Is ISIS een product van islam? Dat was een vraag die afgelopen week op mijn twitter voorbij kwam in een discussie over welke factoren (mv.) bijdragen aan terrorisme.

Wat bedoelen mensen eigenlijk met islam, als ze dat zeggen? Het idee, ISIS is een product van islam, is bijzonder onprecies: islam omvat immers van alles en nog en wat: teksten, rituelen en praktijken, discussies daarover en dan ook nog eens meer dan een miljard moslims. Zo zijn er moslims die voor hun maaltijd ‘bismillah’ zeggen, hoe is ISIS daar een product van?

Maar dat bedoelen we natuurlijk niet!

Als we dat niet bedoelen moeten we preciezer zijn.

Er is een debat onder onderzoekers en ook wel onder moslims met wie ik werk in mijn onderzoek over of en hoe het label moslim en/of islamitisch toe te passen op recente aanslagen. In een stuk uit 2015 op het vooraanstaande academische blog The Immanent Frame (TIF) liet Anver Emon enkele argumenten uit deze discussie zien die ik als uitgangspunt zal nemen en waar ik op voort zal borduren. De vragen die ik wil beantwoorden hebben geen betrekking op of ISIS nu wel of niet (echt) islamitisch is, maar a) wat we eigenlijk bedoelen met islam als we het over die vragen hebben en b) wanneer die vraag opkomt en c) wat de consequenties zijn.

ISIS is islamitisch – 1

Een van de argumenten om te stellen dat ISIS islamitisch is, is het gegeven dat ISIS zelf verwijst naar islamitische teksten, islamitisch-juridische teksten en concepten bijvoorbeeld als het gaat om de omgang met mensen die zij als ongelovig ziet. Dat is een belangrijk punt en kan moeilijk ontkend worden, maar daarmee is niet alles gezegd.

Is dat wat we verstaan onder het begrip religie in het algemeen en islam in het bijzonder: een verwijzing naar religieuze teksten? Islam is, zoals hierboven gesteld, wel meer dan dat. Daarbij komt nog dat met deze beperkte invulling van islam ook iets over moslims wordt gezegd: ISIS zijn echte moslims, zij hebben de islam goed begrepen.

Het reduceren van islam tot teksten en juridische concepten en dat direct verbinden met het gedrag van moslims en van ISIS (en dan meestal op een manier zodat zij afwijken van ons) lijkt op hoe sommige commentatoren het begrip ras invullen: als iets vanzelfsprekends, natuurlijks, onveranderlijk en intrinsiek verbonden met wat iemand is. Aan iemands religie wordt dan een bepaalde betekenis toegekend net zoals bij huidskleur en dat bepaalt hoe er dan met moslims moet worden omgegaan.

Het gaat in de maatschappelijke discussies immers meestal niet om een analyse van hoe de relatie tussen geweld en religie precies in elkaar zit, maar om het opleggen van een negatieve invulling van islam aan moslims. Op deze manier, zo stelt Emon terecht, worden moslims in debat en beleid onderworpen aan een racialiserende logica aangezien zo iedere moslim een potentieel veiligheidsrisico is en (door de verbinding met ISIS) ook moreel inferieur.

ISIS is islamitisch – 2

Er zijn moslims die ISIS steunen, degenen die voor ISIS vechten zijn moslim: beide groepen beschouwen zich als moslim. Ook dat valt moeilijk te ontkennen: allerlei journalistieke en wetenschappelijke teksten zijn voorhanden die laten zien hoe jonge moslims uit Europa, het Midden-Oosten en elders, zich hebben aangesloten bij ISIS en hoe hun persoonlijke opvattingen resoneren met die van ISIS. Emon stelt dat dit te maken heeft met een etnografische nadruk in Noord-Amerikaanse religiestudies en islamstudies. Ook in Europa zie je dat vooral antropologen met dit type verhalen komen (hoewel niet per se deze tweede stelling ondersteunen), maar of het daar nu veel mee te maken heeft vraag ik me af. Er is niets nieuws volgens mij aan dit soort verhalen of waren ze er ten tijde van de RAF, IRA en ETA niet?

Deze manier van onderzoek doen en verhalen vertellen keert zich vaak expliciet tegen de eerste variant van de stelling ISIS is islamitisch, maar (zo stelt Emon terecht) ontsnapt ook niet helemaal aan de nadelen ervan. Het biedt namelijk vaak wel een nuance op die eerste variant, maar slaagt er zelden in een meer fundamentele kritiek te leveren op die variant.

Volgens Emon hangt deze etnografische turn samen met een ‘representative liberal-cum-protestant’ analyse. De eenheid van analyse wordt dan gegeneraliseerd voor een hele groep en tegelijkertijd is er een vrij individualistische benadering waarbij centraal staat dat alles wat de persoon doet of laat als islamitisch telt: want hij/zij is moslim. Daarbij komt nog dat vooral die verhalen instemming krijgen waarin moslims stellen dat ISIS islamitisch is terwijl degenen die dat ontkennen worden weggezet als wegkijker of zelfs leugenaar. De paradox is hier dat een individualistische benadering ertoe bijdraagt dat moslims allesbehalve gezien worden als individuen, maar als lid van en vertegenwoordiger van een groep.

We zien inderdaad voortdurend dat in het publieke debat teveel gegeneraliseerd wordt op basis van deze verhalen. Niet alleen naar andere Syriëgangers, maar zelfs naar moslims in Nederland of zelfs wereldwijd. Dit in tegenstelling tot witte burgers die, wanneer zij verwijzen naar racisme in hun gewelddadige acties, zelden of nooit als vertegenwoordiger van een groep gezien worden, maar juist als uitzonderingen, individuen die verward zijn.

ISIS is niet islamitisch – 1

Dit type argument is eigenlijk het spiegelbeeld van, vooral het eerste, ISIS is islamitisch stelling. Islam wordt in dit argument gedefinieerd in relatie tot historische islamitische bronnen, juridische teksten. ISIS is dan niet islamitisch omdat het in tegenspraak zou zijn met de islamitische traditie, de canon aan juridische teksten en/of teveel zou knippen en plakken uit die juridische teksten zonder enig gezag. Een ander argument is hier ook dat de opvattingen van ISIS niet gesteund, gestuurd en gelegitimeerd zouden worden door gezaghebbende islamitische schriftgeleerden. Dat zou betekenen dat alleen datgene islamitisch is wat in overeenstemming is met het verleden en elke discontinuïteit (wat ISIS dus zou zijn) niet. Aan de andere kant als je discontinuïteit met islamitische tradities nog steeds islam wil noemen, waar leg je dan nog grens?

ISIS is niet islamitisch – 2

Een tweede variant op de stelling die Emon onderscheid rust op het gegeven dat moslims over de gehele wereld ISIS veroordeeld hebben. Men wil de meedogenloosheid van ISIS niet verbinden met de eigen godsdienst en islamitische schriftgeleerden van over de gehele wereld hebben het optreden van ISIS veroordeeld.

Dit is in feite ook een spiegelbeeld van het tweede ISIS is islamitisch argument: ook hier zien we de nadruk op generalisering én individualisme: individuen komen te staan voor de hele groep. En ook dit argument ontsnapt dus niet aan de generaliserende logica die we al bij de tweede stelling ISIS is islamitisch zien.

Nationale veiligheid en het argument van ‘de islam’
In alle gevallen komt de discussie voortdurend op na gebeurtenissen die de nationale veiligheid betreffen: bomaanslagen, moorden gepleegd door Al Qaeda / IS in Europa en de VS (daarbuiten in veel mindere mate). Nu hebben intussen alle moskeeën die iets met anti-radicalisering doen hun eigen programma waar islam onderdeel van is, dat geldt ook voor anti-radicaliseringsprogramma’s van de overheid en commerciële bureaus. En in al het onderzoek op dit terrein wordt aandacht besteed aan de islam. In die zin is de discussie eigenlijk volstrekt onzinnig, want achterhaald.

De vraag óf er een verband is met islam is dan eigenlijk ook niet zo zinnig: de vraag naar hoe is wel van belang en die krijgt in onderzoek dan ook veel aandacht. Uit dat onderzoek blijkt hoe complex de relatie tussen religie en geweld is, zoals ik HIER en HIER heb laten zien op basis van recent en ouder wetenschappelijk onderzoek.

Islam en het surveillance regime

Maar is er ook een meer fundamentele kritiek nodig op deze vragen. Waar het hier namelijk om gaat is dat dit publieke debat in het teken staat van het trekken van een grens tussen moslims (als potentiële vijanden) en de rest van de bevolking door moslims per definitie te bespreken in een veiligheidskader. Op deze manier werkt het debat over islam als een surveillance regime: het legt het handelen en het gedachtegoed van moslims onder de loep als een veiligheidsprobleem.

De stelling dat veruit de meeste moslims niet gevaarlijk zijn (want ze volgen geen IS islam) is geen ondermijning van dat veiligheidsframe: het is hoogstens een nuance ervan maar men speelt nog steeds volgens de regels van het surveillanceregime: er moet worden vastgesteld of men gevaarlijk is of niet.

Het is een frame dat werkt. Of het nu de politiek is die hiermee kiezers kan mobiliseren, of opiniemakers die tenslotte ook iedere dag een paar woorden moeten typen of programmamakers die ook graag bij moslims logeren om ze ter verantwoording te roepen of onderzoekers (jaja) die geld moeten krijgen voor hun onderzoek: het werkt omdat het appelleert aan bredere angstgevoelens bij specifieke groepen in de samenleving.

De vraag naar de rol van islam in het geweld is dus zeker niet onterecht, maar de wijze waarop het debat gevoerd wordt is een karikatuur van onderzoek en beleid, gaat over islam in deels abstracte vorm (de islam) en deels over teksten en individuen die als representatief voor het grotere geheel gezien worden. Het zorgt ervoor dat we de positie van moslims afmeten aan de vraag hoe gevaarlijk ze zijn en dat ze zich moeten verdedigen met de stelling “ik ben geen terrorist“. Aangezien de vraag waarom moslims dat niet doen (onterecht) ook voortdurend terugkomt, kun je je afvragen hoe mensen zich moeten positioneren als ze eenmaal in zo’n surveillance regime zitten.