Er is een nieuw rapport uit van The Pew Forum on Religion & Public Life, een project dat valt onder PewResearch Center. Dit onderzoek The World Muslims – Unity and Diversity richt zich op diverse dimensies van religiositeit en identiteit van moslims: centrale geloofsvoorstellingen, verschillende interpretaties van en visies op orthodoxie, religieuze stromingen en het gewicht van de interne religieuze verschillen, verschillen in moskeebezoek tussen mannen en vrouwen, verschillen tussen generaties met betrekking tot religieuze betrokkenheid, en perspectieven op anderen. Het onderzoek is uitgevoerd in 39 landen en gebieden in het Midden-Oosten, Noord-Afrika, Zuidoost-Azië, Zuid-Azië, Centraal Azië, Sub-Sahara Afrika en Zuid-Oost Europa.

De onderzoekers laten zien dat het bij religiositeit niet alleen gaat om het geloof in één God en dat Mohammed zijn profeet is, maar dat ook andere geloofsvoorstellingen een belangrijke rol spelen zoals het geloof in engelen, de hemel, de hel and het lot (voorbeschikking); de zes zuilen van de islam (naast de bekendere vijf zuilen: geloofsbelijdenis, bidden, vasten, zakat en hajj). Daarover lijkt een grote mate van overeenstemming te bestaan, maar in de 39 onderzochte landen en gebieden blijkt dat moslims aanzienlijk verschillen in de mate van religieuze betrokkenheid, openheid voor meerdere interpretaties van hun geloof en de acceptatie van groeperingen en bewegingen. Het rapport bevat ook nog een appendix waarbij deze scores vergeleken kunnen worden met die van Amerikaanse moslims.

De vraag is overigens of die eensgezindheid als het gaat om de centrale geloofsvoorstellingen wel echt zo groot is. Wellicht onderschrijft men wel bijvoorbeeld het idee van 1 God en het bestaan van engelen, maar wat dat concreet betekent, welke eigenschappen God heeft enzovoorts is wel onderwerp van debat; althans onder islamitische schriftgeleerden. Verschillende opvattingen (zoals houding ten opzichte van andersgelovige moslims) hangen duidelijk af van de nationale en regionale context waarbij politieke en historisch gegroeide omstandigheden een belangrijke spelen. Een andere constante is ook dat vrouwen veel vaker dan mannen aangeven nooit de lokale moskee te bezoeken; tegelijkertijd zijn ook hier hele grote regionale verschillen (in sub-Sahara Afrika slechts 1 procentpunt verschil tussen mannen en vrouwen en in Pakistan 76 procentpunt). Hetzelfde kan gesteld worden voor de verschillen tussen generaties; vrijwel overal (met uitzondering van Rusland) zijn het de ouderen (ouder dan 35) die meer waarde hechten aan islam dan de jongeren waarbij vooral de verschillen in het Midden-Oosten groot zijn. In het algemeen blijken moslims in Centraal Azië en Zuid- en OostEuropa minder praktiserend te zijn dan in bijvoorbeeld het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Het praktiseren (onder de noemer betrokkenheid) is gemeten door te kijken naar hoe vaak men bidt, de Quran leest of beluistert, vast, de hajj verricht en of men gelooft in één God en Mohammed als zijn profeet. Dat is niet onaardig en zeker beter dan de surveys die religiositeit onder moslims reduceren tot vasten en moskeebezoek.

Het is opmerkelijk dat West-Europa niet in het onderzoek is meegenomen. Men had ook in de West-Europese landen makkelijk aan 1000 respondenten kunnen komen net als men in de betrokken landen gedaan heeft. Weliswaar is de hedendaagse aanwezigheid van moslims in West-Europa van recentere datum dan die in zuidelijk en oost-Europa, maar dat maakt voor een onderzoek als dit niet veel uit. Het huidige onderzoek suggereert een sterke samenhang tussen de nationale context en de religieuze betrokkenheid en praktijk. Gezien de huidige islamofobische invloeden in media en beleid in het Westen is dit onderzoek ook interessant voor West-Europa. Overigens komen we nauwelijks iets te weten over de precieze aard van de samenhang tussen de nationale context en de religieuze praktijken en betrokkenheid, maar daar is wellicht ook ander type onderzoek voor nodig dan een survey. De nadruk op de nationale context betekent eveneens weinig aandacht voor transnationale verbanden en de samenhang daarvan met religieuze praktijk en betrokkenheid; toch ook wel gemis in deze tijd van globalisering. Ondanks deze kanttekeningen geeft dit onderzoek toch wel een aardig beeld van de diversiteit onder moslims en is daarmee ook een belangrijk argument tegen homogeniserende en reductionistische opvattingen over islam en moslims, die moslims vooral reduceren tot gevangenen van de Koran en een homogene moslimcultuur.

Lees het volledige onderzoek HIER.

Zie ook het recente onderzoek over deelname aan de vasten: HIER.

The World’s Muslims: Unity and Diversity
INFOGRAPHIC. Taken from the Pew site.