Vonnis terreurzaak overtreft eis – Binnenland – de Volkskrant
Vonnis terreurzaak overtreft eis

Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg
ROTTERDAM – De rechtbank in Rotterdam heeft het echtpaar Lahbib B. (30) en Hanan S. (26) dinsdag veroordeeld tot 3 jaar cel wegens deelname aan een terroristische organisatie en het voorbereiden van aanslagen op politici.

Het vonnis is opmerkelijk omdat eind 2006 vijf medeverdachten – onder wie Samir A. – op basis van dezelfde feiten in de zogenoemde Piranhazaak werden vrijgesproken van het vormen van een terreurorganisatie.

Het Openbaar Ministerie had tegen B. en S. niet meer dan een jaar cel geëist, waarvan onvoorwaardelijk een periode van de duur van hun voorarrest. De officier van justitie vroeg om deze korte straffen omdat zij een beperkte rol binnen de organisatie speelden en ‘opening van zaken’ gaven. De twee legden als kroongetuigen belastende verklaringen af tegen de andere Piranhaverdachten, over wapenvervoer naar België, schietoefeningen en een lijst namen van politici.

In de Piranhazaak beoordeelden de rechters – eveneens van de Rotterdamse rechtbank – deze getuigenissen deels als ongeloofwaardig. Mede door dat vonnis moest het OM de kroongetuigen, die nog altijd in een getuigenbeschermingsprogramma zitten, wel vervolgen. De groep met Samir A. kreeg celstraffen van 3 tot 8 jaar voor het beramen van aanslagen, maar vrijspraak volgde voor deelname aan een terreurorganisatie, omdat de contacten onderling ‘te weinig, te divers en te sterk wisselend van intentie’ waren.

Vijftien maanden later oordelen andere rechters uit Rotterdam heel anders. De twee worden wel geloofwaardig bevonden en volgens de rechters hadden zij een faciliterende rol in de organisatie. ‘De wijze waarop een aantal mededaders hun terroristische idealen wilden vormgeven, getuigt van haat tegen de Nederlandse democratie en andersdenkenden, wier leven voor hen kennelijk geen waarde heeft.’ Dat B. en S. zo’n gedachtegoed naar eigen zeggen niet aanhingen, maakt niet uit. Voldoende is volgens de rechtbank dat ze er ‘weet’ van hadden.

B. en S. hebben altijd verklaard dat ze meededen uit angst dat Samir A. en Nouredine el F. hen zouden verketteren als afvalligen en zouden doden. In de strafmaat heeft de rechtbank hiermee rekening gehouden, alsmede met de ‘coöperatieve houding’ en de ‘ongetwijfeld zeer ingrijpende gevolgen’ van het beschermingsprogramma. Anders hadden B. en S. tussen de 8 en 10 jaar cel gekregen, aldus de rechtbank.

B. en S. hebben onmiddellijk hoger beroep ingesteld. Zij hoeven niet naar de gevangenis zolang er geen onherroepelijke uitspraak is. B. moet op 15 april getuigen in de Piranhazaak, waarvan momenteel het hoger beroep dient.