Uit de burgerschapskalender:

“Wij hebben elkaar en ons land veel te bieden door in saamhorigheid vast te houden aan de traditie van vrijheid, verantwoordelijk burgerschap en een actieve Europese en internationale opstelling.”
Koningin Beatrix in haar troonrede, 2009
21 september Prinsjesdag

Ja, ja, komt ie:
‘Zet probleemjongeren buurt uit’ – DePers.nl

Het moet veroordeelde probleemjongeren vaker verboden worden om na het uitzitten van hun straf terug te keren in de buurt waar ze vandaan komen. Dat bepleit de PvdA-fractie in de Tweede Kamer.

Hirsch Ballin laat asielzoekers uitzetten naar onveilig Somalië – Joop.nl

Demissionair minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin (CDA) gaat ex-asielzoekers uit Somalië uitzetten naar hun thuisland. Hij heeft een overeenkomst getekend met de Somalische overgangsregering die dit mogelijk maakt, meldt Trouw. Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken is de situatie in Somalië echter verre van veilig.

CDA wil criminele Roma het land uitzetten – Trouw

Het CDA wil een scherper beleid voor Roma die in Nederland zijn. Ze moeten zich houden aan de regels voor bijvoorbeeld onderwijs en werk. Illegale Roma die niet werken, horen volgens het CDA niet in Nederland te blijven. En illegale Roma die zich schuldig maken aan misdrijven, moeten het land worden uitgezet, zoals bij andere illegale criminele vreemdelingen ook gebeurt.

Kamer voor uitzetten criminele Antilliaan – Politiek – Reformatorisch Dagblad

Een Kamermeerderheid van VVD, PVV en CDA is voor het uitzetten en terugsturen van voor ernstige geweldsdelicten veroordeelde Antillianen.

Elsevier.nl – Politiek – Wilders: Miljoenen moslims Europa uitzetten

Alle moslims in Europa die problemen veroorzaken, moeten worden uitgezet en van hun nationaliteit beroofd. Het gaat daarbij om ‘miljoenen, tientallen miljoenen’ mensen.

Elsevier.nl – Politiek – Wilders pleit weer voor uitzetten Marokkaanse criminelen

De helft van de Marokkaanse jongens heeft voor zijn 22ste jaar een misdrijf gepleegd, blijkt uit een onderzoek van criminologen. ‘Oppakken, cel in en land uit!’ zegt PVV-leider Geert Wilders in een reactie.

En dan de troonrede van dit jaar:
Prinsjesdag 2010: Tekst Troonrede

Voor de samenleving zijn niet louter financieel-economische ontwikkelingen doorslaggevend. Maatschappelijke ontwikkelingen hebben evenzeer hun doorwerking in de kwaliteit van onze maatschappij. Sociale samenhang werd in de Nederlandse samenleving vaak als vanzelfsprekend beschouwd. De afgelopen jaren zijn wij ons er echter van bewust geworden dat dit niet zo is. In het verleden waren reeds voortdurend inspanningen nodig om tegenstellingen en verschillen van opvatting in de samenleving beheersbaar te houden. Deze noodzaak is in onze tijd niet minder geworden. Het bieden van tegenwicht is niet alleen een taak voor de regering, maar ook voor burgers en de vele maatschappelijke organisaties die ons land telt. Een harmonieuze samenleving is gebouwd op respect, verdraagzaamheid en wellevendheid. Dat vergt geven en nemen, tolerantie maar ook aanpassing. Dit is de verantwoordelijkheid van ons allen.

Tolerantie kan op verschillende manieren bekeken worden. Het kan gaan om erkenning van pluralisme in de samenleving en het accepteren van de gevoeligheden die daarbij komen kijken. Het gaat daarbij niet alleen niet om acceptatie van pluralisme op zich of acceptatie van verschillende meningen. Tolerantie is ook een praktijk en is vooral verbonden met praktijken, opvattingen en levensstijlen die men op morele gronden sterk afkeurt. Tolerantie betekent dat men dergelijke praktijken, opvattingen en levensstijlen niet onmogelijk maakt omdat ze onacceptabel zijn. Men doet dat niet omdat de eigen morele verontwaardiging onder geschikt is aan een groter belang: dat van de persoonlijke autonomie (Slijper 1999). Dit betekent dat een individu het recht heeft op zelfbeschikking op voorwaarde dat datzelfde recht van anderen niet wordt aangetast. Zeker in het verlichtings-liberalisme gaat het niet alleen om het recht van individu te leven volgens zijn/haar eigen ideeën en overtuigingen, maar vooral ook het recht van individuen om een echt onafhankelijk leven te leiden en zelf actief zijn eigen leven vorm te geven. Dit leidt tot een zeer specifieke interpretatie van het ideaal van autonomie en vrijheid van godsdienst is in dit ideaal niet alleen vrijheid van eredienst maar ook vrijheid van overtuigingen en vrijheid om een andere religie te kiezen of een religie te verlaten (Slijper 1999).

Tolerantie kunnen we ook zien als onverschilligheid en het tolereren van de ander vanuit een machtspositie. Mensen accepteren verschillende gedragingen van andere zo lang als men er maar geen last van heeft. Wanneer mensen stellen dat zij het afwijkende gedrag van anderen tolereren, dan betekent dat ook dat zij de mogelijkheid hebben om keuzes te maken. Als ze in een positie zijn met minder macht dan is een en ander geen kwestie meer van tolereren, men heeft het maar te accepteren. Zoiets als een slaaf die zichzelf heel tolerant vindt ten opzichte van zijn meester…

Tolerantie is ook één van de grote mythes van Nederland. Mythe niet in de zin dat het niet waar is, maar mythe in de zin dat het één van de heilige Grote Verhalen is waaruit blijkt hoe Nederland is ontstaan en waarom de Nederlandse samenleving is zoals deze is. Tolerantie wordt daarbij vooral in relatie tot religie gebruikt. Vanaf 17e eeuw is vooral Amsterdam bekend vanwege zijn kracht om mensen met verschillende religieuze en etnische gronden aan te trekken. In de 20e eeuw is tolerantie vooral gericht op het verzuilingssysteem. In dit systeem was de Nederlandse samenleving ten diepste verdeeld in verschillende religieuze en ideologische groepen die tegen over elkaar stonden. Door samenwerking aan de top en iedere groep zoveel mogelijk autonomie te gunnen, werd een stabiele democratie mogelijk zijn. In de jaren ’60 veranderde dit en één van de populaire verhalen over die tijd is dat Nederland zich in de jaren / 60 ontdeed van de ketenen van religie en Nederland werd langzaam maar zeker een seculiere samenleving. Daarbij spitste het tolerantiedebat zich onder meer toe op het incorporeren van bepaalde Christelijke groepen die bijvoorbeeld poliovaccinatie afwezen en waar vrouwen zoals in de SGP geen actieve rol mochten vervullen. De wijze waarop dit werd opgelost was een triomf van de tolerantie. Het is belangrijk te beseffen dat de seculiere samenleving met haar scheiding tussen kerk en staat, in Nederland daarmee een resultaat is van onderhandelingen tussen de staat en Christelijke religies en dat de oplossingen die gevonden zijn aansluiten bij de wijze waarop christelijke groepen functioneren. Dit is gebaseerd op zeer lange termijn religieuze en politieke ontwikkelingen. De seculiere samenleving in Nederland is daarom ook een andere dan die in Duitsland, Frankrijk, Italië of Turkije. De seculiere samenleving van Nederland zijn we daarom ook een Nederlands-Christelijke seculiere samenleving kunnen noemen. Het Christelijke karakter van de seculiere samenleving verklaart dan wellicht ook waarom de positie van orthodox-christelijke groepen in de Nederlandse samenleving nooit als bedreigend zijn ervaringen voor de Nederlandse samenleving. Dit was duidelijk anders met de debatten over de islam in Nederland die in de jaren tachtig en vooral na 1989 met de Rushdie-affaire op gang komen. Sindsdien hebben bijvoorbeeld de Golfoorlog, de El Moumni-affaire, de opkomst van Fortuyn, Hirsi Ali en Theo van Gogh voortdurend het debat aangejaagd waarbij steeds luider vraagtekens zijn gesteld bij de relatie tussen islam en de sociale cohesie in Nederland. Daarbij is tolerantie veranderd van betekenis. Tolerantie is niet langer iets wat anderen gegund wordt, maar wat anderen verplicht wordt. Zo wilde Paul Cliteur in 2003 nog Pim Fortuyn voordragen voor de Voltaire Prijs voor tolerantie of stelde de Gaykrant dat nieuwe Nederlanders tolerantie moesten accepteren want anders hoorden ze hier niet.

Vrijheid en tolerantie zijn daarmee dominante begrippen geworden en intolerantie en bekrompenheid werden aangevallen; tolerantie is een militante term geworden die anderen, de outsiders, moeten aanleren. Van iets dat een dominante groep geeft aan een minderheidsgroep, is het iets geworden dat de dominante groep eist van een minderheidsgroep. Daarbij ligt zeer sterk de nadruk op persoonlijke autonomie en de overtuiging dat de Ander, ic de moslim, persoonlijke autonomie veel minder waardeert en zijn waarden wil opleggen aan de autochtone Nederlanders, niet-moslims: de islamisering van de samenleving, gebaseerd op een eenzijdige visie op islam en cultuur die mensen reduceert tot marionettenpoppen van een gewelddadige ideologie. Maar het gaat niet alleen om moslims natuurlijk. Het gaat in feite om iedereen die afwijkt van de norm en niet tot ‘onze’, blanke, seculiere morele gemeenschap behoort.

Saamhorigheid, tolerantie, sociale samenhang hoe verhoudt zich dat tot het uitzetten van (al dan niet criminele) burgers die gewoon ingezetenen zijn van het koninkrijk en/of EU burger, laat staan niet EU-ingezetenen? Of heeft het alleen betrekking op mensen die we niet lastig vinden en van wie we vinden dat ze, ondanks hun daden, toch bij ‘ons’ horen?