De zaak Mohammed B. en de Shari�ah

Ontvangen via Yahoo-groep MoslimMedia

De zaak Mohammed B. en de Shari’ah
– Door: Abdullah al-Hollandi

Onderstaand is een vraag en antwoord gesprek tussen een moslim en een niet-moslim n.a.v. de zaak Mohammed B. Het zijn vragen die dieper op de inhoud in gaan dan de gebruikelijke oppervlakkigheden. De naam Abdullah al-Hollandi is een pseudoniem.

(1) Is het vermoorden van iemand die de Profeet Muhammad (vzmh) beledigt geoorloofd?

Dit is een kwestie dat valt onder de term ‘godslastering’. De Islam beschouwt het beledigen van de Profeet Muhammad (saw) ook als godslastering. Deze dimensie van het islamitisch recht is onbekend in het Nederlandse rechtsstelsel. Het heeft te maken met de manier waarop ‘nationaliteit’ wordt gedefinieerd.

Je bent een ‘Nederlander’ als je woont in een bepaald geografisch gebied, je houdt aan de wetten van dat gebied, je daar geboren bent en/ of je solidair voelt met de mensen en de omgeving. Het islamitisch recht daarentegen deelt mensen niet in naar afkomst en/of geografische achtergrond, maar naar religieuze aanhang. Zo behoren moslims tot de ‘ummah’ en christenen/ joden tot de ‘ahl al-kitaab’ (mensen van het Boek).

Dit heeft tot gevolg dat, als je in Nederland staatsondermijnende activiteiten ontplooit, je veroordeelt kunt worden als ‘staatsgevaarlijk’ of als ‘deserteur’. Staatsondermijning is daarmee gedefinieerd als activiteiten waarbij je de fundamenten van de staat (bijv. de democratie, de monarchie etc) probeert omver te halen. In oorlogstijd is dat reden tot de doodstraf.

In de Islam is iemand ‘staatsgevaarlijk’ als hij de fundamenten van de ‘ummah’ ondermijnt. In dit geval zijn dat: het geloof in Allah en Zijn Boodschapper, de Profeet Muhammad (vzmh). Onder islamitisch recht ben je dus ‘staatsgevaarlijk’ als je ondermijnende activiteiten ontplooit of woorden uitspreekt die deze basis van de ‘ummah’ verstoren. Dit wordt zo gevaarlijk geacht dat bij bewezen blasfemie, verbanning of doodstraf opgelegd kan worden.

(2) Dus Mohammed B, stond in zijn recht om een openbare moord te plegen op iemand die de Profeet Muhammad (vzmh) beledigde?

Al hetgeen boven is geschreven, kan alleen als er een moslimstaat is die deze wetgeving kan doorvoeren en controle op de naleving kan houden. Het islamitisch recht kent geen concept van ‘het recht in je eigen hand nemen’. Het maakt niet uit hoe sterk je (denkt) te staan in je daad, je zult in zo’n geval altijd berecht worden als iemand die ‘fitna’ zaait in de samenleving. ‘Fitna’ is een Arabisch woord dat heel veel zaken omvat. Hieronder vallen o.a. het creëren van tweespalt, oproer, opruiing, en zelfs het aanzetten tot een burgeroorlog. De strafmaat voor bewezen ‘fitna’ in Islamitische recht kan variëren van gevangenisstraf, verbanning en zelfs de doodstraf, natuurlijk afhankelijk van de zwaarte van de misdaad.

(3) Mohammed B. accepteert niet de jurisdictie van het Nederlandse recht. Omdat dat niet de ‘wetten van Allah’ zijn, maar gemaakt door mensen. Wat denkt u daarvan?

Deze uitspraak van Mohammed B. geeft alleen maar zijn gebrek aan inzicht weer in de fundamenten van het Islamitisch recht. Het islamitisch strafrecht kan opgedeeld worden in drie delen:

(i) de Hudud -wetten
(ii)de Qisas -wetgeving
en (iii) de Ta’zir -wetten.

(i) Onder de Hudud vallen ‘slechts’ een kleine tiental (volgens sommige juristen 8, volgens anderen 9, en weer volgens anderen 12) daden die gecategoriseerd worden als ‘grote misdaden’. Hieronder vallen o.a. diefstal, overspel, verkrachting, overval et cetera.

(ii) De Qisas wetten hebben te maken met persoonlijk genoegdoening. Als jou persoonlijk iets is aangedaan, en je wilt de dader niet vergeven noch financiële compensatie ervoor ontvangen, dan kun je onder deze wetgeving hetzelfde eisen van de dader als hetgeen jou is aangedaan. Misdaden die hieronder vallen zijn o.a. moord en fysieke leed.

(iii) De Ta’zir wetten gaan over alle andere honderden en duizenden kleine en grote vergrijpen, overtredingen en misdaden die (kunnen) voorkomen in een gemeenschap. De strafmaat van de hudud en (deels) van de Qisas is te herleiden tot de Qur’an en de Hadith. De Ta’zir wetten zijn dat niet, en zijn volledig afhankelijk van de strafmaat die de wetgever vaststelt en/ of de rechter afdwingt.

Om dus te zeggen dat je alleen volgens de wetten van Allah beoordeelt wilt worden, is een illusie. Het islamitisch recht bestaat voor 80% uit wetten die door mensen zijn opgesteld onder de Ta’zir wetgeving!

Verder is het islamitisch recht duidelijk in haar standpunt over het leven, wonen en werken in een niet-moslim land. Het islamitisch recht beschouwt het wonen in een niet-islamitisch land als een contract tussen een individuele moslim en de niet-moslim regering van dat land. Dat contract is bindend voor beiden waarin de staat verklaart de rechten te waarborgen van de moslimburger en de moslim op zijn beurt verklaart zich te houden aan de wetten van dat land. Zo lang deze wetten de moslim niet hinderen in het beleven van zijn geloof (specifiek de vijf zuilen: bidden, vasten, zakaat, hajj en uitspreken van geloofsbelijdenis), kan een moslim wonen en werken in dat land. Tegenover het recht van bescherming staat dus de plicht van de moslim jegens de staat om de wetten van dat land te gehoorzamen! Bij het plegen van een misdaad wordt een moslim dus, in navolging van dat contract, berecht volgens de heersende wetten.

(4) Hoe zou het Islamitische recht oordelen in dit geval?

Laten wij ons in ieder geval niet in dezelfde val trappen als sommige van deze jongens die zelfs het oordeel ‘kafir’ (ongelovige) voor een moslim niet schuwen! Elke uitspraak die de rechter in dit geval doet is volledig in lijn met het islamitische recht vanwege het ‘contract’ dat tot stand kwam toen Mohammed B. hier kwam wonen en verder bekrachtigd werd door het aanvragen van de Nederlandse nationaliteit.

We kunnen wel een idee geven hoe deze zaak in een Islamitische rechtbank zou plaatsvinden.

(1) de belangrijkste aanklachten zouden zijn het veroorzaken van ‘fitna’ in de samenleving en moord met voorbedachte rade.

(2) Moord met voorbedachte rade zou berecht worden onder zowel Hudud als Qisas wetgeving.

(3) Als de rechter een Hadd-uitspraak (enkelvoud van Hudud) zou doen, dan zou de doodstraf uitgevoerd worden.

(4) Bij een andere straf dan de doodstraf, heeft de familie nog het recht op genoegdoening (Qisas). Een eis tot genoegdoening zou kunnen in de vorm van financiële compensatie of zelfs een eis tot doodstraf! De rechter zal er wel alles aan doen om de nabestaanden zover te krijgen hem te vergeven of alleen een financiële compensatie te eisen.

(5) Mocht de dader onder de doodstraf uitkomen (geen Hadd, noch eisen de nabestaanden de doodstraf), dan kan hij alsnog de doodstraf opgedragen krijgen onder de Ta’zir wetgeving. Hij heeft tenslotte een gigantische splijting veroorzaakt en twee groepen tegenover elkaar gezet in de samenleving (fitna). Aangezien de dader geen spijt heeft van zijn daden en het weer opnieuw zou doen, kan dat genoeg zijn voor de rechter om alsnog de doodstraf uit te spreken.

(5) Mohammed B. hield tijdens zijn proces demonstratief de Qur’an omhoog en was gekleed in een lange djellaba en een Palestijnse sjaal. Is het geoorloofd om hiermee je identiteit als moslim ten toon te spreiden?

De identiteit van een moslim wordt niet bepaald door uiterlijk, maar door het innerlijk. In de hadith literatuur komen we het woord ‘taqwa’ tegen dat bepaalt hoe ‘goed’ iemand is en wat zijn staat is bij de Schepper. ‘Taqwa’ is een zeer breed begrip dat o.a. Godbewustzijn betekent. Dit bewust zijn van God komt tot uiting in morele normen en waarden, akhlaaq genaamd. Zo heeft de Profeet Muhammad (vmzh) gezegd: “ik ben slechts gezonden om goed gedrag te vervolmaken”. Daarmee dus benadrukkend dat het gehele spectrum van Qur’an en Hadith slechts tot doel heeft om moslims in het bijzonder en de gehele mensheid in het algemeen, te vervolmaken in hun gedrag en hun voorbeeldfunctie jegens anderen.

Het is erg verdrietig om te constateren dat Mohammed B. model staat voor de spirituele teloorgang van de gemiddelde (actieve) moslimjongere. Ze zijn tot op het neurotische af gericht op het uiterlijk, met geen enkel besef van hoogstaande akhlaaq zoals de Profeet Muhammad (vzmh) deze heeft achtergelaten voor de mensheid.

De Qur’an is het heilige boek voor moslims. Respect hiervoor stond en staat erg hoog in het vaandel. Juristen gingen in het verleden zelfs zover dat ze het verboden voor moslims die naar niet-moslim landen afreisden, om een kopie van de Qur’an mee te nemen uit vrees voor disrespect als het in handen kwam van niet-moslims. De Qur’an mag niet aangeraakt worden als men niet in een staat van rituele reinheid is en men houdt het bijvoorbeeld dichtbij het hart als men ermee rondloopt. Zelfs het uitsteken van de voeten richting de Qur’an werd als disrespect beschouwd! Zie voor een uitgebreide verhandeling over het respect voor de Qur’an het werk van de 13e eeuwse Imam an-Nawawi getiteld al-Tibyaan fi Adaab Hamalaat al-Qur’an (De Uiteenzetting Inzake de Etiquette voor de Dragers van de Qur’an).

Met dit in ons achterhoofd is het disrespect voor de Qur’an waarmee Mohammed B. naar buiten treedt, niet te rijmen met zijn claim op hoogstaande idealen en islamitische identiteit.

Ik dank u hartelijk voor deze uiteenzetting. Hoewel ik het niet met alles eens ben, denk ik dat ik wel begrijp dat het gedrag van Mohammed B. in ieder geval niet gedragen wordt door de islam.

U hartelijk dank voor het nemen van de moeite om vragen te stellen! Maakt u in ieder geval een onderscheid tussen de daden van een zooitje ongeregeld die zeggen te handelen in naam van de Islam en wat de Islam daadwerkelijk zegt over een bepaalde onderwerp! Nogmaals hartelijk dank.

Mijn commentaar nog even. Niet dat het nu zo heel boeiend is ‘wat de islam hierover zegt’ want zoals we dus ook aan Mohammed B. kunnen zien, maakt iedereen er van wat hij of zij zelf wil. Niettemin vond ik het toch wel aardig om op te nemen.