Aug 24 2007
Moslimstagiair verwijderd om uitdragen geloof
Moslimstagiair verwijderd om uitdragen geloof
Moslimstagiair verwijderd om uitdragen geloof
UTRECHT - Het openbare Leidsche Rijn College in Utrecht heeft een islamitische stagiair verwijderd omdat die te actief zijn geloof zou uitdragen. De betrokken stagiair heeft nu een zaak tegen de middelbare school aangespannen bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Gistermiddag behandelde de CGB de klacht van de Marokkaanse student Ismaël Ait Takassit. Volgens de school waren er afspraken gemaakt dat de stagiair niet te veel en niet ongevraagd zijn geloof zou uitdragen.
Ait Takassit stelt dat hiervan geen sprake is, maar volgens de school had zijn opstelling een ,,opdringerig en bedreigend” karakter. Zo’n tien leerlingen hadden daarover geklaagd bij de schoolleiding.
De betrokken student is een jonge orthodoxe moslim, die een lange baard draagt en vrouwen geen hand geeft. Hij volgt aan het ROC Midden Nederland de tweejarige opleiding onderwijsassistent. Nadat Ait Takassit had geprobeerd bij de Utrechtse vmbo-school Vader Rijn College een stageplek te bemachtigen, trok hij zich terug omdat hij zich negatief bejegend voelde. Daarna klopte hij bij het Islamitisch College Amsterdam aan, maar daar was geen plek. Vervolgens gaf het Leidsche Rijn College hem per november 2006 een stageplaats.
Volgens rector Peter Wind wordt Ismaël Ait Takassit gekenmerkt door zijn ,,godsdienstige gedrevenheid”. ,,Wij zien hem als iemand die heel duidelijk zijn geloof uitdraagt. Dat is in hem te prijzen, maar in zijn breedsprakigheid en overtuigdheid verliest hij uit het oog dat hij met kinderen praat.” De school stelt dat de student, die stage liep en werkte in het open leercentrum (met onder meer computers en een bibliotheek), niet beseft dat een volwassen personeelslid of stagiair ,,niet op een gelijkwaardig niveau communiceert met kinderen van dertien of veertien jaar”.
Invalimam
De betrokken ROC-student verweert zich door te stellen dat hij nooit ongevraagd over zijn geloof is begonnen te praten. ,,Ik mocht het er niet te veel en niet ongevraagd over hebben. Dat is ook niet gebeurd, maar er waren juist veel vragen bij de leerlingen. Omdat ik islamitische opleidingen volg en in de moskee als inval-imam actief ben, kan ik daar goed antwoord op geven.” Toen een Turkse leerling van het Leidsche Rijn College en haar Nederlandse klasgenoot volgens Ait Takassit bijzondere interesse toonden, gaf hij de twee een foldertje mee. Het betrof een uitnodiging voor een serie lezingen in de moskee in Eindhoven. Hierover kreeg de school ook klachten, alsook over het feit dat de stagiair islamitische websites bezocht.
De school wil hier geen verantwoordelijkheid voor nemen, zo verklaarde rector Wind gistermiddag tegenover de CGB. ,,Als ik leerlingen confronteer met iemand die uitgesproken opvattingen heeft, heeft dat consequenties. Verschillende leerlingen worstelen in hun puberteit met vragen rond geloof en identiteit. Ik vind dat we daarom heel voorzichtig moeten zijn met het uitdragen van geloofsopvattingen, maar ook van bijvoorbeeld politieke opvattingen.”
Wind wees er gisteren op dat 20 tot 25 procent van de leerlingen van het Leidsche Rijn College, een school voor havo en vwo, van Turkse en Marokkaanse komaf is. ,,Sommige ouders kiezen bewust voor onze openbare school en niet voor bijvoorbeeld islamitisch onderwijs, omdat zij de geloofsontwikkeling van hun kinderen zelf in de hand willen houden.”
Juiste versie
Dat is voor de school reden om ruimte te geven aan allerlei opvattingen, zolang die niet overheersend zijn. Volgens de school sprak de stagiair met leerlingen over wat de juiste versie van de islam is en wat goede moskeeën en imams zijn.
Een leerling zou erover hebben geklaagd dat zij het gevoel kreeg dat de moskee waar haar familie naartoe gaat, niet de juiste is. Zij zou zich ,,beoordeeld” hebben gevoeld door de stagiair. Ait Takassit ontkent dit. ,,Er is alleen gesproken over stromingen in de islam, niet over wat goede moskeeën zijn.”
Docent Mario de Jong van het ROC Midden Nederland, die Ait Takassit begeleidde, zei het jammer te vinden dat zijn student zoveel wantrouwen tegenkomt. Hij trad gisteren op als informant van de commissie, en zei geleerd te hebben dat zijn ROC nog alerter moet zijn op het voorkomen van dit soort botsingen.
Ismaël werd eind januari in een gesprek met rector Wind op de hoogte gesteld van hoe sommige leerlingen zijn opstelling ervaarden. Toen dit naar het oordeel van de school niet verbeterde, besloot rector Wind op 12 maart de stage af te breken. Ait Takassit vindt dat hij hiermee is gediscrimineerd op basis van godsdienst. De CGB doet over ongeveer acht weken uitspraak in deze kwestie.
CGB: Stage moslim terecht afgebroken - Reformatorisch Dagblad - Internet Editie
CGB: Stage moslim terecht afgebroken
UTRECHT - Het Leidsche Rijn College in Utrecht heeft zich niet schuldig gemaakt aan discriminatie op grond van godsdienst toen het een stageovereenkomst met een moslimstudent vanwege geloofsuitingen voortijdig beëindigde.
Dat stelt de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) in een oordeel dat maandag bekend is gemaakt. De student, die tevens als invalimam actief was bij een moskee, volgde een tweejarige mbo-opleiding voor onderwijsassistent voortgezet onderwijs aan een regionaal opleidingscentrum.
In het open leer centrum van het Leidsche Rijn College hield hij als stagiair toezicht op leerlingen die zelfstandig opdrachten maakten op de computer. De stage begon in november 2006 en zou duren tot medio 2007.
Vanwege het openbare karakter van het Leidsche Rijn College kreeg de stagiair het verzoek met terughoudendheid over zijn geloof te spreken. Desondanks zou hij onder andere folders hebben uitgedeeld over een serie moskeelezingen en met een Turkse studente hebben gesproken over de juiste versie van de islam. De middelbare school kreeg daarop ongeveer tien klachten over de jongen.
Na een waarschuwend gesprek in januari besloot de rector van het Leidsche Rijn College in maart de stage te beëindigen. Als reden gaf hij onder meer op dat de stagiair, ondanks klachten en waarschuwingen, bleef ingaan tegen de gedragsregel van de school dat leerlingen en medewerkers hun geloof mogen uiten, mits dit geen afbreuk doet aan het door de school gewenste vrije werk- en leefklimaat.
Volgens de commissie past dit klimaat bij de manier waarop het openbaar onderwijs volgens de Grondwet moet worden geregeld en zijn gedragsregels als die van het Leidsche Rijn College dan ook niet discriminerend bedoeld.
Volgens de commissie staat verder vast dat de stage van de student niet is beëindigd vanwege zijn geloofsovertuiging, maar omdat hij het door de school gewenste leef- en werkklimaat aantastte. Mede omdat de gewenste gedragsverandering uitbleef, restte de school volgens de commissie geen andere maatregel dan de beëindiging van de stage.
Het Leidsche Rijn College krijgt wel het advies afspraken over geloofsovertuigingen uitdrukkelijk vast te leggen en aan de orde te stellen in begeleidingsgesprekken.
No responses yet


