de Volkskrant - Binnenland - Zwaardere eisen tegen Hofstadgroep
Zwaardere eisen tegen Hofstadgroep
Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg
ROTTERDAM - Het Openbaar Ministerie heeft woensdag celstraffen tot achttien jaar geëist tegen zeven terrorismeverdachten in de Hofstadzaak, die in hoger beroep wordt behandeld.
‘In essentie riep de groep op tot de gewelddadige jihad en wekte de groep op tot het martelaarschap’, aldus de aanklagers. Toch kan volgens hen niet worden bewezen dat de Hofstadgroep plannen maakte voor aanslagen.Vorig jaar ging het OM juist in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank, omdat die concludeerde dat de groep niet bezig was met het voorbereiden van terreuraanslagen. De rechtbank veroordeelde negen verdachten tot celstraffen van één tot vijftien jaar wegens deelname aan een terroristische organisatie die bedreigde, opruide en haat zaaide.
Het OM wilde echter aantonen dat de extremistische ideologie van de groep onherroepelijk tot aanslagen zou leiden. Zij zaten allemaal op dezelfde trein als Mohammed B. die Van Gogh vermoordde, zo was de redenering.
De advocaten-generaal Kuipers en Terpstra (aanklagers in hoger beroep) betoogden woensdag dat daarvoor ‘te weinig aanknopingspunten’ zijn. Het einddoel van de groep was volgens hen ‘de vestiging van een islamitische staat in Nederland’. Dit zou een ‘totalitaire staat’ worden, waarin alleen de sharia geldt.
Om dit doel te bereiken, probeerden zij anderen aan te zetten tot ‘haat of gewelddadig optreden tegen mensen wegens hun godsdienst of levensovertuiging’. Daarin speelde het takfirisme – ‘een zeer venijnige vorm van haat zaaien waarbij moslims die hun geloof op een andere wijze praktiseren tot ketter worden bestempeld’ – volgens de aanklagers een bijzondere rol.
De verdachten zouden hun ideologie mondeling hebben verspreid tijdens de bijeenkomsten bij Mohammed B. en via internet, usb-sticks en het verstrekken van radicale documenten. Tegen vier verdachten eiste het OM twee jaar cel, en tegen één 22 maanden.
Jason W. en Ismaïl A. – die op 10 november 2004 werden gearresteerd nadat W. in de Haagse Antheunisstraat leden van het arrestatieteam verwondde met een handgranaat – hoorden de hoogste straffen (18 jaar) tegen zich eisen. Zij wilden de politiefunctionarissen ‘doelbewust’ vermoorden met een ‘zeer verwoestend wapen’.
Van de rechtbank kregen W. en A. respectievelijk 15 en 13 jaar cel wegens meervoudige poging tot moord. De aanklagers vinden dat zij een hogere straf verdienen, omdat zij dit deden met een terroristisch oogmerk. De rechtbank achtte niet bewezen dat W. en A. (als medepleger) de granaat gooiden met de intentie de Nederlandse samenleving vrees aan te jagen. Dat is onjuist, aldus Kuipers en Terpstra. Zo riepen W. en A. bij de belegering van de Antheunisstraat dat zij ‘20 kilo zouden hebben om de boel te laten ontploffen’.
De aanklagers vinden verder dat de rechtbank ten onrechte vier oud-verdachten kwalificeerde als Hofstadleden (zonder hen overigens te veroordelen). Zij verkeerden zodanig in de ‘marge van de groep’ dat zij ‘veeleer slachtoffers van haatzaaiing en opruiing’ zijn.
De advocaten beginnen vanaf 28 november met hun pleidooien.