Wie is Charlie?

In een artikel in De Volkskrant vorig jaar, vlak na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Joodse supermarkt, schreef ik over de cartoons van Charlie Hebdo:

Denk even na voor je islamofobe cartoons verspreidt | Buitenland | de Volkskrant

Het blad grossierde in antizwarte en islamofobe cartoons die zodanig waren getekend dat ze doen denken aan aloude racistische tekeningen uit de VS en Europa. Dat wil niet zeggen dat Charlie Hebdo nooit racisme bekritiseerde. Het magazine heeft ook daarin een traditie. Dat leidde soms tot opmerkelijke tegenstrijdigheden, zoals een racistische afbeelding van de zwarte vrouwelijke minister van Justitie in Frankrijk als een aap, naar eigen zeggen bedoeld als kritiek op racisten.

Bij islamofobe afbeeldingen ging het bijvoorbeeld om het beschimpen van islamitische kernsymbolen als de Koran en de profeet Mohammed. Let op: dit zijn geen symbolen die specifiek voor gezagdragers zijn – tegen wie satire juist vaak gericht is – maar zaken die belangrijk zijn voor heel veel ‘gewone’ moslims in de hele wereld.

Een ingewikkeld argument in die zin dat Charlie Hebdo zich juist vaak opwerpt als verdediger van de vrijheid voor iedereen en staande in een oude krachtige anti-racistische traditie. Het is echter een typische vorm van racisme die vooral duidelijk wordt doordat Charlie Hebdo, bijvoorbeeld, in een kritiek op het racisme van Marine LePen de Franse minister Christiane Taubira als aap afbeelde.

Wat is dan precies het anti-racisme als daarvoor typisch racistische karikaturen worden gebruikt? Is dat niet vooral een teken dat racisme voor degene die die karikaturen tekent betekenisloos is? Immers, die persoon heeft geen ervaring met racisme, is er dus ook nooit persoonlijk door geraakt en heeft dan ook niet die kennis van racisme die zwarte mensen wel hebben. Het uitsluiten of negeren van dergelijke ervaringen is vooral een teken dat de tekenaar zich moreel superieur voelt. Zoals recent Charlie Hebdo ook de Belgische artiest Stromae en rondvliegende ledematen kon tekenen met de tekst ‘Papaoutai’ zonder zich te bekommeren om het feit dat diens vader is omgekomen bij de genocide in Rwanda. Zijn lichaam is later in stukken is terug gevonden. ‘Papaoutai’ betekent ‘Vader waar ben je?’: Het heeft geen enkele persoonlijke betekenis voor de tekenaar of hij voelt zich niet moreel verplicht daar rekening mee te houden.

IJsberg recht vooruit

Afgelopen week publiceerde Charlie Hebdo een commentaar dat exemplarisch is voor het hedendaagse racisme waarin op een generaliserende wijze eigenschappen aan moslims en islam worden toegedicht waardoor het lijkt alsof men van nature anti-democratisch, anti-vrouw, homofoob, intolerant en gewelddadig is. In het hoofdcommentaar van Charlie Hebdo ‘How did we end up here‘ is het geweld zoals vorig jaar in Frankrijk en recent in België volgens de schrijver (Laurent Sourisseau) slechts het topje van de ijsberg. In het onzichtbare deel van de ijsberg gaat het om mensen als Tariq Ramadan. Deze zou spreken met een dubbele tong en weliswaar niet zelf de wapens oppakken: ‘anderen zullen dat doen. Het gaat ook om de bakker om de hoek die geen broodjes met ham meer zal maken. En, natuurlijk, de vrouw met de hoofddoek. Geen terroristische aanval kan geschieden zonder de medewerking van allen.

Volgens de schrijver maken de gewapende strijders gebruik van de angst om islamofoob of racistisch genoemd te worden en daarom zou iedereen zijn mond houden waardoor het seculiere langzaam terrein verliest aan islam:

How did we end up here? | Charlie Hebdo

This is not to victimise Islam particularly. For it has no opponent. It is not Christianity, Hinduism nor Judaism that is balked by the imposition of this silence. It is the opponent (and protector) of them all. It is the very notion of the secular. It is secularism which is being forced into retreat.

Above all, in a sense, this stops us asking perhaps the world’s oldest and most important question – “How the hell did I end up here?”. “How the hell did I end up having to wander the streets all day with a big veil on my head?” “How the hell did I end up having to say prayers five times a day?” ” How the hell did I end up in the back of a taxi with three rucksacks packed with explosives?” Perhaps, very sadly, the only people who are still asking themselves that most important of questions are the unlucky victims. “How the hell did I end up here, six yards away from that big bomb?”

The first task of the guilty is to blame the innocent. It’s an almost perfect inversion of culpability. From the bakery that forbids you to eat what you like, to the woman who forbids you to admit that you are troubled by her veil, we are submerged in guilt for permitting ourselves such thoughts. And that is where and when fear has started its sapping, undermining work. And the way is marked for all that will follow.

Het is het veelgebruikte argument van islamisering van de samenleving die zou geschieden door de tolerantie, het cultuurrelativisme en het verwaarlozen van de ‘eigen’ identiteit. Een tolerantie die ‘ons’ nu eenmaal eigen zou zijn evenals ‘onze’ aversie jegens racisme. Een argument dat we in verschillende vorm en toon kunnen terugvinden in vrijwel alle politieke richtingen van het moment. Het is een manier van denken die een volstrekt legitieme participatie van moslims in de publieke ruimte transformeert tot een cultuurconflict. De pleidooien om dit te veranderen, transformeren op hun beurt de publieke ruimte (die in principe zonder eigenaar is en waarvan tegelijkertijd iedereen eigenaar is) in een ruimte die wordt toegeeigend door seculiere krachten die alle vormen van religie (maar in het bijzonder de islam) uit de publieke ruimte willen weren.

De witte slachtoffers

We zien in het stuk van Charlie Hebdo ook een typische omkering van de gang van zaken. Het is niet de minderheid die beschermd moet worden tegen het autoritaire gedrag van de meerderheid. Het is ook niet de minderheid die eveneens bescherming nodig heeft tegen het politieke geweld, maar het is de witte seculiere meerderheid die het slachtoffer zou zijn van haar eigen tolerantie en van de intolerantie van de vreemdeling. Het is het argument van het omgekeerde racisme waar allerlei bespiegelingen over hoe het nou ook al weer zit met ‘ras’ en over de terreur van het beschuldigen van anderen van racisme ineens niet meer tellen. Ook het argument van de vrijheid van meningsuiting lijkt dan minder te tellen zoals in het geval van de socioloog Saïd Bouamama en de zanger Saïdou die voor het gerecht werden gedaagd nadat de katholieke organisatie AGRIF hen beschuldigde van ‘anti-Frans racisme’ naar aanleiding van het nummer ‘Nique La France’:

Ook op een ander punt is het standpunt van Charlie Hebdo exemplarisch voor veel politieke standpunten, namelijk de verdediging van seculiere vrijheden. Die verdediging krijgt echter vooral vorm en inhoud tegenover een stereotype generalisering van islam en moslims waardoor de neutraliteit van die seculiere vrijheden verloren dreigt te gaan zeker in combinatie met het anti-islamiseringsargument. Het seculiere wordt zo steeds meer anti-islamisering iets wat we ook in Nederland met enige regelmaat zien. Zo worden deze seculiere vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting, veranderd van vrijheden voor iedereen op basis van volledige gelijkwaardigheid, in een politieke ideologie waarbij mensen de les gelezen wordt over goed en fout, wie erbij hoort en wie niet, wie de waarheid in pacht heeft en wie niet, wie een ‘echte’ Fransman of Nederlander is en wie niet en wie het recht heeft om de grenzen van de vrijheden te bepalen en wie niet.

Een satire van de satire

In de logica van Charlie Hebdo zijn er, zoals Teju Cole stelde op zijn facebookpagina, geen ‘onschuldige’ moslims meer. Charlie Hebdo schrijft nu wat het eerder tekende. Iedereen is verdacht en er moet iets gebeuren met hen zeker als ze zichtbaar als moslim in het publieke domein opereren of het nu de bakker, de vrouw met hoofddoek of Tariq Ramadan is. De individuele eigenschappen en maatschappelijke positie en de uniekheid van ieder mens doen er hier niet meer toe; het is het stereotype doembeeld van islam dat wordt opgelegd en waarop iedere individuele moslim wordt afgerekend. Daarmee gooit Charlie Hebdo het debat over islam en terrorisme volledig op slot en wordt de satire vooral een satire van de satire.

Zie (bij gebrek aan Nederlandse commentaren) ook: