In 1828, op 23 juli om precies te zijn, overlijdt op ongeveer 23 jarige leeftijd Lepejou. Lepejou is in Nederlands-Indië geboren en is, naar verluidt uit dank vanwege het redden van diens leven, door Joan Hendrik Tobias mee naar Nederland genomen. In veel teksten wordt naar Lepejou verwezen als ‘geliefde huisknecht’; naar alle waarschijnlijkheid wordt hiermee bedoeld dat Lepejou tot slaaf gemaakt is. Het zou kunnen dat hij een zwarte man was (verwijzingen daarnaar vinden we ook terug) of een islamitische Indiër; maar beide labels sluiten elkaar ook niet uit. Hij zou in Brits-Guyana als slaaf verkocht zijn, maar daar is onduidelijkheid over. Wanneer Lepejou overlijdt wordt hij door Tobias (afkomstig uit een Zwols partriciërsgeslacht) begraven op diens landgoed Arnichem aan de Vecht. Op de grafsteen staat de volgende tekst in het Arabisch: ‘De heer heeft zijn trouwste dienstknecht dit graf gewijd, omdat hij hem dankbaar is en altijd aan hem denkt’. Hoewel het graf geschonden is in de jaren ’70, is het graf nog steeds aanwezig op het landgoed en het zou daarmee het oudste nog aanwezige graf van een moslim zijn in Nederland. Wellicht kunnen we spreken van een islamitisch graf, maar dat laat ik even in het midden.

Graf Lepejou

Het interessante maar ook wat apocriefe verhaal van Lepejou, laat zien dat graven voor moslims in Nederland geen nieuwtje zijn. In 1932 kwam in Den Haag het eerste islamitische perceel en anno nu zijn er zo’n tachtig begraafplaatsen met een eigen islamitisch perceel. Het kenmerkende van islamitische begrafenissen is dat ze meestal binnen 24 nadat de dood is vastgesteld plaatsvinden. Voorafgaand wordt het lichaam gewassen en gewikkeld in witte doeken waarna een gebed verricht wordt: het gebed voor de doden. De overledene wordt begraven in de richting van Mekka in een graf met, idealiter, eeuwigdurende grafrust. Dat kennen we in Nederland ook bij de joden, maar is bij andere groepen niet gangbaar. In Nederland kennen we twee islamitische begraafplaatsen met eeuwige grafrust: in Almere en Nuenen:

De precieze uitvoering van de rituelen, wel of niet richting Mekka, wel of geen kist, wel of niet met moslims van een andere stroming of met niet-moslims, dat is allemaal voor discussie vatbaar, zo leert het proefschrift van Khadija Outmany-Kadrouch ons. Zij is in 2014 gepromoveerd op een onderzoek naar de juridische, religieuze en praktische mogelijkheden voor moslims om begraven te worden in Nederland en België. In dit proefschrift behandelt ze nationale regelgevingen in Nederland en België, opvattingen van islamitische schriftgeleerden en de ideeën en wensen van moslims in Nederland en België met betrekking tot islamitisch begraven en de keuze voor begraaflocatie. Haar proefschrift is HIER te downloaden.

Ander onderzoek is gedaan door Claudia Venhorst van de Radboud Universiteit die daar enkele jaren geleden op gepromoveerd is. Zij besteed onder andere aandacht aan de diversiteit onder moslims in Nederland (in Venlo in het bijzonder) en de gevolgen daarvan voor het uitvoeren van de begrafenisrituelen. In België is er onderzoek verricht door onder andere Chaïma Ahaddour die laat zien dat er ook onder de tweede generatie al behoefte is om begraven te worden in het land waar men woont en wat de verschillen zijn tussen de regelingen hiervoor in België en in de omringende landen.

In onderstaand filmpje ontmoet Salaheddin de mensen van Arrahil uitvaartzorg en praat hij met jonge mensen over de dood en begraven:

Vorig jaar is er een campagne gestart in Rotterdam, om daar ook (naast Almere en Neunen) een islamitische begraafplaats te krijgen met eeuwige grafrust. Eerder kwamen Nida en de lokale PvdA al met een plan:

Hoe groot die animo nou precies is, blijft gissen dus. Aangezien veel regelingen erop gericht zijn om de eerste generatie te begraven in het land van herkomst en veel begraafplaatsen hier niet voldoen aan de eisen en wensen die men heeft, zouden nieuwe begraafplaatsen die wel geschikt zijn, de behoefte ook wel kunnen vergroten. Daarnaast zal er ongetwijfeld verschil zijn tussen de generaties. In december 2017, hebben de PvdA, NIDA en SPIOR in Rotterdam een online survey uitgevoerd naar de behoefte aan een islamitische begraafplaats onder moslims. Volgens hen voldoen veel algemene begraafplaatsen, ook met een zogeheten islamitische akker, vaak niet aan alle islamitische richtlijnen.

Uit dat onderzoek blijkt volgens de initiatiefnemers dat dat bijna alle respondenten (95 procent) begraven wil worden in Rotterdam als er een islamitische begraafplaats is. Vooral de tweede generatie zou hier begraven willen worden zo stellen SPIOR directeur Marianne Vorthoren en burgerlid van NIDA Bas van Noppen in het AD:

,,Zij willen dat hun kinderen hun graf kunnen bezoeken, en zeggen, dit is mijn land, hier wil ik begraven worden.’’ Dat bevestigt Nida-burgerlid Bas van Noppen. “Vooral onder de generatie moslims die in Rotterdam is geboren en getogen, is de wens om in Rotterdam begraven te worden erg groot.”

Leefbaar Rotterdam is tegen, men vindt dat moslims op een algemene begraafplaats gefaciliteerd moeten worden en wil geen financiering vanuit het buitenland. Het is niet nieuw dat ook de keuze voor het begraven in Nederland of in het land van herkomst van de eerste generatie, tot inzet wordt gemaakt van de integratieleer. Het gaat immers in de discussie over integratie voortdurend over loyaliteit (begraven in het land van herkomst is dan een teken van weinig loyaliteit aan de Nederlandse samenleving) en het problematiseren van de zichtbare aanwezigheid van de islam (een islamitische begraafplaats is een teken van islamisering). Geboorte, huwelijk, kinderen krijgen, de dood: het zijn allemaal momenten uit de levenscyclus van mensen die gepolitiseerd worden.

De gemeente Rotterdam wil de begraafplaats niet financieren, maar wel faciliteren zoals dat heet. Er zullen waarschijnlijk bijdragen van moslims zelf moeten komen om dit te kunnen realiseren en de initiatiefnemers hebben inmiddels ook contact met Joodse begraafplaatsen over hoe een en ander te organiseren en te realiseren.