Articles in the [Online] Publications Category
Gouda Issues, ISIM/RU Research, Murder on theo Van Gogh and related issues, My Research, Religious and Political Radicalization, Ritual and Religious Experience, Young Muslims, Youth culture (as a practice), [Online] Publications »
Gouda Issues, Important Publications, My Research, [Online] Publications, anthropology »
Kan een moskee een partner zijn voor het voortgezet onderwijs? Dit onderwerp komt aan bod in een special van het Tijdschrift Pedagogiek. Dit themanummer is gebaseerd op de jarenlange praktijk in Gouda waar moskee An Nour een project verzorgde voor schoolloopbaanbegeleiding voor Marokkaans-Nederlandse en (later ook) autochtone Nederlandse jongens en meisjes. In dit nummer aandacht voor de debatten en conflicten door voortkwamen uit de samenwerking van deze moskee met jeugdhulpverleningsinstelling RCJ/Het Woonhuis en Goudse scholen. Vanuit antropologische, rechtsfilosofische, ethiek en godsdienstfilosofie invalshoeken wordt gereflecteerd over deze specifieke pedagogische casus.
ISIM/RU Research, Multiculti Issues, My Research, Young Muslims, Youth culture (as a practice), [Online] Publications »
Migrantenstudies is het enige Nederlandstalige wetenschappelijke tijdschrift voor onderzoek naar migratie, etnische minderheden en de Nederlandse samenleving. Tal van onderwerpen komen aan bod zoals huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, arbeidsmarkt, politieke participatie, discriminatie en identiteit. Het eerste nummer van dit jaar (dat sinds kort online staat) is een thema-nummer over identificatie van migrantenjongeren.
[Online] Publications »
Europe’s Muslim women: potential, aspirations and challenges
Europe’s Muslim women: potential, aspirations and challenges
Qualitative study based on interviews with Muslim women in Brussels, London and Turin (2008)This report presents the key findings of a qualitative study about Europe’s Muslim women, conducted by Dr Sara Silvestri (London’s City University and Cambridge University, United Kingdom), on behalf of the King Baudouin Foundation.
It aims to obtain a general sense of the extent to which the religion of Islam plays a role in defining the experiences of Europe’s Muslim women and to charter the main issues of concern, and trends of thinking and of mobilisation among them. The study has the ambition to bring forth the voice, daily life, problems, and aspirations of these women. It was conducted in Belgium, Great Britain and Italy, primarily in three cities with large concentrations of Muslim populations: Brussels, London, and Turin. It involved questionnaires and structured and unstructured interviews with 49 Muslim women.
o Free download of this publication (pdf, 1 MB)
o Free download of the summary (pdf, 400 KB)
Europe’s Muslim women: potential, aspirations and challenges
Europe’s Muslim women: potential, aspirations and challenges
Qualitative study based on interviews with Muslim women in Brussels, London and Turin (2008)This report presents the key findings of a qualitative study about Europe’s Muslim women, conducted by Dr Sara Silvestri (London’s City University and Cambridge University, United Kingdom), on behalf of the King Baudouin Foundation.
It aims to obtain a general sense of the extent to which the religion of Islam plays a role in defining the experiences of Europe’s Muslim women and to charter the main issues of concern, and trends of thinking and of mobilisation among them. The study has the ambition to bring forth the voice, daily life, problems, and aspirations of these women. It was conducted in Belgium, Great Britain and Italy, primarily in three cities with large concentrations of Muslim populations: Brussels, London, and Turin. It involved questionnaires and structured and unstructured interviews with 49 Muslim women.
o Free download of this publication (pdf, 1 MB)
o Free download of the summary (pdf, 400 KB)
[Online] Publications »
a href=”http://www.trouw.nl/opinie/letter-en-geest/article1911464.ece/De_vrijheidsmisvatting_.html”De vrijheidsmisvatting – Trouw/abr /blockquoteEr bestaat in de ziel van seculier links vandaag de dag grote verwarring over de betekenis van vrijheid. Dit noem ik de ’vrijheidsmisvatting’. Het spinozistische principe dat het individuele geweten niet onderdrukt mag worden door anderen, niet door goden of overheden en niet door de tirannie der gewoonte, leidt tot de verkeerde conclusie dat het individuele geweten gevrijwaard moet zijn van kritische evaluatie en beoordeling door anderen. Omdat het geweten overgelaten wordt aan het individu zou de waarheid van de conclusies óók aan dat individu moeten worden overgelaten.br /br /Maar mensen hebben wél het recht te denken wat zij willen, ze hebben alleen niet het recht om gelijk te hebben. Kritiek leveren is géén inbreuk op de vrijheid van het individu. Sterker nog: kritiek is de ultieme bevestiging van de vrijheid van een ander. Iemands redenen om te doen wat hij doet zijn van nature zodanig dat anderen die in overweging kunnen nemen en kunnen accepteren. Maar als anderen ze kunnen accepteren, dan kunnen zij ze ook verwerpen.br /br /Door het geweten tot privézaak te verklaren, hoopte seculier links het publieke domein te beschermen tegen de soms giftige effecten van het geloof. Maar paradoxaal genoeg ondermijnt deze privatisering alle pogingen om je te verzetten tegen religie als die de mensenrechten bedreigt – zoals het geval is in het debat over de islam. Gelukkig is er een coherentere en handiger manier om na te denken over een seculiere, open samenleving. Het zal geen verrassing zijn dat we hiervoor weer bij Spinoza moeten zijn.br /br /Spinoza hangt zijn argumenten voor het vrije geweten niet op aan subjectiviteit of privacy, maar juist aan objectiviteit en openbaarheid. Het geweten kan niet gedwongen worden omdat het voortkomt uit onze eigen beoordeling over welke handeling voor ons de juiste is. Het hogere doel van de bescherming van het geweten is om de waarheden van het geweten te kunnen delen met andere mensen. (Dat is wat Spinoza zelf ook probeerde én bereikte – zij het postuum.)br /br /Voor Spinoza zijn gewetenszaken dus niet privé, maar openbaar: open om besproken te worden, open voor kritische evaluatie aan de hand van objectieve normen, en open voor verandering. Ik heb het geweten getypeerd als een open source-systeem, naar het voorbeeld van de open source-beweging in computer software. Een open source-systeem is een vorm van democratische, collectieve besluitvorming waarin alle deelnemers elke oplossing kunnen overwegen, bekritiseren en herzien. Het proces zelf staat open voor iedereen wier bijdragen bruikbaar lijken.br /br /Zo bezien moeten beweringen over gewetenskwesties niet alleen getolereerd worden in het publieke domein, maar zelfs actief aangemoedigd. Dergelijke gesprekken zullen niet altijd eenvoudig of gemakkelijk zijn, maar in een vrije samenleving zijn ze van wezenlijk belang. Het is de essentie van vrijheid./blockquote
a href=”http://www.trouw.nl/opinie/letter-en-geest/article1911464.ece/De_vrijheidsmisvatting_.html”De vrijheidsmisvatting – Trouw/abr /blockquoteEr bestaat in de ziel van seculier links vandaag de dag grote verwarring over de betekenis van vrijheid. Dit noem ik de ’vrijheidsmisvatting’. Het spinozistische principe dat het individuele geweten niet onderdrukt mag worden door anderen, niet door goden of overheden en niet door de tirannie der gewoonte, leidt tot de verkeerde conclusie dat het individuele geweten gevrijwaard moet zijn van kritische evaluatie en beoordeling door anderen. Omdat het geweten overgelaten wordt aan het individu zou de waarheid van de conclusies óók aan dat individu moeten worden overgelaten.br /br /Maar mensen hebben wél het recht te denken wat zij willen, ze hebben alleen niet het recht om gelijk te hebben. Kritiek leveren is géén inbreuk op de vrijheid van het individu. Sterker nog: kritiek is de ultieme bevestiging van de vrijheid van een ander. Iemands redenen om te doen wat hij doet zijn van nature zodanig dat anderen die in overweging kunnen nemen en kunnen accepteren. Maar als anderen ze kunnen accepteren, dan kunnen zij ze ook verwerpen.br /br /Door het geweten tot privézaak te verklaren, hoopte seculier links het publieke domein te beschermen tegen de soms giftige effecten van het geloof. Maar paradoxaal genoeg ondermijnt deze privatisering alle pogingen om je te verzetten tegen religie als die de mensenrechten bedreigt – zoals het geval is in het debat over de islam. Gelukkig is er een coherentere en handiger manier om na te denken over een seculiere, open samenleving. Het zal geen verrassing zijn dat we hiervoor weer bij Spinoza moeten zijn.br /br /Spinoza hangt zijn argumenten voor het vrije geweten niet op aan subjectiviteit of privacy, maar juist aan objectiviteit en openbaarheid. Het geweten kan niet gedwongen worden omdat het voortkomt uit onze eigen beoordeling over welke handeling voor ons de juiste is. Het hogere doel van de bescherming van het geweten is om de waarheden van het geweten te kunnen delen met andere mensen. (Dat is wat Spinoza zelf ook probeerde én bereikte – zij het postuum.)br /br /Voor Spinoza zijn gewetenszaken dus niet privé, maar openbaar: open om besproken te worden, open voor kritische evaluatie aan de hand van objectieve normen, en open voor verandering. Ik heb het geweten getypeerd als een open source-systeem, naar het voorbeeld van de open source-beweging in computer software. Een open source-systeem is een vorm van democratische, collectieve besluitvorming waarin alle deelnemers elke oplossing kunnen overwegen, bekritiseren en herzien. Het proces zelf staat open voor iedereen wier bijdragen bruikbaar lijken.br /br /Zo bezien moeten beweringen over gewetenskwesties niet alleen getolereerd worden in het publieke domein, maar zelfs actief aangemoedigd. Dergelijke gesprekken zullen niet altijd eenvoudig of gemakkelijk zijn, maar in een vrije samenleving zijn ze van wezenlijk belang. Het is de essentie van vrijheid./blockquote
Arts & culture, ISIM/RU Research, Multiculti Issues, My Research, Religious Movements, Religious and Political Radicalization, Research International, Ritual and Religious Experience, Young Muslims, Youth culture (as a practice), [Online] Publications »
ISIM Review 22, Autumn 2008 is out and available online. As usual very interesting articles which are relevant for my research, to name but a few:
- Jews and Others in Iraq / Sami Zubaida
- The Sound of Islam: Southeast Asian Boy Bands / Bart Barendregt
- Good Girls and Rebels / Miriam Gazzah
- Universal Aspirations: The Muslim Brotherhood in Europe / Brigitte Marechal
- New Muslim Youth Associations in Spain / Virtudes Tellez Delgado
- Islamic Religious Practice in Outer Space / Nils Fischer
- Ambivalent Purity / Martijn de Koning
- Muslim Idenitities in the Banlieue / Melanie Adrian
- Imam Hussayn is Love: Individualization of Shia Practices in Britain / Dana Moss
- Engaging Europe’s Muslims / Maleiha Malik
- Migration Matters: The Longer View / David Waines
- Editors’ Picks
- Arts: Hasan and Husain Essop
And many more of course. You can read on ISIM website.
ISIM Review 22, Autumn 2008 is out and available online. As usual very interesting articles which are relevant for my research, to name but a few:
- Jews and Others in Iraq / Sami Zubaida
- The Sound of Islam: Southeast Asian Boy Bands / Bart Barendregt
- Good Girls and Rebels / Miriam Gazzah
- Universal Aspirations: The Muslim Brotherhood in Europe / Brigitte Marechal
- New Muslim Youth Associations in Spain / Virtudes Tellez Delgado
- Islamic Religious Practice in Outer Space / Nils Fischer
- Ambivalent Purity / Martijn de Koning
- Muslim Idenitities in the Banlieue / Melanie Adrian
- Imam Hussayn is Love: Individualization of Shia Practices in Britain / Dana Moss
- Engaging Europe’s Muslims / Maleiha Malik
- Migration Matters: The Longer View / David Waines
- Editors’ Picks
- Arts: Hasan and Husain Essop
And many more of course. You can read on ISIM website.
Blogosphere, [Online] Publications »
Very interesting, new website:
Digital Islam is a research project that focuses on the Middle East, Islam, and digital media. It aims to analyze the various ways in which Islam and Muslim identities are articulated through information and communication technologies and the Internet. Its research materials include websites, digital videoclips, and videogames. The webpage digitalislam.eu provides free access to full texts and bibliographical database of research resources.
- Home – full text papers, articles, and news
- Call for Papers – call for papers for conferences, workshops, and publications
- Bibliography – bibliographical database of books, articles, and papers
- Websites – bibliographical database of websites related to Islam and digital media. The database contains both academic research websites and major Islamic websites.
- Video and games – database of videogames which take place in the Middle East, represent Arabs and Muslims, have been produced by Middle Eastern developers, or have an Islamic emphasis. The latter are marked with asterisk (*) and can be also viewed in a separate list.
Editors
Vit Sisler, editor-in-chief, is a Ph.D. candidate at the Institute of Information Studies of Charles University in Prague, where he is finishing his doctoral thesis about Islam and Islamic law on the Internet. He is also engaged in the research of social and political aspects of videogames, with emphasis given on the Middle Eastern games. Vit Sisler is a chair of workshop Religious Norms in Cyberspace which is annually held at the Cyberspace international conference in Brno, Czech Republic.
Vit Sisler’s homepage: http://uisk.jinonice.cuni.cz/sisler/Tomas Tomanek, editor, is a master’s student at New Media Studies of Charles University in Prague.
Katerina Cechova, editor, is a master’s student at New Media Studies of Charles University in Prague, where she is finishing her thesis about the Israeli-Palestinian conflict and the Internet.
Very interesting, new website:
Digital Islam is a research project that focuses on the Middle East, Islam, and digital media. It aims to analyze the various ways in which Islam and Muslim identities are articulated through information and communication technologies and the Internet. Its research materials include websites, digital videoclips, and videogames. The webpage digitalislam.eu provides free access to full texts and bibliographical database of research resources.
- Home – full text papers, articles, and news
- Call for Papers – call for papers for conferences, workshops, and publications
- Bibliography – bibliographical database of books, articles, and papers
- Websites – bibliographical database of websites related to Islam and digital media. The database contains both academic research websites and major Islamic websites.
- Video and games – database of videogames which take place in the Middle East, represent Arabs and Muslims, have been produced by Middle Eastern developers, or have an Islamic emphasis. The latter are marked with asterisk (*) and can be also viewed in a separate list.
Editors
Vit Sisler, editor-in-chief, is a Ph.D. candidate at the Institute of Information Studies of Charles University in Prague, where he is finishing his doctoral thesis about Islam and Islamic law on the Internet. He is also engaged in the research of social and political aspects of videogames, with emphasis given on the Middle Eastern games. Vit Sisler is a chair of workshop Religious Norms in Cyberspace which is annually held at the Cyberspace international conference in Brno, Czech Republic.
Vit Sisler’s homepage: http://uisk.jinonice.cuni.cz/sisler/Tomas Tomanek, editor, is a master’s student at New Media Studies of Charles University in Prague.
Katerina Cechova, editor, is a master’s student at New Media Studies of Charles University in Prague, where she is finishing her thesis about the Israeli-Palestinian conflict and the Internet.
International Terrorism, Religious and Political Radicalization, Young Muslims, [Online] Publications »
Cover story: ‘My brother the bomber’ by Shiv Malik | Prospect Magazine June 2007 issue 135
Recently this article appeared in the Dutch daily NRC. It is presented as a a detailed account of the life and motivations of Mohammad Sidique Khan, the ringleader of the 7/7 bombings in London 2005.
What turned Mohammad Sidique Khan, a softly spoken youth worker, into the mastermind of 7/7? I spent months in a Leeds suburb getting to know Khan’s brother. A complex and disturbing story of the bomber’s radicalisation emerged
An interesting article, you can discuss it here but of course also here at the Prospect Magazine’s blog. I suggest you read also Yahya Birt’s insightfull comments on the article here.
Cover story: ‘My brother the bomber’ by Shiv Malik | Prospect Magazine June 2007 issue 135
Recently this article appeared in the Dutch daily NRC. It is presented as a a detailed account of the life and motivations of Mohammad Sidique Khan, the ringleader of the 7/7 bombings in London 2005.
What turned Mohammad Sidique Khan, a softly spoken youth worker, into the mastermind of 7/7? I spent months in a Leeds suburb getting to know Khan’s brother. A complex and disturbing story of the bomber’s radicalisation emerged
An interesting article, you can discuss it here but of course also here at the Prospect Magazine’s blog. I suggest you read also Yahya Birt’s insightfull comments on the article here.
Important Publications, Multiculti Issues, [Online] Publications »
Muslims In Western Europe After 9/11: Why the term Islamophobia is more a predicament than an explanation – CHALLENGE | Liberty & Security
by Cesari Jocelyne
Although the first occurrence of the term Islamophobia appeared in an essay by the Orientalist Etienne Dinet in L’Orient vu de l’Occident (1922), it is only in the 1990s that the term became common parlance in defining the discrimination faced by Muslims in Western Europe. Negative perceptions of Islam can be traced back through multiple confrontations between the Muslim world and Europe from the Crusades to colonialism [1]. However, Islamophobia is a modern and secular anti-Islamic discourse and practice appearing in the public sphere with the integration of Muslim immigrant communities and intensifying after 9/11. The term has been used increasingly amongst political circles and the media, and even Muslim organizations, especially since the 1997 Runnymede Report (Islamophobia: A Challenge for All). However, academics are still debating the legitimacy of the term (Werbner 2005, Modood 2002, Vertovec 2002, Halliday 1999) [2] and questioning how it differs from other terms such as racism, anti- Islamism, anti-Muslimness, and anti-Semitism.The term Islamophobia is contested because it is often imprecisely applied to very diverse phenomena, ranging from xenophobia to anti-terrorism. As Marcel Maussen points out in his chapter below, ‘the term «Islamophobia» groups together all kinds of different forms of discourse, speech and acts, by suggesting that they all emanate from an identical ideological core, which is an «irrational fear» (a phobia) of Islam.’ However, the term is used with increasing frequency in the media and political arenas, and sometimes in academic circles.
[In the field of research on islamophobia their are] two separate trends: CRS analyses different state policies concerning the integration of Muslim populations, while the EUMC records levels of discrimination encountered by European Muslims. None of the above reports combine these approaches (analysis of state policies and analysis of discrimination) to develop a comprehensive framework for understanding post-9/11 Muslim populations.
In a unique effort to understand the status of Muslims in Europe, our report will amalgamate both methods of analysis. We will examine policies undertaken since 9/11 in fields such as immigration, security, and religion, and we will simultaneously assess the influence of these policies on Muslims. We will also address the structural causes of discrimination, such as the socio-economic status of Muslim populations or the legal status of racial and ethnic minorities. In doing so, we differentiate our approach from the dominant view, which defines Islamophobia solely in terms of acts or speeches explicitly targeting Muslims.
The principal aim of this report is to highlight the multi-layered levels of discrimination encountered by Muslims. This phenomenon cannot simply be subsumed into the term Islamophobia. Indeed, the term can be misleading, as it presupposes the pre-eminence of religious discrimination when other forms of discrimination (such as racial or class) may be more relevant. We therefore intend to use the term Islamophobia as a starting point for analyzing the different dimensions that define the political situation of Muslim minorities in Europe. We will not to take the term for granted by assigning it only one meaning, such as anti-Islamic discourse.
In Part One, we will present the principal characteristics of the European Muslim population, in order to understand their particular status as religious or ethnic minorities. In Part Two, we will review the key components of discrimination that may affect Muslims in Europe.
A chapter on the Dutch situation, written by Marcel Maussen, can be found in the report.
Muslims In Western Europe After 9/11: Why the term Islamophobia is more a predicament than an explanation – CHALLENGE | Liberty & Security
by Cesari Jocelyne
Although the first occurrence of the term Islamophobia appeared in an essay by the Orientalist Etienne Dinet in L’Orient vu de l’Occident (1922), it is only in the 1990s that the term became common parlance in defining the discrimination faced by Muslims in Western Europe. Negative perceptions of Islam can be traced back through multiple confrontations between the Muslim world and Europe from the Crusades to colonialism [1]. However, Islamophobia is a modern and secular anti-Islamic discourse and practice appearing in the public sphere with the integration of Muslim immigrant communities and intensifying after 9/11. The term has been used increasingly amongst political circles and the media, and even Muslim organizations, especially since the 1997 Runnymede Report (Islamophobia: A Challenge for All). However, academics are still debating the legitimacy of the term (Werbner 2005, Modood 2002, Vertovec 2002, Halliday 1999) [2] and questioning how it differs from other terms such as racism, anti- Islamism, anti-Muslimness, and anti-Semitism.The term Islamophobia is contested because it is often imprecisely applied to very diverse phenomena, ranging from xenophobia to anti-terrorism. As Marcel Maussen points out in his chapter below, ‘the term «Islamophobia» groups together all kinds of different forms of discourse, speech and acts, by suggesting that they all emanate from an identical ideological core, which is an «irrational fear» (a phobia) of Islam.’ However, the term is used with increasing frequency in the media and political arenas, and sometimes in academic circles.
[In the field of research on islamophobia their are] two separate trends: CRS analyses different state policies concerning the integration of Muslim populations, while the EUMC records levels of discrimination encountered by European Muslims. None of the above reports combine these approaches (analysis of state policies and analysis of discrimination) to develop a comprehensive framework for understanding post-9/11 Muslim populations.
In a unique effort to understand the status of Muslims in Europe, our report will amalgamate both methods of analysis. We will examine policies undertaken since 9/11 in fields such as immigration, security, and religion, and we will simultaneously assess the influence of these policies on Muslims. We will also address the structural causes of discrimination, such as the socio-economic status of Muslim populations or the legal status of racial and ethnic minorities. In doing so, we differentiate our approach from the dominant view, which defines Islamophobia solely in terms of acts or speeches explicitly targeting Muslims.
The principal aim of this report is to highlight the multi-layered levels of discrimination encountered by Muslims. This phenomenon cannot simply be subsumed into the term Islamophobia. Indeed, the term can be misleading, as it presupposes the pre-eminence of religious discrimination when other forms of discrimination (such as racial or class) may be more relevant. We therefore intend to use the term Islamophobia as a starting point for analyzing the different dimensions that define the political situation of Muslim minorities in Europe. We will not to take the term for granted by assigning it only one meaning, such as anti-Islamic discourse.
In Part One, we will present the principal characteristics of the European Muslim population, in order to understand their particular status as religious or ethnic minorities. In Part Two, we will review the key components of discrimination that may affect Muslims in Europe.
A chapter on the Dutch situation, written by Marcel Maussen, can be found in the report.
Multiculti Issues, My Research, [Online] Publications »
UNESCO Documents and Publications – UNESDOC/UNESBIB
Burgess, J. Peter
Promoting human security: ethical, normative and educational frameworks in Western Europe:
A new kind of precariousness is touching Europe. The robust structures of social support that had become a commonplace in the post-war European welfare state are being increasingly challenged in almost invisible ways. The societybased guarantees of industrial late modernity are gradually giving over to more economic, political, social, cultural and even moral vulnerability. Although Europeans still hold fast to the basic ideas of security in terms of classical principles of economic and social welfare, these principles map less and less on to the globalized reality that shapes European lives.
The purpose of this report is to chart the basic contours of this new vulnerability in terms of human security. The inspiration and genealogy of human security are by now well known. Human
security is an influential diagnostic concept that emerged from the remnants of the Cold War ideological battlefield. As the attention of the world was released from the logic of bipolar geopolitics, a vast world of development challenges revealed itself. Human security emerged not as a new empirical object, but as a new epistemology. In other words, human security is not so much a new discovery as a new kind of knowledge, a new way of organizing the constellation of facts, values, priorities, views and ideologies.
In this report one chapter is about the Netherlands (by Bartels, De Koning, Knibbe and Salemink):
Given the rapid and rather extreme transition of a public discourse of cultural relativism and tolerance to a discourse emphasizing integration and assimilation and the closing of state borders for migration, the Dutch case exemplifies tendencies towards insecurity present in several countries in Western Europe. This is illustrated by the 2005 riots in the French suburbs as well as the 2006 German discussion about the security of teachers and children in multi-ethnic public schools. These trans-European concerns for cultural security are not only comparable, but also mutually influencing through transnational networks, as events and developments in one country may affects the situation in other countries as well. The recent transnational and international controversy over cartoons published in Denmark is a case in point. Finally, the threat of terror attacks (Madrid, London, political murders in the Netherlands) and the corresponding public and political responses make clear that the present insecurity over identity issues have a deep impact on people’s sense of physical security, thus violating the ‘freedom from fear’ dimension of human security. In other words, the way that people define their cultural identity is part and parcel of their subjective sense of human security – first and foremost in terms of cultural security, but eventually in terms of their physical safety.
UNESCO Documents and Publications – UNESDOC/UNESBIB
Burgess, J. Peter
Promoting human security: ethical, normative and educational frameworks in Western Europe:
A new kind of precariousness is touching Europe. The robust structures of social support that had become a commonplace in the post-war European welfare state are being increasingly challenged in almost invisible ways. The societybased guarantees of industrial late modernity are gradually giving over to more economic, political, social, cultural and even moral vulnerability. Although Europeans still hold fast to the basic ideas of security in terms of classical principles of economic and social welfare, these principles map less and less on to the globalized reality that shapes European lives.
The purpose of this report is to chart the basic contours of this new vulnerability in terms of human security. The inspiration and genealogy of human security are by now well known. Human
security is an influential diagnostic concept that emerged from the remnants of the Cold War ideological battlefield. As the attention of the world was released from the logic of bipolar geopolitics, a vast world of development challenges revealed itself. Human security emerged not as a new empirical object, but as a new epistemology. In other words, human security is not so much a new discovery as a new kind of knowledge, a new way of organizing the constellation of facts, values, priorities, views and ideologies.
In this report one chapter is about the Netherlands (by Bartels, De Koning, Knibbe and Salemink):
Given the rapid and rather extreme transition of a public discourse of cultural relativism and tolerance to a discourse emphasizing integration and assimilation and the closing of state borders for migration, the Dutch case exemplifies tendencies towards insecurity present in several countries in Western Europe. This is illustrated by the 2005 riots in the French suburbs as well as the 2006 German discussion about the security of teachers and children in multi-ethnic public schools. These trans-European concerns for cultural security are not only comparable, but also mutually influencing through transnational networks, as events and developments in one country may affects the situation in other countries as well. The recent transnational and international controversy over cartoons published in Denmark is a case in point. Finally, the threat of terror attacks (Madrid, London, political murders in the Netherlands) and the corresponding public and political responses make clear that the present insecurity over identity issues have a deep impact on people’s sense of physical security, thus violating the ‘freedom from fear’ dimension of human security. In other words, the way that people define their cultural identity is part and parcel of their subjective sense of human security – first and foremost in terms of cultural security, but eventually in terms of their physical safety.
Multiculti Issues, Murder on theo Van Gogh and related issues, [Online] Publications »
Ter gelegenheid van de 18e globaliseringslezing, die afgelopen vrijdag werd gehouden door Saskia Sassen in Felix Meritis/Amsterdam, werd afgelopen zaterdag aan de Vrije Universiteit de conferentie Shaking up citizenship gehouden.
Eén van de bijdragen ’s middags was van Nicholas De Genova: States, citizens, and denizens -Nationalism, “rights,†and transnationality. In zijn bijdrage liet hij zien hoe ‘9-11′ en de nasleep ervan leidde tot veranderingen in het beleid met betrekking tot citizenship. Hij liet zien hoe de opbouw van de ‘Homeland Security State’ heeft geleid tot verschuiving van de macht van het wetgevende naar het uitvoerende niveau als het gaat om insluiting en uitsluiting van vreemdelingen. Iets dat met name nadelig uitvalt voor Arabieren/Moslims.
In de bijdrage van mijn collega Edien Bartels en ondergetekende gingen we door op het thema ‘citizenship’ aan de hand van de recente discussies over dubbele nationaliteit. De discussie over de dubbele nationaliteit is vooral gevoerd vanuit twee posities, ofwel vanuit de Nederlandse samenleving ofwel vanuit de migrantenpositie.Het is nuttig om naar de relatie tussen beide te kijken, en dan vooral vanuit machtstsverhoudingen. ‘Wie bepaalt wie erbij hoort.’
Hier vindt u een verkorte versie van onze bijdrage:
Dubbele paspoorten en groepsgrenzen
Edien Bartels en Martijn de Koning
Discussie
De discussie over de dubbele nationaliteit heeft veel beroering gebracht in de Nederlandse samenleving. Wilders en zijn partij voor de vrijheid (PVV) hebben dit punt op de politieke agenda geplaatst naar aanleiding van de benoeming van twee staatssecretarissen met een respectievelijk Marokkaanse en Turkse nationaliteit. Het argument is dat de loyaliteit van volksvertegenwoordigers en leden van de Nederlandse regering onbetwist moet zijn en dat daarbij geen andere nationaliteit past. Vooral Albayrak is onder druk gezet haar Turkse paspoort in te leveren. De VVD ging mee in de lijn van Wilders. De SP gaat in dezelfde richting, maar probeert de personen in kwestie te ontzien. De PvdA neemt slechts een ‘half’ standpunt in en spreekt zich niet duidelijk uit. Daarbij komt de vraag naar het lidmaatschap van een adviescommissie aan de Marokkaanse Koning van PvdA kamerlid Arib. Kan een Nederlands kamerlid wel lid zijn van een adviescommissie voor een niet democratische vorst in een vreemde mogendheid. Aan wie is Arib loyaal? Aan de Nederlandse staat of aan de Marokkaanse koning?
Opvallend in de argumenten van de tegenstanders van de mogelijkheid een dubbele nationaliteit aan te houden, is het essentialistisch karakter daarvan. Wilders en de PVV zien geen combinatiemogelijkheden voor mensen in overheidsdienst en willen zelfs een beroepsverbod voor mensen met dubbele nationaliteit (Trouw). De SP met Marijnissen vertelt in een interview Albayrak niet te willen dwingen maar wel uit te gaan van de noodzaak de nationaliteitskwestie te regelen en ziet daarbij één nationaliteit als oplossing (Telegraaf). Voorstanders of mensen die deze discussie als onbelangrijk typeren gebruiken eerder situationele argumenten, argumenten die niet absoluut zijn en afhankelijk van de situatie opgaan. In geval van conflicten, en zeker als de aanval wordt ingezet, zijn essentialistische of absolute waarheden krachtiger dan situationele argumenten.
Groepsgrenzen
Betty de Hart geeft in een artikel in Migrantenstudies in 2005 aan, hoe het debat over de dubbele nationaliteit oplaait na de moord op Van Gogh door Mohammed Bouyeri. Bouyeri heeft de Marokkaanse en de Nederlandse nationaliteit. Ze gaat na welke invloed de moord op Van Gogh heeft gehad op de debatten over en het beleid ten aanzien van de dubbele nationaliteit. Een klassiek bezwaar tegen dubbele nationaliteit is de twijfel aan loyaliteit. Omdat loyaliteit en integratie aan elkaar worden gekoppeld zou gebrekkige integratie leiden tot de wens de dubbele nationaliteit te behouden en dat leidt weer tot disloyaliteit. De Hart komt daarnaast tot de conclusie dat de dubbele nationaliteit verbonden is geraakt met tal van thema’s als emancipatie van allochtone vrouwen, terrorisme etc. Het tegengaan van de dubbele nationaliteit is dan een middel om maatschappelijke problemen te bestrijden. In het debat over de dubbele nationaliteit kunnen maatschappelijke problemen ook ‘vervreemden’ en als on-Nederlands geconstrueerd worden. Problemen met achtergelaten vrouwen bijvoorbeeld, zijn dan niet gelegen bij de Nederlandse ambassade, maar een probleem van Marokkaans recht en van Marokkaanse echtgenoten. Opmerkelijk nu is evenwel dat een op het eerste gezicht positief en ‘vertrouwd’ gebeuren, de aanstelling van twee bewindslieden in het kabinet, het debat over de dubbele nationaliteit weer in gang heeft gezet. Deze aanstelling zou als mijlpaal van integratie getypeerd kunnen worden, als een teken van loyaliteit aan de Nederlandse samenleving, als een teken dat migranten een succesvolle carrière kunnen maken en niet altijd problemen oproepen. Maar het gaat hier om twee moslim bewindslieden. Dat maakt de laatste conclusie van De Hart relevant namelijk dat het met deze debatten maar tot op beperkte hoogte gaat om de dubbele nationaliteit zelf. Het gaat eerder om een inzet in een voortgaande strijd om markering van culturele en etnische groepsgrenzen, specifiek met moslimmigranten.
Vragen
Waarom worden die grenzen ook getrokken, zoals nu, met behulp van debatten over dubbele nationaliteit. Als het niet gaat om de dubbele nationaliteit zelf maar om een inzet in een voortgaande strijd zoals De Hart stelt, waar gaat die strijd dan om? In navolging van Gerritsen en De Vries kunnen we hier spreken over symbolische problemen: omstandigheden die op een figuurlijke manier indruisen tegen belangrijke waarden en normen in een samenleving. Is een dubbele nationaliteit een symbolisch probleem? Waar gaat dit tegenin? Op welke maatschappelijke norm maakt dit inbreuk? De moord op Van Gogh in naam van de islam door Mohammed Bouyeri gaat in tegen een maatschappelijke norm: een moord is niet toegestaan en een religie die een moord zou legitimeren is een inbreuk op een tolerante en in toenemende mate geseculariseerde samenleving. Veel autochtone Nederlanders voelen zich bedreigd door wat ze zien als een oprukkende intolerante islam die de Nederlandse verworvenheden bedreigd. Discussie over de loyaliteit van Mohammed Bouyeri kan daarbinnen geplaatst en de vraag naar loyaliteit is te begrijpen. Maar waarom is het toetreden van twee moslims tot het kabinet een reden om de dubbele nationaliteit weer op te rakelen en met zoveel succes? Met andere woorden: wat is hier het symbolisch probleem? Tegen welke norm wordt hier inbreuk gemaakt?
Integratie en macht
Waarom wordt die grens getrokken aan de hand van een exclusief Nederlands paspoort en met behulp van het debat over de dubbele nationaliteiten? Paspoorten zijn symbolen die staan voor de identiteit van Nederland. Dubbele paspoorten maken symbolisch inbreuk op de norm dat de Nederlandse nationaliteit iets begerenswaardig is boven andere nationaliteiten. Nederlanders die de identiteit van andere landen willen aannemen dienen afstand te nemen van de Nederlandse nationaliteit. Zij verkiezen de andere nationaliteit boven de Nederlandse. Migranten daarentegen kunnen de Nederlandse nationaliteit aannemen naast die van het land van herkomst. Dat vermindert de waarde en exclusiviteit van de Nederlandse nationaliteit en dan nog wel door een categorie mensen die bestaande machtsverhoudingen bedreigen en door op te klimmen in de Nederlandse samenleving die machtsverhoudingen feitelijk doorbreken.
Is integratie van moslims, zelfs tot op regeringsniveau, wel voldoende om lid van de Nederlandse samenleving te worden. Het lijkt erop dat het niet gaat om integratie maar om het zoeken naar mogelijkheden moslims buiten de deur te houden. Anders gezegd: wie bepaalt wie erbij hoort en op basis van welke gronden? Dat betekent dat de aanstelling van twee moslim bewindslieden bestaande machtsverhoudingen heeft verschoven en dat roept een tegenreactie op. Hun moet duidelijk worden gemaakt dat ze erbij mogen horen, maar wel onder de voorwaarden die door Nederlanders worden gesteld. Toenemende integratie hoeft daarom niet te leiden tot minder spanningen, maar juist tot nieuwe strijd. Toenemende integratie betekent dat moslims mee gaan bepalen wie erbij hoort en wie niet en in welke vorm. Dat leidt tot een verschuiving in de bestaande machtsverhoudingen en weer tot een tegenreactie: door het trekken van een grens wordt geprobeerd de verschuiving ongedaan te maken.
Dr. Edien Bartels en drs. Martijn de Koning zijn verbonden aan de afdeling Sociale en Culturele Antropologie van de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit. Zij doen o.a. onderzoek naar de ontwikkeling van islam in de Nederland.
Onderstaande bijdrage over de discussie rond de dubbele nationaliteit is een verkorte versie van een workshopbijdrage aan die conferentie.
Dubbele paspoorten en groepsgrenzen
De discussie over de dubbele nationaliteit is vooral gevoerd vanuit twee posities, ofwel vanuit de Nederlandse samenleving ofwel vanuit de migrantenpositie.Het is nuttig om naar de relatie tussen beide te kijken, en dan vooral vanuit machtstsverhoudingen. ‘Wie bepaalt wie erbij hoort.’
Edien Bartels en Martijn de Koning
Discussie
De discussie over de dubbele nationaliteit heeft veel beroering gebracht in de Nederlandse samenleving. Wilders en zijn partij voor de vrijheid (PVV) hebben dit punt op de politieke agenda geplaatst naar aanleiding van de benoeming van twee staatssecretarissen met een respectievelijk Marokkaanse en Turkse nationaliteit. Het argument is dat de loyaliteit van volksvertegenwoordigers en leden van de Nederlandse regering onbetwist moet zijn en dat daarbij geen andere nationaliteit past. Vooral Albayrak is onder druk gezet haar Turkse paspoort in te leveren. De VVD ging mee in de lijn van Wilders. De SP gaat in dezelfde richting, maar probeert de personen in kwestie te ontzien. De PvdA neemt slechts een ‘half’ standpunt in en spreekt zich niet duidelijk uit. Daarbij komt de vraag naar het lidmaatschap van een adviescommissie aan de Marokkaanse Koning van PvdA kamerlid Arib. Kan een Nederlands kamerlid wel lid zijn van een adviescommissie voor een niet democratische vorst in een vreemde mogendheid. Aan wie is Arib loyaal? Aan de Nederlandse staat of aan de Marokkaanse koning?
Opvallend in de argumenten van de tegenstanders van de mogelijkheid een dubbele nationaliteit aan te houden, is het essentialistisch karakter daarvan. Wilders en de PVV zien geen combinatiemogelijkheden voor mensen in overheidsdienst en willen zelfs een beroepsverbod voor mensen met dubbele nationaliteit (Trouw 31 maart 2007). De SP met Marijnissen vertelt in een interview Albayrak niet te willen dwingen maar wel uit te gaan van de noodzaak de nationaliteitskwestie te regelen en ziet daarbij één nationaliteit als oplossing (Telegraaf/NRC, 7 april 2007). Voorstanders of mensen die deze discussie als onbelangrijk typeren gebruiken eerder situationele argumenten, argumenten die niet absoluut zijn en afhankelijk van de situatie opgaan. In geval van conflicten, en zeker als de aanval wordt ingezet, zijn essentialistische of absolute waarheden krachtiger dan situationele argumenten.
Groepsgrenzen
Betty de Hart geeft in een artikel in Migrantenstudies in 2005 aan, hoe het debat over de dubbele nationaliteit oplaait na de moord op Van Gogh door Mohammed. B. B heeft de Marokkaanse en de Nederlandse nationaliteit. Ze gaat na welke invloed de moord op Van Gogh heeft gehad op de debatten over en het beleid ten aanzien van de dubbele nationaliteit. Een klassiek bezwaar tegen dubbele nationaliteit is de twijfel aan loyaliteit. Omdat loyaliteit en integratie aan elkaar worden gekoppeld zou gebrekkige integratie leiden tot de wens de dubbele nationaliteit te behouden en dat leidt weer tot disloyaliteit. De Hart komt daarnaast tot de conclusie dat de dubbele nationaliteit verbonden is geraakt met tal van thema’s als emancipatie van allochtone vrouwen, terrorisme etc. Het tegengaan van de dubbele nationaliteit is dan een middel om maatschappelijke problemen te bestrijden. In het debat over de dubbele nationaliteit kunnen maatschappelijke problemen ook ‘vervreemden’ en als on-Nederlands geconstrueerd worden. Problemen met achtergelaten vrouwen bijvoorbeeld, zijn dan niet gelegen bij de Nederlandse ambassade, maar een probleem van Marokkaans recht en van Marokkaanse echtgenoten. Opmerkelijk nu is evenwel dat een op het eerste gezicht positief en ‘vertrouwd’ gebeuren, de aanstelling van twee bewindslieden in het kabinet, het debat over de dubbele nationaliteit weer in gang heeft gezet. Deze aanstelling zou als mijlpaal van integratie getypeerd kunnen worden, als een teken van loyaliteit aan de Nederlandse samenleving, als een teken dat migranten een succesvolle carrière kunnen maken en niet altijd problemen oproepen. Maar het gaat hier om twee moslim bewindslieden. Dat maakt de laatste conclusie van De Hart relevant namelijk dat het met deze debatten maar tot op beperkte hoogte gaat om de dubbele nationaliteit zelf. Het gaat eerder om een inzet in een voortgaande strijd om markering van culturele en etnische groepsgrenzen, specifiek met moslimmigranten.
Vragen
Waarom worden die grenzen ook getrokken, zoals nu, met behulp van debatten over dubbele nationaliteit. Als het niet gaat om de dubbele nationaliteit zelf maar om een inzet in een voortgaande strijd zoals De Hart stelt, waar gaat die strijd dan om? In navolging van Gerritsen en De Vries kunnen we hier spreken over symbolische problemen: omstandigheden die op een figuurlijke manier indruisen tegen belangrijke waarden en normen in een samenleving. Is een dubbele nationaliteit een symbolisch probleem? Waar gaat dit tegenin? Op welke maatschappelijke norm maakt dit inbreuk? De moord op Van Gogh in naam van de islam door Mohammed B. gaat in tegen een maatschappelijke norm: een moord is niet toegestaan en een religie die een moord zou legitimeren is een inbreuk op een tolerante en in toenemende mate geseculariseerde samenleving. Veel autochtone Nederlanders voelen zich bedreigd door wat ze zien als een oprukkende intolerante islam die de Nederlandse verworvenheden bedreigd. Discussie over de loyaliteit van Mohammed B. kan daarbinnen geplaatst en de vraag naar loyaliteit is te begrijpen. Maar waarom is het toetreden van twee moslims tot het kabinet een reden om de dubbele nationaliteit weer op te rakelen en met zoveel succes? Met andere woorden: wat is hier het symbolisch probleem? Tegen welke norm wordt hier inbreuk gemaakt?
Integratie en macht
Waarom wordt die grens getrokken aan de hand van een exclusief Nederlands paspoort en met behulp van het debat over de dubbele nationaliteiten? Paspoorten zijn symbolen die staan voor de identiteit van Nederland. Dubbele paspoorten maken symbolisch inbreuk op de norm dat de Nederlandse nationaliteit iets begerenswaardig is boven andere nationaliteiten. Nederlanders die de identiteit van andere landen willen aannemen dienen afstand te nemen van de Nederlandse nationaliteit. Zij verkiezen de andere nationaliteit boven de Nederlandse. Migranten daarentegen kunnen de Nederlandse nationaliteit aannemen naast die van het land van herkomst. Dat vermindert de waarde en exclusiviteit van de Nederlandse nationaliteit en dan nog wel door een categorie mensen die bestaande machtsverhoudingen bedreigen en door op te klimmen in de Nederlandse samenleving die machtsverhoudingen feitelijk doorbreken.
Is integratie van moslims, zelfs tot op regeringsniveau, wel voldoende om lid van de Nederlandse samenleving te worden. Het lijkt erop dat het niet gaat om integratie maar om het zoeken naar mogelijkheden moslims buiten de deur te houden. Anders gezegd: wie bepaalt wie erbij hoort en op basis van welke gronden? Dat betekent dat de aanstelling van twee moslim bewindslieden bestaande machtsverhoudingen heeft verschoven en dat roept een tegenreactie op. Hun moet duidelijk worden gemaakt dat ze erbij mogen horen, maar wel onder de voorwaarden die door Nederlanders worden gesteld. Toenemende integratie hoeft daarom niet te leiden tot minder spanningen, maar juist tot nieuwe strijd. Toenemende integratie betekent dat moslims mee gaan bepalen wie erbij hoort en wie niet en in welke vorm. Dat leidt tot een verschuiving in de bestaande machtsverhoudingen en weer tot een tegenreactie: door het trekken van een grens wordt geprobeerd de verschuiving ongedaan te maken.
Dr. Edien Bartels en drs. Martijn de Koning zijn verbonden aan de afdeling Sociale en Culturele Antropologie van de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit. Martijn de Koning is ook Affiliated Fellow bij het ISIM. Zij doen o.a. onderzoek naar de ontwikkeling van islam in de Nederland.
References
De Hart, B. 2005. Het probleem van dubbele nationaliteit. Politieke en mediadebatten na de moord op Van Gogh. Migrantenstudies 21:224-238.
Gerritsen, J. W. en G. De Vries. 1994. Hinderkracht en ondernemerschap. Een historische sociologie van sociale problemen’. Amsterdams Sociologisch Tijdschrift 21:3–29.
Ter gelegenheid van de 18e globaliseringslezing, die afgelopen vrijdag werd gehouden door Saskia Sassen in Felix Meritis/Amsterdam, werd afgelopen zaterdag aan de Vrije Universiteit de conferentie Shaking up citizenship gehouden.
Eén van de bijdragen ’s middags was van Nicholas De Genova: States, citizens, and denizens -Nationalism, “rights,†and transnationality. In zijn bijdrage liet hij zien hoe ‘9-11′ en de nasleep ervan leidde tot veranderingen in het beleid met betrekking tot citizenship. Hij liet zien hoe de opbouw van de ‘Homeland Security State’ heeft geleid tot verschuiving van de macht van het wetgevende naar het uitvoerende niveau als het gaat om insluiting en uitsluiting van vreemdelingen. Iets dat met name nadelig uitvalt voor Arabieren/Moslims.
In de bijdrage van mijn collega Edien Bartels en ondergetekende gingen we door op het thema ‘citizenship’ aan de hand van de recente discussies over dubbele nationaliteit. De discussie over de dubbele nationaliteit is vooral gevoerd vanuit twee posities, ofwel vanuit de Nederlandse samenleving ofwel vanuit de migrantenpositie.Het is nuttig om naar de relatie tussen beide te kijken, en dan vooral vanuit machtstsverhoudingen. ‘Wie bepaalt wie erbij hoort.’
Hier vindt u een verkorte versie van onze bijdrage:
Important Publications, [Online] Publications »
ISIM Publications ISIM Review #18: Shades of Islamism
![]()
ISIM has released it’s 18th issue of ISIM Review; the last one I have worked on albeit my role is very minor in this one. Since June Mathijs Pelkmans is the new editor of the ISIM Review. The main theme of this issue is shades of islamism covering a wide range of topics regarding several strands of islamism. Again, a must-read-issue of ISIM Review (although I admit I’m not very objective).
Shades of Islamism
- Islamists and US Foreign Policy / John L. Esposito
- Islamic Activism and Democratization / Wendy Asbeek Brusse & Jan Schoonenboom
- Islamist-Leftist Cooperation in the Arab World / Jillian Schwedler & Janine A. Clark
- The State in Islamist Thought / Irfan Ahmad
- The “Humanity†of Radical Jihad / Jenna Reinbold
- Re-reading al-Qaeda: Writings of Yusuf al-Ayiri / Roel Meijer
- Liberal Islam: Between Texts and its Modern Condition / Abdulkader Tayob
- Mohammad Khatami: The Philosopher President / Farzin Vahdat
Other themes are Society and the state with articles such as:
- The Western Mosque: Space in Physical Place / Thijl Sunier
- New Muslim Elites in The City / Konrad Pędziwiatr
- State Violence and Popular Resistance in Uzbekistan / Matteo Fumagalli
- Global War on Terror as De-Militarization / Faisal Devji
- Lebanese Shia Women: Temporality and Piety / Lara Deeb
- Religious Mediators in Palestine / Nahda Shehada
- Hizbullahs Promise / Joseph Alagha
Articles about Religious Labelling
- How and Why “Immigrants†became “Muslims†/ Stefano Allievi
- “Muslims†in Swedish Media and Academia / Göran Larsson
- Muslim Boyz-N-The-Hood / Chris Allen
- From “Patani Melayu†to “Thai Muslim†/ Patrick Jory
On Media & Representation:
- Vanishing Orientalism in Leiden / Léon Buskens
- Pixel Pashas, Digital Djinns / Philip Reichmuth & Stefan Werning
- Anti-Evolutionism Among Muslim Students / Danielle Koning (about Muslim students at the Free University of Amsterdam, MdK)
- The Sharia Debate in Ontario / Anna C. Korteweg
- On of course the Arts section:
- Miniature Painting as Muslim Cosmopolitanism / Iftikhar Dadi
- The Disquieting Art of Khosrow Hassanzadeh / Mirjam Shatanawi
ISIM Publications ISIM Review #18: Shades of Islamism
![]()
ISIM has released it’s 18th issue of ISIM Review; the last one I have worked on albeit my role is very minor in this one. Since June Mathijs Pelkmans is the new editor of the ISIM Review. The main theme of this issue is shades of islamism covering a wide range of topics regarding several strands of islamism. Again, a must-read-issue of ISIM Review (although I admit I’m not very objective).
Shades of Islamism
- Islamists and US Foreign Policy / John L. Esposito
- Islamic Activism and Democratization / Wendy Asbeek Brusse & Jan Schoonenboom
- Islamist-Leftist Cooperation in the Arab World / Jillian Schwedler & Janine A. Clark
- The State in Islamist Thought / Irfan Ahmad
- The “Humanity†of Radical Jihad / Jenna Reinbold
- Re-reading al-Qaeda: Writings of Yusuf al-Ayiri / Roel Meijer
- Liberal Islam: Between Texts and its Modern Condition / Abdulkader Tayob
- Mohammad Khatami: The Philosopher President / Farzin Vahdat
Gender, Kinship & Marriage Issues, [Online] Publications »
Samen met dr. Edien Bartels van de VU heb ik een onderzoek verricht ten dienste van de
ACVZ :: Adviescommisie voor Vreemdelingenzaken en hun advies: Tot het huwelijk gedwongen.
Het heeft even geduurd maar nu staat het dus ook op een site.
Centraal in deze onderzoeksnotitie staat de vraag: Welke plaats nemen gedwongen huwelijken in, in het proces van partnerkeuze bij Turken, Marokkanen en Hindostanen in Nederland? In deze onderzoeksnotitie gaat het om een vergelijking tussen de drie genoemde groepen.
Als onderzoeksvragen komen aan de orde:1. Welke opvattingen bestaan er over het huwelijk, het belang daarvan en de invulling ervan (in het bijzonder de plaats van vrije keuze en dwang daarbinnen)
2. Welke strategie�n hanteren beoogde huwelijkspartners?
3. Binnen welke context past het verschijnsel huwelijk?
4. Hoe vaak verloopt het proces van partnerkeuze tegen de wil van de beoogde partners?
5. Welke visie hebben de betrokken groepen op de rol van de overheid met betrekking tot gedwongen huwelijken?Door middel van gesprekken met jongeren, ouders, sleutelfiguren en wetenschappers in combinatie met een analyse van websites en literatuurstudie, is dit onderzoek in twee maanden uitgevoerd. Dit betekent dat het onderzoek geen representatief beeld kan bieden over aantallen en trends. In deze onderzoeksnotitie richten we ons vooral op het beschrijven van het proces van partnerkeuze en de plaats die gedwongen huwelijken daarin spelen. Onder een gedwongen huwelijk verstaan we: een huwelijk waarbij de huwelijkspartners, of ��n van hen, geen zeggenschap hebben (heeft) en niet instemmen (instemt) met het huwelijk.
Op basis van ons onderzoek concluderen we dat gedwongen huwelijken onder de drie onderzochte groepen voorkomen. De dwang komt soms tot uiting in fysieke dwang (in verschillende vormen). Meestal gaat het om veel subtielere vormen van dwang en drang. De dalende huwelijksmigratie, het opgroeien van Turkse, Marokkaanse en Hindostaanse Nederlandse jongeren in een omgeving waarin autonomie belangrijk is, de toenemende nadruk op sociale autonomie in Marokkaanse gezinnen, doen ons veronderstellen dat het aantal gedwongen huwelijken afneemt en dat het verschijnsel van gedwongen huwelijken zowel onder jongeren als onder ouders steeds minder gewaardeerd wordt.Het is niet zo dat �de� Marokkaanse, Turkse of Hindostaanse �cultuur� automatisch leidt tot gedwongen huwelijken. Evenmin is in �de� Nederlandse �cultuur� ieder huwelijk alleen gebaseerd op vrije keuze. De keuzes die men maakt binnen het proces van partnerkeuze, komen tot stand onder invloed van diverse persoonlijke, economische, sociale, politieke, culturele en demografische factoren zoals transnationale netwerken, voorkeur voor endogamie en idealen als familieloyaliteit en het huwelijk. Naar onze mening is de conclusie gerechtvaardigd dat gedwongen huwelijken een verschijnsel is dat langzaam maar zeker afneemt onder de drie onderzochte groepen. Toch wordt de druk om te trouwen (met een specifieke kandidaat) soms als groot ervaren door jongeren. Die ervaring berust mede op gebrekkige communicatie met de ouders en hoeft derhalve niet altijd terecht te zijn.
Dit wil niet zeggen dat er niks gedaan moet worden. We verwerpen echter de link die bestaat tussen integratie en gedwongen huwelijken.
**********************************
Together with my colleague from the Vrije Universiteit Amsterdam, Edien Bartels, I have done a research on forced marriages.
The focal point of this research paper is the question: What place do forced marriages
occupy in the process of choosing a spouse among Turks, Moroccans and Hindustani in the
Netherlands? This research paper focuses on a comparison between the three groups named.
The following research questions are posed:
1. What views are held with respect to marriage, the importance of marriage and how
it is brought about (especially the place given to freedom of choice, on the one hand,
and coercion, on the other, with respect who one is to marry)
2. What strategies do marriage partners use?
3. Within what societal context does the phenomenon of marriage fit?
4. How often does the process of choosing a partner go against the will of the partners?
5. What views do the groups involved have of the role of the government with respect
to forced marriages?
Forced marriages among Turks, Moroccans and Hindustanis is an issue but one that is not as clear cut as you might think. There are not that many examples anymore of parents forcing their daughter (or son!) into a marriages with someone they don’t want. There is considerable pressure however among parents and children to get married at some point in time. With family in for example Morocco this pressure can be to tough to resist for many people.
In the debate on social integration, the manner in which partners are chosen is seen as an
indicator of this integration. Force and freedom of choice are juxtaposed. Studies have
shown that force and freedom of choice in marriage actually represent the extremities of
a continuum with a large grey area in between. Arranged marriages can be placed in this
grey area.
In our research, parents seem to place great value on family relations and they see the
question of whether or not the families of potential partners suit one another as being
vitally important. In other words: they focus on the importance of familial relations and
mutual support. This concerns more than the situation in the Netherlands alone and can
involve the family living in Turkey and Morocco, respectively. The loyalties to, identification
with, and commitment to the family there and the mutual obligations that ensue
from this commitment mean that these can weigh more heavily than other aspects. In
addition, a marriage is still seen as a way in which to solve problems. The woman then
becomes the responsibility of her husband. And for the husband, it is the principal time
at which he demonstrates his sense of responsibility. Another view is the one concerning
the happiness of the children � parents are viewed as the ones that know what is
best for their children.
With respect to children, there are two main views that can clash. On the one side there
is the ideal of freedom of choice (children determine for themselves as to what will make
them happy and what is best for them). On the other hand, they feel a sense of loyalty
to their parents. Sometimes there is also the view that the parents are only looking after
their best interests. Based on the first view, they could marry whom they choose, but
loyalty to their parents means that they will take their parents� views into consideration
and usually ask for their parents� consent. They would not usually present a candidate to
their parents that they think would likely be rejected by them.
Although parents are increasingly shifting their position and favouring the romantic
ideal and although young people have grown up with this ideal, there is still a gap between
the generations in this respect. The idea that this is due to a lack of social integration
or even to unsuccessful integration into Dutch society does not do justice to the
great turnaround that parents in particular have made and ignores the fact that loyalty
to the family and identification with one�s own ethnic group cannot simply be ignored.
The speed at which these changes are taking place differs for the two generations. As a
result, parents and children are making different choices. In other words, parents and
young people are changing, but not in the same manner and at the same speed, which
means they see and interpret the world differently and therefore can act differently. This
causes problems with respect to the choice of a marriage partner within and outside the
group itself. It also explains why parents do not always recognise and acknowledge the
pressure that they put on their children as coercion or force. At the same time, it is also
easy to see why young people sometimes consider any interference by their parents as
a form of coercion. The problem of �forced marriages�, for these groups, is therefore not
so much the result of a lack of integration or of unsuccessful integration. It is rather the
result of a process of strong integration that the two generations are experiencing at different
speeds.
The report (in Dutch with an English summary) / Het rapport kan hier worden gevonden: Over het huwelijk gesproken (PDF-file)
Samen met dr. Edien Bartels van de VU heb ik een onderzoek verricht ten dienste van de
ACVZ :: Adviescommisie voor Vreemdelingenzaken en hun advies: Tot het huwelijk gedwongen.
Het heeft even geduurd maar nu staat het dus ook op een site.
Centraal in deze onderzoeksnotitie staat de vraag: Welke plaats nemen gedwongen huwelijken in, in het proces van partnerkeuze bij Turken, Marokkanen en Hindostanen in Nederland? In deze onderzoeksnotitie gaat het om een vergelijking tussen de drie genoemde groepen.
Als onderzoeksvragen komen aan de orde:1. Welke opvattingen bestaan er over het huwelijk, het belang daarvan en de invulling ervan (in het bijzonder de plaats van vrije keuze en dwang daarbinnen)
2. Welke strategie�n hanteren beoogde huwelijkspartners?
3. Binnen welke context past het verschijnsel huwelijk?
4. Hoe vaak verloopt het proces van partnerkeuze tegen de wil van de beoogde partners?
5. Welke visie hebben de betrokken groepen op de rol van de overheid met betrekking tot gedwongen huwelijken?Door middel van gesprekken met jongeren, ouders, sleutelfiguren en wetenschappers in combinatie met een analyse van websites en literatuurstudie, is dit onderzoek in twee maanden uitgevoerd. Dit betekent dat het onderzoek geen representatief beeld kan bieden over aantallen en trends. In deze onderzoeksnotitie richten we ons vooral op het beschrijven van het proces van partnerkeuze en de plaats die gedwongen huwelijken daarin spelen. Onder een gedwongen huwelijk verstaan we: een huwelijk waarbij de huwelijkspartners, of ��n van hen, geen zeggenschap hebben (heeft) en niet instemmen (instemt) met het huwelijk.
Op basis van ons onderzoek concluderen we dat gedwongen huwelijken onder de drie onderzochte groepen voorkomen. De dwang komt soms tot uiting in fysieke dwang (in verschillende vormen). Meestal gaat het om veel subtielere vormen van dwang en drang. De dalende huwelijksmigratie, het opgroeien van Turkse, Marokkaanse en Hindostaanse Nederlandse jongeren in een omgeving waarin autonomie belangrijk is, de toenemende nadruk op sociale autonomie in Marokkaanse gezinnen, doen ons veronderstellen dat het aantal gedwongen huwelijken afneemt en dat het verschijnsel van gedwongen huwelijken zowel onder jongeren als onder ouders steeds minder gewaardeerd wordt.Het is niet zo dat �de� Marokkaanse, Turkse of Hindostaanse �cultuur� automatisch leidt tot gedwongen huwelijken. Evenmin is in �de� Nederlandse �cultuur� ieder huwelijk alleen gebaseerd op vrije keuze. De keuzes die men maakt binnen het proces van partnerkeuze, komen tot stand onder invloed van diverse persoonlijke, economische, sociale, politieke, culturele en demografische factoren zoals transnationale netwerken, voorkeur voor endogamie en idealen als familieloyaliteit en het huwelijk. Naar onze mening is de conclusie gerechtvaardigd dat gedwongen huwelijken een verschijnsel is dat langzaam maar zeker afneemt onder de drie onderzochte groepen. Toch wordt de druk om te trouwen (met een specifieke kandidaat) soms als groot ervaren door jongeren. Die ervaring berust mede op gebrekkige communicatie met de ouders en hoeft derhalve niet altijd terecht te zijn.
Dit wil niet zeggen dat er niks gedaan moet worden. We verwerpen echter de link die bestaat tussen integratie en gedwongen huwelijken.
**********************************
Together with my colleague from the Vrije Universiteit Amsterdam, Edien Bartels, I have done a research on forced marriages.
The focal point of this research paper is the question: What place do forced marriages
occupy in the process of choosing a spouse among Turks, Moroccans and Hindustani in the
Netherlands? This research paper focuses on a comparison between the three groups named.
The following research questions are posed:
1. What views are held with respect to marriage, the importance of marriage and how
it is brought about (especially the place given to freedom of choice, on the one hand,
and coercion, on the other, with respect who one is to marry)
2. What strategies do marriage partners use?
3. Within what societal context does the phenomenon of marriage fit?
4. How often does the process of choosing a partner go against the will of the partners?
5. What views do the groups involved have of the role of the government with respect
to forced marriages?
Forced marriages among Turks, Moroccans and Hindustanis is an issue but one that is not as clear cut as you might think. There are not that many examples anymore of parents forcing their daughter (or son!) into a marriages with someone they don’t want. There is considerable pressure however among parents and children to get married at some point in time. With family in for example Morocco this pressure can be to tough to resist for many people.
In the debate on social integration, the manner in which partners are chosen is seen as an
indicator of this integration. Force and freedom of choice are juxtaposed. Studies have
shown that force and freedom of choice in marriage actually represent the extremities of
a continuum with a large grey area in between. Arranged marriages can be placed in this
grey area.
In our research, parents seem to place great value on family relations and they see the
question of whether or not the families of potential partners suit one another as being
vitally important. In other words: they focus on the importance of familial relations and
mutual support. This concerns more than the situation in the Netherlands alone and can
involve the family living in Turkey and Morocco, respectively. The loyalties to, identification
with, and commitment to the family there and the mutual obligations that ensue
from this commitment mean that these can weigh more heavily than other aspects. In
addition, a marriage is still seen as a way in which to solve problems. The woman then
becomes the responsibility of her husband. And for the husband, it is the principal time
at which he demonstrates his sense of responsibility. Another view is the one concerning
the happiness of the children � parents are viewed as the ones that know what is
best for their children.
With respect to children, there are two main views that can clash. On the one side there
is the ideal of freedom of choice (children determine for themselves as to what will make
them happy and what is best for them). On the other hand, they feel a sense of loyalty
to their parents. Sometimes there is also the view that the parents are only looking after
their best interests. Based on the first view, they could marry whom they choose, but
loyalty to their parents means that they will take their parents� views into consideration
and usually ask for their parents� consent. They would not usually present a candidate to
their parents that they think would likely be rejected by them.
Although parents are increasingly shifting their position and favouring the romantic
ideal and although young people have grown up with this ideal, there is still a gap between
the generations in this respect. The idea that this is due to a lack of social integration
or even to unsuccessful integration into Dutch society does not do justice to the
great turnaround that parents in particular have made and ignores the fact that loyalty
to the family and identification with one�s own ethnic group cannot simply be ignored.
The speed at which these changes are taking place differs for the two generations. As a
result, parents and children are making different choices. In other words, parents and
young people are changing, but not in the same manner and at the same speed, which
means they see and interpret the world differently and therefore can act differently. This
causes problems with respect to the choice of a marriage partner within and outside the
group itself. It also explains why parents do not always recognise and acknowledge the
pressure that they put on their children as coercion or force. At the same time, it is also
easy to see why young people sometimes consider any interference by their parents as
a form of coercion. The problem of �forced marriages�, for these groups, is therefore not
so much the result of a lack of integration or of unsuccessful integration. It is rather the
result of a process of strong integration that the two generations are experiencing at different
speeds.
The report (in Dutch with an English summary) / Het rapport kan hier worden gevonden: Over het huwelijk gesproken (PDF-file)
Gender, Kinship & Marriage Issues, [Online] Publications »
Vorig jaar heb ik met studenten Inge de Jong, Danielle Koning, Siela Jethoe, Warsha Mangre en antropologe Sharita Rampertap een onderzoek uitgevoerd voor de ACVZ naar gedwongen huwelijken onder Turkse, Marokkaanse en Hindostaanse Nederlanders.
Vandaag is dit gepubliceerd als onderdeel van het advies over gedwongen huwelijken dat is gepresenteerd aan mevrouw Verdonk.
Over huwelijksdwang is in Nederland nog weinig bekend.
Over de omvang van gedwongen huwelijken geven de onderzoeken geen duidelijkheid. Probleemgevallen komen volgens secretaris Hans van Miert van de ACVZ ‘alleen boven water als het vreselijk fout gaat’. Hij kan daarom geen cijfers geven. Het college meent op basis van de rapporten en ‘de signalen uit bepaalde groepen en belangenorganisaties’ echter dat het om een ’serieus maatschappelijk probleem’ gaat.
Het uiteindelijk advies omvat een juridische voorstudie en mijn onderzoek. Dat overigens vermeld wordt als ‘De Koning’. Erg aardig van hen, maar als mede-auteur moet er bij staan dr. E. Bartels van de VU.
De conclusie van het advies luidt dat gedwongen huwelijken strafbaar gesteld moeten worden. In het onderzoek dat wij gedaan hebben, geven we daar geen advies over maar we maken wel duidelijk dat dat erg lastig is, onvoldoende (als er alleen een verbod komt) en waarschijnlijk ineffectief.
Vorig jaar heb ik met studenten Inge de Jong, Danielle Koning, Siela Jethoe, Warsha Mangre en antropologe Sharita Rampertap een onderzoek uitgevoerd voor de ACVZ naar gedwongen huwelijken onder Turkse, Marokkaanse en Hindostaanse Nederlanders.
Vandaag is dit gepubliceerd als onderdeel van het advies over gedwongen huwelijken dat is gepresenteerd aan mevrouw Verdonk.
Over huwelijksdwang is in Nederland nog weinig bekend.
Over de omvang van gedwongen huwelijken geven de onderzoeken geen duidelijkheid. Probleemgevallen komen volgens secretaris Hans van Miert van de ACVZ ‘alleen boven water als het vreselijk fout gaat’. Hij kan daarom geen cijfers geven. Het college meent op basis van de rapporten en ‘de signalen uit bepaalde groepen en belangenorganisaties’ echter dat het om een ’serieus maatschappelijk probleem’ gaat.
Het uiteindelijk advies omvat een juridische voorstudie en mijn onderzoek. Dat overigens vermeld wordt als ‘De Koning’. Erg aardig van hen, maar als mede-auteur moet er bij staan dr. E. Bartels van de VU.
De conclusie van het advies luidt dat gedwongen huwelijken strafbaar gesteld moeten worden. In het onderzoek dat wij gedaan hebben, geven we daar geen advies over maar we maken wel duidelijk dat dat erg lastig is, onvoldoende (als er alleen een verbod komt) en waarschijnlijk ineffectief.
My Research, Youth culture (as a practice), [Online] Publications »
De twee rappers van DHC hebben een Werkstraf’ gekregen.
De DHC’ers hebben de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschreden met het lied, zo vindt de rechter. De diss bestaat namelijk louter uit ernstige bedreigingen.
[...]
De rechter is echter van mening dat een en ander wel voor rekening van de rappers komt. Er is weliswaar geen bewijs dat ze de diss zelf hebben verspreid, maar blijkbaar hebben zij er ook niet voor gezorgd dat niemand anders aan de rap kon komen en hem verspreiden. Bovendien hebben ze geen afstand genomen van hun uitingen, maar juist in het openbaar de verantwoordelijkheid op zich genomen door in het tv-programma NOVA te verschijnen.
Den Haag Connection is in ieder geval nog steeds een hit in het underground circuit zo is mijn inschatting. (Overigens is er een ge-restylde uitvoering van de Diss inmiddels in omloop)
Tijdens de rechtzaak twee weken geleden stelde de advocaat het volgende (volgens de Volkskrant):
‘Hiphop is onderdeel geworden van de jeugdcultuur’, haalde hij geraadpleegde experts aan. ‘Zo’n diss is voor de jongens van DHC d� manier om te reageren op een debat waarin zij voor hun gevoel gedisst worden. En als we het dan hebben over de toon van het integratiedebat: is ‘kutmarokkaan’ dan zoveel constructiever?’
Nu heeft die advocaat niet met mij gesproken, maar wel erg goed mijn artikel ‘Dit is geen poep wat ik praat – De Hirsi Ali Diss nader belicht’ in het tijdschrift ZemZem gelezen.
Dat blijft overeind naar mijn mening, zelfs al stellen de rappers dat de diss niet voor publieke consumptie was bedoeld en ook al is het niet vreemd dat veel mensen hier aanstoot aan nemen.
Tekst Hirsi Ali Diss
Hirsi Ali Diss
Fuck Hirsi Ali Somalie,
Dit is Rico Chemicalie
Ik ben aan zet
Stuur een Scudraket
naar die kankerslet
Je bent goedkoper dan een Easyjet
…
Ik sla je op je bek
Breek je nek
…
Doe ’s gewoon
Want ik weet in welk huis je woont
Kankerhoer, altijd op de loer
Met je dichtgenaaide snee
Bij de VVD, hey
…
Ben bezig met het voorbereiden
van een liquidatie bomba aktie tegen Hirsi Ali
Dat is mijn reactie voor de onrust die ze zei
…
Je maakt me moe
Weet je wat ik doe
Ik snij je in twee�n
Dump je in ��n van de zeven zee�n
De twee rappers van DHC hebben een Werkstraf’ gekregen.
De DHC’ers hebben de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschreden met het lied, zo vindt de rechter. De diss bestaat namelijk louter uit ernstige bedreigingen.
[...]
De rechter is echter van mening dat een en ander wel voor rekening van de rappers komt. Er is weliswaar geen bewijs dat ze de diss zelf hebben verspreid, maar blijkbaar hebben zij er ook niet voor gezorgd dat niemand anders aan de rap kon komen en hem verspreiden. Bovendien hebben ze geen afstand genomen van hun uitingen, maar juist in het openbaar de verantwoordelijkheid op zich genomen door in het tv-programma NOVA te verschijnen.
Den Haag Connection is in ieder geval nog steeds een hit in het underground circuit zo is mijn inschatting. (Overigens is er een ge-restylde uitvoering van de Diss inmiddels in omloop)
Tijdens de rechtzaak twee weken geleden stelde de advocaat het volgende (volgens de Volkskrant):
‘Hiphop is onderdeel geworden van de jeugdcultuur’, haalde hij geraadpleegde experts aan. ‘Zo’n diss is voor de jongens van DHC d� manier om te reageren op een debat waarin zij voor hun gevoel gedisst worden. En als we het dan hebben over de toon van het integratiedebat: is ‘kutmarokkaan’ dan zoveel constructiever?’
Nu heeft die advocaat niet met mij gesproken, maar wel erg goed mijn artikel ‘Dit is geen poep wat ik praat – De Hirsi Ali Diss nader belicht’ in het tijdschrift ZemZem gelezen.
Dat blijft overeind naar mijn mening, zelfs al stellen de rappers dat de diss niet voor publieke consumptie was bedoeld en ook al is het niet vreemd dat veel mensen hier aanstoot aan nemen.
Tekst Hirsi Ali Diss
Hirsi Ali Diss
Fuck Hirsi Ali Somalie,
Dit is Rico Chemicalie
Ik ben aan zet
Stuur een Scudraket
naar die kankerslet
Je bent goedkoper dan een Easyjet
…
Ik sla je op je bek
Breek je nek
…
Doe ’s gewoon
Want ik weet in welk huis je woont
Kankerhoer, altijd op de loer
Met je dichtgenaaide snee
Bij de VVD, hey
…
Ben bezig met het voorbereiden
van een liquidatie bomba aktie tegen Hirsi Ali
Dat is mijn reactie voor de onrust die ze zei
…
Je maakt me moe
Weet je wat ik doe
Ik snij je in twee�n
Dump je in ��n van de zeven zee�n
