Gastauteur: Razi Quadir
Islamitisch vasten is wel spiritueel

In zijn artikel in NRC van 20 juli 2013 beweert Hafid Bouazza  dat de ramadan niets anders is dan een tijdelijke onthouding voor kniesoren met een slechte adem. In zijn ogen is de ramadan een achterhaald ritueel, waarbij de moslims vasten omdat het nu eenmaal een diepgewortelde traditie is en dat het niets van doen heeft met spiritualiteit.

Bouazza ziet spiritualiteit –  zover als ik hem kan volgen- als een natuurlijke roes, op basis van overtuiging. Natuurlijk zijn er jonge moslims die vasten omdat het van hun ouders moet, en ongetwijfeld zijn er moslims die slechts vasten omdat de gemeenschap dit van hen verwacht. Maar zijn stellige bewering dat dit voor alle moslims geldt, snijdt geen hout. Dit heeft ongetwijfeld te maken met

Bouazza’s wrok en afkeer jegens de islam,  moslims en Marokkanen (hoewel hij  etnisch gezien ook een Marokkaan is). Ik kan me bovendien niet aan de indruk onttrekken dat hij een wit voetje probeert te halen bij de Nederlanders en dat zijn blik vervormd is door een bidbult van onwetendheid. Bouazza neemt ten onrecht aan dat de beleving van een vastende  moslim tijdens de ramadan niet veel verder gaat dan louter vasten.

Wat de ramadan bijzonder maakt is dat de Koran tijdens deze maand voor het eerst is geopenbaard aan de profeet Mohammed. Daarom wordt de Koran door moslims volledig gereciteerd tijdens deze vastenmaand. Ook bidden veel moslims het speciale nachtgebed van de ramadan in de moskee. Bovendien zijn moslims tijdens deze periode verplicht om een speciale aalmoes te geven – de zogenaamde zakaat ul-fitr- zodat de armen ook kunnen meedelen in het Suikerfeest.

Oorsprong van het vasten

Bouazza beweert  op basis van een hadith (overlevering) dat de islam het vasten heeft ontvreemd van de joden. Nadat de Profeet in Medina was gearriveerd, viel het hem op dat de joden vastten. Toen hij vroeg waarom zij vastten, antwoordden zij: “Dit is een goede dag, dit is de dag waarop God de Kinderen van Israel heeft gered van hun vijand en Mozes vastte op deze dag.” De Profeet antwoordde hierop: “Wij staan dichter bij Mozes dan jullie.” Hierop ging hij vasten en moedigde zijn metgezellen aan hetzelfde te doen.

De vraag is nu of het bovenstaande  de spirituele oorsprong  van het vasten in de islam recht doet, zoals Bouazza vrijpostig beweert. Allereerst bevestigen zowel de Koran als de hadith  dat het vasten niets nieuws is, maar van alle tijden. Zo zegt de Koran:

“O jullie die geloven, het vasten is jullie voorgeschreven, zoals het degenen die voor jullie waren was voorgeschreven, opdat jullie vroom zullen zijn.” {Hoofdstuk 2: vers 183}

In verschillende overleveringen geeft de profeet Mohammed aan dat eerdere profeten ook vastten. In een authentieke hadith geeft de profeet aan dat het vasten van de profeet Dawoed (David) het beste is: hij vastte om de dag. De korangeleerden zijn het erover eens dat Mozes veertig dagen heeft gevast om zichzelf geestelijk te zuiveren voordat hij met God op de berg sprak.

De door Bouazza aangehaalde hadith heeft niets te maken met de oorsprong van het vasten in de islam. Nadat de Profeet Medina had bereikt, vastte hij drie dagen per maand. Volgens de exegeet al-Tabari raadde de Profeet zijn metgezellen aan dit ook te doen, maar dit gebeurde op vrijwillige basis. Later, nadat de Profeet van de joden te horen had gekregen dat zij vastten om te gedenken dat God Mozes en zijn volk heeft gered uit handen van de Farao, raadde hij zijn metgezellen aan om dit ook te doen. Ook dit gebeurde op vrijwillige  basis. Op deze dag, die bekend staat als asjoera, wordt nog steeds door veel moslims vrijwillig gevast. Naast het vasten tijdens de maand Ramadan, vasten veel moslims, vrijwillig  de zes dagen van de maand Shawaal, de maand na de Ramadan. Ook wordt er gevast tijdens de dag van arafat, de 13e, 14e en 15e van iedere maand, en op maandag en donderdag.

Dichter bij God

Het feit dat iemand niet kan vasten, door bijvoorbeeld medische redenen of menstruatie, betekent nog niet dat iemand beroofd is van de spirituele kant de ramadan, namelijk het meer bewust zijn van God. Er zijn talloze andere manieren om de ramadan spiritueel kan doorbrengen, zoals het lezen van de Koran, God gedenken, smeekbedes aan God verrichten enzovoort.

De ramadan is dus bij uitstek de maand om spiritualiteit te bereiken en zo dichter tot God te komen.

Razi Quadir is theoloog en promovendus aan het Centrum voor Islamitische Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam: Freedom of Expression in Islam. How Islamic Sources Relate to the Dutch Debate about Freedom of Expression. Daarnaast is hij geestelijk verzorger bij de Dienst Geestelijke Verzoring, Dienst Justitiële Inrichtingen, Ministerie van Veiligheid en Justitie.