Jul 19 2008

Profile Image of martijn
martijn

Trouw, deVerdieping| overigeartikelen - Geen hagelslag op Turks brood

Posted at 11:03 am under Multiculti Issues

Trouw, deVerdieping| overigeartikelen - Geen hagelslag op Turks brood

Seada Nourhussen

De onvrede onder de Nederlandse bevolking lijkt te groeien. Zelfs de premier sprak zich uit over de klagerige houding van het volk. Over hun eigen leven zijn veel mensen tevreden, maar in ’Den Haag’ en bij andere overheden ontbreekt het aan daadkracht. Deel 6 van een serie.

’Hollandse bakker’ staat er sinds enkele weken demonstratief boven een zaak op de drukke Amsterdamse Admiraal de Ruyterweg. Verder niets. De eigenaar heeft de benaming er duidelijk eigenhandig opgeplakt. Elke letter is zorgvuldig op de pc uitvergroot, totdat het een A4’tje besloeg, en provisorisch opgehangen.

Het valt op omdat het multiculturele stadsdeel de Baarsjes uitpuilt van de Pakistaanse kleermakers, Marokkaanse kappers en slagers, Turkse rijscholen en Surinaamse eethuisjes, zoals blijkt uit de exotische namen op de voorgevels en de waaier aan kleuren van de eigenaren.

„Ik ben één van de weinige autochtone winkeliers in de buurt”, zegt Jeroen Thiel (36), terwijl hij met geoefende hand deeg kneedt. „Er zijn bijna geen Hollandse winkels meer over in Amsterdam.” Thiel verliet kortgeleden de voornamelijk witte rivierenbuurt, waar nog wel veel autochtone middenstanders zitten. Rechts van zijn nieuwe zaak zit een gereedschapwinkel en verderop nog een schoenenzaak en een drogist van Nederlandse eigenaars. Maar verder zit Thiel ingeklemd tussen de allochtone ondernemers.

Die term ’Hollandse bakker’, wilde hij daarmee provoceren? Moeten we het als een statement beschouwen? „Ons uiteindelijke bord is nog niet klaar, dus dit was gewoon een tijdelijke oplossing. Maar ik wil wel dat het publiek weet dat wij een Hollandse bakker zijn. Ik vind het belangrijk dat er meer wordt gemengd in deze buurt. Ik heb niks tegen allochtonen; mijn eigen vrouw is Indonesisch. Er is ook niks mis met Turkse bakkers, hoor. Ik eet ook graag een Turks brood bij de barbecue of met een feestje.” Maar je strooit er geen hagelslag op, wil Thiel maar zeggen.

Zijn punt: „Er moeten meer verschillende ondernemers komen. Er moeten naast Turkse en Marokkaanse ook Nederlandse slagers, bakkers en groenteboeren in deze stad zijn. Dat er wat te kiezen valt.” Dat was vroeger wel anders, toen Thiel opgroeide in Amsterdam-Oost. „Toen was het gemengder. Nu zijn de winkelstraten net een bazaar.” Hij heeft de stad inmiddels gelaten voor wat zij is en is met zijn vrouw en drie kinderen (van 5 jaar, 2 jaar en 3 maanden) naar Lelystad verhuisd.

De Turks-Nederlandse buren van Thiel, bakkerij Nazar, zijn echter diep verontwaardigd over de grote chocoladeletters op de voorruit van hun nieuwe buurman. „Wat zijn wij dan? Een Turkse bakker?”, reageert de jonge verkoopster Hulya Arslan gepikeerd met een Turkse tongval, terwijl ze vier kaascroissants in de oven legt voor een wachtende klant. „Ja, wij verkopen Turks brood en baklava en andere Turkse specialiteiten. Maar wij hebben ook gesneden brood, croissantjes, appelflappen en puntjes. Daarnaast hebben we Marokkaans brood.”

Omdat het aanbod zo divers is, komen de klanten van Nazar overal vandaan. Het is een komen en gaan van Surinaamse, Marokkaanse, Indiase én, benadrukt Arslan, Nederlandse buurtbewoners. „Kijk”, zegt Arslan terwijl ze trots wijst naar een studentikoze jongen die haastig in de richting van de winkel aan komt benen. „Nederlands én een vaste klant van ons.”

Die trouwe afnemers zullen vast wel blijven komen, denkt verkoopster Arslan. Maar toch zijn ze bij Nazar niet blij met de recente ontwikkelingen. „Wat zou u ervan vinden als uw buurman precies dezelfde dingen verkoopt als u?”

Thiel ziet het probleem niet. „Ik verkoop geen pizza’s en zij geen krentenbollen. Eigenlijk zijn we helemaal geen concurrenten.”

Liesbeth van Dorsten (50) komt even een halfje bruin halen bij Thiel. De buurtbewoonster is blij met de volkoren broden en het Hollandse gebak van Thiel. „Dan hoef ik daarvoor niet meer ver te fietsen. Het is voor de buurt ook leuk als er wat meer variatie is. De oude Hollandse groenteboeren zijn er niet meer in deze buurt.” Niet dat de Turkse winkels niet goed zijn, zegt Van Dorsten er haastig bij. „Maar Turks brood moet vaak in één dag op, anders is het niet meer lekker.”

De Baarsjes is het kleinste stadsdeel van de hoofdstad en zit eigenlijk in de lift. ’De nieuwe Pijp’ – naar de razend populaire én dure buurt rond de Albert Cuypmarkt – wordt het stadsdeel ook wel genoemd. De buurt verschiet rap van kleur. Jarenlang werd het vooral bevolkt door Turkse en Marokkaanse gezinnen. Maar door de betaalbare koopwoningen, is de wijk ineens aantrekkelijk voor jonge, hoogopgeleide (witte) starters. Dus stijgen de huizenprijzen en duiken er hippe winkeltjes en horecagelegenheden op. Niets aan de hand daar in de Baarsjes, zou je dus zeggen. Ware het niet dat het straatbeeld ook nog voor een groot deel gedomineerd door obscure belhuisjes met schreeuwerige reclameposters, hangjongeren en die vele allochtone winkeleigenaren dus, waar bakker Thiel aandacht voor wil.

Heeft de bakker zelf enig idee waarom zijn autochtone collega’s wegblijven? Thiel komt dan op stoom over ’subsidies’ die allochtone ondernemers wél zouden krijgen en autochtone niet. „Hartstikke goed, hoor dat ze die mensen een doel geven. Maar daar valt niet mee te concurreren. Daarom verdwijnen de Nederlandse ondernemers uit het straatbeeld.” Ook meent hij dat de nieuwkomers ’gefinancierd worden vanuit Turkije en Marokko’ en dat ze de neiging hebben vaak ’onder de prijs te gaan zitten.’

Subsidie, speciaal voor allochtone ondernemers? Ruud Sjoerdsma, woordvoerder economische zaken van De Baarsjes, heeft er nooit van gehoord. „Wij stimuleren ondernemerschap. Punt. Waar die vervolgens vandaan komen, dat maakt ons echt niks uit. Wij hebben subsidieregelingen voor het plaatsen van beveiligingscamera’s, rolluiken en het verfraaien van uithangborden. Maar daarin maken wij geen onderscheid in allochtoon en autochtoon. Dat zou discriminatie zijn.”

Dat er in de Baarsjes zoveel allochtone middenstanders zijn, zal wel aan een behoefte voldoen, beredeneert Sjoerdsma. „Als er geen behoefte zou zijn aan Pakistaanse kleermakers of Marokkaanse bruidswinkels, zouden ze het natuurlijk niet volhouden. Maar ze doen goede zaken.” Boze Hollandse ondernemers, die vinden dat er geen ruimte voor hen is, heeft Sjoerdsma nog niet aan de lijn gehad. „Maar ik merk wel andere onvrede. Tijdens het EK hadden we voor de halve finale tussen Turkije en Duitsland een groot scherm neergezet in de buurt. Als aardigheidje voor onze Turkse inwoners; zo’n vijftien procent is hier Turks. Een aantal autochtone buurtbewoners had daar moeite mee: hoezo deden we dat niet toen Oranje speelde? Tja, dan merk je toch de gevoeligheid en de ergernis.”

Het akkefietje tussen de bakkers Thiel en Nazar is illustratief voor een wijdverspreid fenomeen in de steden: autochtone winkeliers die vervangen lijken te worden door allochtone ondernemers. ,,Maar dat heeft meer met de opkomst van de supermarkten te maken, dan met de komst van allochtonen”, zegt Saskia Harkema, lector ondernemen en innoveren aan de Haagse Hogeschool. Ze deed onderzoek naar het verschil tussen allochtoon en autochtoon ondernemerschap. „Het ondernemen zit allochtonen vaak in het bloed, dat merk ik ook bij onze studenten. Het heeft bij hen meer status. Daardoor krijgen allochtone ondernemers makkelijker steun vanuit hun eigen netwerk. Voor Nederlandse ondernemers is het veel ongebruikelijker om geld te lenen bij familie, die moeten zich tot banken of andere kredietverstrekkers wenden.”

En dat is moeilijk, zegt Thiel. „Je krijgt gewoon geen lening als kleine zelfstandige. Ik draai dertien uur per dag. Voor vijf uur ’s ochtends al in de zaak, half zeven ’s avonds thuis. Het is knokken, hoor.” Hij verwacht actie van de overheid. Dat ze die ’algemeen bekende subsidie aan allochtonen’ ook verlenen aan autochtonen die willen ondernemen. „Gewoon gelijke rechten voor iedereen.”

Maar dan blijkt het met Thiels onvrede opeens best mee te vallen. De stad is hij helemaal niet ontvlucht vanwege de vele nieuwkomers. „Puur voor de kids, dat ze veilig buiten kunnen spelen en een tuin hebben.”

Tegen zijn Turkse buren heeft heeft hij ook niks. „We moeten gewoon samenwerken”, zegt hij daarover. En zijn nieuwe onderkomen tussen de allochtone winkeliers is eigenlijk een gewiekste zet. „Ik ben hier natuurlijk wel een uitzondering met mijn Hollandse waar”, zegt hij met een ondeugende knipoog.

No responses yet

Trackback URI | Comments RSS

Leave a Reply