hen evidente problemen in de organisatie op te lossen;

en op het niveau van de samenleving als geheel, waar de politiek er niet in slaagt de grote problemen adequaat te lijf te gaan en de burger het verband tussen doel en middelen uit te leggen.

Dit soort problemen is de afgelopen tien, vijftien jaar snel in omvang en aantal toegenomen.

In grote lijnen is wel duidelijk waardoor dit soort problemen wordt veroorzaakt: de samenleving wordt in hoog tempo complexer, steeds meer dingen hebben met elkaar te maken. Als het kind van een onderwijzer oorontsteking krijgt, gaat de onderwijzer naar de dokter, wordt als het tegen zit een hele klas naar huis gestuurd, hebben ten minste 25 ouders een probleem, en moet de helft van hen dat weer afwentelen op hun werkgever. Het is net de dienstregeling van de NS: bij Woerden breekt een bovenleiding, en van Den Haag tot Nijmegen, van Groningen tot Rotterdam lopen duizenden reizigers vertraging op. Een afspraak in Heerenveen moeten worden afgezegd, een schoolklas in Gouda blijft half leeg, een vergadering in Amersfoort loopt in het honderd, een reünie in Rottterdam valt in het water. En dat allemaal door die ene bovenleiding.

Zo zijn de onvrede over de politiek en de hectiek van het dagelijks leven terug te voeren tot dezelfde oorzaken. De regels van het leven kunnen de complexiteit van de samenleving niet bijbenen. De politiek verliest hierdoor zijn greep op problemen, tot ongenoegen van de burger, die het zowel in zijn werk als privé toch al zo moeilijk heeft om aan de eisen en wensen van iedereen te voldoen. Alles wat hij wil is een beetje greep op zijn leven en op de wereld.

In Marokko ga je op vakantie, naar Turkije ga je terug

Nederlanders van buitenlandse afkomst zijn gemiddeld veel minder tevreden met hun land. Slechts 11 procent van de tweede generatie Turken verwacht dat hun kinderen hier gelukkig zullen zijn. Marokkanen zijn wél gelukkig met Nederland. En hun verwachtingen voor de toekomst zijn hooggespannen.

Froukje Santing

Een klein deel van de Nederlanders van Marokkaanse afkomst zorgt voor grote problemen, beaamt Zakaria Hamidi (35). Maar: ,,Een belangrijk deel van allochtonen van Marokkaanse origine heeft zich definitief in Nederland genesteld. Dat geldt met name voor de tweede generatie. Ze spreken misschien met hun ouders nog Berbers of Arabisch, maar 78 procent van de Marokkaanse scholieren praat meestal Nederlands met hun broers en zussen.” De tweede generatie heeft volgens hem nauwelijks nog binding met Marokko. ,,Het is het land waar we op vakantie gaan.”

Het verbaast Hamidi niet dat 33 procent van de eerste en 53 procent van de tweede generatie Marokkanen gelukkig is met Nederland. Van de eerste groep verwacht 32 procent dat hun kinderen net zo gelukkig worden met Nederland als zijzelf. ,,Nederland is het land van mijn toekomst. Ik heb drie jaar geleden ook bewust gekozen voor een vrouw van Marokkaanse afkomst die hier is opgegroeid. Ik zie mezelf als een Nederlandse moslim van Marokkaanse origine die goed in zijn vel zit.”

Hamidi kwam op zijn achttiende naar Nederland, na de middelbare school in Noord-Marokko te hebben afgemaakt. Zijn vader besloot alleen de kinderen naar Nederland te halen die exacte vakken studeerden, drie van de acht. ,,Hij was consequent in de gedachte dat hij toch terug zou gaan. Waarom zou hij zijn kinderen dan in Nederland grootbrengen? Alleen als dat onze studie ten goede kwam was het in zijn ogen relevant. Mijn vader en moeder zijn in 1993 met een remigratieregeling naar Marokko teruggekeerd.”

Hamidi ging naar de TU in Delft waar hij ook Nederlands leerde. ,,Verder verslond ik Nederlandse stripverhalen en na verloop van tijd de krant. En in de avonduren volgde ik extra lessen.” Dagelijk reist hij nu met de trein van Rotterdam naar zijn werk bij telecombedrijf Ericsson in Gilze-Rijen. ,,Mijn manager is Duitser, naast Nederlandse heb ik ook Roemeense collega’s. Als het uitkomt ga ik op vrijdag met Turkse collega’s naar de moskee. Maar meestal bid ik pas ’s avonds laat thuis.”

In zijn vrije tijd is Hamidi vrijwilliger bij de sociaal-culturele vereniging Ettaouhid (eenheid) in de Middellandwijk in Rotterdam-West, gevestigd in een oud schoolgebouw. Er zijn taal- en huiswerklessen, een gemengde islamitische scoutinggroep en er wordt vooral gediscussieerd, elke week ten minste één avond. ,,We praten over onderwerpen die door menigeen als taboe worden ervaren: dat het in de islam verboden is meisjes uit te huwelijken, zelfmoord, incest. En over de actualiteit.”

Ook Hind Shouli (21), student technische wiskunde aan de TU in Delft, is in haar vrije tijd actief bij Ettaouhid. Ze is volledig in Nederland opgegroeid, maar moet thuis van haar ouders Arabisch spreken. ,,Zodat we die taal niet vergeten.” Soms leest ze een dag geen kranten. ,,Er wordt alleen maar negatief over allochtonen bericht de laatste jaren. Ik vind dat vervelend en onterecht, maar het tast mijn gevoel van eigenwaarde niet écht aan. Wil je in Nederland geaccepteerd worden als moslim, dan moet je beginnen met Nederland te accepteren.” Net als Hamidi vindt ze het belangrijk dat de allochtone Marokkanen in Nederland een beter leven krijgen. ,,De meesten zijn laag opgeleid, arbeidsongeschikt, werkloos, leven van een uitkering. Dat geldt zeker voor de eerste generatie. Als je hun vraagt wat hun grootste probleem is dan krijg je steevast als antwoord: onze financiële situatie. Ze kunnen nauwelijks rondkomen. Dat is een groter probleem dan de negatieve beeldvorming in de media.”

Shouli vindt het vreemd dat juist veel Turkse allochtonen de laatste jaren zeggen het liefst hun koffers te willen pakken. Zij en Hamidi spreken van een integratieparadox. ,,De Turken zorgen voor minder problemen en doen het over het algemeen sociaal-economisch beter. Maar onderling vallen ze vaak terug op het Turks en zijn ze vooral trots op hun Turkse afkomst. Wij missen die sterke binding met het land van herkomst van onze ouders. Daardoor verloopt de sociaal-culturele integratie van Marokkanen in het algemeen sneller.”

Shouli heeft wel vooral Marokkaanse vriendinnen. ,,Je begrijpt elkaar beter. Aan Nederlandse vriendinnen moet ik voortdurend van alles uitleggen. Ze gaan naar de disco en ik niet. En ik bid vijf keer per dag en ga op islamitische feestdagen naar de moskee. En sinds de tweede klas van de middelbare school draag ik een hoofddoek.” Shouli vindt het vervelend dat mensen denken dat ze als vrouw daardoor achtergesteld is. ,,Sommige studenten kijken ervan op dat ik me specialiseer in de numerieke wiskunde. Maar de islam is geen vreemd element in de Nederlandse samenleving. De islam en Nederland horen bij elkaar. Ik ben een vrouw met een hoofddoek, maar voor alles een burger van dit land.”

Vijftien jaar was Süleyman Dönmez (51) toen hij naar Nederland kwam. Hij zat in Bursa, in het westen van Turkije, op een Amerikaanse middelbare school. ,,Het was de bedoeling dat ik die af zou maken”, vertelt hij. ,,Ik verkeerde, zeker voor die dagen, in een geprivilegieerde positie.” Maar zijn vader, die vier jaar eerder als metaalbewerker in de Rotterdamse haven was gaan werken,vond het eenzaam zonder zijn gezin.

Dönmez, enig kind, ging naar de HBS en studeerde chemie aan de HTS. ,,In die tijd had ik alleen maar Nederlandse vrienden”, zegt hij. Ook mijn ouders gingen met Nederlanders om. Zo heb ik mijn Nederlandse vrouw leren kennen. Haar moeder kwam met Turkse vrienden mee, die bij mijn ouders op bezoek kwamen. Nu mijn vader werkloos is, is hij teruggeworpen op ‘zijn Turkse wereld’.” Dönmez zelf gaat elk jaar met vrouw en dochters op vakantie naar Turkije.

Tien jaar werkte Dönmez als chemisch-fysisch analist op het laboratorium van de Drinkwaterleiding in Rotterdam. Maar na verloop van tijd was hij aan een nieuwe uitdaging toe. ,,Ik houd ervan om onder mensen te zijn.” Hij solliciteerde in 1985 naar de functie van migrantenvoorlichter bij de gemeente Rotterdam en werd aangenomen. ,,Ik was me gaan realiseren dat het helemaal niet zo gewoon is dat migrantenkinderen, die vaak meegaan met gesprekken bij de dokter, formulieren invullen, verantwoordelijk zijn voor de informatie over de rechten en plichten van hun ouders in de nieuwe samenleving. Dat is de plicht van de overheid. Net als jongeren, ouderen, gehandicapten zijn ook migranten een doelgroep van de gemeente. Als voorlichter is het niet mijn taak om ze Nederlands te leren als ze dat niet of onvoldoende doen. Het is aan de politiek om dat te bewerkstelligen.”

Lange tijd werkte Dönmez met plezier op het Rotterdamse stadhuis, een bolwerk van linkse ambtenaren. Hij kreeg een netwerk van Turkse vrienden en had een Nederlander van Marokkaanse origine als directe collega. ,,Ik weet dat het niet goed is om je als missionaris in je werk op te stellen. Je moet zakelijk opereren, je emoties controleren. Maar die innerlijke drive dat ook migranten kennis uit de eerste hand vergaren heeft me altijd voortgedreven.”

Maar de laatste jaren is Süleyman Dönmez vooral boos. Nederland is veranderd. ,,Het is alsof ik me de afgelopen tijd tegen alles wat met allochtonen te maken heeft te weer moet stellen. Dat is begonnen na 11 september en toegenomen na de moord op Theo van Gogh. Er gaat geen dag voorbij of ik lees, hoor of zie in de media negatieve berichten over allochtonen.

,,Feitelijk gaat het niet eens over mij. Ik ben geen fraudeur, crimineel of een radicale moslim. Ik spreek goed Nederlands en ben geïntegreerd. Maar toch. Al die berichten gaan op de een of andere manier ook over mij. Waarom? Omdat ze niet worden genuanceerd. Omdat ook een groot deel van de media en politici niet zegt: het gaat om een klein deel van de allochtonen. En het ergste is dat ik soms denk dat dat niet eens onbewust, maar bewust wordt gedaan. Dat sommige Nederlanders eigenlijk een hekel hebben aan alle migranten, zeker aan moslims.”

,,Ik weet dat de uitspraken over buitenlanders ongenuanceerd zijn, dat ik me er niets van moet aantrekken omdat ze niet op mij slaan, dat houdt ook mijn vrouw me voor, maar toch kan ik me er niet aan onttrekken. Het kwetst me. Ik voel me erdoor vernederd. Ik praat er voortdurend over, zowel met Turkse als met Nederlandse vrienden. ”

Dönmez is inmiddels weg van het Rotterdamse stadhuis. ,,Na de komst van Leefbaar Rotterdam in het college van B en W waren veel ambtenaren lange tijd verlamd. We hadden geen idee welke politieke wind er zou gaan waaien. Had het nog wel zin om de nota af te schrijven waarmee je bezig was?” Hij werkt nu twee dagen als migrantenvoorlichter bij de Rijksvoorlichtingsdienst en drie dagen bij een uitgeverij die een krant uitgeeft voor allochtonen. Hij is er gedetacheerd en heeft afgesproken dat hij nog tot 2009 in dienst van de gemeente blijft. ,,Dan ga ik met vervroegd pensioen”, zegt hij. ,,Ik wil dan naar Turkije. Ik ben me daar al op aan het oriënteren.”

Hij zegt dat hij in gesprekken met andere Turken in zijn opvatting wordt bevestigd. ,,Ook zij zeggen, ik wil het liefst weg uit Nederland. Ze zijn net als ik teleurgesteld geraakt. Vroeger spraken we daar nooit over. Toen was iedereen happy en tevreden met Nederland.” Het verbaast hem dan ook niet dat slechts elf procent van de tweede generatie Turken verwacht dat hun kinderen gelukkig zullen zijn met Nederland.

,,Ik weet niet of het beter is in Turkije”, zegt hij. ,,Maar wat ik wel weet is dat ik in Nederland steeds zwartgalliger wordt. Soms stel ik mezelf de vraag of dat komt omdat ik Turk ben. Turken zijn nogal eergevoelig, hechten aan hun cultuur, behouden de band met hun land. Maar eigenlijk ben ik helemaal niet zo chauvinistisch. Ik heb alleen een Nederlands paspoort. En ik leef inmiddels bijna drie keer zo lang in Nederland als ik in Turkije heb gewoond. Meer dan een Turk ben ik een moslim. Ik ben toch ook vader van twee Nederlands-Turkse dochters, echtgenoot van een Nederlandse vrouw, collega en muziekliefhebber. Maar die nuance krijg ik niet langer voor het voetlicht. Ik wordt gereduceerd tot Turk, allochtoon, moslim. En dat is allemaal negatief. Dat maakt me radeloos. Zeker als je niets op je kerfstok hebt wil je in een land geaccepteerd worden.”

Grenzen aan het individualisme

Het is niet te merken op terrassen en in jachthavens, maar Nederlanders verkeren al jaren in een depressie over de toekomst. Onderzoek na onderzoek wijst op een algemene verwachting dat het leven in wat nu nog een van de rijkste landen ter wereld is ‘minder’ wordt. Ook een meerderheid van de 150.000 invullers van een McKinsey-vragenlijst op internet (21minuten.nl) verwacht dat de volgende generatie minder gelukkig zal zijn dan de huidige.

Opmerkelijk is dat de meeste respondenten tevreden zijn met het hier en nu. Een meerderheid is gelukkig met zijn eigen leven, zijn eigen buurt en zelfs met Nederland. Maar elders en later ziet het er somber uit.

Dergelijk pessimisme kan ook elders in West-Europa worden aangetroffen. Al vijf jaar achter elkaar kwakkelt de West-Europese economie en er is nog geen zicht op verbetering. Het geld wordt opgepot in plaats van uitgegeven. De meeste burgers beseffen dat er moet worden gesnoeid in de voorzieningen van de verzorgingsstaat om de economie op peil te houden. De meeste respondenten zijn bereid om meer te werken en vinden dat op uitkeringsgerechtigden best meer druk kan worden uitgeoefend om aan de slag te gaan. Maar het vroegpensioen en vrije dagen zijn nog ongekend populair.

Het kabinet zou meer kunnen profiteren van de offerbereidheid van de burgers. Slechts een magere dertien procent van de respondenten steunt het kabinetsbeleid. Ook in andere peilingen komt het kabinet er slecht vanaf. Dat valt niet alleen te wijten aan economische tegenslag. Het beleid wordt ook gebrekkig gepresenteerd. Maar het grootste probleem is de inhoud van de boodschap zelf, die dwars staat op de populariteit die de verzorgingsstaat en goede overheidsvoorzieningen nog genieten.

Er zit een gat tussen wat van burgers wordt verwacht en wat zij kunnen presteren. ‘Eigen verantwoordelijkheid’, het devies van het kabinet, kan de problemen van de kindercrèche, het verpleegtehuis en de school niet oplossen. Wie langer en harder moet werken, kan niet tegelijk meer voor zijn bejaarde ouders en zijn kinderen zorgen.

Premier Balkenende zei in een reactie op het McKinsey-onderzoek dat men de overheid niet vertrouwt, maar er wel veel van verwacht. De overheid vertrouwde zichzelf echter ook niet en heeft de afgelopen vijftien jaar taken afgestoten, soms met succes. Een aantal voorzieningen (thuiszorg, trein, energiebedrijf) is er door de verzelfstandiging niet op vooruitgegaan. Privatisering is daarom niet langer populair. Toch staat - alsof de jaren negentig nog niet zijn geëindigd - de volledige reorganisatie en privatisering van de zorgverzekering volgend jaar op het programma, een experiment dat nog nergens ter wereld op deze manier is uitgevoerd.

Het gevolg is dat de politiek een verwijskantoor wordt naar instellingen waar ze de greep op heeft verloren. Geen wonder dat het vertrouwen in de overheid zo gering is, terwijl het verlangen naar zekerheid, solidariteit, sociale stabiliteit en goede voorzieningen vanaf de jaren zeventig is gebleven, zo blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Burgers hebben daar zelf ook verantwoordelijkheid voor. Uit allerlei onderzoek blijkt dat actieve leden van verenigingen, kerken en andere maatschappelijke instellingen de toekomst met meer vertrouwen tegemoet zien. Zij vormen de infrastructuur van de liberale samenleving. Helaas zetten veel mensen hun actieve lidmaatschap om in passief donateurschap. Anoniem, vrijblijvend contact door chatboxen en mailings kan gezamenlijke activiteit en onderlinge verplichtingen niet vervangen. Aan het individualisme, dat door de welvaart mogelijk is gemaakt en dat vervolgens ook weer welvaart heeft gecreëerd, zijn grenzen.

One response so far

One Response to “21minuten.nl: positief over de toekomst”

  1. Ali Babaon 23 Apr 2005 at 8:31 pm 1

    They said Mohammed admitted himself is a paedophile … raped a 9 year old!

    Goto Faithfreedom.org to slug it out …

Trackback URI | Comments RSS

Leave a Reply