Apr 13 2007

Profile Image of

Trouw, deVerdieping| overigeartikelen - Allochtone dochters vliegen uit / Vaders meisje wil op kamers

In Trouw een artikel van Rob Pietersen: Allochtone dochters vliegen uit / Vaders meisje wil op kamers

Tijdens mijn onderzoek in Gouda waren er enkele jonge Marokkaanse vrouwen die op kamers zaten. Meestal samen met andere Marokkaanse meisjes (soms hun zus). Dit waren toen duidelijk voorlopers, of dat nu nog zo is weet ik niet. Het feit dat het met die meiden erg goed ging, werd wel met grote belangstelling gevolgd. De andere kant van de medaille was de roddel die vooral liet zien dat het op kamers wonen van meisjes nog steeds omstreden was. Gezien de instroom van meisjes in de universiteiten, is het een kwestie van tijd echter voordat er meer komen.

Ouafae Bahi bereidde haar ouders langzaam voor op het vertrek uit het ouderlijk huis. Eerst sliep ze twee dagen op haar studentenkamer, nu is ze alleen het weekeinde nog bij haar ouders. Poldermodel in een Marokkaans gezin.

Ouafae Bahi stond op een wachtlijst voor woonruimte in Leiden. Haar ouders dachten dat het jaren zou duren voor een studentenwoning vrijkwam, en ze nog alle tijd hadden om aan het idee van een uitwonende dochter te wennen. Niet dus.

Sneller dan verwacht, in het voorjaar van 2005, werd de rechtenstudente van Marokkaanse komaf een ’eigen’ appartementje aangeboden. Bahi, toen 23 jaar, had drie maanden bedenktijd. „Mijn vader zei: als dat is wat je wilt, dan moet je het doen. Maar mijn moeder zei: daar komt helemaal niks van in. Ze had duidelijk andere verwachtingen. Studie afmaken, iemand zoeken met wie het klikt en dan gaan samenwonen.”

Bahi kon er begrip voor opbrengen. Als oudste van twee dochters, de eerste ook van alle neefjes en nichtjes moest ze ’de weg vrijmaken’.

„Ik woonde vijf minuten fietsen van de universiteit. Er was wat dat betreft geen enkele noodzaak te verhuizen. Mijn moeder moest aan het idee wennen, gelukkig heeft mijn vader me die periode in de discussies gesteund. Hij is heel liberaal.”

Het toppunt van integratie: er rolde een poldermodelletje uit. Bahi: „Ik ging uiteindelijk niet pats-boem op kamers, ik heb het heel diplomatiek aangepakt. Ik zat in de eerste weken maar twee dagen op kamers. Dat heb ik steeds verder uitgebreid, tot ik alleen in de weekeinden thuiskwam.”

Ze is ervan gegroeid, zegt ze. „Ik ben zelfstandiger, assertiever geworden. Dat ziet mijn moeder ook en dat vindt ze okay. Ze vindt het nu zelfs leuk dat ik op kamers woon. Als haar zus uit België er is, komen ze altijd even op bezoek.”

„Uiteindelijk ging het bij mij niet zo heel moeilijk. Toch hoor je overal om je heen dat imams zich ermee bemoeien, of familieleden en kennissen uit de Marokkaanse gemeenschap. In Marokko zelf is het geen probleem, mijn nichtjes wonen daar ook op kamers. Maar de mensen hier zijn toch bang voor de samenleving, waar ieder voor zich leeft, waar mensen zich nauwelijks verantwoordelijk voor elkaar voelen. Ze horen de slechte verhalen. Maar zo eng is het toch allemaal niet?”

Ouafae Bahi staat aan de wieg van ’Diversity’ , een nieuwe multiculturele studentenvereniging in Leiden. Dat is een club zonder ’luidruchtige drankorgels die bloot de gracht in duiken’. Daarnaast maakt de zesdejaars studente rechten deel uit van een panel dat allochtone studenten op weg helpt. Bijvoorbeeld met de vraag hoe je je ouders vertelt dat je op kamers wilt wonen.

Ze is bezig aan de laatste tentamens van haar Master ondernemingsrecht. De studie vergt veel tijd. „Daarom ben ik de laatste tijd weer veel thuis. Ik geniet van thee drinken met mijn moeder, met een koekje erbij, ’s avonds tv kijken met m’n vader en heerlijk gezamenlijk ontbijten. Ik word echt verwend. En ik waardeer het veel meer dan vroeger.”

Kwart van allochtone studenten woont op kamers

Steeds meer allochtone studenten gaan op kamers wonen, maar het percentage uitwonende allochtone studenten blijft achter bij dat van autochtone, uitwonende studenten.

Volgens Forum, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling, woont 24 procent van de allochtone studenten zelfstandig. Twee jaar geleden lag dat percentage nog op 19 procent. Turkse en Marokkaanse meisjes verlaten tijdens hun studententijd zelden het ouderlijk huis.

De cijfers van de groep allochtone studenten verschillen aanzienlijk van het Nederlandse gemiddelde van uitwonende studenten. Van de leerlingen aan het HBO en WO woont ongeveer 60 procent op kamers.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft drie verklaringen voor de achterstand. Een groot aantal allochtonen woont in de Randstad en dus dicht bij een onderwijsinstelling. Vermoedelijk weegt het financiële aspect onder deze minder welgestelde groepen ook zwaarder. Tenslotte zijn onder de allochtone studenten naar verhouding veel hbo’ ers, die (net als autochtone hbo’ ers) vaker thuis blijven wonen.

Marokkaanse en Turkse studentes blijven het meest achter bij het landelijk gemiddelde van 60 procent. Slecht één op de twintig meisjes uit die groep woont tijdens de studietijd op kamers.

De wens van allochtone meisjes om op kamers te gaan wonen, leidt regelmatig tot conflicten met hun vaders. Allochtone vaders kunnen het niet goed doen. Als zij hun dochter al toestemming geven, bemoeit vaak de imam zich nog met deze beslissing. Ook ontstaat er verontwaardiging in de Marokkaanse of Turkse gemeenschap over zoveel ’losbandigheid’.

‘Ik geef mijn dochters het verdiende vertrouwen’

Abdel Bahi (50, en vader van Ouafae) kwam op 17- jarige leeftijd naar Nederland, waar ook zijn ouders, vier broers en twee zusjes neerstreken. „In Marokko woonden wij in de stad, ik zat al op een school met jongens èn meisjes. Dat is een groot verschil met al die mensen uit de bergen en kleine dorpjes. Veel Marokkanen leven voor hun gevoel nog steeds in de verleden tijd. Wij waren al modern.

Veel Marokkanen van het platteland hebben een ander idee over normen, waarden en veiligheid dan de stedelingen. Bij ons in Marokko was dat al anders. In de steden laten ouders kinderen op kamers wonen,en zelfs studeren in Frankrijk of de VS. Mijn jongste dochter is nu 6 maanden in Australië. Ik geef het vertrouwen dat ze verdienen. Ik ken mijn dochters toch beter dan de imam, of wie zich er verder mee denkt te moeten bemoeien? En laten we eerlijk zijn: ze weten meer dan ik.”
Vader zoekt zelf huis voor dochter

Suayp Atakan (69, en vader van Nur) herinnert zich de dag niet meer dat zijn dochter begon te klagen over de reistijden naar de universiteit. „Ik voorzag de problemen maar wilde niet dat mijn dochters thuis zouden komen met de boodschap dat ze een kamer hadden gevonden. Ik dacht: als het moet, dan zoeken we maar samen een huis.”

„Mijn vrouw Nermin en ik hebben het niet met de omgeving overlegd, we hebben op een gegeven moment wel een vriend om hulp gevraagd bij het zoeken naar woonruimte.” Voor de kritiek op de beslissing haalt hij nu de schouders op. „Het was nieuw, anders. Onze vrienden keurden het niet af. Maar ze vonden het wel een héle stap.”

No responses yet

Trackback URI | Comments RSS

Leave a Reply