Etterbak – Archief – de Volkskrant

het zag er gezond uit. Hij droeg een baard, en een snor. Om zijn hoofd had hij een Palestijnse sjaal gewikkeld, en dit dan weer volgens streng islamitisch voorschrift. Hij droeg een zwarte djellaba, een kledingstuk dat tot voor kort nog gewoon een soepjurk heette. Ook had hij een bril op, en daarachter rolden grote, bruine ogen.

Bij wijze van activiteit maakte Mohammed af en toe een aantekening op een blocnote, en verder hield hij zich onledig met het strelen van zijn wenkbrauwen, het bevingeren van zijn baard, het krabben aan zijn oor en het al dan niet glimlachend fronsen van zijn voorhoofd. Intussen keek hij alle kanten op, behalve rechtstreeks in de lens die hem met de Parnassusweg verbond.

Naar aanleiding van bovenstaand fragment vroeg een vriend aan mij: “weet je zeker dat de schrijver het niet over jou heeft?” Nou draag ik gewoonlijk geen djellaba en geen Palestijnse sjaal (tenminste niet om het hoofd gewikkeld). De lading van deze opmerking was dubbel spottend: met mijn uiterlijk; of zoals een student die mijn naam niet meer wist mij recentelijk beschreef aan de secretaresse: die man met dat slordige baardje en die woeste krullen). Maar ook met mijn onderzoekswerk; ik had zojuist een verhaal gehouden over radicalisering onder moslimjongeren en erop gewezen dat deze jongeren misschien ook nog wel ergens een punt hadden met hun kritiek. Het gaat hierboven namelijk om een beschrijving van Mohammed Bouyeri die (voor de onwetenden onder ons) in november 2004 Theo van Gogh had vermoord.

Het fragment is afkomstig van de column van Martin Bril ‘Etterbak’. Bril was aanwezig tijdens de zitting net als ondergetekende. Ik las zijn columns wel, maar vroeg me toen af wie die man in de publiekzaal nu eigenlijk was. Via een videoverbinding konden we Bouyeri goed zien, en goed kijken dat deed Bril dan ook met de column als resultaat.

Het was typisch een column van Bril. In plaats van te focussen op wat de personen zeiden, zoomde hij in op het gedrag en liefst nog een detail van het gedrag, of van de kleding, of van de houding. Op die manier bedreef hij een soort speldenknop-antropologie van het alledaagse leven; antropologie op de vierkante millimeter. Deze speldenknop was een soort DNA profiel voor Bril waarin elementen van het leven lagen opgesloten. Uit deze speldenknop leidde hij zijn, soms bizarre, theorieen af of het nu ging om rokjesdag of Mohammed Bouyeri als etterbak. Uiteindelijk zijn zijn columsn daarmee vederlicht en je vergeet ze snel hoe raak zijn typeringen soms ook zijn. Wanneer je echter een hele serie na elkaar leest krijg je toch nog een aardig tijdsbeeld omdat ze dan wel in een patroon lijken te passen. En laten we wel wezen, zijn stijl, zijn formuleringen, zijn inzichten die als vermaak gebracht worden, die zijn en blijven toch wel bewonderenswaardig.

Ik wilde dat ik zo kon schrijven. Er zit niks anders op dan nu toch mijn zijn boekjes kopen.