Afgelopen zaterdag was ik in moskee Essalam in Rotterdam. Ik was nog nooit in deze moskee geweest, dus dat werd sowieso de hoogste tijd. Het regent momenteel anti-radicaliseringsinitiatieven, dialoogbijeenkomsten, enzovoorts. Het interessante aan deze bijeenkomst, georganiseerd door het Platform Islamitische Organisaties Rijnmond (SPIOR), welzijnsorganisatie DOCK en moskee Essalam, is dat deze niet is georganiseerd van bovenaf (vanuit de gemeente), maar tot stand is gekomen (zo heb ik begrepen althans) naar aanleiding van geluiden onder moslims en andere buurtbewoners.
[youtube:http://www.youtube.com/watch?v=ejK6SlbSx6c]
In totaal waren er zo’n 200 mensen aanwezig en men had duidelijk een gevarieerd publiek: jong en oud, man en vrouw, diverse etniciteiten, moslims, joden, christenen, andersgelovigen, agnosten en atheïsten en mensen zonder ‘label’. Aanwezig waren ook burgemeester Aboutaleb en loco-burgemeester Eerdmans (dat laatste maakt Leefbaar Rotterdam dan ook meteen anders dan de PVV: de PVV is nog nooit naar een moskee geweest).


In de inleidende lezing van Ilyas El Hadioui ging het onder meer om principes van samenleven en elkaar leren kennen. Natuurlijk raakte ook hij aan het thema vrijheid van meningsuiting. Iets dat niet ter discussie moet staan volgens hem, tegelijkertijd wees hij ook op het belang van wellevendheid. Hij maakte een vergelijking met een gezin waarin twee weken lang mensen alles zouden kunnen zeggen wat ze dachten. Dat is niet goed voor het samen leven in dat gezin. Maar mensen moeten wel vrij zijn om zaken te bespreken, gevoelige punten op tafel te leggen en met elkaar in gesprek in te gaan. Hij verwees daarbij naar een Koranvers:

“O, mensen! Wij hebben jullie uit man en vrouw geschapen en Wij hebben jullie tot volkeren en stammen gemaakt, opdat jullie elkaar leren kennen. Voorzeker, de godvruchtigste onder jullie is degen met de meeste eer bij Allah. Voorwaar, Allah is Alwetend, Alkennend.”
(Soerat al-Hoedjoeraat: 13)

Het gaat volgens hem om drie dingen: elkaar leren kennen, van elkaar leren, en van elkaar het goede leren en aan elkaar het goede leren. De vraag die hij eigenlijk bij het publiek neerlegde was dan: maar waarom lukt dat niet altijd. Hij benadrukte ook de rol van de moskeeën en wees erop dat, uitzonderingen zoals de Middenweg en Essalam daargelaten, moskeeën over het algemeen geen plekken zijn waar jongeren zich thuisvoelen. Hij maakte een vergelijking met de VS waar jongeren zich wel veel meer Amerikaanse zouden voelen dan ze zich hier Nederlands voelen (terwijl ze zich wel Rotterdammer voelen). En inderdaad, waar de vraag vaak gesteld wordt waarom vertrekken jongeren naar Syrië zouden we die vraag mijns inziens ook om moeten keren: waarom slagen we er in Nederland niet jonge moslims zodanig aan de samenleving te binden, dat ze niet vertrekken? Van waar de vervreemding van de jongeren in deze samenleving?

Tafel vier

Na zijn inleiding en niet te vergeten daarvoor de opening van de avond door directeur uit Ierland, werd de media verzocht naar buiten te gaan zodat mensen vrijuit konden spreken. Dit deden de meesten ook wel volgens mij. Zelf deed ik mee aan tafel vier in een alleraardigst gezelschap. De meeste aanwezigen aan mijn tafel toonden zich geschokt, boos en angstig naar aanleiding van de aanslagen in Frankrijk en vreesden dat het hele circus weer langs zou komen: moslims die afstand moeten nemen. Er waren mensen bij die boos waren op de aanslagplegers, mensen die die dag bewust het nieuws meden en dachten ‘shit, niet weer opnieuw’ en weer anderen waren teneergeslagen.

Burgemeester Aboutaleb kwam ook even bij de tafel staan (hij ging alle tafels langs) en stelde enkele vragen aan de deelnemers. De deelnemers van tafel vier benadrukten de gelijkwaardigheid die nodig is in een dialoog in plaats van met twee maten meten (bijvoorbeeld veel minder en andere aandacht voor de slachtoffers van Boko Haram) en de noodzaak om de hand in eigen boezem te steken en niet alles moeten geloven wat de media ons voorschotelt.

Bij andere tafels kwamen, zo bleek later, dezelfde geluiden naar voren. Eén van de imams (iedere tafel had een imam) stelde ook onder de indruk te zijn van de betrokkenheid van aanwezigen die hun vrije avond opgaven en verantwoordelijkheid lieten zien.

Dialoogbijeenkomst politici (oa Aboutaleb), professionals, buurtbewoners Essalaam moskee Rotterdam

Een foto die is geplaatst door Martijn de Koning (@martijn5155) op


Buitengewoon moslim

Aboutaleb sloot de avond af en herhaalde nog eens kort alles wat hij bij eerdere gelegenheden al had gezegd en benadrukte dat hij, ondanks kritiek daarop, daar nog steeds achter stond over afstand nemen, rot toch op en pal staan voor de vrijheid van meningsuiting (zonder ‘maar’). Hij stelde dat hij dan ook niet alleen maar wil ‘binden, maar ook een grens stellen’. Als mensen de overtuiging hebben dat ze geweld mogen gebruiken om iets af te dwingen, dan horen ze hier niet volgens hem. Hij zei er overigens wel bij dat als het gaat om mensen die willen gaan om elders strafbare feiten te plegen, ze dan gewoon moeten worden opgepakt. Maar hij zei ook: “als je je boven het voetvolk wil verheffen door een kalasjnikov op te pakken, dan moet je gaan. Ik zie geen juridische gronden om ze dan tegen te houden. Dus waarom zouden we dat doen.” Hij richt zich dus nadrukkelijk op wat hij fanatici noemt, maar zijn uitspraken blijven opmerkelijk. Zoals sommigen opmerkten: “Wat is dat nu voor opmerking? Het zal maar om je zoon of dochter gaan.”

Aboutaleb’s opvatting is één die zelden hardop wordt uitgesproken, maar (zo heb ik gemerkt) wel breder leeft bij politici en opiniemakers en één die aanvankelijk alle aandacht in de media trok. Het is een uiting van het idee dat moslims pas bij de nationale gemeenschap horen, wanneer zij gereguleerd en gepacificeerd zijn; een idee dat we eigenlijk over geen enkele andere sociale categorie aantreffen. Het is niet zo dat Aboutaleb geen verbindende boodschap heeft, maar het is een voorwaardelijke verbindende boodschap: je hoort er pas bij als je je gedraagt zoals ‘wij’ (de overheid) willen. Aangezien een dergelijke boodschap alleen betrekking heeft op moslims, staan zij met één been in en één been buiten de nationale gemeenschap.

De oproep aan moslims om afstand te nemen is daar ook een teken van. Want laten we wel wezen, even googelen en je komt een stortvloed aan afstand nemingen van moslims over de hele wereld tegen. Keer op keer. Een oproep tot afstand nemen is dan ook niet meer of minder dan het uitspreken dat moslims een halfslachtige voorwaardelijke positie in de samenleving innemen en deze positie legitimeren met een verwijzing naar politiek geweld. Aboutaleb’s positie zelf is daarbij nogal dubbel. Hij is immers zelf moslim en op zich is er niets op tegen als een moslim publiekelijk afstand neemt van politiek geweld. Maar hij is natuurlijk ook burgemeester en maakt daarmee onderdeel uit van de politieke elite die macht uitoefent. Zijn uitspraak is daarom dubbel: enerzijds een, mijns inziens, oprechte afkeuring en walging van de aanslagen en anderzijds een manier van macht uitoefenen om moslims te leren de juiste opvatting te hanteren en de juiste loyaliteit te zien.

En er is nog een derde kant aan de uitspraken. Zijn uitspraken zijn wereldwijd begroet onder meer door HBO’s Real Time host Bill Maher die Aboutaleb ‘the mayor of Rotterdam, he’s a Muslim’ ziet als een nieuwe held vanwege zijn uitspraken. En niet omdat hij burgemeester is, maar omdat hij burgemeester is en moslim. Ook Aboutaleb heeft zelf dus te maken met die voorwaardelijke insluiting. Doordat hij dan ook nog eens als ‘held’ wordt aangemerkt, krijgt hij eigenlijk de rol van ‘exceptional Muslim’ toebedeeld (iets dat nooit aan zogeheten fanatici wordt toegekend, maar alleen aan moslims die een standpunt vertolken dat liberale politieke kringen welgevallig is; zoals voorheen Hirsi Ali). Dit alles maakt de positie van Aboutaleb erg ingewikkeld, omdat hij van alle kanten wordt ingesloten, uitgesloten en in hokjes wordt gedeeld, terwijl zijn strategie toch één lijkt te zijn van verbinding tussen moslims en niet-moslims tegen politiek geweld. Er zijn veel mensen die kritiek hebben op Aboutaleb’s uitspraken, maar ook (moslims en niet-moslims) die zijn uitspraken wel steunen en dan niet zozeer omdat hij de ‘juiste moslim’ is, maar vanwege die nadruk op het zoeken naar verbinding in de strijd tegen politiek geweld.

Postcard for a message of peace. Essalaam mosque Rotterdam

Een foto die is geplaatst door Martijn de Koning (@martijn5155) op


Moraal van samen leven

In het zoeken naar verbinding zal hij ongetwijfeld in een interessante avond hebben gehad. In een groot deel van het debat in kranten en op websites gaat het over vrijheden (in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting), democratie en rechten, maar op deze avond (en in ieder geval aan tafel vier) ging het over verantwoordelijkheid, welzijn, sociale veiligheid en gezamenlijkheid. (Zie ook het verslag in het AD dat dezelfde sfeer ademt.) In plaats van debatten over democratie en radicalisering, ging het over convivialiteit: de kunst van het samenleven. Daarbij worden problemen niet genegeerd, maar wel behoedzaam benaderd omdat het geen problemen zijn die veraf zijn, maar omdat men er middenin leeft en een gezamenlijke verantwoordelijkheid ziet. Dat lijkt ook de aanleiding te zijn van de dialoogavond in plaats van een van bovenaf opgelegd stramien zoals jaren geleden met de Rotterdamse staddebatten.

In plaats van individuele rechten wordt in de gesprekken de nadruk gelegd op sociale moraal. Dat leverde ogenschijnlijk tegenstrijdige geluiden op over Syriëgangers: afkeer van hun daden, zorgen om hun welzijn en lot, zorgen om de ouders en nadruk op het falen van de ouders. Vragen niet alleen over de motieven van de Syriegangers (waarom gaan ze en doen ze wat ze doen?), maar ook over het functioneren van de samenleving (waarom zijn ‘wij’ er niet in geslaagd deze jongeren aan ‘ons’ te binden?). Daarbij werd niet zozeer gezocht naar de schuldvraag als wel naar hoe het op te lossen en hoe verdere polarisering in de wijken te voorkomen. Het zou interessant zijn als politici zich aan een dergelijk vertoog zouden verbinden, maar helaas zijn die er niet.