Impressie van het #BMsymposium Duurzaam Islamitisch Activisme – Alternatief, Wantrouwen en Uitdagingen

Op donderdag 11 juni vond in Hilversum het symposium Duurzaam Islamitisch Activisme (DIA) plaats, georganiseerd door Platform BewustMoslim. BewustMoslim is een relatief jonge ster aan het firmament van islamitisch activisme in Nederland en presenteert zich deels als een activistisch alternatief voor gevestigde vertegenwoordigers van moskeeën, deels als een meer realistisch alternatief voor militante bewegingen en deels als een pressiegroep van moslims die zich ‘bewust’ zijn van hun islamitische traditie én hun positie in een samenleving die niet islamitisch is.

In het kader van mijn onderzoek naar interventies van moslims vanaf 1989 is zo’n symposium met dit thema natuurlijk ‘the place to be’. Daarnaast had ik de eer om uitgenodigd te zijn als spreker. Dat maakt mijn rol als observator wat ingewikkeld maar past natuurlijk wel in het idee van participerende observatie dat in antropologisch veldwerk belangrijk is. Het idee van Duurzaam Islamitisch Activisme is niet nieuw: het is enkele maanden geleden gelanceerd door Abou Hafs (ook één van de sprekers en één van de voorlieden van BewustMoslim) tijdens een panel in het seminar Over de Grens aan de Universiteit van Amsterdam naar aanleiding van de publicatie van een rapport over islamitisch militant activisme dat is geschreven door Ineke Roex, Carmen Becker, Pim Aarns en ondergetekende.

Duurzaam Islamitisch Activisme (DIA) is volgens de organisatoren van BewustMoslim een vorm van activisme die:

UITNODIGING

uitgaat van compatibiliteit met de rechtsstaat en een alternatief moet bieden voor problematisch radicalisering. DIA gaat uit van het idee dat moslims in Nederland een emancipatieslag moeten doormaken door optimaal deel te nemen aan de samenleving, maar met de mogelijkheid tot behoud van hun volledige islamitische identiteit. Moslims, ook zij met orthodoxe levensopvattingen, moeten de toegang tot het reguliere debat forceren om zodoende de voedingsbodem voor het spektakelactivisme weg te nemen, welke tot onnodige maatschappelijke spanningen leidt.

Tevens gaat DIA uit van het idee dat in Nederland de wet het enige objectieve criterium is waaraan de deugdelijkheid van een opvatting of handeling moet worden getoetst, hoe onwenselijke deze ook mag zijn in de samenleving. Op deze manier krijgen moslims, ook zij die er een orthodoxe levenswijze op na houden, een volwaardige plek in de maatschappij waardoor uitsluiting, een voedingsbodem voor radicalisering, verminderd wordt.

“Wij pleiten in Nederland daarom voor een multi-ideologische wij-samenleving, waarin plek is voor alle levensopvattingen, met de wet als enige kader”

BewustMoslim gelooft dat DIA een goed alternatief is voor problematisch radicalisering, en in bredere zin een noodzakelijke emancipatieslag moet worden voor moslims. Jongeren die veel belang hechten aan het uiten van hun religie kunnen in een intolerante wij-zij-samenleving ervoor kiezen zich te isoleren, met alle negatieve gevolgen van dien. Daarnaast kunnen zij in een klimaat van repressie ontvankelijk worden voor problematisch radicalisering. Wij pleiten in Nederland daarom voor een multi-ideologische wij-samenleving, waarin plek is voor alle levensopvattingen, met de wet als enige kader.

BewustMoslim positioneert zich hiermee in de hoek van moslims ‘die er een orthodoxe levenswijze op na houden’ en als een platform dat streeft naar ‘een volwaardige plek in de maatschappij’ als oplossing voor de ‘uitsluiting’ die zij zien. Daarmee zou ook ‘problematische radicalisering’ kunnen verminderen. Hiermee geven ze indirect aan dus niet alle vormen van radicalisering problematisch te vinden. De Nederlandse wet zou daarbij het enige kader moeten zijn waar alle levensopvattingen zich in moeten schikken evenals het Duurzaam Islamitisch Activisme. Het zelfverzekerde karakter dat BewustMoslim daarbij uitstraalt gecombineerd met een houding ‘hier zijn we en we gaan niet meer weg’ zorgt ervoor dat BewustMoslim iets weg heeft van de Arabisch-Europese liga ook al was die achterban groter. Waar de AEL een ‘Arab-pride’ of ‘Muslim-pride’ activisme tentoonspreidde, draagt BewustMoslim dat laatste ook uit, maar is tegelijkertijd veel orthodoxer van karakter dan de AEL ooit was.

Het zelfbewustzijn zien we ook terug in het interview dat in de Telegraaf verscheen vandaag:

De tijd van de gedwee jaknikkende moslimgeneratie van zijn ouders is voorbij, zegt El Bouch: Dat was een noodzakelijk fase. Het ging hen niet om een volwaardige plek in de samenleving, maar om economische motieven. Dat hebben ze hartstikke goed gedaan; 450 moskeeën telt Nederland nu. Nu is het aan ons het stokje over te nemen. Ik zie mijzelf als pionier om het pad te effenen voor een generatie met behoud van hun volledige islamitische identiteit. Binnen de wet moet ruimte zijn voor grote ideologische verschillen. En dus eist hij het absolute recht er opvattingen op na te houden die sommigen bestempelen als ‘radicaal’ of ‘ongewenst’.

(maar zie ook reactie Abou Hafs op dit interview: HIER)

Voorafgaand aan het symposium had ik nog een andere afspraak in Hilversum en vanaf het station liepen we naar de plaats van de bijeenkomst. Onmiddellijk viel de aanwezigheid van de politie op onderweg naar de sporthal: sommigen herkenbaar als zodanig en anderen minder herkenbaar. Bij binnenkomst bleek de sporthal omgetoverd in een symposium locatie met overal ronde tafels en met een koffiehoek. Na enkele bekenden begroet te hebben werd vrij snel duidelijk dat dit een avond voor instanties was: mensen vanuit de zorg, politie, onderwijs en de politiek.

Lezingen en discussie

Na de opening door de voorzitter van de avond, Saïd Ibrid, mocht ik van start met mijn lezing (hieronder in zijn geheel te downloaden). In mijn verhaal heb ik, zoals verzocht, specifiek aandacht besteed aan de polarisatie tussen sommige autochtone Nederlandse niet-moslim burgers en Nederlandse moslims en de relatie met radicalisering oftewel de relatie tussen wij-zij indelingen en radicalisering. Om de dynamiek daarachter goed te kunnen begrijpen heb ik eerst in hoofdlijnen de socio-politieke context vanaf 1989 geschetst door in te gaan op een zevental thema’s: de allochtonisering van migranten, culturalisering van migranten, orientalisering van islam, securitisering van islam, secularisering en secularisme en de islamisering van migranten. Het zijn deze ontwikkelingen die mijns inziens zowel beleid als debat in relatie tot moslims zijn gaan domineren en deels maar niet exclusief onderdeel zijn van een tendens van toenemend anti-moslim racisme oftewel islamofobie in Nederland in politiek, beleid en debat.

Die resulteert in een sterke wij-zij tegenstelling hetgeen de context vormt waarin radicalisering onder moslims plaatsvindt, de voedingsbodem is voor radicalisering onder moslims. Radicalisering is deels een reactie op die wij-zij tegenstellingen in debat en beleid maar deels ook een reactie op het ontbreken van een voor sommigen adequaat tegengeluid van moslims in het publieke debat. Dit gegeven schept ruimte voor islamitisch activisten die een alternatief geluid willen laten horen en het is dan ook een goede zaak dat men in alle openheid zoals hier dan bespreekt hoe dat dan moet en wat de grenzen zijn van het eigen activisme.

Bart Nooitgedagt schetste in zijn bijdrage het verloop van het proces tegen het Hofstadnetwerk dat nog steeds niet afgerond is. Volgens Nooitgedagt heeft een groot deel van de aanklachten tegen vermeende participanten in dit netwerk betrekking op uitingsdelicten en raakt de vervolging van de personen in kwestie dan ook de vrijheid van meningsuiting aangezien bijna alles gericht zou zijn op het bezitten en verspreiden van haatzaaiende literatuur. Hoe kan een netwerk dat door ideologie verbonden zou zijn, strafbaar zijn als er nog geen strafbare feiten zouden zijn begaan?

Het leidt er eveneens toe dat ook religie, ic islam, onderdeel wordt van de rechtszaak. Maar het heikele punt is de vrijheid van meningsuiting en Nooitgedagt maakt dan ook duidelijk de vrijheid en de grenzen van de vrijheid van meningsuiting ‘fragiel’ zijn.

In de laatste lezing ging Abou Hafs in op Duurzaam Islamitisch Activisme. Hij ziet dit deels als participatie in de samenleving en het tegendeel van isolement; dat laatste zou kunnen leiden tot een problematische radicalisering. Hij plaatst DIA binnen het kader van moslimemancipatie. Het succes daarvan en van integratie hangt volgens hem vooral af van de autochtone niet-moslim. De oorzaak van de falende integratie ligt volgens hem daar. Hij pleitte in zijn lezing voor dialoog, onderhandelen en actie: DOA. Daarmee zouden moslims zich moeten verzetten tegen de aantasting van vrijheden en de subjectieve grenzen waarmee ze te maken krijgen. Daarmee leek hij te verwijzen naar het idee dat er voortdurend met twee maten zou worden gemeten en waarbij moslims steevast aan het kortste eind trekken. In plaats van die subjectieve grenzen pleitte hij voor de wet als enige objectieve grens voor activisme.

In de discussie werd Abou Hafs vooral gevraagd concreter te zijn en werd hem ook gevraagd wat te doen als de wet veranderd. Immers, zoals ik al mijn bijdrage al aangaf is de context van activisme veranderd en ook de wet kan veranderen. Denk aan het mogelijke verbod op de gezichtssluier en een mogelijk verbod op onverdoofd ritueel slachten. Wat gaat BewustMoslim dan doen? Ook in Nooitgedagt’s bijdrage komt naar voren dat de wet ‘fragiel’ is. Abou Hafs bleef op punten vaag maar noemde bijvoorbeeld wel concreet een ‘bid-in’ actie als mogelijkheid om een gebedsruimte voor elkaar te krijgen.

Ophef

Of het nu een symposium is van BewustMoslim of dat van #Nietmijnislam of een academisch seminar over islamitisch activisme, de bijeenkomsten zijn niet compleet zonder reuring. Soms vooraf al en dit geval erna. Dat ging allereerst op de twitter over de uitspraken van de Hilversumse burgemeester Broertjes:

Deze uitspraken van Broertjes waren mijns inziens soms wat vaag en soms een tikkeltje naïef. Ik keek er wel van op omdat het de eerste keer is dat een politicus in de huidige discussie over radicalisering een verbindend geluid laat horen en de nadruk legde op een dialoog. Dat leverde hem wel een reprimande op bij Jalta.nl waar Esther Voet (adjunct-hoofdredacteur van Jalta) en Ibrahim Wijbenga een open brief schreven. Hier kort wat fragmenten:

Meneer Broertjes, waarom legitimeert u moslimextremisme? | Jalta

U zei onder meer dat u met de groep radicale moslims in uw gemeente in dialoog wilde, en dat dat goed lukte als u maar de ideologische kenmerken van de ‘gesprekspartners’ buiten beschouwing liet. Nu lijkt het ons erg moeilijk om een ideologie uit de mens te snijden wanneer die ideologie de mens maakt. Vandaar de vraag: weet u met wie u in de zaal zat? Wij denken van niet. Daarom, speciaal voor u, deze bijscholing.

U als een van de leading speakers bevond zich in het gezelschap van Sabir Burhani, alias Maiwand Al-Afghani, die nu niet bepaald bekend staat om zijn gematigdheid en het streven naar harmonie in onze samenleving. Ook was Okay Pala aanwezig, vertegenwoordiger van de organisatie Hizb ut-Tahrir (Partij van de Vrijheid). Deze beweging is in verschillende landen verboden vanwege het oproepen tot geweld. Pala streeft naar de vestiging van een kalifaat, net als de Islamitische Staat. De organisatie wordt in diverse Europese landen beschouwd als een gevaar voor de staatsveiligheid. Helaas nog niet in Nederland.

En dan was er Abu Hafs, uw gastheer van deze avond. In werkelijkheid heet Hafs Fouad el Bouch. El Bouch is de ‘uitvinder’ van het, zoals hij het zelf noemt ‘activistisch islamisme’. Wij noemen het liever spektakel activisme. Hij spreekt sinds drie maanden een gematigder toon om zich in te likken bij mainstream moslims. Maar kent u zijn achtergrond?

De beschuldiging richting Abou Hafs is dat hij ‘in werkelijkheid’ extremisme steunt terwijl hij zichzelf nu presenteert als een realistische gesprekspartner. Het zijn de geluiden die wel vaker klinken: hij is aanwezig geweest bij een demonstratie uit solidariteit met moslim gevangenen onder wie Abu Imran. (Dat laatste ligt wat complexer dan meestal door opponenten wordt aangegeven, zie p. 256ev) Abou Hafs zou ‘vissen in dezelfde ideologische vijver’, nooit afstand gedaan hebben van de gewapende strijd en uitspraken in het verleden, gastcolumnist zijn geweest op de Ware Religie (waarvan de beheerders vast zitten) en iniatiefnemer zijn van de Schaduwholocaustbijeenkomst vorig jaar op 4 mei. Het gaat de schrijvers niet zozeer om de uitspraken van Broertjes alleen maar ook zijn aanwezigheid daar die een legitimering zou zijn van een club die hij vorig jaar ‘rabiaat’ vond. Abou Hafs zou onlustgevoelens uitbuiten:

Meneer Broertjes, waarom legitimeert u moslimextremisme? | Jalta

En wat doet u? U complimenteert ook nog de organisatie voor deze bijeenkomst. Sterker nog, u noemt El Bouch een moslimleider. Wij vragen ons af: wat heeft u met uw mooie praatje willen bereiken? In dit ‘Code Oranje’-land heeft u een groene kaart, kortom een vrijbrief en vrijgeleide uitgedeeld aan een extremisten.

Gefeliciteerd met deze ‘bijdrage’.

Wijbenga en Voet verwijzen onder andere ook naar de aanwezigheid van Shabir Burhani die zijn eigen verslag heeft gemaakt: HIER. Bart Schut deed dat vervolgens, ook op Jalta.nl, nog eens dunnetjes over. Jan Jaap de Ruiter op The Post Online kwam met een positief kritisch stuk. Hij ging onder andere in op Abou Haf’s uitspraak dat hij graag de concurrentie aangaat met het CMO en bekritiseerde de vaagheid van de antwoorden van Abou Hafs. De Ruiter prees het initiatief, dat hij kritisch zal blijven volgen:

‘Bewust Moslim’ wil moslims succesvol laten integreren | ThePostOnline

Maar ik vind het een geweldig initiatief, precies wat ons land nodig heeft. Laat de democratische moslim-stem zich maar horen, gooi het debat open. Het was een waarlijk Nederlandse avond met bloemen (geen flesje wijn) voor de sprekers en een zalvend woord van burgemeester Pieter Broertjes, die natuurlijk boven alle partijen stond, openlijk bewaakt overigens door twee politieagenten. Dat dan weer wel.

De beschuldigingen die eerder aan bod kwamen in het stuk van Voets en Wijbenga aan het adres van Abou Hafs zijn niet nieuw. Hij reageerde daar al eerder op naar aanleiding van commotie over een lezing die hij zou gaan houden in Geleen. Daar liet hij zien wat zijn doelgroep is:

Dagblad De Limburger – Limburgs Dagblad: ‘Tijd van ja-knikken is voorbij’

Mediadruk werkt niet meer. Dit is niet meer de ja-knikkende generatie van onze vaders.

In het Hilversumse leidde dit ook tot vragen, maar burgemeester Broertjes stelde dat hij ook de volgende keer weer een uitnodiging van Bewust Moslim zou ervaren. Abou Hafs had zelf spreektijd tijdens de vergadering:

Bewust Moslim-leider Abou Hafs spreekt – Hilversum – dichtbij.nl – t-Gooi

Wij van BM, en met ons heel veel andere moslims, betreuren de keutelachtigheid waarmee bepaalde partijen in deze raad hun politieke agenda laten bepalen door geheel uit de lucht gegrepen krantenknipseltjes van spektakeljournalisten. En alsof dat niet genoeg is, verwijzen zij voor hun bewijslast naar een opiniesite met subjectieve meningen van individuen wiens positie in het islamdebat bovendien evident gekenmerkt wordt door partijdigheid. U had bij het symposium kunnen zijn. U had mee kunnen praten en kritische vragen kunnen stellen. Maar u besloot zich te laten leiden door ongefundeerde geruchten van een gekleurde bron. En alsof dat niet schaamteloos genoeg is, levert u ook nog kritiek op degene die wel de moeite genomen heeft om er bij te zijn.

En wij vragen ons af, is dit politieke wijsheid? Als een hobbyblogger zijn islamofobe uitspattingen op het internet slingert staat de politiek onmiddellijk op zijn achterste poten. En het valt op dat het CDA daarin vrijwel altijd een voortrekkersrol heeft. Het is ook niet geheel toevallig dat het wederom het CDA is dat op landelijk niveau soortgelijke vragen over dit symposium aan de minister stelt. Het lijkt wel of het CDA, in de estafette om wie het hardst kan schreeuwen tegen de islam, het stokje heeft overgenomen van de PVVD.

Voorzitter, wanneer wordt de moslim nou eens met rust gelaten? Wanneer kan hij ook eens evenementen organiseren zónder commotie. Wanneer gaan die partijen nou eens stoppen met die kinderachtige pesterijen? En wanneer gaat de rest van de politiek het recht van de moslim verdedigen op het uiten van zijn mening?

Dat laatste ‘wanneer wordt de moslim nou eens met rust gelaten?’ is een vraag die in allerlei activistische kringen voortdurend terugkomt. Het idee onder activisten is zeer sterk dat ieder detail in het alledaagse en in het georganiseerde leven van moslims langs een integratie en veiligheidslat wordt gelegd waarbij men het nooit goed kan.

Wat is het nu echt?

Die discussie laat ook een diepgeworteld wantrouwen zien in de richting van activistische moslims vandaar dat voortdurend door hen duidelijk gemaakt moet worden waar ze nu staan. En als ze dat doen binnen de geaccepteerde kaders (de wet in dit geval) dan is het wantrouwen nog niet weg. De vraag wat ‘Abou Hafs nu écht is‘, een extremist of een salonfähige activist is een vraag die voortdurend terugkomt. Ook in het verslag van de Gooi en Eemlander zien we dat:

Gooi en Eemlander – Ineens is bewuste moslim Abou Hafs acceptabel

Nog maar iets meer dan een jaar geleden schokte Hilversums ’platform’ Bewust Moslim het land door op 4 mei de ’Palestijnse holocaust’ te willen herdenken in de mediastad. Burgemeester Pieter Broertjes werd voor het blok gezet en greep in. De burgemeester van Hilversum weet ook heel goed dat de drijvende krachten achter deze organisatie in verband worden gebracht met de naar Syrië vertrokken Gooise gezinnen. Toch was Broertjes deze week prominente gast bij het symposium Duurzaam Islamitisch Activisme van Bewust Moslim in de Hilversumse Dudok Arena. Wat is er gebeurd?

Voor sommige volgers, zoals van de Gooi en Eemlander is het een open vraag wat Abou Hafs nu eigenlijk echt is, maar voor anderen zoals eerder genoemd Voets en Wijbenga maar ook CDA kamerleden Oskam en Heerma is het duidelijk: Abou Hafs is een wolf in schaapskleren. Opvallend in hun kamervragen is hun vraag over de vrijheid van meningsuiting:

Acht u het verstandig wanneer burgemeesters bij hun optreden ook de rechtstaat benadrukken inclusief het handelen binnen de kaders daarvan in plaats van de onbeperkte vrijheid van meningsuiting?

Het onderscheid rechtstaat en vrijheid van meningsuiting is een vreemde: immers beiden zijn niet los van elkaar te zien. De vraag hierbij is nu of deze kamerleden stellen dat de vrijheid van meningsuiting voor deze activisten (meer) beperkt is. Wat dergelijke discussies en beleidsmaatregelen vooral laten zien is hoe lastig het is voor islamitische activisten (in de breedste zin van het woord) om de negatieve definities van islam in het algemeen en salafisme in het bijzonder te ontwijken. Deze negatieve categoriseringen dwingen activisten om opener te worden en hun sterke wij-zij categoriseringen te verlaten omdat ze slecht zouden zijn voor integratie, maar op het moment dat zij dat doen, komen die categoriseringen weer terug. Daarmee worden de grenzen tussen het religieuze en seculiere en tussen ‘liberale’ islam en ‘radicale’ islam weer hersteld.

Daarbij doet het er eigenlijk niet zoveel toe wat moslims zelf doen. Zo verbond telegraaf columnist Nausicaa Marbe de Ramadangroet van Rutte met het symposium in Hilversum en vervolgens in één adem met steun voor IS:

Een andere knieval voor het islamistische perspectief wordt gemaakt bij de bestrijding van radicalisering. Zo trad de burgemeester van Hilversum onlangs op tijdens een bijeenkomst over Duurzaam Islamitisch Activisme die georganiseerd was door een kongsi van extremisten. Alles in naam van deradicalisering, het toverwoord voor subsidie en politieke aandacht. Dat proces lijkt hier alleen gepaard te kunnen gaan met allianties met dubieuze figuren uit de radicale moslimwereld. Vanuit het krankzinnige idee dat brandstichters de beste brandblussers kunnen zijn.
En zo groeit de voedingsbodem voor jihadisme door en blijft de sympathie voor IS zich schaamteloos manifesteren.

Dergelijke categoriseringen die in de praktijk opposities zijn, werken als vormen van macro-, meso- en microsurveillance. Op een microniveau betekenen zij dat een individuele moslim reflecteert op zijn of haar handelen en wat de consequenties daarvan zijn. Zo zien we dat Abou Hafs recent één van zijn anashid van Youtube haalde vanwege de commotie erover. Op een mesoniveau zien we dat BewustMoslim de orthodox islamitische taal achterwege laat en kiest voor een niet-religieuze taal maar doordat dit vragen oplevert waar BewustMoslim ‘nu echt’ staat wordt de opgelegde tegenstelling tussen het religieuze en seculiere en tussen liberale en radicale islam weer hersteld. Op een macroniveau doet de overheid hetzelfde maar dan met haar anti-radicaliseringsbeleid. Tegelijkertijd zijn deze vormen van surveillance precies datgene waar activisten tegen ageren en die hun maatschappelijk activisme mede bepalen in inhoud en vorm. Het zal interessant zijn om te volgen hoe het Duurzaam Islamitisch Activisme van BewustMoslim zich hierbij ontwikkelt. Rest mij de organisatie te bedanken voor hun uitnodiging: bedankt!

Mijn lezing

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website