Jul 30 2007

Profile Image of

de Volkskrant - Binnenland - Hofstadleden doorgezaagd over islam

de Volkskrant - Binnenland - Hofstadleden doorgezaagd over islam

Hofstadleden doorgezaagd over islam

Achtergrond  Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg

AMSTERDAM - Wat betekent la ilaha ill-Allah? Bestaat de scheiding tussen kerk en staat? Wanneer is een moslim een afvallige? Moet de sharia worden ingevoerd in Nederland? Is het bezit en het bloed van ongelovigen halal?

Aan het woord is geen islamdocent die zijn koranstudenten overhoort, maar de voorzitter van het gerechtshof in het hoger beroep tegen zeven Hofstadveroordeelden. Zeer gedetailleerd heeft voorzitter Van Dijk de afgelopen maanden – met wekenlange tussenpozen – de verdachten doorgezaagd over hun geloof. Veel uitvoeriger dan de rechtbank dat deed, die negen Hofstadleden veroordeelde tot straffen van een tot vijftien jaar. Zij werden schuldig bevonden aan lidmaatschap van een terroristische organisatie die bedreigde, opruide en aanzette tot haat.

Hoewel de groep volgens het vonnis (10 maart 2006) niet tot doel had in de nabije toekomst aanslagen te plegen, wilde die wel haar extremistische ideologie verspreiden, waarin wordt aangezet tot ‘het doden van ongelovigen in het algemeen en enkele politici in het bijzonder, middels het zwaard en het martelaarschap’. Daarmee hadden de Hofstadleden de Nederlandse bevolking angst aangejaagd.

De aanklagers willen nu, in hoger beroep, een stap verder gaan. Volgens hen waren de zogenoemde huiskamerbijeenkomsten bij Mohammed B., de aangetroffen jihadistische documenten en onthoofdingsfilmpjes en de verspreiding daarvan op internet een duidelijke voorbode. Ook de laagst gestraften – veroordeeld wegens het verspreiden van extremistische teksten – waren op weg fysiek geweld te plegen. Net zoals de moordenaar van Theo van Gogh, granaatwerper Jason W., zijn vermeende medepleger Ismail A. en Nouredine el F., die een doorgeladen wapen op zak had. Het OM wil aantonen dat hun extremistische ideologie onherroepelijk tot aanslagen zou leiden.

Maar hoe radicaal waren de opvattingen van de individuele bezoekers van de huiskamerbijeenkomsten? Hadden zij dezelfde mening als de auteurs van de geweldverheerlijkende geschriften? Was er kortom sprake van een gemeenschappelijke ideologie, op basis waarvan zij volgens de rechtbank hun strafbare feiten hebben gepleegd?

Op deze vragen concentreert het hof zich deze zomer in de Bunker in Amsterdam-Osdorp. Daarbij heeft voorzitter Van Dijk gekozen voor een theologische benadering. Dat heeft tot dusver – het proces is over de helft en wordt in september hervat – een diffuus beeld opgeleverd van verdachten die verschillend over geloofskwesties verklaren.

De beroepszaak begon in mei met het verhoor van Mohammed B., die niet terechtstaat maar optrad als getuige. Helder en consistent legde hij zijn gewelddadige geloofsvisie uit. ‘Ik roep elke moslim op tot de jihad: pak het zwaard.’ En wat moet gebeuren met iemand die de profeet beledigt? ‘Gewoon kop d’r af, slachten.’

Vervolgens namen de meeste verdachten afstand van B.’s ideologie. Hij is ‘geen geleerde’, niet ‘open minded‘, ‘denkt de waarheid in pacht te hebben’, en heeft een moord gepleegd waarvoor in Nederland ‘geen islamitische rechtvaardiging gevonden kan worden’. Een vrijgesproken Hofstadverdachte getuigde dat B. was veranderd van een zwijgzame in een praatgrage man. ‘Wat hij hier zegt, heeft hij thuis nooit gezegd.’

Alleen Samir A. – die wel tot de Hofstadkern wordt gerekend, maar niet in dit proces terechtstaat – verklaarde net als B. dat de islamitische staat met geweld moet worden ingevoerd. Anders dan bijvoorbeeld Ismail A., die samen met Jason W. in de Antheunisstraat werd opgepakt. ‘Hij dacht dat mensen zich wel zullen bekeren door te praten en het goede voorbeeld te laten zien’, zei Samir A. ‘Ik vond hem een beetje een softie.’

Jason W., beschuldigd van vijfvoudige poging tot moord op leden van een arrestatieteam, schetste een barmhartige islam, maar ging lastige vragen over de jihad uit de weg. Geconfronteerd met zijn krijgszuchtige uitlatingen tijdens de belegering van het Laakkwartier, zei hij: ‘Ik kan wel dingen hebben gezegd die niet in overeenstemming zijn met de islam, uit onwetendheid of in een opwelling. Dan verwerp ik die uitspraak nu.’

Wil het hof hier een gezamenlijke ideologie uit destilleren, dan zal dat op basis van de tot dusverre afgelegde verklaringen niet eenvoudig zijn. Dachten de verdachten in de periode dat zij strafbare feiten zouden hebben gepleegd, ook al zo verschillend? Zijn ze tijdens hun detentie anders over hun geloof gaan denken? Of proberen ze het hof voor de gek te houden?

De voorzitter probeerde hen te betrappen op religieuze inconsistenties op grond van radicale geschriften die op hun computers zijn gevonden. Dat leidde dikwijls tot irritatie, bij de advocaten en de verdachten (‘U heeft bepaalde kennis opgedaan uit documenten en probeert nu na te gaan in hoeverre wij daar in meegaan. Kijk, ik heb niet alles gelezen en in me opgenomen’).

Soms leidden religieuze vragen tot verwarring. ‘Ben ik een afgod?’, vroeg Van Dijk aan een verdachte (volgens het jihadistische gedachtengoed is een ieder die zich laat aanbidden naast Allah, een afgod die gedood mag worden). De verdachte: ‘Dat kunt u niet zijn, God dat is Allah.’ Waarop zich een chaotische discussie ontspon. ‘Mevrouw Van Dijk mag dan een buitengewone dossierkennis hebben, ze is geen schriftgeleerde’, merkte een van de raadslieden op.

De advocaten hanteren een ander vragenlijstje dan het hof, wars van ideologische opvattingen die volgens hen binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting en godsdienst vallen. Zij beperken zich voornamelijk tot vragen over de deelnemingshandelingen van de veronderstelde terreurorganisatie, zoals het verspreiden van geschriften: kan vastgesteld worden dat meneer A. document X. op de computer van B. heeft gezet?

De aanklagers willen het werpen van de granaat naar de politie in de Haagse Antheunisstraat ook de hele organisatie aanrekenen. Ismail A., die dertien jaar kreeg en volgens het OM het martelaarschap ambieerde, verklaarde afgelopen donderdag dat ook hij niet wist dat Jason W. de granaat ging gooien. ‘Wow, wat is dit!’ En: ‘Zo ondoordacht. Ik wilde niet dood.’

Ismail A. heeft zijn proceshouding volledig veranderd. Zei hij voor de rechtbank niet veel meer dan: ‘la illaha ill-Allah’ (er is geen god dan Allah), voor het hof was hij wel bereid vragen te beantwoorden over de Antheunisstraat.

De voorzitter lijkt niet zonder meer geloof te hechten aan A.’s woorden. ‘Er is bloed op de trap, lof zei God’, citeerde zij een door de AIVD afgeluisterde uitlating in de Haagse woning nadat agenten door de granaat waren verwond.

Wat A.’s religieuze opvattingen betreft, kreeg Van Dijk begin juni geen voet aan de grond. ‘Ik mag geloven wat ik wil en mag dat voor mij zelf houden’, zei A. ‘Hier geldt vrijheid van godsdienst en meningsuiting. Dat hoef ik niet met iedereen te delen, toch?’

No responses yet

Trackback URI | Comments RSS

Leave a Reply