‘Laat scholen samenwerken met moskee’ - de Volkskrant
Janny Groen, Annieke Kranenberg
Koranscholen zijn slecht voor kinderen, stelde de Amsterdamse stadsdeelwethouder Ahmed Marcouch deze zomer. Volgens hem zijn kinderen beter af met islamlessen op gewone scholen. Heeft hij gelijk? Deel 1 van een drieluik.
‘Onzinnig’ vindt onderzoekster Trees Pels van het Verwey-Jonker Instituut het om stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch van Slotervaart islamiseringsdrang in de schoenen te schuiven, zoals drie uitgetreden PvdA-fractieleden onlangs deden. Ook PvdA-raadslid Peggy Wijntuin uit Rotterdam vindt niet dat Marcouch de grenzen van de scheiding tussen kerk en staat onaanvaardbaar uit het oog verliest met zijn voorstel islamlessen te geven op openbare scholen.
Toch zetten beiden vraagtekens bij Marcouch’ voorstel. Pels, die in 2006 in opdracht van de gemeente Rotterdam onderzoek deed naar het pedagogisch klimaat in drie Rotterdamse moskeeën: ‘Ik betwijfel of Marcouch’ route haalbaar is. De meeste moslimouders zijn niet een-twee-drie te porren voor het reguliere onderwijs. Dat heeft een ander karakter, minder belijdend.’
Wijntuin heeft ervaring met islamles in het reguliere onderwijs. Haar dochter volgde, op eigen verzoek, zo’n negen jaar geleden als enig niet-moslimkind die lessen. ‘Wat Marcouch voorstelt, kan en gebeurt al op openbare scholen. Maar die lessen zullen voor de meeste moslimouders geen alternatief zijn voor de koranlessen van de weekeindscholen. Daar gaan ze immers zoveel dieper op de religie in.’
Marcouch kritiseerde begin juni het islamitisch weekeindonderwijs. Hij zei uit het hele land signalen te krijgen dat kinderen daar worden onderworpen aan lijfstraffen en dat ze er leren een afkeer te hebben van de westerse maatschappij. De koranlessen vinden volgens hem plaats ‘onder erbarmelijke omstandigheden en in een slecht pedagogisch klimaat’. Hij pleitte voor onderzoek naar de effecten van de koranscholen. Eind juni kondigde minister Vogelaar voor Integratie een dergelijk onderzoek aan.
‘Dat is hoog nodig’, stelt Pels, want het betreft ‘een praktisch onontgonnen terrein’. Ook in de ons omringende landen – en in Marokko en Turkije – is daar nauwelijks materiaal over, ontdekte ze toen ze drie jaar geleden haar Rotterdamse onderzoek begon. De aanleiding hiervoor was het bericht dat kinderen werden geslagen in de Othman-moskee.
Pels en haar medeonderzoekers observeerden wekenlang de lessen in twee Marokkaanse moskeeën (Othman en Al Wahda) en een Turkse moskee (Aya Sofya). Het slaan bleek in die moskeeën een incident, de betrokken docent is meteen ontslagen. Pels: ‘Maar in pedagogisch opzicht waren de moskeescholen niet up-to-date, ze staan ver af van ons moderne basisonderwijs.’ Het is vaak nog autoritair onderwijs, feiten stampen, en weinig interactief zoals in het basisonderwijs. De schooltjes verkeerden in armelijke staat. Pels: ‘De kinderen moesten soms hun huiswerk met de hand kopiëren.’
Veel van het lesmateriaal kwam van de landen van oorsprong van ouders en docenten, de docenten gaven les in hun eigen taal. Pels: ‘De kinderen hebben andere behoeften, ontdekten we. Ze vroegen geregeld: mag het in het Nederlands?’
Toch bespeurde Pels ‘een beweging in de goede richting’. Het wordt al ‘kindvriendelijker’, zegt ze, al sluit ze lijfstraffen elders niet uit. ‘Op welke schaal dat gebeurt moet Vogelaars onderzoek aan het licht brengen.’ Zelf was ze 25 jaar geleden, toen ze voor haar proefschrift onderzoek deed in de Amsterdamse El Kabirmoskee, getuige van fysieke straffen. ‘Kinderen die slecht presteerden werden met een liniaal op de vingertoppen geslagen. Het was toen allemaal heel serieus, er kon geen lachje vanaf.’ Nu begint er meer openheid te komen en is er ook belangstelling voor pedagogische verbetering, stelt Pels. ‘Daarop moeten we inspelen.’
In plaats van islamlessen op openbare scholen, beveelt ze aan de moskeescholen pedagogisch te ondersteunen. ‘Waarom geen samenwerking zoeken met andere scholen en instanties in de wijk? Moskeeën hebben de ouders, scholen vaak niet. Die gaan dicht in het weekeinde. Waarom geen klaslokalen en lesmaterialen gedeeld? Leerkrachten van de scholen kunnen adviezen geven. Het kan geen kwaad als ze belangstelling tonen voor de leefwereld van de kinderen en in het weekeinde soms hun neus laten zien.’ Op deze manier wordt een brug geslagen tussen de koranscholen en de wijk en dat bevordert de integratie, zegt ze.
Versterking van samenwerking in de wijk, deskundigheidsbevordering van leerkrachten en verbetering van lesmaterialen: deze aanbevelingen werden door B en W van Rotterdam omarmd en in maart 2007 omgezet in een concreet actieplan. ‘Maar twee jaar na afronding van het dure onderzoek is er nauwelijks iets gebeurd’, zegt raadslid Wijntuin, die onlangs de drie onderzochte moskeeën bezocht. ‘Nieuw lesmateriaal is er niet, dat komt nog steeds rechtstreeks uit het Midden-Oosten.’
De betrokken moskeeën zijn volgens Wijntuin van goede wil. ‘Ze willen moderniseren.’ Wijntuin heeft eind mei aan B en W vragen gesteld en in de tweede week van juli ‘onbevredigende’ antwoorden gekregen. Wethouder Orhan Kaya van Participatie en Cultuur, die eind juli wegens gebrek aan vertrouwen opstapte, heeft volgens haar steeds zijn verantwoordelijkheid ontlopen. Wijntuin: ‘De bal wordt te veel bij de moskeeën gelegd. Natuurlijk, die hebben hun eigen verantwoordelijkheid. Maar waar blijft de aanjagende rol van de overheid, van de deelgemeenten?’
Marcouch heeft met zijn noodkreet over het pedagogische klimaat in koranschooltjes vele ogen geopend, constateert Wijntuin. ‘Dan moeten we in Rotterdam toch ook wakker worden.’ Ze heeft B en W met nieuwe vragen bestookt. ‘Want het kan niet zo zijn dan een duur rapport over een actueel thema in een la verdwijnt.’
Janny Groen, Annieke Kranenberg