Islamofobie – Het verhaal van een Nederlandse moeder en zakenvrouw

Af en toe heb ik het idee dat er een soort gewenning optreedt onder moslims met betrekking tot islamofobie en andere vormen van agressie. ‘Zo is het nu eenmaal’, ‘Ja, dat weet je sinds 9/11 en Theo van Gogh’, ‘Ja, maar dat is toch niks bijzonders? Het gebeurt zo vaak.’ De kunst van het niet-opmerken of het niet-problematiseren is een manier om door te gaan met het leven van alledag. Het laat ook zien hoe racisme en discriminatie werken: het is een vorm van het onderwerpen van mensen door ze voortdurend te vernederen en als men reageert is niet degene met de uitlating fout (want vrijheid van meningsuiting), maar degene die stappen onderneemt (zie de commentaren tegen de aangifte tegen Wilders).

Dergelijke opmerkingen zijn mede het resultaat van het gegeven dat moslims voortdurend onder het vergrootglas liggen: hun manier van kleden, hun geloofsvoorstellingen, hun manier van leven, enzovoorts. Alles wordt verbijzonderd of het nu positief of negatief is en eerlijk is eerlijk in een dergelijk klimaat draagt ook onderzoek (zoals dat van mij) daaraan bij. Het wordt echt problematisch wanneer die verbijzondering geschiedt door een hiërarchie aan te brengen tussen het Westen (Nederlands) enerzijds en de islam anderzijds. Wanneer die hiërarchie er is in relatie tot het denken en spreken over islam en vervolgens in reactie op moslims kunnen we spreken van islamofobie. Inderdaad, ik beschouw islamofobie als een vorm van racisme.

Crisis & Islamofobie
We zien dat het beste terug in die gevallen waarin mensen normaal gesproken een specifiek fenomeen positief zouden opvatten. Stel je het volgende voor. Er is een economische crisis en die treft iedereen. In die economische crisis is iemand zo koppig om een eigen bedrijf, een webshop, op te richten. Geen sinecure op het moment dat mensen de broekriem moeten aanhalen en in een onzekere situatie verkeren. Maar nee, hier is iemand die de hand niet ophoudt, niet bij de pakken gaat neerzitten en zelf initiatief neemt en eigenlijk de onzekerheid opzoekt. Dat is dapper zou je zeggen en uitstekend voor de economie; we zouden willen dat we meer van zulke initiatieven hadden. Als integratie een issue zou zijn, zouden we het kunnen zien als een vorm van integratie op eigen kracht en in het geval van een vrouw kan ze zo aansluiten bij de zakenvrouw van het jaar. En in ieder geval is het ook een voorbeeld van de participatiemaatschappij.

Behalve dus als het om islam en moslims gaat. Dat maakte Khadija mee. Zij is oprichter en eigenaresse van Islamitisch Speelgoed: een webshop die zich richt op speelgoed dat, zoals zij het zegt:

ondersteuning biedt bij het overbrengen van islamitische waarden. Toen ik op zoek was naar een leuke pop voor mijn dochter, kwam ik de ene Barbie na de andere Barbie tegen met decolleté truitjes en korte rokjes. Dit is niet het beeld dat ik mijn dochter mee wil geven. Ik breng speelgoed op de markt dat ondersteuning biedt bij het overbrengen van islamitische waarden. Een Barbiepop met een blote buik hoort daar niet bij.

Natuurlijk zullen er moslims en anderen zijn die daar anders over denken, maar dat is natuurlijk geen issue. Het staat Khadija vrij om een eigen markt te exploiteren en te scheppen. Wanneer we de webshop bekijken zien we een vrolijke webshop waarbij sommige items verwijzen naar een invulling van islam waarbij vrouwen gesluierd dienen te zijn, sommige poppen met en andere zonder gezicht, maar ook allerlei educatieve en vrolijke alfabetspellen en de typische indeling in jongens- en meisjesspeelgoed door middel van de kleuren blauw en roze die we op vrijwel alle (ook niet-islamitische) speelgoedsites aantreffen.

Islamofobiestijl
Maar het is precies het islamitische karakter van de site dat Annabel Nanninga ertoe dreef een stukje te bakken op Geenstijl:

Screenshot van het stukje op GS. We gaan natuurlijk niet linken.

 

In het stukje grossiert Annabel Nanninga met allerlei niet al te subtiele verwijzingen naar bekende stereotypes over islam. Zoals dat dan meestal gaat naar aanleiding van een stukje op Geenstijl, is dat het doelwit van de ridiculisering een hoop verkeer op de site te verwerken krijgt (zodat ie plat gaat) en een hoop haatcommentaren en dreigementen binnenkrijgt via mail, gastenboek en facebook. Dat weten ze bij Geenstijl ook wel, maar dat is geen reden om het niet te doen. Integendeel, commotie is de kurk waar de site op drijft. In het verleden werd de site groot door naaktfoto’s van minderjarigen te plaatsen en enkele jaren geleden wist Geenstijl zelfs de minderjarige dochter van toenmalig minister Rouvoet te kakken te zetten op hun site. Alleen omdat zij het niet met haar vader eens waren. Tegenwoordig is de islam een bezoekerslokker. Veel wellevendheid en empathie hoeft dus niet verwacht te worden en of het nu om minderjarige meisjes gaat of om islam en bekeerde vrouwen en hun kinderen: als het geld oplevert kan het.

Niet uniek, wel erger
Hoewel het niet de eerste keer is dat Khadija te maken heeft met een negatieve bejegening, was het nog niet zo erg als nu.

Als bekeerling heb ik natuurlijk al wel vaker vervelende opmerkingen gekregen.Ik ben overduidelijk Nederlandse en draag een hoofddoek. Dit valt uiteraard op. De opmerkingen waren echter niet zo erg als de emails die ik nu ontvangen heb. Ik merk dat op straat het vooral oudere mensen zijn die me aankijken alsof ik op dat moment een mes ga trekken. Een keer in een supermarkt zei een oud vrouwtje dat ik ‘toch wel aardig’ ben, nadat ik iets voor haar iets van een bovenste plank had gepakt. Voordat ik aan haar vroeg of ik haar kon helpen, stond ze me erg angstig aan te kijken.

De reacties die ze kreeg waren niet mis, maar ze wil er niet teveel aandacht aan geven.

Ik heb besloten de negatieve reacties niet letterlijk te herhalen. Ik wil de personen die mijn kinderen en mijzelf de meest afschuwelijke ziektes toewensen en bedreigen niet nog een podium geven. De positieve reacties hadden veelal dezelfde boodschap. Laat je niet op je kop zitten, je bent goed bezig, we zijn blij dat je webshop er is en ga zo door. Er was een reactie waar ik hartelijk om gelachen heb: “Laat je niet gek maken lieve zus, dit soort personen staan vanmiddag weer gewoon bij de plaatselijke shoarmatent hun broodje döner te bestellen en over twee maanden reizen ze allemaal weer schijnheilig richting de zon in Turkije, Egypte, enzovoorts.

Wel heeft ze getwijfeld om aangifte te doen bij de politie. Opvallend is dat het melden bij het Meldpunt discriminatie of bij een meldpunt voor islamofobie niet bij haar is opgekomen. Die meldpunten hebben toch nog wel wat werk te verrichten hoewel hun werk ook door recente bezuinigingen in feite onmogelijk is gemaakt.

Omdat ik flinke dreigmails kreeg, heb ik wel even contact opgenomen met de politie. Zij adviseerden mij even de komende dagen af te wachten en daarna te kijken wat het beste zou zijn, aangifte doen of er alleen een melding van maken. Aangezien de negatieve reacties na het weekend weer voorbij waren heb ik besloten om het alleen bij de melding te houden. Meldpunten voor racisme, discriminatie of islamofobie, heb ik eigenlijk helemaal niet aan gedacht. Misschien dat ik hier nog wel even in duik.

Een opvallende reactie van de politie ook aangezien het in de haatmails niet alleen gaat om dreigementen, maar ook om racisme en dat is toch nog steeds strafbaar. Niet teveel aandacht geven aan islamofobie is een manier om ermee om te gaan en te laten zien dat je ‘je niet op de kop laat zitten.’ Het is echter de vraag of dat werkt en of ze ook niet de confrontatie moet aangaan. Gezien de bedreigingen echter is het voor haar veiligheid en die van haar kinderen misschien wel verstandig. Daarbij concentreert zij zich vooral op haar werk en de combinatie ervan met haar islamitische overtuiging. Khadija is niet van plan om bij de pakken neer te zitten. Ze gaat gewoon door met de webshop en hoopt deze uit te breiden:

Natuurlijk hoop ik de webshop uit te breiden met nieuwe producten. Wat mij betreft staat kwaliteit echter boven de grootte van het aanbod. Mijn droom is om eigen islamitisch speelgoed te gaan produceren. Zit boordevol ideeën waarvan ik hoop dat ik ze kan gaan uitvoeren.

Vroomheid, moederschap en zakenvrouw
De manier waarop Khadija zich presenteert is die van een vrouw die probeert een vrome moslim te zijn, als een moeder die probeert voor haar gezin te zorgen en als zakenvrouw die probeert een eigen shop met klantenkring op te bouwen. Een voorbeeld voor haar is de eerste vrouw van de Profeet Mohammed, Khadija.

Ik heb mijn islamitische naam ‘Khadija’ van mijn man gekregen toen wij getrouwd zijn. Hij is, net als ik, trots op de intelligente, onafhankelijke, maar ook lieve en zorgzame vrouw die Khadija was. Naast een succesvolle zakenvrouw is ze ook dé persoon die de profeet meteen geloofde toen hij de eerste openbaringen kreeg en stond hem bij in de vroege uitnodiging tot de islam. Zij was de eerste vrouw die tot de islam toetrad. Dat vind ik heel bijzonder! In de boeken die ik gelezen heb wordt Khadija beschreven als een eerlijke zakenvrouw die vastberaden en standvastig haar zaken deed. Ze is hierin een groot voorbeeld voor mij. Vastberaden ben ik in ieder geval. Vastberaden om mijn islamitisch speelgoedavontuur tot een succes te maken!

 

Het is altijd moeilijk aan te geven hoe moslims nou zouden moeten omgaan met islamofobie, al is het maar omdat je het doelwit van islamofobie nu eenmaal niet verantwoordelijk kunt stellen voor het gedrag van anderen.

De ‘pratende’ Arabische vormenpuzzel is het best verkochte item.

 

Islamofobie raakt iedereen
Islamofobie is geen zaak die moslims alleen aan gaat, iets waar Khadija ook op wijst:

Ik denk niet dat het aan mij is om een boodschap te geven aan het publiek. Het gaat hier om normaal algemeen geaccepteerde normen. Hoe je met elkaar omgaat als persoon. Het enige dat ik wil zeggen is: ga met een ander om zoals je wilt dat zij met jou omgaan.
Ik heb mijn moeder na mijn bekering een boekje gegeven wat de basisprincipes van de Islam uitlegt. Na het lezen vertelde ze mij dat wat ze in het boek las prachtig was, maar dat ze dit helaas niet in de ‘echte’ wereld ziet. In de media zie je alleen zeer negatieve en schokkende berichten over de islam. Allemaal wandaden gepleegd in naam van de islam. Dit heeft echter helemaal niets te maken met de islam. Het is juist een zeer vredelievende godsdienst. De media zouden er goed aan doen om eens normale islamitische gezinnen te laten zien die hard werken en proberen hun kinderen goed op te voeden. De moslimgemeenschap zou op haar beurt meer moeite kunnen doen om uit te leggen dat de negatieve berichten in de media niets te maken hebben met de echte islam.

Ik ben over dat laatste idee, dat ik veel hoor in gesprekken met moslims, wat sceptisch. Natuurlijk, bepaalde acties van moslims dragen niet bij aan een positief (lees niet-politiek) imago van islam, maar dat is in dit voorbeeld nog geen reden om een onderneemster lastig te vallen en zodanig te ridiculiseren dat je weet dat ze het doelwit wordt van agressieve islamofobische reacties. Sterker nog het is individuele moslims verantwoordelijk stellen voor de daden van anderen en voor reacties van weer anderen daarop; iets waar men geen controle en zeggenschap over heeft. Ik heb daarbij het idee dat moslims al voortdurend proberen uit te leggen dat bepaalde daden van andere moslims zich slecht verenigen met hun opvatting van islam, maar daar is Khadija het niet helemaal mee eens:

Ik vraag me eigenlijk wel af of dit gebeurt. Ik zie bijvoorbeeld op dit moment geen vooraanstaand islamitisch persoon die de wereld duidelijk maakt dat het feit dat terreurgroep Boko Haram 200 onschuldige meisjes ontvoert totaal niets met de Islam te maken heeft. Het enige wat we op tv zien, en wat mensen dus geloven, is dat alle meisjes islamitische kleding dragen en surah’s uit de Koran moeten opzeggen. En dit alles in naam van Allah. Ik denk overigens niet dat deze wereldproblematiek door de eigenaar van een speelgoedwebshop in Nederland opgelost kant worden

Inderdaad, problematiek als islamofobie kan niet door een speelgoedwebshop worden opgelost. Toch moeten moslims volgens mij ook niet al teveel van de overheid verwachten. Weliswaar heeft minister Asscher eerder aangegeven dat islamofobie geen marginaal probleem is, maar als we het discriminatiedebat van gisteren bekijken dan blijkt dat het bestrijden van discriminatie en racisme geen prioriteit heeft. Het MDI is wegbezuinigd, er is gelukkig wel wat aandacht voor anti-semitisme, maar niet voor racisme, homofobie en islamofobie en minister Asscher blonk vooral uit door zaken als discriminatie in het onderwijs en etnisch profileren door te verwijzen naar zijn collega’s. Er komt wel een onderzoek naar discriminatie en racisme maar dat gaat alleen over anti-semitisme in relatie tot islam (onderzoek dat er allang is overigens) en discriminatie op de arbeidsmarkt zal pas in 2016 aangepakt worden. Dat het overheidsbeleid zelf niet alleen een uiting is van racisme en discriminatie (bijvoorbeeld in het geval integratie, vluchtelingen en islam) komt al helemaal niet ter sprake.

Ik vind het altijd opvallend dat Nederlandse moslims in Engeland mij vertellen dat ze zich daar meer geaccepteerd voelen. Terwijl in Engeland racisme toch een wat hardere en veel openlijkere gewelddadige geschiedenis heeft dan in Nederland. Tegelijkertijd is de wetgeving tegen racisme weliswaar niet perfect, maar wel zo goed dat mensen zich er toch redelijk beschermd voelen tegen alledaagse en gewelddadige vormen van racisme en discriminatie. Dat is in Nederland klaarblijkelijk toch minder het geval: islamofobie en discriminatie zijn winstgevend geworden.

One thought on “Islamofobie – Het verhaal van een Nederlandse moeder en zakenvrouw

  1. Pingback: Anonymous

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website