Een wekelijks portie burgerschap 25 – Homo!

Uit de burgerschapskalender:

“Nederland is een land waar niemand zijn eigen ik hoeft te verstoppen”, staat op www.discriminatie.nl. “Het is een plek waar niet geoordeeld wordt over bijvoorbeeld huidskleur, handicap, leeftijd of seksuele voorkeur. Iedereen moet zichzelf kunnen zijn en zich thuis kunnen voelen. In Nederland mag iedereen zijn of haar eigen ik laten zien.”
26 juni Roze Zaterdag
www.rozezaterdagen.nl

Met de strekking zullen velen het eens zijn. Het is ook een belangrijk signaal zeker in een tijd waarin homo’s en joden en moslims slachtoffer zijn van discriminatie en intolerantie. Recent is er behoorlijk wat te doen over het anti-semitisme en anti-homo gedrag onder Marokkaans-Nederlandse jongeren en eigenlijk al hun anti-gedrag. Het meest opvallende zijn niet deze vormen van agressief gedrag. Die zijn, helaas, van alle tijden. Of het ‘nieuwe’ anti-semitisme inderdaad stijgende is, is moeilijk te zeggen. Dat wordt voortdurend beweerd nadat er incidenten zijn geweest in de strijd tussen Israel en de Palestijnen die groot het nieuws halen zoals in het verleden de Intifadah, de Gaza oorlog en recent de Flotilla. Of het ook erg nieuw is valt ook te betwijfelen; het is wel van iets andere aard dan het klassieke extreem-rechtse anti-semitisme.

Eerder was er ook onderzoek naar acceptatie van homosexualiteit een ook dat liet tegenstrijdige tendensen zien: als een ogenschijnlijk vooral autochtoon probleem of als een ogenschijnlijk allochtoon probleem. Laurens Buijs heeft daar een helder verhaal over geschreven: Twee rapporten. Vandaag is er ook een SCP rapport verschenen dat ook op dit onderwerp ingaat:

  • In 2008 had 9% van de bevolking een negatieve houding tegenover homoseksualiteit, in 2006 was dat 15%.
  • De meeste moeite hebben orthodox protestanten en moslims.
  • Buitenshuis hebben veel homo- en biseksuele mannen en vrouwen negatieve ervaringen. Vooral verbaal geweld komt veel voor.
  • De middelbare school is geen veilige plek voor homojongeren. Jongeren leggen elkaar strikte gender- en seksuele normen op.
  • Veel homojongeren hebben depressieve klachten: een op de zeven meisjes en een op de acht jongens. De helft van de homojongeren denkt wel eens aan zelfmoord. 9% van de jongens en 16% van de meisjes heeft een zelfmoordpoging gedaan.
  • De meerderheid van de migranten in Nederland beschouwt openlijke homoseksualiteit als blijk van gebrek aan respect en loyaliteit tegenover de familie.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Gewoon anders. Acceptatie van homoseksualiteit in Nederland. Het rapport, onder redactie van prof. dr. Saskia Keuzenkamp, is het resultaat van samenwerking tussen het Sociaal en Cultureel Planbureau, de Universiteit van Amsterdam, University College Maastricht en Movisie. Op basis van informatie uit bevolkingsenquêtes, enquêtes onder homo- en biseksuele mannen, vrouwen en jongeren, onderzoek onder lesbische ouders en hun kinderen en interviews met sleutelpersonen uit vijf minderheidsgroepen (behoudend protestanten en Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Chinese Nederlanders) wordt een zo compleet mogelijk beeld geschetst van de acceptatie van homoseksualiteit in Nederland. De uitvoerige, wetenschappelijke publicatie van het onderzoek heet: Steeds gewoner, nooit gewoon. Acceptatie van homoseksualiteit in Nederland.

Enkele andere conclusies:
Homoseksualiteit steeds meer geaccepteerd
Homoseksualiteit op zich wordt onder alle lagen van de bevolking breed geaccepteerd. Gemiddeld stond in 2008 9% negatief tegenover homoseksualiteit. In 2006 was dat nog 15%.
In sommige kringen is het aandeel met een homonegatieve houding beduidend groter. Dat geldt met name voor orthodoxe protestanten en moslims. Ook bij etnische en religieuze minderheden voltrekken zich echter voorzichtig positieve veranderingen in de omgang met homoseksualiteit, vooral onder Surinaamse en orthodox protestantse Nederlanders. Maar het openlijk homo of lesbisch zijn blijft in de onderzochte minderheidsgroepen problematisch.
Gelijke rechten voor homo’s en hetero’s breed onderschreven, zichtbaarheid ligt gevoeliger
Vergeleken met andere westerse landen is de steun voor gelijke rechten voor homoseksuelen in Nederland het grootst. Zweden en Denemarken lijken op dit punt het meest op Nederland. Toch is een op de vijf Nederlanders tegen adoptie door homoseksuele paren en ruim een op de tien voor afschaffing van het huwelijk voor paren van hetzelfde geslacht.
De brede instemming met wettelijke gelijkstelling neemt niet weg dat er nog altijd veel mensen zijn die moeite hebben met de zichtbaarheid van homoseksualiteit in het openbaar. In 2008 gaf 40% van de bevolking aan twee zoenende mannen aanstootgevend te vinden, 27% zei dat over twee vrouwen. Dit zijn veel grotere groepen dan de 13% die er aanstoot aan neemt als het om een heteropaar gaat.
Geweld en andere negatieve reacties
Met regelmaat verschijnen er berichten over fysiek geweld tegen homo’s. Alleen al in Amsterdam werden er in 2009 82 meldingen daarvan gedaan bij de politie. Verbaal geweld komt veel vaker voor. In 2009 werd een op de tien homomannen in het half jaar voorafgaand aan het onderzoek een of meer keer uitgescholden of belachelijk gemaakt op school of werk vanwege zijn seksuele voorkeur. Ongeveer drie op de tien had die ervaring met vreemden. Onderzoek onder lesbische en biseksuele vrouwen uit 2008 laat vergelijkbare uitkomsten zien.
Lesbische moeders en hun kinderen krijgen vaak onaangename reacties. Ruim tweederde van de moeders krijgt suggestieve vragen en drie op de tien melden geroddel. Hun kinderen zijn vaak het mikpunt van grapjes (61%) en negatieve opmerkingen over de seksuele voorkeur van de moeders (45%).
Homojongeren
Bijna een derde van de leerlingen in het voortgezet onderwijs denkt dat een homoseksuele leerling op school niet open kan zijn over zijn of haar seksuele voorkeur. Heterojongeren hebben een ambivalente houding als het gaat om de openheid van homoseksuelen. Zij hechten veel belang aan authenticiteit: iemand die echt zichzelf is, dwingt respect af. Maar tegelijkertijd moeten jongeren zich wel houden aan gendernormen. Homojongens die zich vrouwelijk gedragen zijn volgens de jongeren ‘nep’ en niet zichzelf.
Uit onderzoek onder ruim 1600 homojongeren van 16-25 jaar blijkt dat meisjes gemiddeld 13,5 jaar zijn als ze ontdekken dat ze zich (ook) tot seksegenoten aangetrokken voelen; de jongens gemiddeld 12,6 jaar. Tussen ontdekking en coming-out verstrijken bij meisjes drie jaar en bij jongens vier.
Een op de zeven lesbische of biseksuele meisjes en een op de acht homo- of biseksuele jongens heeft (heel) vaak last van depressieve klachten. De helft van de homojongeren heeft weleens suïcidegedachten gehad. 9% van de homo- of biseksuele jongens en 16% van de lesbische of biseksuele meisjes heeft een zelfmoordpoging achter de rug.
Biseksuelen
Biseksuelen wijken op tal van aspecten af van homoseksuele mannen en vrouwen. Zij zitten vaker ‘in de kast’, vooral de mannen en jongens. Biseksuele jongeren (vooral de jongens) rapporteren minder homovriendelijkheid in hun omgeving dan de homoseksuele jongeren. Biseksuelen zijn niet vaker depressief, maar hebben wel vaker een zelfmoordpoging ondernomen. Onder heterojongeren is biseksualiteit zo goed als onbekend. Toch komt biseksualiteit onder meisjes meer voor dan lesbisch zijn.

Tot zover de persverklaring van dat rapport. Wat hierin ontbreekt is hoezeer homoseksualiteit (en vandaar ook de link met burgerschap hier) wordt ge-instrumentaliseerd als een marker voor Nederlandse identiteit en voor de alteriteit van allochtonen, in het bijzonder moslims zoals bijvoorbeeld Paul Mepschen laat zien. Men gaat daarbij uit van een ge-idealiseerd beeld van de Nederlandse samenleving omdat homo’s bij lange na nog niet dezelfde status hebben als heterosexuelen en vooral nog steeds te maken hebben met heteronormativiteit zoals het SCP onderzoek laat zien met betrekking tot middelbare scholen.

Zeer belangrijk is ook het idee van jezelf kunnen zijn zoals ook blijkt uit het SCP onderzoek maar ook uit het fragment van de burgerschapskalender. Dat kan natuurlijk niet onbeperkt in de publieke ruimte ook al suggereert de tekst van de burgerschapskalender anders. Het moge duidelijk zijn dat in Nederland homo’s vrij veel ruimte krijgen om hun idee van eigenheid te tonen, maar dat deze allesbehalve vanzelfsprekend is onder zowel autochtone als allochtone Nederlanders.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website