Een groep moslima studentes schreven in de Volkskrant een stuk over de meerduidigheid en meerzinnigheid van de hoofddoek:
C L O S E R » Blog Archive » Brief: Lieve hoofddoekvrezenden, vrees ons niet, maar heb ons lief

Lieve hoofddoekvrezenden, wij hebben u lief, omdat wij weten dat u gewoon angstig bent en die angst op onze hoofddoek projecteert. Maar u hoeft ons niet te vrezen. Wij zijn het niet die de wijken van Gouda terroriseren, dat zijn andere allochtone jongeren waar wij niets mee hebben. Richt daarom je pijlen op hen en niet op onze hoofddoek. Soms horen wij mensen zeggen dat ze onze hoofddoek tolereren. Dat suggereert dat iedereen op ieder moment voor zichzelf kan beslissen of hij ons die vrijheid gunt of ter plekke besluit de hoofddoek van ons hoofd te rukken. Het lijkt om een gunst te gaan in plaats van een recht. Het is daarom zaak dat Wilders en andere hoofddoekvrezenden beseffen dat het hier om een verworven recht gaat dat niet onderhandelbaar is.

Lieve hoofddoekvrezenden, wij weten ook wel dat er moslima’s zijn die een hoofddoek op moeten en onderdrukt worden. Dat vinden wij heel erg. Want gedwongen worden je hoofddoek op te doen, is net zo erg als gedwongen worden je hoofddoek af te doen. Wij zouden graag zien dat de hoofddoek in de beeldvorming wordt losgekoppeld van onderdrukking. Want niet alle hoofddoekdragende moslima’s zijn zielig en worden onderdrukt.
[…]
Om onze eigen redenen, en die zijn net zo gecompliceerd en divers als wij zelf, dragen wij een hoofddoek. De betekenis ervan verandert steeds en is zeker niet voor iedereen gelijk. Voor de een is hij een culturele uiting, voor de ander een religieuze, voor een derde een strategische zet en voor een vierde een hip fashion statement.

Gehoofddoekte moslima’s zijn mondig, vechten voor hun vrijheid en dus ook voor de vrijheid een hoofddoek te dragen, en zij beschikken heus over een flink stel hersens die soms overuren draaien.

Naima Azough reageerde daar als volgt op:
C L O S E R » Blog Archive » Naima Azough – Meer eer met een hoofddoek?

moet ik daarom de hoofddoek liefhebben? Mag er uit solidariteit geen discussie meer zijn over diezelfde hoofddoek?

Wilders en consorten lijken elk diepergaand debat onder moslims zelf stil te hebben gelegd. Helaas, want er is – zonder het recht op dragen ter discussie te stellen – wel degelijk aanleiding voor vragen. Niet alleen over de dwang tot dragen waar de schrijfsters kort naar verwijzen. Want dwang daar is ieder weldenkend mens tegen. Makkelijk zat. Maar ook vragen als waarom zij heur haar moet bedekken, zodat hij niet overrompeld wordt door zijn driften? Wat zegt het over respect voor meiden zonder hoofddoek, als meiden mét hoofddoek stellen daarmee ‘respect af te dwingen’. Waarom kan een gesluierde vrouw geen seksuele voorlichting op Youtube geven, zonder dat ze daarmee haar hoofddoek zou onteren? Heb je dan meer eer met hoofddoek? Allemaal vragen over sociale druk die een serieuze discussie verdienen. En zoals ik niet snap waarom meisjes van zeven voorgevormde bikini’s wordt aangesmeerd, zo begrijp ik evenmin waarom meisjes van zeven een hoofddoekje dragen. Omdat mama hem draagt, omdat al hun vriendinnetjes hem dragen, omdat het moet? In beide gevallen maken we een vrouw van een jong kind. Maak je als vijfjarige een bewust fashion statement, politiek of religieus statement? Welke meerduidige betekenis heeft een bedekt kinderhoofdje volgens de schrijfsters? Of zouden ouders niet gewoon moeten zeggen: lieverd, wacht maar even tot je wat ouder bent.

De hoofddoek is – zolang er sprake is van vrije wil – in principe een privé zaak, dat ben ik met de schrijfsters eens. Zij hebben meer te doen dan hun recht op de hoofddoek te verdedigen. Want ik word er soms ook hoofddoekmoe van. Maar toch. Als moslimvrouwen met òf zonder hoofddoek niet meer het debat over die hoofddoek over hun hoofd willen laten verlopen, dan moeten ze dat debat vooral zelf voeren en ingewikkelde vragen niet uit de weg gaan.

In beide stukken staan de begrippen vrijheid en eigen keuze cq vrije wil centraal. De groep studentes claimt om verschillende redenen te kunnen kiezen voor een hoofddoek (zonder overigens dwang te ontkennen) en Azough wijst op de sociale druk die een rol kan spelen, maar stelt eveneens dat een hoofddoek gedragen uit vrije wil geen probleem zou moeten zijn.

Het is aardig om eens stil te staan bij vrije wil en vrije keuze. Hoe groot is het gedeelte van ons leven dat we niet zelf kiezen? Bepaalde taboes, kledingvoorschriften en uiterlijke zaken worden deels opgelegd. We kunnen er natuurlijk voor kiezen taboes te doorbreken, alternatieve kledingstijlen te dragen of geen bril te dragen (of ja een andere), maar toch is het niet zo simpel. De keuzes die mensen maken zijn namelijk altijd ingebed in een sociale omgeving en mensen maken keuzes in relatie tot anderen. Machtsverhoudingen, al dan niet openlijk, spelen daarbij een rol. Het is makkelijker om een wildvreemd iemand iets te weigeren, dan nee te zeggen tegen je eigen moeder of partner. Kinderen kunnen per definitie al niet doen wat zij willen. Als ze willen kunnen ze niet stemmen, zo moeten zo en zo laat thuis zijn, ze moeten naar school, ze moeten spruitjes eten (yakkes) en ze mogen boven een bepaalde leeftijd ook niet meer naakt of in luier op straat rondlopen. We dringen kinderen keuzes op die ze zelf niet zouden maken en wij hebben daar als kinderen ook mee te maken gehad. Op latere leeftijd hebben we deze beslissingen ge-internaliseerd en zouden we misschien hetzelfde doen of er ons juist tegen verzetten maar waarschijnlijker proberen om een middenweg te vinden.

Juist omdat keuzes gemaakt worden in een sociale omgeving en dus niet helemaal vrij zijn maar deels opgelegd, krijgen ze hun betekenis. Die betekenis ontstaat namelijk in interactie; een hoofddoek betekent niets wanneer er geen relatie is met een sociale omgeving. Het is de onvermijdelijkheid of de schijn ervan door druk, drang of dwang die een bepaalde handeling (of het nalaten ervan) betekenis verleent en ze zo krachtig kan maken. Het weigeren om een sluier te dragen in Saoedi-Arabië is iets heel anders dan een dergelijke weigering in het Nederland van nu en dat laatste is ook weer anders dan een weigering in het Nederland van de jaren ’50. Het dragen van een hoofddoek of niqab in Nederland is iets anders dan in Saoedi-Arabië of Frankrijk. Dit betekent ook dat keuzes maken in feite draait om onderhandelingen van mensen over definities en interpretaties van voorstellingen, praktijken en ervaringen en over de situaties waarin die voorstellingen, praktijken en ervaringen betekenisvol zijn.

Het beroep op de vrije keuze en vrije wil moet daarom ook niet in absolute termen worden gezien. Er bestaat niet zoiets als een vrije keuze. De opvatting dat een vrouw zich moet sluieren is door mensen ge-internaliseerd en kan daarom ervaren worden als vrije keuze. Datzelfde geldt voor de opvatting dat een vrouw zich niet hoort te sluieren teneinde de grillige man ter gewille te zijn en alleen uit vrije wil of zelfs dat niet. De nadruk op vrije keuze maakt wel enkele zaken duidelijk.

De constructie van moslimidentiteit is het resultaat van reflectie. Dit is deels een process waar jongeren bewust mee bezig zijn, maar het is ook gebaseerd op onbewuste routines en disposities. Deze reflectie wordt wel gezien als de kern van een moderne identiteit en heeft betrekking op het Zelf: de voorstelling die iemand heeft van zijn of haar eigen ik. Een voorwaarde voor deze reflexiviteit is dat het Zelf kan worden waargenomen vanuit een bepaalde distantie. Dit geldt niet alleen voor het Zelf, maar ook voor tradities en cultuur. Zowel het Zelf als de cultuur wordt geobjectiveerd; beide worden onderwerp van studie en reflective en het gevolg is dat beide gezien worden als verschijnselen met duidelijk herkenbare kenmerken, die kunnen worden onderscheiden van andere verschijnselen, die statisch zijn en met een duidelijke authentieke kern (de ‘eigen’ ik of de ‘zuivere’ islam). Reflecteren en kiezen zijn culturele processen die jongeren doormaken als een manier om zich te kunnen verhouden tot de veranderende omgeving. Bepaalde kenmerken van moderniteit, zoals individualisme, het streven naar zelfverwezenlijking en de nadruk op het zelf nadenken en religieus pluralisme evenals het huidige islamdebat versterken de noodzaak tot reflectie ook al omdat de nadruk op zelfreflectie en keuzes maken iets is wat jongeren aangeleerd wordt en er een zekere dwang/drang/sociale druk is tot het zelfstandig maken van keuzes.

De consequentie hiervan is dat de keuze voor een moslimidentiteit niet vanzelfsprekend is voor jongeren, maar ervaren wordt als een bewuste keuze uit meerdere opties waarover gereflecteerd wordt. Tegelijkertijd is reflectie op de eigen identiteit een manier om ‘trouw’ te zijn aan het eigenlijke Zelf en staat daarbij in het teken van de constructie van een authentiek Zelf. Authenticiteit betekent dat iemands wijze van bestaan aansluit bij zijn of haar ‘echte’ identiteit en natuur. In het geval van moslims kan dit bijvoorbeeld betekenen dat een persoon niet bepaalde leefregels volgt omdat dat ‘zo hoort’ of omdat anderen dat zeggen, maar omdat hij of zij dat zelf wil. Hierbij creëren mensen een identiteit rondom noties als echtheid en geloofwaardigheid. een claim die in het openbaar gemaakt kan worden door het benadrukken van de eigen vrije keuze juist in een omgeving en/of tijd waarin mensen hen die vrijheid ontzeggen of in twijfel trekken dat men vrije (en dus authentieke) individuen zijn. De claim op een hoofddoek als eigen keuze is dus betekenisvol juist omdat er vrouwen zijn die gedwongen worden en er een zekere mate van sociale druk is om het te dragen en omdat er een sociale druk is om het niet te dragen en er vrouwen zijn die erom lastig gevallen worden en vrouwen die gedwongen worden om het niet te dragen. De claim is evenzeer betekenisvol omdat het idee zou bestaan dat vrouwen met een hoofddoek deze per definitie zouden dragen omdat ze ertoe gedwongen zouden worden waarmee hen dus een eigen capaciteit tot handelen en betekenis geven (agency) ontzegt wordt.

Waar men het in dit hele debat dus wel over eens is, is het belang van vrije wil en vrije keuze. Terwijl daar nu dus juist vraagtekens bij gezet kunnen worden voor iedereen (niet alleen voor moslims dus) en niet alleen door antropologen en sociologen maar bijvoorbeeld ook door psychologen en sociaal-psychologen. De samenleving lijkt dus verenigd op basis van een illusie van vrije wil en vrije keuze. Een krachtige en soms ook nuttige illusie.