Het nieuwe onderzoek: Zoektocht naar kennis en sociale bewegingen

Soms lijkt de wereld van een wetenschapper niet zoveel te verschillen met die van jonge moslims tegenwoordig; altijd op zoek naar meer (en nieuwe) kennis. Hoe vormen jongeren zich een beeld van wat islam is en/of zou moeten zijn? Wie beschouwen zij als religieuze autoriteiten in hun zoektocht en waarom juist deze? Op welke bronnen verlaten jongeren zich, hoe maken ze zich deze kennis eigen en wat doen ze er vervolgens mee?

Mijn promotie-onderzoek hield zich al bezig met die vragen, maar dan vooral gericht op Marokkaanse jongeren en hun moslimidentiteit. In het nieuwe onderzoek richt ik me op moslims van allerlei etnische groepen (incl. autochtone Nederlanders) in de leeftijd van zo tussen de 16 en 25 jaar. Het onderzoek maakt deel uit van een breder project van het ISIM en de Radboud Universiteit Nijmegen (en is dus een onafhankelijk onderzoek; niet gerelateerd aan media of overheidsinstanties).

In dit proces nemen verschillende groepen die de zogenaamde salafi methode (salafi manhaj) volgen een belangrijke rol in en het onderzoek zal dan ook vooral (maar niet uitsluitend) op hen gericht zijn. Het onderzoek zal gericht zijn op alle drie de stromingen die in veel gangbare sociaal-wetenschappelijke literatuur worden onderscheiden.

Deze drie stromingen worden gezien als sociale bewegingen met hun eigen structuren (moskeeen, websites, informele netwerken) die gebruikt worden om hun kennis te verspreiden (da’wah). In Nederland is vooral de politieke variant van deze bewegingen vrij succesvol in het scheppen van een eigen politiek-religieus kader dat kritisch staat ten opzichte van beleidsmakers, politici en opinieleiders. De a-politieke salafis lijken zich vooral te richten op spiritualiteit en onderlinge ondersteuning. De jihadi’s hebben zich vooral georganiseerd in (losse) informele netwerken en via websites. Het gaat er in dit onderzoek niet om om radicalisme te verklaren uit allerlei externe omstandigheden, maar er wordt uitgegaan van gelovigen zelf; hun motivaties, voorstellingen, ervaringen en praktijken. Radicalisering of niet, speelt eigenlijk nauwelijks een rol; daarvoor is de term te politiek geladen en te lastig bruikbaar voor antropologisch onderzoek.

De wijze waarop moslims gebruik maken van de kennis van deze groepen is echter niet passief: ze zijn actieve consumenten. Ze hebben hun eigen opvattingen en maken hun eigen interpretaties van de religieuze kennis die ze in sommige gevallen weer verder verspreiden. Ze hebben hun eigen ideeen van wat de correcte islamitische voorstellingen en praktijken zijn; ideeen die gebaseerd zijn op hun eigen (religieuze) ervaringen en lokale, nationale en mondiale leefwereld. Tot op zekere hoogte lijken zij daarbij ook invloed uit te oefenen op de bewegingen zelf bijvoorbeeld simpelweg door een fatwa te vragen over een salafistische imam aan een salafistische sheikh in Jemen. De bewegingen worden zelf ook beinvloed door het opereren in een Europese/Nederlandse omgeving.

Vragen die hier in de toekomst centraal zullen staan zijn bijvoorbeeld de volgende:

  1. Wat is de islam precies volgens gelovigen?
  2. Waarop is dat beeld gebaseerd?
  3. Wie heeft er in deze zoektocht naar kennis religieuze autoriteit en wie niet (en waarom)?

Maar ook praktische kennis zoals:

  1. Hoe kun je het gebed het beste doen?
  2. Hoe kun je de Quran het beste reciteren en memoriseren?
  3. Hoe spreek je smeekbedes goed uit?
  4. Hoe gedraag je je ten opzichte van niet-moslims en andere moslims?
  5. en talloze andere vragen die u ook mag bedenken 😉

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website